Posts tonen met het label martial arts. Alle posts tonen
Posts tonen met het label martial arts. Alle posts tonen

maandag 18 augustus 2014

Merantau


Vóór The Raid 2: Berendal was er The Raid: Redemption. Maar vóór The Raid: Redemption was er al Merantau. Merantau staat voor de weg die een jongen moet afleggen voordat hij zich een man kan noemen. Het plattelandsdorpje waar Yuda woont hecht grote waarde aan deze reis naar volwassenheid, die voor Yuda inhoudt dat hij zijn familie achter laat en naar Jakarta gaat. Daar hoopt hij werk te vinden als (Pencak) Silat leraar. Een laatste traditionele oefening met zijn meester laat zien dat de jonge man hier erg bedreven in is. Maar helaas gaat niet alles volgens plan en blijken de contacten in de stad verouderd. Het gebouw waar hij moet zijn is afgebroken en de telefoonnummers op zijn briefje zijn afgesloten. Dat wordt dus overleven, op straat, met alle gevolgen van dien. Dieven, prostitutie, criminelen… Zijn nobele inborst en gevoel van rechtschapenheid brengen hem in de problemen als Yuda niet machteloos toe kan kijken hoe een meisje wordt mishandeld. Het wordt al gauw matten, hoewel dit niet de verwachte uitkomst brengt. De reis is pas begonnen en gaat met vallen en opstaan.

Gelukkig gaat dat vallen en opstaan gepaard met een flink aantal spetterende vechtscènes waarin de jonge hoofdrolspeler Iko Uwais laat zien wat hij in huis heeft. Daar maakt regisseur Gareth Evans maar al te graag en zeer goed gebruik van. De vechtchoreografieën zitten strak in elkaar en Evans filmstijl komt al goed naar voren. De actie in volle glorie in beeld brengen en af en toe meebewegen met de richting van de actie zelf. Hoewel het verhaal ook nu weer flinterdun is, zit er toch een moment van sociaal bewustzijn en introspectie in, die het geheel een basis geven. Het acteren (zeker van de Westerse acteurs) is misschien niet van hoog niveau, maar dit zijn allereerst vechtsporters, die uitblinken in waar zij en de kijker voor gekomen zijn: actie! Evans weet die actie mooi te doseren. Van de mooie, zeer traditionele oefeningen in het begin, via de hectische straatgevechten in het midden naar de brute confrontatie met de topcriminelen aan het einde.


Dat Evans begreep dat die actie het sterkste punt was liet hij vervolgens zien in zijn volgende film, die daar bijna alleen maar uit bestond…

woensdag 2 april 2014

Wu Xia


In enkele subtiele en liefdevolle penseelstreken wordt een plattelandsgezin neergezet, waarbij de dag zijn loop neemt en vader in het naburige vredelievende dorpje dat bekend staat om zijn papierfabricage aan de slag gaat. Dan komen er twee niet al te snuggere dieven de winkel overvallen, waarbij de twee oude eigenaren worden belaagd. Vader Liu Jin-Xi kan dit niet aanzien, grijpt zo goed als hij kan in en dood de misdadigers met veel geluk. De man is de held van het dorp.

Detective Xu Bai-Jiu onderzoekt de zaak, bijt zich er in vast en komt er achter dat Liu niet is wie hij beweert te zijn. Maar wie is hij dan wel? Via een schitterende Sherlock Holmes-achtige analyse zie je hoe de inspecteur vanuit de getuigenverklaringen deduceert hoe het gevecht in de winkel echt moet zijn verlopen, of althans, hoe hij denkt dat het gegaan moet zijn. Als kijker weet je nog altijd niet of het wishful thinking is, of dat hij echt zo slim is. Als oplettende kijker weet je dat Liu wordt gespeeld door Donnie Yen, die bekend is van o.a. Ip Man faam, dus daar moet zeker wat achter zitten.

Gevoed door de woorden van de wet wordt Liu een obsessie voor Xu, zonder dat hij een echt bewijs kan vinden. Door deze obsessie worden echter slapende honden wakker gemaakt uit het verleden.

De basis van dit verhaal heeft wat weg van A History Of Violence. Een man die zijn gewelddadige verleden wil ontlopen, maar daar niet mee weg komt als dat verleden hem in de kont bijt en onschuldigen het slachtoffer dreigen te worden. Nu dan tegen de achtergrond van begin 19e eeuws China en het leven op het platteland, waar we de gebruiken van de dorpsclan meemaken. De bloederige beelden van het onderzoek zijn indrukwekkend, evenals de fotogenieke plattelandstafereeltjes. Voor een film die Wu Xia heet, zijn het aantal martial arts scènes niet talrijk, maar wat er wel in zit is imponerend uitgevoerd en mooi in beeld gebracht. De nadruk van de film ligt echter op de sfeer en het verhaal; het (nood)lot, familiebanden en bloedbanden.


Mijn eerste kennismaking met dit soort films was in de jaren tachtig, met films als A Chinese Ghost Story en Bride With White Hair. De eerste keer dat je zo’n film ziet is overweldigend. Nog nooit had ik zoiets meegemaakt. Toch heb ik er in de loop der jaren niet zo heel veel gezien. Er bleken maar weinig films die nog echt diepe indruk wisten te maken. Deze film kent een mooie kleine intieme opzet binnen dat plattelandsleven, maar voegt verder niet zo heel veel toe aan het genre. Toch is het een onderhoudende poging en zeker niet slecht.

donderdag 18 april 2013

The Grandmaster



De slotfilm. De prijsuitreiking. Alleen voor genodigden. Tenminste, tot voor kort, want de overgebleven tickets zijn alsnog in de verkoop gegaan voor simpele zielen als ik, die niet in Amsterdam wonen en de laatste voorstelling toch niet mee kunnen maken omdat dit het thuis komen bemoeilijkt. Zou ik de film, die op zich niet te hoog op mijn verlanglijstje staat omdat ik wel een beetje klaar ben met martial arts, eerst niet kunnen zien, nu dus wel. Dus begeef ik me weer naar boven, de lange houten trappen op richting die grote in de lucht hangende zaal, waar ik mijn ‘gatskaken’ naast de ingang op één van de gekleurde zitpoefjes neervlij. 

De slotfilm. De prijsuitreiking. Het is te merken. Daar loopt “hallo, ik ben Chris Oosterom, artistiek directeur van dit festival”, die zijn stoute schoenen (Vans) heeft uitgetrokken en er nette voor in de plaats heeft gedaan met bijpassend pak. Kijk aan, daar is ook productieleider Kelly Willemse in een prachtig jurkje in zwijgende film kleuren, hoewel de bijpassendheid van haar schoenen discutabel zijn. Iedere medewerker die straks om welke reden ook in het voetlicht treedt is vanavond mooi opgedoft.

En dus volgen de bedankjes (Eye, sponsors, medewerkers, vrijwilligers, publiek – alstublieft) en worden er prijzen uitgereikt door ‘vakkundige’ jury’s. Dat ik het daar als onderdeel van het kijkend publiek niet altijd mee eens ben mag de pret niet drukken. En ach, laat ik die gratis bytes benutten en alles even opnoemen.

De Black Tulip-jury, bestaande uit Renate Dorrestein (schrijfster), Berend Jan Bockting (journalist) en Maarten Groen (directeur/regisseur DPPLR) kende de Black Tulip 2013 toe aan: Wolf Children van Mamoru Hosoda.

De Méliès-jury, bestaande uit Ronald Rovers (journalist), Erik de Jong (muzikant Spinvis) en Esther Rots (filmmaakster) kende de Méliès d’Argent 2013 voor de Beste Europese Fantastische Film van Imagine toe aan: Fin van Jorge Torregrossa.

De Méliès d’Argent in de categorie Beste Korte Europese Fantastische Film toegekend aan Perfect Drug van Toon Aerts.

De MovieZone Jury, bestaande uit de jongeren Sam ten Thij, Margot van Helvert, Janneke Angeneind, Maxime Pottuit en Maarten Valstar, kende de Imagine MovieZone Award toe aan: Citadel van Ciarán Foy.

De publieksfavoriet is nu nog niet bekend want er draait nog een film waarvoor gestemd moet worden. Maar de volgende dag komt mijn hoop uit en gaat The Battery van Jeremy Gardner & Adam Cronheim er met de Silver Scream Award vandoor.

Wat mij betreft zijn de Silver Scream Award en de MovieZone Award dus het best gekozen.

We zien trailers van de winnende films, filmpjes van de winnaars of winnaars die hun prijs persoonlijk in ontvangst nemen. Applaus, award, applaus, bloemen, applaus.

Dan is het tijd voor de nieuwe martial arts film van Wong Kar Wai, die vol zit met Kung Fu, Wing Chun, Baguazhang – 64 hands, Noord en Zuid, oude wijze leermeesters, ongeduldige opstandige jongelui, Oosterse wijsheden, sierlijke vechtchoreografieën van Yuen Woo-ping, onmogelijke liefde, eer en dus ook wraak, verlies, close-ups, slow motion, wind, regen, een stalen blik maar leuke oortjes, perfect uitgebalanceerde shots als kleine kunstwerkjes, melodrama, strijkers en violen, witte wintertuinen…  

Het verhaal van IP-man, de man die Bruce Lee trainde, ook al komt die laatste er verder niet echt in voor. Het is mooi gemaakt, maar niet iets dat ik niet eerder en hetzelfde heb gezien. Het meest interessante deel vind ik als IP-man (Tony Leung) als vertegenwoordiger van het  Zuiden een bezoek brengt aan de oude meester van het Noorden, die met ‘pensioen’ gaat, een laatste demonstratiegevecht wil en een huis vol afgevaardigden heeft, ieder met een eigen vechtstijl. Als IP-man het huis door gaat, ontmoet hij drie mensen die hun stijl laten zien in een vriendschappelijk treffen met hem.

Een stemoordeel mogen we niet geven, want er zijn te veel genodigden en medewerkers aanwezig, wat de stemming zou kunnen beïnvloeden. Maar de mijne zou ‘zozo’ zijn geweest, omdat ik er – zoals ik verwachtte -  toch wel een beetje klaar mee ben.

Conclusie over Imagine? Ik heb een stuk minder films bekeken dan normaal. Dat heeft te maken met het feit dat ik er al een aantal had gezien, er dit keer minder is te combineren (vorig jaar draaide een film drie keer, nu twee keer) en er veel bij zat waar ik geen interesse in heb (losse films, maar ook onderdelen als Bollywood en Anime). De nieuwe locatie is erg mooi en goed bereikbaar, maar in mijn ogen niet sfeervol passend bij het festival. Zoals altijd heb ik films in alle oordeelcategorieën gezien, van hopeloos tot zeer goed, waarbij het gemiddelde in ieder geval voldoende was. De verrassingsfilm was bagger en gezien de historie zou je denken dat men daar iets mee zou moeten doen. Er waren weer volop gasten, leuke Q&A’s en weinig zaken die echt mis gingen. Toch zag ik dit jaar minder vaak oude bekenden (Jan Doense, Mark van den Tempel, Erik Kriek, Typex, en een hele hoop bezoekers die ik elk jaar zie, niet ken, maar er nu dus een paar van minder of geheel niet zag). Toch heb ik het gevoel dat de directie van het festival een andere richting op wil gaan. Er meer bij willen horen, niet meer het ondergeschoven kindje willen zijn, indruk willen maken, gelikt over willen komen. Daar lijkt het steeds meer naar toe te gaan. Iets dat niet alle oudgedienden (van medewerkers tot vrijwilligers tot bezoekers) die al jaren en jaren naar dit festival gaan op prijs zullen stellen. Ik zeg niet dat het een verkeerde richting is en ik begrijp het ook best.

De dertigste editie is volgend jaar. Misschien een goede tijd om een nieuw festivalletje te beginnen, terug naar de krochten van Kriterion, of Pathé City voor mijn part, dat met zijn kruipdoor sluipdoor gangetjes en voldoende zalen genoeg duistere sfeer en mogelijkheden biedt om films te draaien die terug gaan naar het horror genre, waarvan het hart toch het hardste gaat kloppen in velen van ons.  

zaterdag 21 april 2012

The Raid: Redemption (Serbuan Maut)



Deze film heeft nu al een reputatie opgebouwd tijdens de korte duur van het festival. Hij staat namelijk nummer één met de onwaarschijnlijk hoge score van 9.28. Kom maar op!

Tama Riyada is een onderwereld figuur die de scepter zwaait vanuit een grote flat vol met gespuis. Een speciaal team van de politie moet het gebouw innemen.

Afgezien van twee irritaties (iemand die de meest krakende en sterkst ruikende crackers op aarde heeft weten te vinden en die verorbert rechts van mij en iemand die zijn mobiel niet met rust kan laten waardoor er steeds weer een schermpje oplicht links van mij) heb ik maar twee woorden voor deze Indonesische film:

F!!CKING BRUUT

Selamat menyaksikan!

Stemoordeel: zeer goed

Let’s Go (Bao wei zhan dui zhi chu dong la! Peng you!)



Siu Sheung kent een met Batman vergelijkbaar trauma uit zijn verleden. Zijn vader wordt voor zijn ogen neergeschoten als hij nog een kleine jongen is. Alleen de uitwerking is anders. Batman trekt een vleermuispak aan om het kwaad te bestrijden. Siu Sheung was al jaren groot fan van een Transforner-achtige superheld maar zweert vanaf de fatale dag alleen nog maar op zijn eigen vuisten te vertrouwen. De superheld verdwijnt naar de achtergrond. Aardig onderlegd in de gevechtkunst helpt hij op een gegeven moment een jongen die een goede vriend wordt en ideeën heeft voor een superhelden groep: Earth Guard. “Too little good guy, too many bad guy. I have a dream…” zegt de fantast in gebrekkig Engels.

Siu krijgt een aanbod om te gaan werken voor de Matsumoto Company, in de beveiliging, om de grote baas te beschermen. Hij komt in contact met de dochter van de baas Annie, die wel van een verzetje houdt en binnen de kortste keren kind aan huis is bij Siu en zijn moeder, zoals een zeer ludieke scène laat zien. Zo gezellig als het daar is, zo slecht gaat het ondertussen bij het bedrijf waar enkele machtswellustige lijfwachten in opstand komen, met een zeer bloederig (messen-)gevecht tot gevolg. De verhoudingen zijn veranderd. Als ook Siu het slachtoffer wordt gaat het plan van zijn goede vriend toch nog vorm krijgen.

Let’s Go is niet alleen komisch, de gevechten zijn best in orde en af en toe nog redelijk grimmig, zoals het messengevecht laat zien. Hier en daar is het melodrama op een lekkere manier aangezet en een explosief einde zorgt voor het nodige spektakel. Maar nergens gaat het echt helemaal los. Dat hoeft ook niet. Dat zou het komische karakter van de film misschien zelfs te veel in de weg staan en juist dat maakt Let’s Go is goed in balans en een fijne kijkervaring.

Mocht de hoofdrolspeler je bekend voorkomen, dan kan dat kloppen. Hij speelde ook al in Revenge: A Love Story (ook te zien op het festival en een aanrader op totaal ander niveau) en Dream Home (zeker ook een aanrader, al moet je die zelf zien op te sporen).

Stemoordeel: goed

woensdag 18 april 2012

Reign Of Assassins (Jianyu)



Ik kwam voor het eerst in aanraking met martial arts op het bewegende scherm toen ik als kleine jongen in de jaren zeventig vol verwondering en bewondering naar de serie Lin Chung en de Rebellen van Liang Shan-Po keek op tv. In deze Japanse serie (ook bekend onder de naam The Water Margin)over het feodale China van duizend jaar geleden strijden rebellen tegen het corrupte en wrede keizerlijke regime, verpersoonlijkt door de gouverneur Kao Chiu. Onder de rebellen bevonden zich natuurlijk Lin Chung zelf, de ‘Robin Hood’ avant la lettre, een zuivere held, maar ook de olijke monnik Lu Ta, de indrukwekkend getatoeëerde Wu Sung en de man die zulke gigantische sprongen kon maken Tai Sung. Maar het meest onder de indruk was ik van Hu San-Niang, de mooie dame die met maar liefst twee zwaarden tegelijk (zowel boven- als onderhands in gebruik) het kwaad te lijf ging en die méér dan haar mannetje stond. Wauw. Dat ze zo konden vechten. Dat een vrouw zo kon vechten. Dat ik met mijn on-Hollandse uiterlijk werd uitgescholden door een oudere jongen uit de buurt voor Lin Chung deerde mij niet zo veel. Het was een geuzennaam die ik maar al te graag droeg.

Via de Amerikaanse serie Kung Fu, stripboeken, korte tijd de tv-piraat,  en later de reeds besproken Horrorclub kreeg ik eens in de zoveel tijd een injectie van een genre dat me altijd blijft fascineren, ook al hoef ik er niet te veel van te zien. Later bracht Ang Lee het genre naar een groter publiek met zijn Crouching Tiger, Hidden Dragon.

Hoewel ik onlangs de Water Margin weer eens heb bekeken, is het lang geleden sinds ik een Kung Fu film heb gezien. Ik ben dus best benieuwd naar Reign Of Assassins die op het Imagine film festival te zien zal zijn.
Een legende. Helden, schelmen, een magiër, moordenaars, een wijze monnik en een fatale vrouw. Martial arts. Speren, tijgerklauwen, een flexibel zwaard, verborgen dolken, sikkels, vlammende zwaarden en naalden. Martial arts. Verpakt in wervelende actie scènes, waarbij personages in onmogelijke posities, al vliegend en in slow motion hun vechtkunsten tonen. Eer, wraak, trouw, verraad. Martial arts. Afgewisseld met zoektochten, Oosterse wijsheden, karakterontwikkeling, een vleugje romantiek en hier en daar een aap uit de wijde Kimono-mouw.

Leuk, gesneden koek voor de liefhebber, maar uiteindelijk weinig nieuws onder de Chinese zon.