Posts tonen met het label war. Alle posts tonen
Posts tonen met het label war. Alle posts tonen

zondag 16 maart 2014

300: Rise Of An Empire


Het lichaam is als uit brons gegoten, uit marmer gehouwen. Een scherpe tong en een nog scherper zwaard dat klieft door lijven, als een mes door boter, hectoliters bloed verspillend. Maar ook de blik kan doden, of verleiden. Ogen als twee blauwe meren des doods met verkoolde randen waarin je kunt verdrinken. Ze is Artemisia, een Griekse furie die vecht voor de Perzen tegen haar eigen volk met een zwartgallige bitterheid wegens het onrecht dat haar is aangedaan. Bij haar is zelfs een vrijpartij een veldslag, waarbij je niet ongeschonden uit de strijd komt.

300: Rise Of An Empire loopt qua tijdsbestek deels parallel aan en deels na 300. We zien hoe Xerxes zijn vader verliest in de strijd en een soort van Godmens wordt, buiten beeld de strijd aan gaat met de 300 Spartanen aldus de hoofdrol van deze film overlatend aan Artemisia (Eva Green) die een potje zeeslag speelt met de weinig inspirerende Themistocles en zijn Grieken. En wat een heerlijke hoofdrol is dat!

Voor de rest niet zo veel nieuws onder de duistere hemel, met vooral veel bloederige gevechten in slow motion door stoere mannen met six-packs waarbij het (digitale) bloed soms letterlijk op de camera spettert. Onbezwaard kan men zich verlekkeren aan deze geweldsporno omdat de link met de (nog onuitgegeven) comic nooit ver weg is en dit hyperrealisme ook nu soms prachtige bewegende schilderijen laat zien, zoals wanneer een schip is opgeblazen en er onder water een wir war van wrakstukken en mensen in beeld zweven.


Maar zoals gezegd, de onbetwiste ster is Eva Green als een Dame To Kill For. Gelukkig kunnen we haar onder die noemer binnenkort in het tweede deel van alweer een Frank Miller gerelateerd product – Sin City – tegenkomen. Geen wonder dat Miller er maar niet aan toe komt om die comic genaamd Xerxes af te maken.

dinsdag 24 januari 2012

Süskind


Alweer een Nederlandse film over de oorlog. Dit keer over Walter Süskind. Een bijdehante Duitse Jood die in 1942 wel door heeft dat als hij (met zijn gezin) de oorlog wil overleven, hij een plek binnen de Joodsche Raad moet zien te bemachtigen. In deze tijden moest de Joodsche Raad lijsten opmaken van Joden die gedeporteerd zouden worden naar kampen in Duitsland voor tewerkstelling. Walter krijgt de leiding over de Hollandsche Schouwburg, waar alle Joden zich moeten melden voorafgaand aan hun deportatie naar kamp Westerbork. Tegenover de schouwburg zit een Synagoge die dienst doet als (tijdelijk) opvanghuis voor Joodse kinderen. Door met de administratie te rommelen krijgt Walter het voor elkaar om uiteindelijk 600 kinderen te redden van hun ondergang.

We beleven alles uit het oogpunt van Walter. Hoe hij langzaam maar zeker oog krijgt voor het lot van anderen (de kinderen). Hoe er manieren worden verzonnen om die kinderen uit de opvang, naar het platteland te smokkelen. Dat je als kind met een ‘typisch Joods uiterlijk’ minder kans had om door een familie opgenomen te worden. Hoe hij op slinkse wijze de SS-er Ferdinand aus der Fünten, die de opdracht had om Amsterdam zo snel mogelijk ‘Judenrein’ te maken, weet te paaien met aandacht en cadeaus.

Het is een boeiend verhaal dat echter de heftige ellende buiten beeld laat. De honderden Joden die wel in de rij staan voor transport krijgen geen gezicht. Als het een keer mis gaat met de kindersmokkel, dan is dat op beschermende wijze in beeld gebracht. De nadruk ligt dit keer op het positieve, namelijk het feit dat er 600 kinderen zijn gered en een leven hebben gehad na de oorlog. Het maakt het kijken naar een film die de deportatie van de Joden als belangrijke peiler heeft toch wat vreemd. Het lijkt bijna een jongensboek, avontuurlijk, informatief, maar met oogkleppen op om de vreselijke ellende maar niet te hoeven zien.
Wat dat betreft maakt de scène waarin Walter en zijn vrouw door prikkeldraad zijn gescheiden in een kamp de meeste emotionele indruk. Het offer dat zij doet om hem een laatste kans te gunnen een goede daad te verrichten is een flink staaltje van zelfopoffering. En hoewel Walter vele kinderen redt, krijg je nauwelijks het gevoel dat hij zelf iets op moet offeren of gevaar loopt. Zelfs niet als hij een pistool op zijn hoofd krijgt. Hij weet zich er vast wel uit te praten, die innemende man.

maandag 26 september 2011

Essential Killing



28 augustus 2011


In de onherbergzame woestijn van een onbekend land zoeken drie gewapende militairen ergens naar. Een bange man die op de vlucht lijkt te zijn, pakt een wapen uit handen van een dode man en verbergt zich voor de militairen in een grot. Er vallen doden. De bebaarde man wordt gevangen genomen. Oranje pakken, zwarte kappen, militaire martelpraktijken.  Vervolgens een transport, per vliegtuig en truck. Door een toeval kan de man vluchten. Geboeid, op blote voeten in een alweer een onherbergzaam land vol sneeuw en oneindige bossen slaat hij op de vlucht. Een grootse klopjacht volgt.

Feiten over locaties worden niet gegeven, maar het ligt er dik op dat de woestijn in Afghanistan ligt en de besneeuwde bergen Oost Europees zijn. De overeenkomst met een oord als Guantanamo Bay, het tussenstation van verhoor ligt er duimendik op. Maar dat zijn geen feiten. In de dromen van de man zie je flashbacks, flarden van zijn leven in een Islamitisch land. Maar of dat nu echt zijn eigen land is, of wat verder zijn rol of functie was blijft onduidelijk.

De man doet er alles aan om uit handen te blijven van zijn achtervolgers. Hij houdt zich in leven met een dieet van mieren, boomschors, bessen en moedermelk (!) en vermoord iedereen die zijn vlucht in de weg staat.

Essential killing. Zinloos geweld. Een term die eind jaren ’90 werd geïntroduceerd. Er volgden leuzen met de vraag of er ook zoiets als ‘zinvol geweld’ bestaat. Over de titel van deze film zou je dezelfde discussie kunnen hebben. Wanneer is doden noodzakelijk? Het zou een subcategorie kunnen zijn van zinvol geweld. ‘Essential Violence’ zou dan weer een betere filmtitel zijn geweest, want dan kun je meteen redetwisten over de vraag of martelen in sommige gevallen onder die noemer zou kunnen vallen.

De hoofdrol wordt ingevuld door ‘enfant terrible’ Vincent Gallo. Een man die het in uitersten zoekt. Zoals met de beruchte fellatio scène in zijn omstreden film The Brown Bunny en onlangs nog met het nieuws over zijn laatste film die nooit een betalend publiek zal bereiken. Baanbrekend? Onbegrepen? Wie zal het zeggen. Soms pakt het best aardig uit, zoals in Trouble Every Day met Beatrice Dalle (ook al zo’n zorgenkind) als tegenspeelster. Dat moet een leuke draaitijd zijn geweest!

In Essential Killing doet Gallo eigenlijk maar één ding: rennen door besneeuwde landschappen met een pijnlijke blik in zijn ogen (heeft hij die niet altijd?). Voor het dramatische effect zitten er nogal wat onlogische en vergezochte zaken in de film. Daarnaast worden er zeer vele vragen opgeroepen, waarvan er geen één beantwoord wordt.

Wat overblijft biedt te weinig om aan te kunnen prijzen.