Posts tonen met het label Paradiso. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paradiso. Alle posts tonen

maandag 5 januari 2015

The Kik - Paradiso Amsterdam, 3 januari 2015


Simone was het eerste nummer dat ik van The Kik hoorde. En ja, dat was bij De Wereld Draait Door. Zowel het nummer als het programma worden aangestipt in de show van vanavond door de eigenzinnige en grappige frontman van de band, Dave Von Raven. Het betekende voor hen de doorbraak naar een groter publiek. Het is een nummer waar je vrolijk van wordt. Sowieso is dit wel een bandje waar je vrolijk van wordt. Door die (vaak) uptempo Nederbeat liedjes, gezongen met Rotterdams accent, gespeeld door goede muzikanten, die op hun manier een melancholieke knipoog geven naar een tijd waarin het leven misschien wat onbezorgder leek. Wat mij betreft wel een reden om daar eens een concertje van mee te pikken.


Als we binnen komen is de aftrap al verricht door het voorprogramma dat The Black Marble Selection heet. Ook die hebben hun wortels in de jaren ’60 geplant, maar dit is een iets steviger sound, wat gruiziger, met een zanger met een rauwe stem die Engelstalige nummers zingt. Met z’n zessen spelen ze een fijne set van een nummer of tien, waarbij de tijd voorbijvliegt. Een beetje jammer alleen dat de zes geen centimeter van hun denkbeeldig gemerkte plekken komen. Een licht schuivend voetje is al wat beweegt.

Aangezien we dus iets later dan normaal waren zit de eerste rij van het eerste balkon al vol. Op de tweede rij gaan zitten heeft totaal geen zin, want dan zie je bijna niets. We zijn dus maar eens een verdieping hoger gaan zitten, alwaar het eigenlijk ook goed toeven is. Als ik een verdieping lager kijk zie ik vier grijze, al kalende koppies naast elkaar zitten. Een stoel verder zit een moeder met een kind van een jaar of zes. Het geeft het bereik van het publiek aan dat wordt aangesproken door de muziek van The Kik. Hun no-nonsense, of beter gezegd, geen onzin aanpak zorgt er in ieder geval voor dat ze precies op tijd beginnen en dat oordoppen in de broekzak kunnen blijven. Heerlijk!


Met Zwanenzang begint de band het concert. Het mid-tempo nummer dat hun laatste album opent krijgt extra cachet door de drie blazers, waarvan er eentje de niet onbekende naam Benjamin Herman draagt! Die blazerssectie zal verderop in de show nog een paar keer aan komen treden. Er volgen nog twee nieuwe(re) nummers, waaronder De Zomer En Jij, waarin “Op het terrasje loopt het zweet in mijn naad” een voorbeeld van die fijne directe teksten van Dave is, die nu helaas niet zo goed te volgen zijn. Een heerlijk kort en krachtig instrumentaal stuk volgt, waaruit duidelijk wordt dat The Kik ook wat steviger kan klinken. Een blik op de setlist verklapt dat ze dit De Dave Andriese Stomp hebben genoemd. Later deze avond zal op soortgelijke wijze De Frans Hagenaars Boogie voorbij komen. Prima intervalletjes. Met Zeg Dat je Van Me Houdt komt het zonnige gevoel van de vroege Beatles om de hoek kijken, net zoals het gelukkig onvermijdelijke Simone.


Voor de eerste keer in Paradiso, opnames door 3voor12, en natuurlijk gaat het dan fout zegt Dave, als het inzetten van Spiegel, Spiegel niet goed gaat. Als na de herstart het publiek dan ook nog verkeerd begint in te vallen met meeklappen stoppen ze opnieuw en krijgen we tijdens de derde poging in gebarentaal de juiste aanwijzingen van Dave en Arjan Spies, in dit aparte nummer, dat de Wals met de Beat laat paren. Een hoogtepunt in de show is de uitvoering van het nummer  Kejje nagaan (Als ik jou niet had, dan had ik pech gehad), dat lang wordt uitgesponnen om op vooral niet al te serieuze wijze een gitaarsolo te geven door Arjan, die het instrument op Jimi Hendrix-achtige wijze achter zijn hoofd bespeeld, waarna Paul Zoontjens met de hulp van Dave op zijn rug op het podium liggend een pianosolo ten beste geeft. Ter vervolmaking van deze circusact volgt nog een grap met het onderstel van de piano. Olé!


De sfeer is prima, net als het vermaak en de muziek. Het loopt richting het einde van de show. Met Want Er Is Niemand komen we nog even in Armand-sferen, waarna Dave Erik als het laatste nummer aankondigt en na ons ‘aahhhh’ toevoegt dat dit deel van de show is en dat ze nog terug zullen komen, natuurlijk.


Dat doen ze allereerst met Schuilen Bij Jou, hun prachtige versie van het bekende nummer In Your Arms van Chef’Special. Daarna volgt Verliefd Op Een Plaatje en er worden eindelijk wat voorzichtige dansbewegingen gemaakt in het publiek. Om het geheel af te ronden zet The Kik nog even zijn ruige pet op en wordt onder aanvoering van Arjan (die de zang voor rekening neemt) Blitzkrieg Bop van The Ramones gespeeld, waarna we met een prima gevoel huiswaarts kunnen gaan.


dinsdag 23 december 2014

Blaudzun – Paradiso Amsterdam, 19 december 2014


Mijn eerste kennismaking met Blaudzun was via De Wereld Draait Door. Hij speelde het nummer Shout van Tears for Fears en de uitvoering door deze rare kwibus kwam me nogal geforceerd en pathetisch over. Geen reclame dus om zijn eigen werk eens uit te checken, waardoor het een flinke tijd heeft geduurd voordat ik er achter kwam dat ’s mans eigen werk wel degelijk de moeite waard is.


Precies op ons 25 jarig huwelijks jubileum staan we op de trappen van de poptempel waar we gisteren ook al waren. We zijn het tweede duo dat staat te wachten. Over een half uur gaan de deuren open en we willen een goede zitplek, dus komen we op tijd. We raken in gesprek met de dame en heer die Blaudzun al enkele malen eerder hebben gezien en wij geven toe dat we Blaudzun maagden zijn wat dat betreft. De verhalen die vooral de spraaklustige dame ons vertelt over de optredens in Paradiso beloven veel voor vanavond. Als om zeven uur de deuren open gaan staat er ondertussen al een flinke rij mensen achter ons, waarvan de meeste eerste binnenkomers direct een stoel op het balkon veroveren. Dus dat half uurtje in de kou was niet voor niets. Wat meteen opvalt is dat de zaal heel mooi ‘versiert’ is met vier grote kroonluchters en een enorme discobal die stil staat en waarop diverse kleuren licht weerkaatsen en de gehele ruimte voorzien van lichtpuntjes die je het gevoel geven in een sterrenstelsel te staan. De sfeer zit er direct goed in.


Het voorprogramma is een bandje genaamd The Indien. Ze maken sferische muziek die gestoeld is op muziek uit de jaren zestig (inclusief orgeltje), maar dan een modernere versie dus. Muzikaal is het niet aan mij besteed, maar wat heeft zangeres Rianne Walther een fantastische stem!


Blaudzun trapt af met Elephants. Het is een nummer dat als exemplarisch bestempeld kan worden. Gedreven, barok, bezield zonder overdrijving, gespeeld door een bont gezelschap met een keur aan instrumenten, waarbij die uit The Hangover ontsnapte wildeman op blote voeten het theatrale oog nog extra voedt. Het linkje met een band als Arcade Fire is natuurlijk snel gemaakt (erg letterlijk trouwens, als je toegift Halcyon naast No Cars Go legt), maar je kunt slechtere voorbeelden hebben en Johannes Sigmond weet over het algemeen genoeg eigen gezicht aan zijn werk te geven, dus wat zou het. Nou ja, wat het zou, dat hoort je straks dan, want ik ben positief gestemd met wat negatieve bijklanken. Positief ben ik over het feit dat hier een rasechte artiest staat met een goede band. Er zijn tal van nummers waar ik van geniet, zoals het nummer dat al dagen in mijn hoofd zit genaamd Promises Of No Man’s Land, maar ook Who Took The Wheel en Wasteland. Er zitten ook rustige, stille momenten in de show, zoals tijdens Solar en zeker als Johannes stiekem via de zijkant van het podium naar het midden van de zaal glipt en met een minigitaartje Wolf’s Behind The Glass speelt. Over het algemeen respecteert het publiek het moment van stilte en als iemand een opmerking maakt kan die een middelvinger van de bebaarde zanger krijgen. De eigenzinnige man laat immers niet met zich sollen, daagt het publiek uit (roept ‘schijterds’ als men niet hard genoeg meezingt) en ziet alles graag lopen hoe hij het wil (wel allemaal gaan staan!). Nu ben ik geen meeloper, blijf zitten als ik geen zin heb om te gaan staan en leg ondertussen toch wat zaken op een weegschaal. Zo is de act van ‘unplugged’ een liedje zingen in het midden van de zaal niet nieuw (zie bijvoorbeeld Patrick Watson) en merk ik tijdens het genieten van de muziek dat ik nergens zo wordt opgezweept als in de muzikale kerk bij Arcade Fire in hun begindagen. Ook valt me op dat Blaudzun een bepaald trucje iets te vaak toepast. Na het uitspelen van een nummer het nummer nog een keertje oppakken. Dat moet je niet te vaak doen.


Al met al is mijn vrouw heel enthousiast, ik iets minder, maar genoten hebben we allebei.

dEUS – Paradiso Amsterdam, 18 december 2014


Na een uur geeft de groep één toegift, Morticiachair. Het staat in schril contrast met de songs van hun laatste paar cd’s en geeft me een gevoel van weemoed. Maar ook een gevoel dat ik hier eigenlijk niets te zoeken had, helaas. Ik moet accepteren dat dingen veranderen, loslaten wat geen waarde meer voor me heeft, zodat ik overtollige ballast kan dumpen en plaats vrij maak voor dingen die me hier en nu boeien. Een wijze les. Ik schreef dit dik twee jaar geleden naar aanleiding van hun concert in People’s Place te Amsterdam. En nu sta ik weer hier, in Paradiso, alwaar de band zijn twintig jarig jubileum viert met de dubbel cd 'Selected Songs 1994-2014’ als leidraad voor hun 2e uitverkochte optreden in Amsterdam. Die leidraad, de setlist, is wat me heeft doen besluiten nog één keertje te gaan kijken naar deze band die in hun beginjaren zoveel voor me heeft betekend.


Tom heeft er in ieder geval zin in vanavond en opener Via geeft me goede moed. Het tempo wordt vastgehouden en via ‘wat recenter’ werk als The Architect en Constant Now is het voor het eerst lekker uit je dak gaan bij Instant Street, met dank aan Mauro Pawlowski die met wilde gitaarbewegingen Paradiso ophitst naar een eerste hoogtepunt. Daarna kunnen we heerlijk swingen op dat fantastische drumritme in Fell Off The Floor, Man. Nog wat nummers later gaat het gas terug, “de boog kan niet altijd gespannen zijn” laat Tom ons weten en worden we vergast op het bloedmooie Secret Hell dat ze (naar het schijnt – correct me if I’m wrong) sinds 1994 niet meer live hebben gespeeld. Kippenvel. Misschien trouwens een tip voor de band, als jullie een ‘vergeten’ nummer willen spelen, volgende keer graag één van de mooiste nummers uit jullie oeuvre dat nooit wordt gespeeld: Zea. Het valt me ondertussen op dat (bijna) het hele optreden lang de lichtshow beperkt blijft tot lampen die op het podium zelf staan. Het geeft een intieme sfeer, broeierig, nevelig. Dit wordt dan nog versterkt doordat ze voor deze rustige episode dicht bij elkaar gaan zitten. Mooi. Smokers Reflect en het heerlijke Little Arithmetics vervolmaken de trilogie van rust. Heerlijk opzwepend is verderop Sun Ra, stil makend het grandioze Hotellounge en laatste nummer Bad Timing weet die uitersten in één song samen te vatten.


‘We want more’. Want zo’n goede set smaakt naar meer en hoewel dEUS de wilde haren een beetje is verloren door de jaren heen komt de recalcitrante Tom met een peuk in zijn mond het podium op om samen met de anderen misschien wel dEUS’ coolste nummer in te zetten, Theme From Turnpike. Wel een beetje sneu om te zien dat er dan hier en daar zielepieten in het publiek zijn die er ook meteen een opsteken. Dat we het pand niet mogen verlaten voordat we For The Roses en Suds & Soda hebben gehoord moge duidelijk zijn. Dat dit laatste nummer een feestje van jewelste wordt is met name te danken aan Tom, die half Paradiso op het podium uitnodigt!

Tijd om de balans op te maken. Als ik My Sister Is My Clock even niet meereken, is er voor mij een duidelijke scheidingslijn te trekken na het album The Ideal Crash. Tot en met dat album is dat de dEUS waar ik heel veel van hou. Daarna wordt het beduidend minder. Niet zo gek, want Pocket Revolution betekende een nieuwe stap voor de band, die maar liefst drie leden moest vervangen. Eentje daarvan was Mauro Pawlowski, de niet in een hokje weg te zetten alleskunner, die ik persoonlijk nog heb meegemaakt toen hij spullen sleepte voor het Belgische bandje Nemo en zelf aan de weg timmerde met zijn Evil Superstars. Vanavond heeft dEUS elf nummers van die eerste drie albums gespeeld en negen van alles wat daarna kwam. Dat zegt toch iets.



Nu dacht ik een mooi cirkeltje te kunnen maken door terug te gaan naar de eerste keer dat ik dEUS heb gezien. Dat cirkeltje wordt iets anders dan gedacht, want het concert dat ik in Paradiso zag op 23 februari  1995 was niet de eerste keer. Dan blijk ik alsnog via Mauro en Nemo terecht te komen op 20 augustus 1994, toen zowel Nemo als dEUS op Waterpop te Wateringen speelde. Ik word oud…

zaterdag 26 april 2014

Popstrangers - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 25 april 2014


Het wordt een aparte avond, deze eerste Koningsavond.

Terwijl een goede vriend en een buurman los van elkaar een optreden hebben tijdens hetzelfde festival uit naam van de koning, hebben wij kaartjes voor een bandje uit Nieuw-Zeeland genaamd Popstrangers. Deze naam kreeg ik toegespeeld door een andere vriend, een tijd geleden, met de mededeling dat het wel eens iets voor mij zou kunnen zijn. Het album heet Antipodes en ik draai het een aantal keer om het daarna een beetje uit het oor te verliezen. Als ik zie dat de band in Paradiso langs gaat komen, herbeluister ik de muziek nog eens, hoor ik een nieuwe track dat niet (?) staat op het binnenkort uit te komen album Fortuna en schaf ik kaartjes aan voor het concert.

Het is druk. Amsterdam is oranje gekleurd, op elke hoek van de straat waar een café van belang is staat een volkszanger te galmen vanaf een klein podium omgeven met biertaps en in een steegje verderop houdt een jong meisje het haar uit het gezicht van haar kotsende vriendin. Het is bijna uitgestorven. Voor Paradiso dan. Als ik de trap van de poptempel betreed kijk ik recht in de ogen van Sophie Hilbrand, die net naar beneden loopt. Ze ziet er (zoals altijd?) wat verhit, verwilderd en enigszins beneveld uit. Drie treden verder zie ik Waldemar Torenstra die nog enkele woorden wisselt met de deurwachten van Paradiso. Hij ziet er (zoals altijd?) vrolijk, fris en fruitig uit. Als ik mijn tickets laat scannen hoor ik dat het concert er voor wat is uitgelopen en dat het een half uur later begint. Als dat maar geen nachtbus wordt, denk ik bij mezelf. Nog maar één stap binnen en ik word aangesproken door twee olijke kale mannen die zich afvragen of we nu nog voor Bløf komen. “Nee hoor, we komen voor Popstrangers, hoewel we Bløf ook wel eens hebben gezien”, zeg ik, om het gesprek toch een vriendelijke en gemeenschappelijke draai te geven. Maar Bløf viel tegen hoor ik de mannen zeggen, het is niets voor zo’n kleine zaal. Misschien waren Sophie en Waldemar ook niet zo tevreden, gaat er door mijn hoofd. We nemen de linkertrap richting de bovenzaal, maar de deur rechts van het podium blijkt afgesloten en we moeten ons een weg banen door de overvolle en bloedhete zaal waar de bekende band uit Zeeland net een toegift begint. Door de grote oplichtende muur van leds zie je de mannen slechts in silhouet staan. Door naar de kleine zaal, alwaar de nasleep van het concert dat Admiral Freebee gaf in volle gang is. Mensen die zijn blijven hangen met een biertje in de hand, mannen die druk in de weer zijn om het podium vrij te maken. We zoeken een plekje aan de kant in de hoop dat het afbreken en opbouwen niet al te lang zal duren, maar hebben de verwachting van het tegenovergestelde. Ik kijk echter mijn ogen uit hoe snel alles wordt neergezet, opgesteld en in elkaar gedraaid, als het podium eenmaal Freebee vrij is, hoewel mijn zicht een beetje wordt beperkt door een man die precies in mijn blikveld is gaan staan. Hij komt me bekend voor, maar ik kan hem niet plaatsen. De opbouw van het podium vordert, net als de zoektocht in mijn hoofd en net als ik tegen mijn vrouw wil zeggen dat ik denk dat de man iemand zou kunnen zijn die we kennen, komt de vrouw van de man aanlopen en valt het kwartje helemaal. Het is hem inderdaad. We zijn eigenlijk vrienden met de zus van de vrouw die net kwam aanlopen. Een klopje op de rug dan maar, even bijkletsen, nee zij zijn blijven hangen na Freebee en gaan trouwens na één nummer Popstrangers ook weer weg.

Om 22:40 uur begint het concert dan eindelijk. Het wordt een kort concert. Tien nummers. De meeste van het nog te verschijnen nieuwe album. Het drietal kan zowel noisy als stofzuigerig als lomig en dromerig en lo-fi zijn, soms zelfs binnen één nummer, zoals Witches Hand. Dat lomige, met slepende drums en wat zeurende zang doet dan soms denken aan een band als Pavement, waar ik niet echt fan van was. In de meeste nummers vergeet men echter niet dat er een song moet staan, die af en toe best poppy mag klinken, zoals Rats In The Palm Trees, maar ook een wat meer duister en ongemakkelijk karakter kan hebben (zoals Jane dat ze niet spelen vanavond). Op Antipodes staan er in die laatste categorie zo te horen wat meer dan op het misschien wel wat toegankelijker klinkende Fortuna, maar dat is puur op het eerste gehoor. Er is nauwelijks communicatie tijdens het concert, alleen de mededeling dat als we willen dansen op het volgende nummer we wat dichterbij mogen komen, waarna Heaven wordt ingezet. Het is ook niet gemakkelijk. Ik was niet van plan om vooraan te gaan staan, maar sta het toch, omdat er tussen mij en het podium gewoon niemand meer is komen staan. Het gapende gat van een meter of drie blijft toch een moeilijk te overbruggen afstand, hoewel er applaus en instemmende geluiden uit de zaal komen na elk gespeeld nummer. Voordat ik het weet kondigt zanger-gitarist Joel Flyger het laatste nummer al weer aan. Tonight, ook een nieuw poppy nummer dat af en toe haast vals lijkt te klinken van jengelende loomheid, hoewel het uptempo is en een apart tussenstuk kent.


Na een ‘thank you’ en ‘cheers’ lopen de drie jongens naar de zijkant van het podium en hoor ik ze overleggen of ze nog een nummer zullen spelen. Maar de zaal blijft opvallend stil en als ik omkijk, blijkt deze een stuk leger te zijn dan toen de band begon en toen was die al niet vol. De kennissen die we tegen kwamen waren kennelijk niet de enige overblijvers van Freebee die het voor gezien hielden en de dertig die er nu nog staan voelen zich niet geroepen om te gaan roepen om meer. Een beetje pijnlijk en niet geheel verdiend, hoewel ik dit zelf ook niet als meer dan aardig kan betitelen.

dinsdag 18 februari 2014

Mintzkov - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 17 februari 2014


Het is 5 december. Op Sinterklaasavond lopen we door Amsterdam richting de Brakke Grond, waar ik nog nooit ben geweest. Het Vlaamse Cultuurhuis biedt vanavond de Sonic Soirée #21 met Ides Moon, Monokini en Mintzkov. Voor die laatste band komen we. Maar eerst eens lekker eten in het eetcafé, waar ik mij de Vlaamse frieten en stoofvlees van Leffe dubbel goed laat smaken, ook al is mijn smaak niet optimaal vanwege een verkoudheid. Tegenover mij wordt de ravioli van spinazie en ricotta verorbert. Als de buikjes vol zijn, lopen we richting de zaal, waar we worden teruggestuurd omdat we eerst aan de kassa een bandje moeten halen. Zo gezegd zo gedaan en bij een tweede poging met bandje om de arm mogen we het mooie theater dat zich achter de deur verbergt binnentreden. 


Het is een klein theaterzaaltje met een podium, daarvoor een ruimte met publiekstribune en er omheen twee balkons met plaatsen die door bogen worden begrensd tot intieme tweezitters. We lopen naar het eerste balkon en nestelen ons op twee uitstekende plekken met mooi uitzicht op wat komen gaat. We zitten nog maar net als iemand van de Brakke Grond de aankondiging doet en terloops vermeld dat Mintzkov door ziekte niet zal spelen en Motek hun plaats inneemt. Na enig binnensmonds gevloek pakken we onze biezen en lopen we richting de kassa - verbaasd dat niemand ons van tevoren heeft verteld dat het niet door zou gaan, noch dat er ergens een mededeling hangt – om ons geld terug te vorderen. Dit is geen probleem. Een aardige medewerker zegt dat hij ook kan proberen ons op de gastenlijst te zetten voor het concert dat de band geeft in Paradiso, begin volgend jaar. Mocht dat niet lukken, dan wordt het geld alsnog terug gestort. Liever één vogel in de hand en daarom kies ik eieren voor mijn geld en laat de medewerker de kassa rinkelen.

Thuis gekomen bestel ik de kaarten voor Paradiso…

…de vertrouwde poptempel waar Mintzkov al om 19:30 uur zal spelen in de bovenzaal die niet is uitverkocht. In 2010 kwam Rising Sun, Setting Sun uit. De afgelopen jaren kregen een zwarte schaduw door het overlijden van Bert van den Roye, die in de band speelde ten tijde dat ’Luna’ nog achter de bandnaam stond. Nu is er dan Sky Hits Ground, in stemmig zwart/wit hoesje, ‘in loving memory of’ en vanavond staat in het teken van dat album. Op twee nummers na komt alles voorbij, waarbij een stemmige sfeer de boventoon voert, ook al kent Sky Hits Ground ook enkele uptempo nummers. Ik heb de band al een, twee, drie keer eerder gezien. Van hun podiumpresentatie moeten ze het niet hebben. De meeste bandleden staan in hun eigen wereldje zonder contact richting de zaal. Het gaat dus puur om de muziek. Het vergt dan wat extra’s om in de juiste stemming te komen, wat door de stemmigheid dit keer niet zo lukt. Zelfs niet als Philip het publiek vraagt om mee te zingen tijdens het volgende liedje dat Opening Fire heet. Het nummer wordt vervolgens gespeeld en beëindigd, waarna wat onhandig wordt aangekondigd dat die publieksparticipatie nog kan volgen, als na wat gedraai aan knopjes het refrein nog eens wordt ingezet en Philip zelfs het podium af komt om de mensen mee te krijgen. Het resultaat blijft beperkt tot een voorzichtige poging van het publiek dat waarschijnlijk net als ik voelt dat Philips actie wat geforceerd overkomt, alle goede bedoelingen ten spijt. Het betekent overigens niet dat er niet genoten wordt van de muziek, maar zelfs favorieten als The State We’re In en Return & Smile aan het einde van de set kunnen op niet meer dan een interne glimlach rekenen.


Gelukkig is daar de toegift. Philip komt in zijn eentje het podium op en zet Gemini in. Naarmate het nummer vordert voegt de rest van de band zich bij de frontman en werkt men toe naar een hoogtepunt dat het heerlijk stuwende karakter van dit en vele andere Mintzkov nummers typeert. En we krijgen nòg een leuk toetje als Wonderful wordt gespeeld. Het is de Engelstalige versie van de moderne klassieker (zoals Philip het noemt) Formidable van landgenoot Stromae.

Na anderhalf uur is het gedaan. Ik scoor nog even het nieuwe album en tref welwillende bandleden aan die de cd voorzien van hun naam. Een voorzichtige vriendelijkheid die vanavond voor weinig vonken zorgde.

woensdag 18 december 2013

Lucas Hamming - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 16 december 2013


Mijn laatste concert dit jaar. Een singer-songwriter. De jongen die mee deed aan het programma met de naam uit de vorige zin met ‘de beste’ er voor, maar dat niet werd. Dezelfde die ik bij mijn vorige concert (Tim Christensen) rond zag lopen en nu zijn eigen optreden gaat geven. Ook solo. Hij geeft aan dat hij een rotdag heeft gehad, dat hij best wel zenuwachtig was (voor de opkomst). Hij vertelt over een afspraak waarvoor hij zo vroeg op moest om toch te laat te komen, over Demira en dat hij nog steeds voor haar moet koken, over de Arctic Monkeys en het wachten op de verkeerde plek waardoor hij het door zijn held gesigneerde shirt uit handen van zijn broer kreeg. Het zijn onbedoeld gemiste kansen van dit warhoofd dat naar eigen zeggen aan ADHD lijdt, waardoor hij tijdens het vertellen van alle verhalen last heeft van zoveel gedachten die alle kanten uitgaan, waardoor het allemaal wat stuntelig, hakkelig en vol pauzes uit zijn mond komt. Het geeft allemaal niets. Want als deze 20-jarige jongen gaat zingen en spelen raakt hij zielen.


Green Eyed Man was het eerste nummer dat Lucas Hamming liet horen tijdens het bekende tv-programma en het was alsof de geest van Jeff Buckley in hem was neergedaald. Zijn stem is heel eigen, maar de manier van zingen, de klank van zijn gitaar, de compositie van het nummer, zelfs zijn uitstraling, het ademde Jeff. Nu moet je natuurlijk van Jeff Buckley afblijven, want daar is er maar één van en dat is de muzikale afgod waarvoor we thuis nog net geen altaar hebben. En hoewel ook Lucas hem ziet als zijn held, weet hij het gevoel op uitermate authentieke manier te verwoorden, zonder  een simpele kloon te worden. Kortom, mijn interesse was gewekt en mijn aanwezigheid hier geen opvallende gebeurtenis.


Vanaf de eerste noten is het raak en word ik gegrepen en meegenomen, om een dik uur later, zeer onder de indruk, Paradiso weer te verlaten. Een reeks van nummers kwam voorbij. Soms gelinkt aan één van zijn verhalen, zoals Falling Apart (hij vertelt over twee meisjes die hij ontmoette deze avond tijdens zijn diner in een restaurant en aan wie hij vroeg om langs te komen, waarna hij in de maling wordt genomen door zijn vrienden in het publiek die doen alsof ze er echt zijn) en Leather Jackets Rock ‘n’ Roll (over zijn idool Alex Turner op wie hij wil lijken, maar zijn krullen zitten in de weg); nummers bekend van het tv-programma, zoals Secretly Faking My Death; zijn single Green Eyed Man dat voor de gelegenheid zo mooi over gaat in het delicate Morning Song (waarbij hij weer in de maling wordt genomen maar nu wel de grap – snurkgeluid uit publiek - doorheeft en ook moet lachen), Scratching The SurfaceCharlotte (voor zijn moeder) en een aantal nummers dat ik nog niet eerder heb gehoord. Ter afsluiting haalt hij Flemming Viguurs het podium op. Een jongen die een nummer van hem heeft gecovered. Een eer voor Lucas, die nu zelf een voorbeeld is. Ze spelen samen Free Of Mind.



Lucas Hamming. Wat een talent. En het is nog niet eens tot volle wasdom gekomen. Zo zou hij nog iets meer dynamiek kunnen toepassen, songs kunnen perfectioneren. Hij moet veel gaan componeren en optreden, zodat we hopelijk zeer binnenkort van een volwaardig album kunnen gaan genieten.

zondag 6 oktober 2013

Pixies – Paradiso Amsterdam, 5 oktober 2013


in heaven  Andro queen  Wave of mutilation (u.k. surf)  the holiday song  nimrod's son  indiE cindy  greens and blues  brick iS red  break my body  bone machine  mOnkey gone to heaven  velouria  havalina  subbacultcha  Magdalena 318  i've been tired  broken face  dEad  allison  bagboy  ed is dead  what goeS boom  river euphrates  here comes your man  motorway to roswell  tame  blue eyed Hexe  rock music  sOmething against you  vamos  big neW prinz  wave of mutilation  planet of sound


zaterdag 5 oktober 2013

Eefje de Visser – Paradiso Amsterdam, 3 oktober 2013


De Wereld Draait Door is voor vele muzikanten, ondanks het feit dat ze slechts een minuut de tijd krijgen, een mooie opstap om een groter publiek te bereiken. Eefje de Visser is ondertussen al bijna kind aan huis bij dat programma en is ook weer uitgenodigd om iets van haar nieuwe album te komen spelen op 9 september 2013. Maar dat gaat mis. Vlak voor de uitzending is Eefje haar stem helemaal kwijt en zoekt de redactie van DWDD koortsachtig naar vervanging. Dit wordt gevonden in de vorm van het mooie, twaalfjarige (“ik ben al bijna dertien!”) meisje Bente, dat pasgeleden heeft opgetreden tijdens Into The Great Wide Open. Ze maakt grote indruk op me met haar eigen liedje Summertime en ik google nadien even verder op haar naam om te zien of ze al muziek heeft opgenomen, of misschien nog gaat optreden binnenkort. Ik stuit op een documentaire die over haar is gemaakt. Bente’s Stem heet deze en gaat over Bente’s deelname aan het programma The Voice Kids, waarbij de maker heel goed laat zien welke emoties en gedachten Bente bij dit hele proces heeft. Wat me enorm aanspreekt is het feit dat Bente een enorm talent is, eigenzinnig, net even anders dan de massa en juist daardoor ver kan komen, maar tegelijkertijd wil ook zij door haar klasgenootjes aardig gevonden worden om wie ze is en vindt ze het maar stom dat kinderen die haar eerst niet zagen staan nu opeens overdreven aardig doen. Onzekerheid, behoefte aan bevestiging…

Zie ik dat nou terug als ik haar vooraan zie staan bij Eefje, vanavond in Paradiso? Als ze een enkele keer voor langere tijd opzij kijkt met haar grote ogen, naar twee meisjes van haar leeftijd, die dansen, foto’s en filmpjes maken en meezingen. Bente danst niet, maakt geen foto’s of filmpjes en zingt heel af en toe (bijna stiekem) mee. Ze staat daar alleen, niet met een vriendin, hoewel haar ouders iets verder naar achteren de wacht houden. Ze gaat op in de muziek, absorbeert deze, om wat het is en misschien om er van te leren, bedenk ik me zo. Maar misschien had ze daar ook wel met een vriendinnetje willen staan. Ik weet het niet. Als ik na afloop de zaal uitloop zie ik haar op de trap zitten. Ik zou wel naar haar toe willen stappen om te zeggen dat ze zich niets aan moet trekken van wat al die ‘populaire’ kinderen te zeggen hebben. Dat ze blij moet zijn dat het commerciële The Voice Kids niets is geworden. Dat ze een uniek, prachtig en talentvol kind is dat op haar eigen manier liedjes moet blijven maken, moet spelen op leuke plekken, waar er genoeg mensen zullen zijn die haar bewonderen om wie ze is en wat ze kan. Zoals ik. Ik kan niet wachten tot ze haar muziek uit zal brengen en een optreden gaat geven waar ik bij kan zijn.


En Eefje dan? Eefje heeft nog steeds stemproblemen. Haar aangekondigde optreden in Concerto eerder deze dag is afgelast. Gelukkig gaat het vanavond wel door. Een avond die wordt ingeluid door Elijah, een jonge man met een gitaar die eigen liedjes ten gehore brengt en dit heel aardig doet. Hij heeft een groot stembereik en neemt binnenkort een album op met een volledige band. Wat hij hier laat horen maakt nieuwsgierig naar dat album.


Eefje en haar band brengen daarna een dwarsdoorsnede van haar twee albums, De Koek en Het Is. Het Is is een stuk ingetogener dan De Koek, minder markant. Dat merk je tijdens dit concert in het middenstuk, als er drie rustige nummers achter elkaar worden gespeeld die me niet onderscheidend genoeg zijn, waardoor mijn aandacht wat verslapt. Toch valt er ook genoeg te genieten. Zoals van haar nieuwe single In Het Echt, het mooie Lise en oudere nummers als De Stad, Genoeg en het onweerstaanbare Schotland. Eefje heeft er wel zin in, danst wat als ze niet hoeft te zingen en haar stemproblemen zijn niet echt hoorbaar. Toch mis ik een vonk en vraag ik me af waarom de vorige keer dat ik haar zag meer indruk maakte. Dat was in de Keizersgrachtkerk, met zitplaatsen, minder opgezet als concert, meer als happening. Meer rust om te genieten van de rust die dat tweede album uitstraalt. Ik hoor de toegift Hartslag, het eerste nummer dat ik ooit van haar hoorde en me direct voor haar won. Maar Eefje heeft meerdere kanten, die me niet allemaal evenveel bevallen. Dat was op het eerste album al met Afdwaalt, op het nieuwe album met een aantal nummers die me iets minder weten te boeien en live met bijvoorbeeld de laatste toegift, een bekend (ik weet even niet meer welk) R&B nummer dat wel erg blank klinkt.


We zullen zien waar ze me brengt in de toekomst. Maar in de gaten houden blijf ik haar zeker. Al was het maar voor dat deel wat me op zo’n overtuigende manier wel aanspreekt. 

zaterdag 27 juli 2013

The Smashing Pumpkins - Paradiso Amsterdam, 26 juli 2013


Ik word oud. In 1992 zag ik de band voor het eerst in Paradiso. Toen ik de eerste tonen van Gish had gehoord was ik meteen verkocht. Het concert was tijdens de herfsttour van dat album, maar ik weet dat ze Silverfuck al speelden dat pas op Siamese Dream zou verschijnen. Dit was mijn favoriete band van die tijd en ik heb ze sindsdien nog dertien keer gezien, waarvan de laatste keer in 2008 was. Ik was eigenlijk al veel te lang meegegaan met de band, want na Mellon Collie And The Infinite Sadness ging het eigenlijk bergafwaarts met Billy en consorten. Maar een band die zoveel voor je betekent, laat je niet zo maar los. Dus lang ben ik blijven hangen, hopend op mooie dingen. Hoe moeilijk ook, ik moest er een streep onder zetten en met grote moeite kocht ik geen kaartjes voor het concert dat de band in 2011 in de HMH gaf. En dan komt twee jaar later de aankondiging dat ze weer in Paradiso spelen. ‘Ze’, zijnde Billy als enig origineel bandlid en drie anderen. Ik kan het niet laten. Laat de cirkel maar rond worden. Ik koop een kaartje.


Ik word oud. Het voorprogramma bestaat uit drie jongens die (bijna) mijn zonen hadden kunnen zijn. Ze vormen de band Beware Of Darkness en brengen vol overgave vuig klinkende rock ‘n’ roll. Alleen de overdreven L.A.-bravoure en scherpe sneerstem van de zanger staat me niet aan.

Billy wordt oud. Hij vraagt zich af hoe vaak hij al hier op het podium van Paradiso heeft gestaan en krijgt het antwoord van een extern geheugen in de vorm van een fan op leeftijd die zijn hand de lucht in steekt en vier vingers laat zien. Billy gaat verder met vertellen dat dit waarschijnlijk wel de laatste keer zal zijn. Begrijp hem niet verkeerd, hij houdt er van om te rocken, maar hij is ook al 46, zegt ie, en het wordt tijd om lekker in de tuin te gaan rommelen.

Ik word oud. Waarom zit ik hier? Nostalgische redenen? Op zoek naar een vleugje van de gloriedagen van weleer? Tussen voor mij onbeminde nummers door hoor ik Rocket, Tonight Tonight, een mooie versie van Thirty Three en bij Bullet With Butterfly Wings krijgt de zaal het voor het eerst even echt te pakken en komen er daadwerkelijk wat kriebels naar boven, hoe diep die ook zaten. Ooit stond ik te springen in 1993, in Vredenburg. Uit mijn plaat ging ik. Nu bezie ik alles vanaf mijn veilige stoeltje op het balkon.


Paradiso wordt oud. Juist als het dan eindelijk los gaat, is er een grote kerel van de zaalbeveiliging die het wild dansende publiek in gaat om de mensen tot bedaren te manen!!!??? Het is vechten tegen de bierkaai, want zelfs een meisje met een donkere bril en een blindenstok (I kid you not!) laat zich er niet van weerhouden om op en neer te springen.

Billy wordt oud. Er worden tekstvellen voor hem opgehangen. De ROCKGOD van weleer heeft een dikke pens boven zijn gitaar steken en als hij zich omdraait zie ik dat zijn broek wat is afgezakt waardoor een heuse bouwvakkersbilnaad is te bespeuren.

Ik word oud. Naar het einde toe voelde ik dat het er nog was, wat we ooit deelden, Billy en ik. Het gevoel van RAWK dat hij wist te creëren en mij in vuur en vlam zette. Het komt in enkele nummers naar voren, zoals in Zero en Cherub Rock. Maar dan is het gedaan en wil ik naar huis. Zo snel mogelijk. Ik loop het gebouw uit en ter hoogte van de City bioscoop komt de zanger van het voorprogramma me tegemoet lopen. Het mannetje is anderhalve kop kleiner dan ik, heeft een laag gesneden shirt aan waar zijn borsthaar bovenuit woekert, graait met zijn hand in een Wok To Walk doos en praat met de blonde deerne aan zijn zijde. Zijn grote scheur is hem van dienst.



Over tien jaar loop ik door een buitenwijk van Chicago. Ik zie hem opeens staan in zijn tuintje, als een Nosferatu met groene vingers, voorzichtig een zwarte roos bijknippend. Ik observeer hem van een afstand. Zijn kromme rug kan hij niet meer rechten en na een laatste knip van de snoeischaar stiefelt hij gebocheld zijn huisje in. Ik zie dat er een naambordje bij de roos staat en kan me niet bedwingen om dichterbij te komen om het te lezen. In sierlijke letters staat er ‘Jimmy’ te lezen…

woensdag 5 juni 2013

The Breeders - Paradiso Amsterdam, 3 juni 2013


“It was twenty years ago today…” Dit door de The Beatles magisch geworden getal wordt wel vaker aangegrepen om iets heugelijks te vieren. Hier en nu zijn dat The Breeders die fêteren dat in 1993 hun meest succesvolle album Last Splash op de markt kwam. Op 21 oktober van dat jaar speelden ze ook al in deze poptempel en daar mocht ik toen getuige van zijn. Nu dan de zoveelste reünie voor deze band met de originele samenstelling ten tijde van dat album, zijnde Kim & Kelley Deal, Jim Macpherson en  Josephine Wiggs. Een reünie met betalende gasten: wij dus. Nu heb ik het over het algemeen niet zo op reünies en laat ik die - zowel van scholen als van weer herenigde bands - meestal links liggen. Bij The Breeders moest ik echter denken aan het laatste concert dat ik van ze heb gezien in de Melkweg op 21 april 2008. De glorieuze dagen had de band toen ook al lang achter zich liggen, maar ik ben blij dat ik toen ben gegaan, want in de snikhete zaal was het een feestje van jewelste. Vol verwachting klopt mijn hart dus…

We zijn er vroeg bij voor een mooi plaatsje op het balkon. Als het Nederlandse voorprogramma Corduroy begint is de zaal nog vrij leeg. De drie mannen maken in de basale opstelling van gitaar, bas en drums ‘rauwe ongedwongen compromisloze no-nonsense indie-rock’, aldus hun eigen website. Dat ze Pixies en Kyuss als voorbeelden hebben, hoor je in de muziek door. Zeker niet onaardig en het terug in de tijd gevoel dat hun muziek oproept is voor deze avond in ieder geval niet verkeerd. Het enthousiasme dat zanger gitarist Johan Reukers meermaals in woorden vat is dat van een kind dat voor het eerst naar de grote speeltuin mag. Heel leuk voor je John, dat je in Paradiso spelen mag, maar om er zo op te hameren komt wat kinderlijk over.


Mooi op tijd stiefelen Kelley, Kim, Josephine, Jim en violiste Carrie Bradley de bühne op om Last Splash integraal te gaan spelen. Het is een gimmick van de laatste paar jaar om albums in zijn geheel te spelen. Dat kan leuk zijn, als het gehele album top is, maar naarmate deze set vordert word ik me er weer van bewust dat dit album toch wel wat dalen kent, of in ieder geval nummers bevat die nu niet bepaald tijdens een concert tot hun recht komen. De onsamenhangendheid van het album doet dit concert geen goed en de band mist - op de heerlijk energieke drummer na - ook een bepaalde pit en fruitigheid die met favoriete nummers als Cannonball, Divine Hammer en No Aloha een zaal vol dansende mensen had moeten opleveren, wat dus helaas niet gebeurt. Maar ach, ik zit hier ook op mijn krent op het balkon en de mensen beneden mij zijn over het algemeen ook niet meer de jongste, dus dat heeft er misschien ook wel mee te maken. Toch merk ik dat sommige zaken die vroeger misschien charmant waren, zoals het feit dat de meiden niet de beste muzikanten zijn, nu een beetje tegen de band gaan werken. Kelley kan nog altijd geen snaar aanslaan zonder te kijken waar ze haar vingers moet zetten, waardoor ze bijna het gehele concert over haar instrument is gebogen en geen contact met het publiek kan maken. De band is verder nog steeds heel statisch op het toneel. De meiden verzetten ongeveer geen voet, Josephine is daarbij haar ijzige Engelse zelf en alleen Carrie Bradley, die naast viool ook toetsen en tamboerijn bespeelt, weet op zeer innemende en aparte wijze wat dansbewegingen uit haar mouw te schudden. Verder schiet het niet erg op tussen de nummers door en is het lang wachten op de volgende song, wat de vaart sowieso wel uit de set haalt. Ondertussen maakt Kim grapjes die alleen zei begrijpt, hebben enkele bezoekers de prachtige VPRO documentaire over de band nog even bekeken en gooien twee bollen wol op het podium die Kelley liefderijk langs haar gezicht aait en wisselen Josephine en Jim van instrument tijdens Roi, omdat dit ook zo tijdens de opnames van het album geschiedde. Wel leuk is het moment waarop de band met Flipside wil beginnen, Jim de maat begint te slaan, maar het toetsenbord van Carrie niet werkt. Jim tikt lekker door, het publiek klapt vrolijk mee, een roadie checkt de stekkers en haalt een nieuw koord en dan kan het nummer alsnog worden gespeeld.




Als het album is gespeeld neemt de band een korte pauze om terug te keren met wat andere liedjes, “because Last Splash only lasts for about 30 minutes” zegt Kim. Verrassend genoeg komt de set heel even goed tot leven met de Guided By Voices cover Shocker In Gloomtown en het door Josephine geschreven liefdeslied (“for no one in particular” zegt ze) Head To Toe, waarna de storm weer gaat liggen als rustiger vaarwater wordt opgezocht met o.a. The Beatles cover Happiness Is A Warm Gun en Oh!. Er volgt nog een tweede toegift in midtempo, met Iris en Don’t Call Home om de boel definitief mee af te sluiten.


De geplande reünie liep wat stroef, kan ik concluderen. De warme gevoelens die je voor oude vrienden van lang geleden hebt slaan op een gegeven moment wel om als je hun gebreken weer herkent. Die minder leuke kanten nam je vroeger misschien iets makkelijker voor lief dan tegenwoordig.

maandag 18 maart 2013

Palio Superspeed Donkey - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 16 maart 2013



Daar staat de bastaardzoon van Elvis. Vetkuif, kraag omhoog, één mouw opgestroopt, gitaar in de aanslag en een staalcoole blik die alleen wordt onderbroken als er een wenkbrauw de lucht in gaat om te flirten met een leuk meisje uit het publiek. Maar als de muziek begint schrikken de jonge meisjes zich een hoedje, want er wordt direct stevig van leer getrokken.  

Robot was het eerste nummer van Palio Superspeed Donkey waar ik bewust mee kennis maakte, toen dit voorbij kwam in een uitzending van Noorderslag op tv. Ik was er meteen door gegrepen en kwam er achter dat ik al een ander nummer van ze kende, zonder dat ik wist dat het van hun was. Voor de commercial van KPN (Hi) werd namelijk het nummer That’s What I’m Not gebruikt. Verder onderzoek bracht aan het licht dat ze een EP (Wateramp) hebben uitgebracht en later heruitgebracht. Met de hoekige, snelle en frisse garagepop hadden ze al snel een Arctic Monkeys label aan hun broek hangen. Een kleine toer door Nederland begon op 8 februari in het bovenzaaltje van Paradiso en het eindigt er vanavond ook. Beide keren is het uitverkocht.

In afwachting van de band zie ik iets opvallends. Het publiek bestaat namelijk bijna alleen uit mensen van onder de twintig en boven de veertig. Zouden er veel papa’s en mama’s bij zijn? Dat groepje daar lijkt wel een handvol leraren. Degene onder de twintig zijn vooral meisjes, waarbij het leuk is om te zien dat vriendinnen er vaak hetzelfde uitzien. Zelfde haardracht, schoenen, shirtje…  Ze giechelen heel wat af ondertussen een beetje schichtig en onwennig om zich heen kijkend. Langzaam maar zeker stroomt het vlak voor het podium vol met deze jonge deernes, die er helemaal klaar voor zijn om zich te laten inpakken door de ook al zo jonge jongens van de band, met een zenuwachtige jubelstemming voorafgaand aan een schoolfeestje tot gevolg.

Stevig dus, dat begin. Over het algemeen zijn de meeste nummers vrij snel, stevig en niet al te ingewikkeld. De ideale garagepop dus, hoewel ze af en toe lonken met vrolijke lichtvoetigheid, zoals in het eerder genoemde Robot met die fijne samenzang, of gewoon onbeschaamd een Pixies rip-off doen met het nummer Fishes. Met slechts een EP onder de arm is het repertoire bescheiden en duurt het concert een uurtje. Dat uurtje laat een gemakkelijk spelende band zien, vol energie, die gemixte signalen geeft wat betreft hun uitstraling. Aan de ene kant zanger/gitarist Sam, die met zijn coole houding tegen arrogantie en desinteresse aanschuurt (misschien geveinsde aspecten die er wel onlosmakelijk mee verbonden zijn) en aan de andere kant gitarist Willem die met een rode blos op zijn wangen overloopt van enthousiasme en iedereen van zijn kapper tot de geluidsman een plekje in het spotlicht gunt. Laten we hopen dat deze tegenstelling een positieve uitwerking blijft houden op dit gretige bandje, dat overigens ook aandacht verdiend in de categorie van twintig tot veertig jarigen!   

dinsdag 12 maart 2013

The Pineapple Thief - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 11 maart 2013



Jaren geleden schreef ik voor een muziekblad. Dan kreeg je cd’s toegestopt van bandjes die min of meer je muzikale smaak benaderden. Zo kreeg ik Abducting The Unicorn (1999) in handen en een paar jaar later 137 (2001). Voor dat laatste album schreef ik een recensie. “De muziek van Pineapple Thief kwam als een aangename verrassing. Met hun voeten stevig in jaren zeventig aarde lieten ze met hun debuut Abducting The Unicorn een staaltje progressieve rock horen, die wist te boeien door de goede composities die zeer intense en meeslepende momenten van ontlading kenden. Het schurkte zelfs af en toe tegen de muziek van bijvoorbeeld Sunny Day Real Estate aan. Nu is er dan 137. De nummers zijn weer aardig van lengte, maar de toch wat zeikerige zang vindt steeds vaker zijn evenbeeld in de nummers die een stuk softer en vlakker zijn geworden. De balans is verschoven naar repeterende elementen en de nadruk ligt op de sprookjesachtige, dromerige kant, waardoor het spanningselement dat in Unicorn zo goed naar voren kwam, hier ver te zoeken is. Jammer.” Het laat ook meteen het punt zien waar ik de band uit het oog heb verloren.

Vele jaren later hoorde ik een track van Someone Here Is Missing, Nothing At Best, dat me opnieuw wist te pakken. Toch maar dat album beluisterd, waarbij ik al snel merkte dat het me interesseerde, maar niet helemaal inpakte. Toen ik zag dat de band in het bovenzaaltje van Paradiso zou spelen heb ik toch maar kaartjes gekocht. Eentje voor mezelf en eentje voor een vriend, waarmee ik weer eens bij moest praten. Mocht het muzikaal tegenvallen, dan hadden we in ieder geval een gezellige bijpraat avond.

We staan enigszins verbaast te kijken naar de mensen die hier op af zijn gekomen. Er staan veel ouderen die mijn kinderen al gauw als bejaard zouden betitelen. Ze staan vooraan, kennen alle teksten en genieten zichtbaar van de muziek van de band. Toch wat vreemd om een zilverharige nette dame zachtjes het hoofd zien te schudden op de maat van deze luide muziek. Want luid is het. Wat het geluid niet ten beste komt. We staan ook vooraan en na een paar nummers gaan de bas en bassdrum zo dreunen, dat de flesjes water ervan gaan dansen en omvallen en zelfs het keyboard twee keer van de standaard trilt. Dat is jammer. Zeker voor ons, omdat we de nummers niet allemaal kennen en nu de zuivere finesses missen die je van een progressieve rockband juist zo verwacht. Met het optreden zelf is verder weinig mis. Ze spelen een aardige set, de zanger/gitarist weet de hardcore fans die zijn gekomen (in niet al te grote getalen, want het is zeker niet uitverkocht) goed te bespelen en bedankt ze dat ze niet naar het concert van Steven Wilson (Porcupine Tree) zijn gegaan die op hetzelfde moment in een uitverkochte Melkweg staat te spelen. Het valt me op dat de bassist met een koptelefoon op speelt en dat de toetsenist alle muziek in noten op zijn laptop voor zich heeft staan. Het wordt me ondertussen ook duidelijk dat het over het geheel genomen toch niet echt mijn soort muziek is. Ik hoor dat het goed in elkaar steekt, maar het pakt me niet echt. Zoals ik bijvoorbeeld ook bij Tool heb.

Na een volwaardige set gaan de mannen van het podium af. Het is wat pijnlijk om te horen dat er maar een paar mensen klappen om een toegift. Toch komen ze terug en spelen ze tot mijn verrassing Nothing At Best dat tot mijn spijt ook al niet helder uit de mix komt. De toetsenist, waar ik toch vlak bij sta, heb ik deze avond nauwelijks boven de anderen uit gehoord.

Nou ja, in ieder geval weer lekker bijgepraat. De ijzige kou buiten snoert ons daarna alsnog de mond.


donderdag 14 februari 2013

The Joy Formidable - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 13 februari 2013



“The mighty Van Halen. I first saw them open for Black Sabbath at the Hammersmith Odeon, 1978. They had a PR gal with them who was a complete bitch. She treated us photographers with contempt. She wanted photographers to sign a contract (this was unheard of at the time). Fuck her. None of us shot the show, but I went out to watch them. They played for forty-five minutes and acted like the Mongol hordes conquering Europe. The funniest part was David Lee Roth telling the crowd of smelly Sabbath fans that Hammersmith is “THE ROCK ‘N’ ROLL CAPITAL OF THE FUCKING WORLD!”. I shot them when they came back headlining the Rainbow Theatre. It was one of the best shows I’ve ever seen and, yes, Dave did tell us “THE RAINBOW IS THE ROCK ‘N’ ROLL CAPITAL OF THE FUCKING WORLD!”. And for the seventy-five minutes they played, he was right.” Ross Halfin.


Ze is maar een paar turven hoog, maar ATTITUDE! heeft ze volop. Ritzy Bryan is de zangeres/gitariste van The Joy Formidable die vanavond in een niet eens uitverkocht bovenzaaltje van Paradiso speelt. Ritzy (blonde bob en grote ogen) weet samen met drummer Matt Thomas en bassist Rhydian Dafydd een ongelooflijke portie overdonderend geluid in hun songs te stoppen, waarbij ik me niet zal verbazen als een volgende orkaan de vrouwennaam uit hun bandnaam zal krijgen. Dat geluid is trouwens zeer eigen en herkenbaar te noemen en ook op het nieuwe album Wolf’s Law prijken weer volop heerlijke songs die als een goederentrein à grande vitesse de boxen uit bulderen. Live gaat de boel nog eens in de overdrive, waardoor mijn opgenomen filmpjes compleet overstuurd zijn, aangezien ik geen oordoppen voor mijn iPhone mee had genomen.


Op de setlist staan twaalf songs, dus ik verwacht een concert van een uur. Dat wordt met een toegift van drie songs al snel anderhalf uur. Met veel nieuw materiaal overigens en zoals altijd met volle overgave. Ritzy nodigt ons uit om naar voren te komen, niet bang te zijn. Ze vraagt ons wat ze moeten doen de komende vier dagen dat ze in Amsterdam zijn (ze spelen in het voorprogramma van Bloc Party in de Melkweg op de 15e en 16e). Een fiets stelen en naar de hoeren gaan, krijgen ze als advies… Tijdens de nummers zie je dat de band het ook onderling enorm naar de zin heeft. Er wordt wat geduwd en geschopt tussen de zangeres en haar vriendje en die laatste gooit ook nog even een handdoek naar het hoofd van drummer.


Tussen al het rockgeweld van bekende nummers als Austere, Cradle en I Don’t Want To See You Like This en nieuwe songs als Cholla, This Ladder Is Ours en Maw Maw Song treffen we twee kleine rustpuntjes tijdens het ingetogen The Silent Treatment over een gewelddadige relatie en bij het tweede nummer van de toegift, de ‘hidden track’ van Wolf’s Law dat tevens de titeltrack is. Verder is het is één bonk energie die je te verstouwen krijgt die in het laatste nummer (zoals gewoonlijk) tot een kokend hoogtepunt komt. Tijdens Whirring gaan alle remmen los, springt de bassist de zaal in en geeft zijn bas aan een meisje dat er verder op mag raggen, klimt Ritzy bovenop het drumstel en gooit ze haar microfoonstandaard om die even later weer netjes op zijn plek wordt gezet waarna ze het ding met een blik van ‘wat moet jij hier’ direct weer omtrapt. Hun inzet wordt beloond, het publiek gaat uit zijn plaat. Heel eventjes was het bovenzaaltje van Paradiso “THE ROCK ‘N’ ROLL CAPITAL OF THE FUCKING WORLD!”.

donderdag 29 november 2012

Biffy Clyro - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 28 november 2012



Drip, drip, drip, drip, drip klinkt het a capella en tegen de draad in van de muziek die later wordt ingezet. Drip, drip, drip, drip, drip druipt het zweet van het ontblote bovenlijf van Simon Neil. Een feit waarom na elk nummer zijn gitaar wordt gewisseld en grondig wordt gedroogd met een handdoek. Het feit waarom het effectenbord van zijn gitaar op de grond is omhuld in plastic dat er de hele show op blijft zitten. Dat zweet komt er niet vanzelf. Hier wordt geROCKed!!!

Het is 30 april 2002. Koninginnedag in Amsterdam. Die avond zal er een vrijwel onbekend bandje in het bovenzaaltje van Paradiso spelen. Ze heten Biffy Clyro en hebben net hun debuut album uit. Ik ben meteen fan van hun eclectische muziek en sla me door het hoofdprogramma, Cooper Temple Clause, heen om Biffy in het naprogramma (!) rond een uur of één ’s nachts een verpletterende show te horen, zien en voelen spelen, waarmee ze de hoofd act finaal de tent uit blazen. Een optreden dat ik niet snel zal vergeten. In de loop der jaren heb ik ze meerdere keren gezien, o.a. in Londen. Eén ding staat buiten kijf en dat is dat ze na al die jaren nog niets van hun rauwe inzet, energie en kracht hebben verloren. Hoewel ze steevast beginnen met “Hello, we’re Biffy Clyro” en vervolgens de hele show nog geen drie woorden spreken, laten ze hun muziek het werk doen. Vanavond is het niet anders.

Aan de vooravond van het nieuwe dubbel (!) album Opposites dat in januari uitkomt wil de band enkele zeer intieme optredens geven in kleine clubs. Na bijvoorbeeld de Bi-Nuu Club in Berlijn en Debaser in Stockholm is dat bovenzaaltje van Paradiso aan de beurt. Fans kregen van tevoren een mailtje van de band wanneer de voorverkoop zou gaan beginnen. Paradiso was binnen enkele minuten uitverkocht. Niet zo gek gezien het feit dat de groep sinds het uitkomen van Only Revolutions een veel grotere fanschare voor zich wist te winnen en volgend jaar in Londen maar liefst in de O2 gaat spelen met een capaciteit van 20.000 mensen. Wat dat betreft mogen de 250 mensen – waaronder veel buitenlanders - die hier vanavond aanwezig zijn zichzelf gelukkig prijzen.

Ik heb dit podium nog nooit zo vol zien staan met spullen. De helft wordt ingenomen door alleen al het drumstel en de geluidsapparatuur. De bewegingsruimte voor Simon en James is minder dan een stap. James grapt er tijdens de show over als hij zegt dat hij Simon aan kan raken zonder van zijn plek te komen. Voor deze tour hebben ze er ook nog een tweede gitarist bij en een pianist die helemaal links in de gordijnen hangt. De vraag hoeveel geluid dit zaaltje aankan wordt direct beantwoord als de band zeer punctueel op het podium verschijnt en direct met de nieuwe track Stingin’ Belle ons de oren van het hoofd blaast. Ik schroef mijn doppen nog wat dieper mijn oren in. Het geluid hier vooraan is niet optimaal, eventuele finesses worden in de orkaan gesmoord, maar deze oerknal heeft wel degelijk zijn impact en Simon maakt het beste van de zeer gelimiteerde bewegingsruimte. Booooom, Blast And Ruin indeed!

Anderhalf uur lang, voornamelijk stevig rockend, met die heerlijk tegendraadse en soms niet te volgen ritmes (Living Is A Problem Because Everything Dies) in dynamische nummers, maar soms ook wat gas terug in dit oververhitte zaaltje met een solo uitvoering van God And Satan. We zingen, juichen, klappen, schudden onze hoofden en springen op en neer op veel nieuwe nummers, zoals de single Black Chandelier en Sounds Like Balloons, oude bekenden als 27 en Strung To Your Ribcage en natuurlijk prijsnummers van hun grote doorbraakalbum zoals The Captain en Many Of Horror. De drie nummers van de toegift (Hope For An Angel, Living Is A Problem Because Everything Dies en Mountains) ronden deze avond af.

Alles is ondertussen vastgelegd door 3voor12 en we kunnen op 28 en 29 januari 2013 nog een keertje nagenieten (met beter geluid) van deze mooie avond.

Ps. Mocht iemand mij te zijner tijd kunnen helpen aan de video opnames die worden uitgezonden via tv-kanaal Cultura24, dan houd ik mij ten zeerste aanbevolen!!!