Posts tonen met het label Patronaat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Patronaat. Alle posts tonen

maandag 11 augustus 2014

The Posies – Patronaat Haarlem, 10 augustus 2014


Het voorprogramma heet Sunday Sun. Hun naam dekt de lading van hun muziek en het gevoel dat daarbij wordt opgeroepen. Uitslapen, een kop thee, een frisse douche, op de fiets, naar het park, frisbeeën met wat vrienden, blote voeten, koel gras, warme zonnestralen, een aardbeien ijsje, een verliefde zoen. Het leven zit mee, we doen niet moeilijk, we zijn vrolijk en met vierstemmige zang en Beatlesque insteek zijn hun popliedjes ‘the flavour of the month’. En Beck heeft een liedje over ze gemaakt, of zoiets…


Er zit in ieder geval vaart achter, dus weinig gaten of geouwehoer tussen de nummers door, wat fijn is, hoewel er verschillende pogingen worden gedaan tot publieksparticipatie, een op zich prijzenswaardig initiatief dat echter zeker voor een voorprogramma uit kan lopen op ongemakkelijke situaties als niemand echt mee doet. Toch jaagt al die vrolijkheid me in het harnas, pessimist die ik ben, en prik ik door het perfecte gevoel heen met het idee dat er altijd wel wat mis zou moeten gaan op die perfecte zondag, al was het maar een lekke band of een drol in het gras. De band eindigt hun set met Family Tree, een van de mindere nummers naar mijn mening, van hun eerste EP uit 2012, met hoog meezinggehalte dat via de reeds genoemde participatie niet echt van de grond komt. Muziek voor rasoptimisten?

The Posies heb ik in november vorig jaar nog in Amstelveen gezien. Het blijkt dat hun concept voor deze avond niet anders is en zonder dat dit is aangekondigd spelen ze dus wederom hun album Amazing Disgrace integraal. En dat doen ze goed, vol vuur en enthousiasme. Ook nu wordt er weer een hoop gegeind op het podium, horen we dat één van de leden die dag goed is weggekomen nadat die (per ongeluk) aan de noodrem trok in de trein, wordt een intro van U2 net zo makkelijk ingezet als dat er een jazzy intermezzo wordt gespeeld, vult de altijd hyperactieve Ken Stringfellow sommige songs vocaal wel erg fantasievol in en grapt hij over het laatste nummer van voornoemde album dat ze gaan spelen dat dit een soort ghosttrack was, zeer moeilijk toegankelijk in de rand van de cd geperst. Op het album valt weinig aan te merken (op voor mij het wat te zijige nummers Precious Moments na misschien) en de uitvoering is dus prima. Daarna zakt de boel een beetje in, met nummers van hun weinig interessante debuut Dear 23 en hun laatste album Blood/Candy, zoals het aparte nummer License To Hide waarin ze worden bijgestaan door Eva Auad (haar nieuwe album wordt geproduceerd door Ken die meteen grapt of er nog mensen in de zaal zijn wiens album hij niet heeft geproduceerd, waarna de drummer zijn hand opsteekt). Gelukkig valt er ook nog wat te genieten met bekende knallers als Flavor Of The Month, Solar Sister en Dream All Day en heb ik zelfs een kippenvelmomentje tijdens You’re The Beautiful One.



Misschien liggen de hoogtijdagen in het verleden, maar als de muziek nog steeds vol overgave wordt gespeeld en de impact niet aflatend is, wil ik daar graag eens in de zoveel tijd nog eens live van genieten.
Bijna twee uur duurt het concert en het eerste dat Ken doet als het afgelopen is, is van het podium springen en de trap op hollen naar een tafeltje van waarachter hij welwillend zijn cd’s verkoopt. Al had ik maar een fractie van zijn energie…




Ps. Ik heb aardig wat nummers opgenomen, maar waar het geluid bij Sunday Sun heel goed was, zorgde The Posies toch voor flink wat oversturing helaas, waardoor alleen The Certainty de moeite waard was om op YouTube te zetten.

vrijdag 6 juni 2014

Color Reporters - Patronaat Haarlem, 5 juni 2014


De Wereld Draait Door en het beroemde minuutje om je als bandje live in de kijker te spelen. Doordeweekdagelijks komen artiesten voorbij in alle soorten en maten. Slechts af en toe veer ik op, als ik iets hoor dat mijn muzikale hart weet te beroeren. Zo kwamen daar ineens de dames van Bells Of Youth voorbij met een stukje uit She Said / He Said. Pittig, pakkend, fris en met een mooie samenzang. Een minuutje dat bleef hangen.

Bertolf, die ik al sinds jaren volg, heeft een nieuwe plaat uitgebracht onder de naam Color Reporters, waarover straks meer. Als ik zie dat de band in Haarlem speelt is de knoop extra snel doorgehakt als blijkt dat Bells Of Youth het voorprogramma doet. Twee vliegen…


Het is stil. Goed, we zijn één van de eersten, maar een volle bak zal het niet worden. Verre van. De meeste mensen die ik zie kennen elkaar en zijn duidelijk voor Bells Of Youth gekomen. Familie, vrienden en wat al niet meer, vermoed ik. De dertig, hooguit veertig man vullen nog geen kwart van de vloer als de gretige meiden van het voorprogramma het podium opkomen. Ze hebben net hun debuut album uit en spelen een klein half uur geanimeerd, vol jeugdige passie en overtuiging. Ik ben blij verrast dat het DWDD minuutje geen loos alarm was en ben onder de indruk van de muziek, een soort vrolijke indiefolk, die in ieder geval aanstekelijk werkt. Maar boven alles is wat dit bandje apart maakt het feit dat alle vijf de dames over zeer goede zangstemmen beschikken en deze los van elkaar in afwisselende hoofdrollen en in harmonie met elkaar inzetten om alles naar een hoger plan te tillen. De manier waarop ze in de samenzang een zeer krachtige muur van geluid voortbrengen die nog rijkgeschakeerd is ook, vervult me met een gevoel van bewondering. Afgezien van het liedje dat ik nu in zijn geheel mag horen, She Said / He Said, ken ik niets. Ze spelen o.a. (naar mij later blijkt) het ingetogen Ode, het poppy klinkende Snow en een hoop andere liedjes, waarbij ik blij ben dat er inderdaad een indie randje aan de folk zit, wat het voor mij wat interessanter maakt. Leuk is dat je kunt horen dat er echt verschil zit tussen de verschillende stemmen (Marcia Savelkoul heeft bijvoorbeeld een wat ruigere rock stem) en dat ze allemaal samen toch perfect bij elkaar passen. Het publiek zingt tussen twee nummers door zelf nog even voor Hellen Vissers die gisteren jarig was en ik laat mij aan het einde van het optreden verleiden tot het kopen van hun cd. Ben wel benieuwd of die me lang zal blijven boeien.



Na een zeer snelle wissel begint Color Reporters hun optreden direct vol gas met hun eerste single Crack The Code. Het klinkt niet helemaal lekker moet ik zeggen. Het geluid staat niet goed afgesteld en binnen de band moet ook wat worden ge-fine-tuned. Bertolf heet ons welkom met de mooie opmerking “fijn dat jullie er wél zijn”, waarmee hij op humoristische wijze zowel vriendelijk naar ons toe is, alsook zijn teleurstelling laat doorschemeren over de tegenvallende opkomst. “Kom vooral wat meer naar voren, want dat is voor ons ook wat leuker”, voegt hij er aan toe. Hij vertelt vervolgens dat hij voor zijn derde album steeds meer liedjes schreef met bandlid Bas Wilberink, die ook meer inbreng kreeg qua stem, maar dat die liedjes niet echt op een ‘Bertolf’ album pasten. Vandaar een nieuwe bandnaam, die trouwens zijn oorsprong kent in een liedje van Elliott Smith, waarvan Bas een groot fan is. Dat nummer genaamd Bled White spelen ze ook even later. Naast hier (Mary) en daar (Cut Me Loose) een oud nummer van Bertolf zelf vooral nummers van het debuutalbum dat voor het gemak ook gewoon Color Reporters heet. Gelukkig is ondertussen het geluid een stuk beter en klinkt de samenzang tussen Bertolf en Bas als een geoliede nachtegaal. Twee totaal verschillende klankkleuren die elkaar ondersteunen, aanvullen en het geluid van de band grotendeels bepalen. Een mooi voorbeeld hiervan is het nummer End Of Seas dat ze ten gehore brengen. De stem van Bertolf heb ik in het verleden al genoeg bejubeld, maar het is mooi om te zien hoe zijn geluid wordt verrijkt door Bas, die iets Amerikaanser klinkt, soms zelfs een beetje dat jengelende Bee Gee-achtige laat horen. Dat Amerikaanse geluid klinkt door in het album dat hier en daar wat ‘middle of the road’ is, maar genoeg mooie liedjes bevat om van te genieten. Toch betrap ik me er op dat als Cut Me Loose wordt gespeeld ik toch net even iets enthousiaster word, maar het kan zijn dat ik het nieuwe album nog wat vaker moet beluisteren. De catchy nieuwe single Sing For Massachusetts wordt gespeeld, evenals Dutch Summer met een zomerse kerstgeluid (!) en Better Luck Next Life over de leugen dat als je maar hard genoeg werkt succes het resultaat zal zijn. Voordat het laatste nummer van de set wordt gespeeld, stelt Bertolf voor dat ze het toneelstukje van weg gaan en terugkomen voor een toegift overslaan, dat dit dus niet het laatste nummer is, waarna ze als niet toegift er nog twee nummers aan vast plakken. Als eerste is dat Spend The Balance, waarbij het einde (zeker live) smeekt om een crescendo dat helaas wat achterwege blijft en als laatste Even The Bad Ends Badly (vrij naar Harry Mulisch), waarin visioenen van The Soggy Bottom Boys voorbij komen, wat overigens min of meer de bedoeling is.

En zo komt er een einde aan een intiem avondje vol vocale verleiding, dat toch zeker meer betalende bezoekers had verdiend. 

zondag 21 juli 2013

The Thermals - Patronaat (kleine zaal) Haarlem, 18 juli 2013


Mijn dochter was tien jaar toen ze voor het eerst mee ging naar een concert. Dat was Tracy Bonham in het bovenzaaltje van Paradiso. Bij mijn zoon heeft het wat langer geduurd voordat hij zin had om mee te gaan – ik had het al bijna opgegeven - maar tot mijn verbazing zei hij dat hij wel mee wilde naar The Thermals. Hij vindt de muziek van Wavves leuk en dit zit een beetje in hetzelfde straatje. Ik heb de band al een paar keer gezien en het is meestal lekker kort en krachtig, dus leuk als primeur voor hem. Beide kinderen hebben overigens een andere smaak wat muziek betreft, dus het is ook niet zo gek dat ze zo kieskeurig zijn als ik ze mee vraag.

Vorige keer heb ik in Patronaat (kleine zaal) Tim Christensen gezien. Toen stonden we op het balkon dat een mooi uitzicht op het podium geeft, dat niet zo ver weg is, want het zaaltje is klein. Deze keer hetzelfde recept.


Van het voorprogramma had ik nog nooit gehoord. Young Rival bestaat uit drie man en ze komen uit Canada. Vanaf het eerste nummer ben ik blij verrast en de blijheid neemt toe naarmate de rest van de nummers ook heel erg leuk is. Ze grasduinen in de zestiger jaren maar zeker ook The Strokes (Nothing You Know Well) komen terug in hun veelal opgewekte nummers en feilloze samenzang die zich moeiteloos in je brein nestelen om er niet meer uit te gaan. Luister maar eens naar hun single Two Reasons (met leuke clip!) en je zult het de rest van de dag meezingen. Het komt niet vaak voor dat een voorprogramma aanzet tot het verder beluisteren van de muziek, maar dat heb ik de dag erna gedaan en ben daarin zeker niet teleurgesteld! Wat voorbeelden van hun optreden in Haarlem: Let It Go,  Authentic en een cover van een nummer van The Deadly Snakes uit Canada getiteld I Can’t Sleep At Night.


Na dit leuke optreden mogen The Thermals hun werk doen en dat doen ze zoals gewoonlijk goed, grondig en bondig. Met een aantal nummers dat nauwelijks op een A4-tje past omdat de gemiddelde song niet meer dan 3 minuten duurt storten ze vol overgave een dwarsdoorsnede van hun verschillende albums over ons heen, waarbij het heerlijke laatste album Desperate Ground natuurlijk ook vertegenwoordigd is met songs als Where I Stand (opener concert) en Born To Kill (waarin Hutch Harris zich weer eens van zijn cynische kant laat horen). Het is een fijne set die de toeschouwers in het niet uitverkochte zaaltje naar het einde toe zeker nog aan het dansen krijgt, als er dan alleen nog maar snelle hoogtepunten worden gespeeld, zoals A Pillar Of Salt, Here’s Your Future, Overgrown, Overblown en de toegift The Sword By My Side en No Culture Icons. En die songs worden dan vaak nog sneller gespeeld dan de in de studio opgenomen versie! Wat dat betreft hebben Hutch, Kathy en Westin nog niets van hun enthousiasme en gedrevenheid verloren. Gelukkig maar.


zondag 17 februari 2013

Tim Christensen And The Damn Crystals - Patronaat Haarlem, 16 februari 2013



De achtste keer dat ik deze Deen ga bekijken, dit keer vanaf het balkon van het Patronaat te Haarlem. De laatste keer was in de Melkweg, mei vorig jaar, toen het nieuwe album net uit was. Nu dus een tweede ronde, want een volgend album laat nog even op zich wachten.

In het voorprogramma gaat de Utrechtse band Aestrid optreden, waarvan ik de muziek ’s middags nog even heb beluisterd op Soundcloud waarbij mijn interesse genoeg was gewekt om op tijd te komen. Helaas is er bezuinigd op deze cultuur en is de band geslonken tot Bo Menning, die zang, gitaar en toetsen tot zijn beschikking heeft en hiermee vrij eentonige klanktapijten weeft die hij met zijn kopstem voorziet van geluid (want onverstaanbaar). ‘Darkwave’, ‘dreamy’ en ‘haunting’ zijn de tags die bij de album preview van The Echo Resistance staan. Het spijt me om te zeggen dat het zich nu vertaalt in slaapverwekkend.

Op naar Tim, die ook solo de bühne betreedt. Of we het goed vinden dat hij eerst wat liedjes alleen doet voordat zijn band er bij komt. Tuurlijk Tim, no problem. Hij speelt vier liedjes op deze wijze. Het Dizzy Mizz Lizzy nummer Barbedwired Baby’s Dream wordt gevolgd door Never Be One Until We’re Two. Hij maakt dan even reclame voor de EP (vinyl) Volume 1: Acoustic Covers die hij net heeft uitgebracht, geïnspireerd door de webcamsessies die hij vaak doet waarbij hij nummers van bekende artiesten speelt vanuit zijn woonkamer. Zijn voorliefde voor hardrock wordt duidelijk als hij het nummer Shot In The Dark van Ozzy Osbourne gaat spelen, dat nog nooit zo lieflijk heeft geklonken. Als laatste van de vier songs is Right Next To The Right One aan de beurt. Midden in het nummer is hij de tekst opeens vergeten. Hij speelt door en zegt ondertussen dat hij het nummer al duizend keer heeft gespeeld en dit is de eerste keer dat hij een fout maakt. Hij pikt de draad iets verder weer op en maakt het nummer keurig af. Na het applaus komt de band op en kan Tim het niet laten om ons de vergeten tekst alsnog  mee te delen: “That a pretty face can take you places, you don’t wanna go”. Het is nota bene zijn favoriete regel (!).

Een mooie overgang tussen het solo optreden en de beukende rockband vormt het eerste nummer waarin het gas nog niet volledig open gaat, omdat het zo’n intieme song is. Het kippenvel veroorzakende Surfing The Surface. De band lijkt ontspannen, relaxed. Ze spelen deze avond misschien niet de meest strakke, maar wel een lekker dynamische set. Een mooie dwarsdoorsnede uit het rijke oeuvre van de man die je laat wenen en headbangen en alles er tussen in. Superior, Whispering At The Top Of My Lungs, Surprise Me, Happy Ever After. Tim en zijn Crystals laten de relationele problemen in Close The Door (“So leave it and close the door”) mooi overlopen in die van Don’t Leave Me But Leave Me Alone, met het wanhopige crescendo dat zich daarna zo mooi naar binnen keert.


Zoals altijd wordt er uitstekend gespeeld en zoeken de bandleden elkaar hier en daar op, wat tijdens de toegift zelfs uitmondt in een kus tussen gitarist Lars en bassist Søren, als ze de hoge vocalen tijdens de McCartney cover Live And Let Die voor hun rekening nemen. Tim’s bewondering voor de Beatles en Paul McCartney moge bekend zijn. Hij heeft zelfs een éénmalig concert gegeven (met o.a. Tracy Bonham!) dat helemaal in het teken stond van McCartney, die vorig jaar zeventig jaar werd. Een leuke bijkomstigheid is dat het concert als cd/dvd is verschenen.

Aan alles komt een eind, dus de bel voor de laatste ronde klinkt als het laatste nummer The Damn Crystals wordt ingezet. Het lange, eerste nummer van hun album dat uiteindelijk in opzwepend ritme de zaal nog een keer aan het ‘headbangen’ krijgt.

Toch is er nog een leuk toetje, voor wie geduld heeft. Bij de bar worden Tim’s producten verkocht. Ik besluit de EP aan te schaffen. Dan hoor ik toevallig dat de hele band zo naar boven komt om gedag te zeggen en te signeren. Onze groep van zes bestaat opeens uit giebelende tieners in plaats van ‘oudere jongeren’ en nog net niet met een blos op de wangen maak ik een praatje met Tim en drummer Jesper en laat ik mijn EP door alle bandleden signeren.


Het is een leuke kroon op een toch al zeer fijne avond.