Posts tonen met het label horror. Alle posts tonen
Posts tonen met het label horror. Alle posts tonen

dinsdag 30 december 2014

[REC] 4: Apocalipsis


Ben je eigenlijk wel benieuwd wat er na [REC] gebeurde? Nou, de makers van de succesvolle serie films dachten ook dat dit wel een goed uitgangspunt zou zijn voor hun vierde in de reeks over bloeddorstige zombies die via een snel overdraagbaar virus niet na kunnen laten wat wij zo graag willen zien: happen in andere mensen. Dus keren we even terug naar dat gebouw in een explosieve scène waar Ángela achter bleef en nu toch gered gaat worden door een brandweerman, waarna beiden (met nog een bekende) terecht komen op een groot schip alwaar ze in quarantaine worden gehouden. Natuurlijk is er een geheimzinnig laboratorium aan boord, is er stroomuitval en zijn mensen nieuwsgierig, waardoor het niet lang duurt voordat een nieuwe uitbraak van het virus zorgt voor een pandemonium aan boord van het schip. Poorten worden gesloten, deuren gebarricadeerd, wapens worden ter hand genomen en het feest kan beginnen.


Hoewel alles aanwezig is voor een leuke fuif, wil het maar niet gaan knallen. Het flinterdunne verhaal werkt tegen de film en is ook niet eens origineel. De actie komt met korte stoten en lijkt in het niets op de niet aflatende en steeds opbouwende gekte uit het origineel. Zelf met het schip als locatie wordt nauwelijks iets gedaan. Een gevoel van isolement en benauwdheid ontbreekt, om over een gevoel van angst nog maar te zwijgen. Over het geheel genomen krijg je zelfs het idee dat de ‘zombies’ slechts bijzaak zijn. Dat zou nog niet zo’n probleem zijn als de personages iets te bieden hadden, maar ook daarin faalt de film. [REC] eindigt met een grote troef die hier op enge en claustrofobische wijze een hoofdrol had kunnen vervullen. Dat is helaas niet het geval. [REC] 4: Apocalipsis is veruit de slechtste in het rijtje van vier en gaat kopje onder tussen alle andere doorsnee zombiefilms.

donderdag 18 december 2014

V/H/S: Viral


De is inmiddels de derde in deze anthology van korte found footage horror die ook nu weer door middel van los zand bijeen wordt gehouden. Dat losse zand is genaamd Vicious Circles over een jongen die zijn knappe vriendin maar blijft filmen, maar als er een politieachtervolging langs zijn raam komt verschuift zijn aandacht, wat hij beter niet had kunnen doen. Ergens op slaan doet het überhaupt niet. Van de overige vier verhalen is er eentje uit de film gehaald (om de boel vloeiender te laten verlopen naar het schijnt). Gorgeous Vortex zal echter wel als extra op de Blu-ray/DVD verschijnen. Blijven er drie over.

Dante the Great gaat over een illusionist die er niets van bakt tot hij een cape vindt waarmee hij alles kan. De cape vraagt alleen iets terug. Het idee is leuk, maar de uitwerking is weinig geïnspireerd en komt zelfs wat amateuristisch over. Daarbij zitten er shots in dit segment die niet kunnen behoren tot zelf opgenomen beelden, wat de illusie van ‘found footage’ doorbreekt.

Parallel Monsters begint zeer interessant, als een man een deur naar een spiegeluniversum opent, waarin hij zichzelf ontmoet en er achter komt of alles aan de andere kant hetzelfde is, maar dan in spiegelbeeld. Een uitdagend gegeven dat ook nu helaas niet ten volle wordt benut en een wel zo bizarre wending heeft, dat het eerder lachwekkend wordt.

Bonestorm is het laatste deel dat gaat over een groep skaters die hun stunts vast leggen. De ingehuurde cameraman weet een coole skate plek in Tijuana (Mexico) waar ze naar toe gaan. Het blijkt een kwestie van verkeerde plek, verkeerde tijd, want de satanische plek brengt knekelige poppen aan het dansen. Het is een op hol geslagen, bloederige videoclip met een zeer abrupt einde.


Aldus komen we aan het einde van V/H/S/: Viral. Het is het slechtste deel in een toch al niet zo sterke reeks. Dat heeft vooral te maken met het feit dat aardig ideeën niet goed worden uitgewerkt, waardoor de impact wordt gemist of gewoon in het luchtledige blijft hangen. “This shit’s gonna go viral”, wordt ergens gezegd. Shit it is, it makes no fucking sense and the whole thing is a bloody and boring mess.

zondag 7 december 2014

What We Do In The Shadows


Imagine Limited Edition. Goed initiatief. Het volledige festival vindt pas weer plaats in April volgend jaar, maar er waren zoveel leuke films die tegen die tijd al achterhaald zouden zijn, dat de organisatoren hun vlak na de zomer opgekomen idee van deze één daagse gelimiteerde editie nu al tot uitvoering hebben gebracht. Maar liefst zeven films werden aangekondigd en het vuur in de harten van de fans is zodanig aangewakkerd dat de verkoop boven verwachting gaat en het hele event naar de grootste zaal is verplaatst. Ik ga alleen de eerste twee films zien, want het kost toch een bom duiten (waarom geen goedkopere prijs voor een passe-partout?), ik hoef TCM niet per se te zien en Cold In July heb ik al gezien.


De digitale wekker geeft 06:00 aan en begint te piepen. De camera zoemt uit en je ziet een zwarte doodskist die een stukje open gaat. Er komt een arm uit die de wekker uit zet. De film wordt in één korte scène gevangen.

Een documentaire team volgt een groep vampiers in aanloop naar een samenzijn van vreemdsoortigen tijdens ‘The Unholy Masquerade’. We maken kennis met vier bloeddorstige huisgenoten van verschillende leeftijd, waarvan Petyr (die er uitziet als de vampier uit Nosferatu) met zijn 8000 jaar de oudste en minst benaderbare is. Verder zijn daar jonge hond Deacon, de woeste, uit de Middeleeuwen afkomstige Vladislav en dandy Viago die stipt en netjes is, maar over kan komen als een zeurpiet. Zo roept hij alle vampiers bijeen om de huishoudelijke taken door te nemen en valt hij Deacon aan omdat die al vijf jaar de afwas niet heeft gedaan. “Vampires don’t do dishes”, brengt Deaconin ter verweer. De alledaagse blik in het leven van deze onalledaagse figuren is meesterlijk gedaan. Van tanden poetsen tot stofzuigen tot het uitkiezen van de juiste kleding als ze uitgaan, waarbij Vladislav kiest voor de “dead but delicious look”. De opeenstapeling van prachtige vondsten is niet aflatend. De grappen met een spiegel, de uitleg waarom men maagdenbloed wil, het vaste hulpje dat zich al vijf jaar uitslooft en vergoten bloed opruimt in de hoop ooit zelf het eeuwige leven te krijgen, de hilarische confrontatie met een groep weerwolven, de introductie tot het internet… En vaak is het nog grap op grap ook. “Let me do my dark bidding on the internet”, zegt Vladislav als hij wat bozig zijn duistere bedoelingen gaat botvieren via de hedendaagse digitale toegangspoort. Op zich al leuk genoeg, maar de dubbelzinnigheid van een woord maakt het nog hilarischer als Viago hem vraagt “what are you bidding on?” waarna het nuchtere antwoord volgt: “a table”.

Het gebruik van speciale effecten is spaarzaam maar zeer effectief gedaan. Er zitten wat kleine moralistische boodschappen in de film, voor wat betreft de gevaren van social media en het hebben van vooroordelen over een bevolkingsgroep en de tragische kant van het vampierbestaan komt aan bod. Maar de grap is (gelukkig) nooit ver weg.

Horror en komedie zijn moeilijk succesvol te combineren. De Nieuw-Zeelandse makers van What We Do In The Shadows vonden Interview With The Vampire een prachtige film, maar ze wilden zo graag Brad Pitt eens naar de wc zien gaan. De (niet letterlijke) verwezenlijking van dat idee is volkomen geslaagd.  

Ps. Blijf vooral NIET zitten tot na de aftiteling, want je zou zomaar de hele film kunnen vergeten!

Stemoordeel: zeer goed

woensdag 26 november 2014

13 Sins


Zitten we alweer in Louisiana. Dit keer met Elliot Brindle die net hoort dat hij ontslagen is. Niet zo handig met een vrouw, kindje op komst en de zorg voor een achterlijke broer en behoeftige vader die op jouw bordje ligt. Dan krijgt Elliot een telefoontje, van iemand die alles van hem lijkt te weten en hem uitdaagt om mee te doen aan spel, waarbij hij uitdagingen aan moet gaan die steeds meer geld opleveren. Direct geld. De vlieg die hij dood slaat levert meteen duizend dollar op. Nu zijn er wel wat regels natuurlijk. Binnen 36 uur zijn er 13 uitdagingen. Als je wint ben je aan het einde miljonair, als je verliest, verlies je alles wat je tot dan toe hebt verdient. Verder mag je tegen niemand zeggen dat je aan dit spel meedoet en je mag het spel niet in de weg zitten. Vooruit, weinig te verliezen toch?

Net als in de vergelijkbare zeer geslaagde film Cheap Thrills begint het met opdrachten die de lach opwekken. Hilarische situaties, voor de kijker althans, waarin Elliot steeds meer geld binnen sleept met de opdrachten die hij via zijn telefoon (met grappige ringtone) doorkrijgt. Maar zijn daden blijven niet onopgemerkt en al gauw zit de politie op zijn hielen, wat het geheel extra urgentie geeft en een extra incentive om alle opdrachten te volbrengen, wat een soort 'Verlaat de gevangenis zonder betalen' effect op zal leveren. Maar het wordt natuurlijk steeds grimmiger…


Het gegeven wordt goed uitgewerkt. Wat ze nu weer hebben verzonnen en hoe dit ten uitvoer zal worden gebracht zorgt voor genoeg opwinding. Hoe ver het gaat zorgt voor een ommekeer in de beleving, want er zitten nog enkele bloederige fragmenten in. Het is minder extreem en pervers gedaan dan in Cheap Thrills, maar dat het zowel op grotere schaal als kleiner verband nog implicaties heeft, maakt het een aantrekkelijke film, die naar het einde toe vervolgens ook nog eens heel wat verrassingen in petto heeft. Goed verzonnen, prima vermaak!

Jessabelle


Na een ongeluk is Southern girl Jessabelle aangewezen op een rolstoel, haar vader (van wie ze enigszins vervreemd was) en diens huis in Louisiana. Een groot oud afgelegen huis natuurlijk, vol druppelende kranen, oude spiegels, gebladderd stucwerk en creepy crawlers. Als haar overleden moeder een bijdrage doet aan de toch al niet gezellige stemming via enkele verontrustende videoboodschappen is het niet zo vreemd dat Jessabelle vreemde geluiden gaat horen, enge verschijningen ziet en IFO’s (Identified Flying Objects) door de kamer ziet vliegen. Kortom, het is niet pluis in huis. Maar gekluisterd aan je rolstoel maak je je niet zo snel uit de voeten. Slaat haar fantasie op hol? Is er te veel drank in het spel? Zijn er voodoo connecties?

Hoewel het onderliggende verhaal en clou nog niet zo slecht zijn, wordt het allemaal zo flets als de hoofdrolspeelster zonder uitstraling, vol onwaarschijnlijkheden, afgezaagd en weinig consequent uitgevoerd. Daarbij is het voor een griezelfilm gewoon niet eng genoeg, terwijl er genoeg aspecten in zitten die het echt wel creepy hadden kunnen maken, zoals de moeder en haar boodschappen, of de verschijning (die alleen maar kan kruipen kennelijk)…


Voor iemand die trouwens iets meer nadenkt over wat een film je als aanwijzingen meegeeft, de poster geeft al iets prijs en zeker die bijbelse naam!

donderdag 20 november 2014

Random Acts Of Violence (a.k.a. Malcolm a.k.a. Charm)


“If someone texts during this movie, you have permission to beat them over the head until they are a bloody pulp”. Het is de eerste tekst die in beeld komt en gevoel van herkenning wordt hierin ondersteund door een actie die je nooit zou doen, maar je in je hoofd al wel eens hebt uitgevoerd. Een zwarte komedie wordt het dus, waarin protagonist Malcolm de kijker toespreekt vanuit de Lower East Side van New York. Hij vat het zelf te mooi samen: “What the hell has happened to the city, man? Thirty years of sky-rocketing crime, drug addiction and graffiti and we produced CBGB, Andy Warhol, Martin Scorcese and the boombox. Now we’ve got gentrification. Fifteen years of peace and prosperity, and what has that produced? The financial meltdown. Something needs to be done”. Nu is Malcolm de beroerdste niet, vandaar dat hij zich met twee camera’s laat filmen om een manifest te maken ‘to kickstart a revolution’. Door het aantal moorden op te voeren, zullen de rijken de buurt verlaten, de huizenprijzen dalen en zal criminaliteit weer de voedingsbodem worden van artistieke bloei. En zo zijn we getuige van zijn ‘random acts of violence’, het lukraak vermoorden van mensen op straat of in hun huis.

Random Acts Of Violence doet direct denken aan C’est Arrivé Près De Chez Vous. Er zijn veel overkomsten, voornamelijk in de opzet en uitvoering. Een erudiete seriemoordenaar die op droog komische en zeer zelfbewuste wijze uitleg geeft bij het werk dat hij doet, terwijl de cameramensen die met hem meelopen alles op documentaire wijze vastleggen. Maar de invulling, achtergronden en uitwerking zijn iets anders. Malcolm’s acties zijn gebaseerd op een visie die hij in zijn missie tot uitvoer brengt. De cameramensen zijn vanaf het begin onderdeel van en medewerkers aan zijn plan. Het kantelpunt in de film is als het persoonlijk gaat worden en het een versie van de pot verwijt de ketel wordt. Ben’s acties in C’est Arrivé Près De Chez Vous zijn banaler en de documentairemakers waren een toevallige bijkomstigheid, waar hij overigens maar al te graag mee aan de slag gaat. Het kantelpunt in de film is als die verslaggevers niet langer objectief vastleggen, maar actief mee gaan helpen. In een vreselijke verkrachtingsscène verstomd de lach en wordt je als kijker bewust van het feit waar je eigenlijk naar aan het kijken bent wat totaal niet om te lachen is. Je wordt eerst verleid om daarna genadeloos afgestraft te worden. Dat maakt deze film een klassieker. Bij Random Acts Of Violence vind je hetzelfde gegeven wel terug maar in mindere mate. Bij het omslagpunt in deze film verstomd de lach ook wel even, maar het is minder confronterend en shockerend.

Ik was lange tijd op zoek naar deze film en ben er uiteindelijk niet in teleurgesteld. De hoofdrolspeler Ashley Cahill (tevens regisseur en schrijver) weet een aantrekkelijk irritant personage neer te zetten. De guerrilla stijl van film maken komt goed over omdat het ook (vaak) echt zo is uitgevoerd. Er zitten meerdere boodschappen in de film die je aan het denken kunnen zetten. “I just wonder if being too comfortable keeps us from getting anything done”. Is deze tijd een kweekpoel voor ‘aanmodderfakkers’? Het script is sowieso spitsvondig en zit vol mooie uitspraken die elkaar in rap tempo opvolgen. Kortom, er valt genoeg te genieten!


“That’s the problem with serial killers. They’re compulsively driven, so they got no panache. You need to be more philosophical about murdering people”.

donderdag 13 november 2014

Pieces


Als moeders haar zoontje betrapt op het leggen van een puzzel met afbeelding van een blote vrouw geeft ze hem een klap en maakt ze hem uit voor alles wat slecht is. Kennelijk knapt er iets in zijn hoofd want hij pakt een bijl en klieft haar hoofd om vervolgens een zaag te pakken en haar aan stukken te zagen. Veertig jaar later is er een kettingmoordenaar actief op de campus van een universiteit. Het moedercomplex zorgt er voor dat de moordenaar zijn moeder bij elkaar probeert te verzamelen uit vrouwelijke onderdelen. De zwaar ademende killer zaagt een hoofdje hier en een armpje daar. Het is dus niet zo zeer een ‘who dunnit’ maar een ‘who issit’.

Ik had deze film al zijdelings genoemd, maar bij herzien vond ik het toch de moeite waard om er een stukje aan te wijden. Het is namelijk een vreemde eend in de bijt van de horror film, simpelweg omdat als je de film gaat ontleden (pun intended) er dingen niet kloppen of helemaal nergens op slaan. Zo begint de film in de jaren ’40 met een druktoetstelefoon (die toen nog niet bestond), zit er een scène in met een rollerskatende vrouw die door een spiegel gaat (wat nergens op slaat) of komt er opeens vanuit het niets een Bruce Lee-achtige figuur die zijn ‘moves’ botviert op een dame. Of let op de twee politiemannen in het zwart, die als een soort Jansen en Jansen door het beeld schuiven en waarvan er eentje uitziet als Mario van Mario Bros en ook op het feit dat de moordenaar in zwart ornaat met gele kettingzaag (ook al is deze op de poster rood) achter zijn rug (!) bij een meisje de lift in stapt zonder dat ze iets door heeft. Of wat dacht je van het feit dat de politie het onderzoek op de campus uitbesteed aan een jonge verdachte en een blonde tennis pro, waardoor we via die laatste ook nog een zeer slechte tennis wedstrijd mogen beleven. En dan heb ik het nog niet eens over de schrikmomenten aan het einde, waarvan de eerste heel goed is, maar de tweede volkomen idioot. Kortom, genoeg om als cultfilm een ietwat hilarische status te krijgen. Maar dan zijn er ook nog de (zeker voor die tijd) grafische moorden. Zo is er een visueel prachtige scène waarin de moordenaar een meisje op een waterbed neersteekt (vraag niet waarom er een waterbed in de universiteit staat),  zijn er gory details als er een zaag door een middel gaat, laat de moordenaar een ravage aan menselijke onderdelen achter, is er een redelijke bodycount en vooral heel veel bloed. Voeg daar nog wat genre eigenschappen aan toe, zoals veel vrouwelijk naakt en een killer die nooit rent maar je altijd inhaalt en je kunt een hoop plezier beleven aan Pieces (Mil Gritos Tiene La Noche).


De film is uitgegeven op het label van het Britse Arrow Films, dat lekker bezig is met gerestaureerde en ongecensureerde uitgaves van (cult)films en die op verzorgde manier met leuke extra’s uitbrengen. Versies met omkeerbare hoezen met mooi nieuw artwork, speciale boekjes met achtergrondverhalen over de film in kwestie of collector cards en special features in de vorm van nieuwe, interessante interviews met mensen die mee hebben gewerkt aan de film, of kenners zijn op het gebied er van. Wat me wel opviel bij de uitgave van Pieces is dat ze enorm hebben zitten rommelen met de (Engelse) ondertiteling. Of misschien was het wel opzet, in de lijn van een film waar op grappige wijze zoveel mis mee is. Een voorbeeld om dit verhaal mee te beëindigen. De gesproken tekst gaat als volgt. The Dean zegt tegen Mary Riggs als hij terug komt uit de keuken en een tweede kopje koffie heeft gemaakt: “Now then, what were you asking me about. Ah yes, professor Brown. Your coffee.” Nu dan de bijbehorende ondertiteling, die dus niet weergeeft wat er wordt gezegd, maar in de film op zich wel hout snijdt. (The Dean) ‘Sorry, I had to reheat the water’. (Mary Riggs) ‘Thank you’.

zondag 9 november 2014

Asmodexia


Drie dagen voor de wederopstanding gaan een priester en een meisje genaamd Alba diverse plekken af alwaar een uitdrijving plaats moet vinden. Dat gaat gepaard met Latijnse teksten, groen slijm en heel veel gevloek, getier en geschreeuw dat de entiteit het lichaam moet verlaten. De moeder van Alba zit in een inrichting, alwaar de temperatuur stijgt en de gekken op drift raken. Haar zus is detective, die zich bezig houdt met die demonische zaken waar slachtoffers bij vallen.

Het is een vaag zootje, kan ik je zeggen.


De datum waar het om draait is 21 december 2012. De datum waarop de Maya kalender stopt en de wereld zou vergaan. De bekende strijd tussen goed en kwaad heeft een clou die lang niet onaardig is. Het geeft deze Spaanse film zelfs een duister tintje dat je op basis van voorafgaande niet had verwacht. De impact had echter veel groter kunnen zijn. De weg er naar toe is namelijk niet pakkend genoeg, waardoor het aha! moment toch wat van zijn kracht verliest en eerder een okay… moment wordt. Álex de la Iglesia deed het wat dat betreft heel wat beter in zijn El Día De La Bestia uit 1995.

vrijdag 31 oktober 2014

Zombeavers


  • Chemische dump: check!
  • Aanplaksnor: check!
  • Cabin in the Woods: check!
  • Slechte grappen: check!
  • Blote tieten: check!
  • Hillbilly Hick: check!
  • Seks: check!
  • Gore: check!
  • Geen bereik: check!
  • Slecht startende auto: check!
  • Meer ‘beaver’ grappen dan je aankan: check!
  • ZOMBEAVERS: check!

Drie meiden en een hond gaan naar een hut bij een meertje alwaar een flink stel bevers uit de kluit gewassen zombievarianten zijn geworden die het op de hond, de meiden en de later bijgekomen vriendjes hebben voorzien. Voordat iemand “get out of the water” heeft geroepen weet je wel hoe laat het is: pulp galore tijd.

Als je het bovenstaande lijstje echter eens goed onder de loep neemt, is er op verschillende punten wel wat aan te merken. Zo blijven de blote tieten beperkt tot één paar, vindt de seks plaats onder de lakens, blijft de gore in de middelmaat steken en hebben de zombeavers iets schattigs, omdat je ziet dat het slechte mechanische beesten zijn, handpoppen, of poppen op wieltjes. Als je zo’n pulp film maakt, doe het dan goed en zoek het in extremen.

Leuk? Nee. Eng? Echt niet! Spannend? Nope. Gory? Bij vlagen. Grappig? Bij mindere vlagen. Slecht? Eigenlijk wel ja. Zo slecht dat het leuk is? Naaahhhhh…. Hoewel je in de juiste omgeving, met de juiste mensen en de juiste sfeer er wel lol aan kan beleven. Komt het even goed uit dat de Halloween Horror Show 2014 aanstaande zaterdagnacht in Tuschinski Amsterdam draait. Naast Zombeavers, kunnen nachtbrakers daar ook Ouija, [REC]⁴: Apocalypse en Welp gaan zien. Ik kan me zo voorstellen dat de term ‘beverhoer’ wordt gescandeerd als het virus overdraagbaar blijkt en de gevolgen van dien in beeld komen en dat er en masse wordt meegezongen met de erg leuke crooner bij de aftiteling (waarna je nog even moet blijven zitten voor een laatste grap).


“Damn beavers…”

dinsdag 28 oktober 2014

The Cohasset Snuff Film


In 2007 maken we een reis door Amerika. Ik heb de reis goed voorbereid en weet welke (comic) shops ik waar moet vinden. Er staat ook een kunstgalerij op het programma, gevestigd in Burbank (Los Angeles) California. Het moet een aparte zaak zijn waar ze niet alledaagse, wat duistere kunst tonen en verkopen. Het staat op mijn ‘to-do-list’ omdat een striptekenaar die ik waardeer er een expositie heeft. Haar naam is Dame Darcy. De galerij heet Hyaena.

Aan de muur links hangen originele tekeningen van de artiest waar ik voor gekomen ben, maar de prijzen zijn me te gortig. Als ik de zaak verder door loop zie ik erg mooie (driedimensionale) kunstwerken en een hoop verzamelaars objecten. Onder dat laatste vallen bijvoorbeeld ook de fleurige tekeningen onder van seriemoordenaar John Wayne Gacy. Het gaat hier om de zogenaamde ‘true crime art’, kunst gemaakt door criminelen, moordenaars. Nu houd ik enorm van horror films en duistere kunst. Maar de lijn die ik trek zit hem in dat ‘true’. Ik blijf aan de fantasie kant, moet niets hebben van sites met filmpjes en foto’s van echte gruwelen en zal dus ook nooit ‘kunst’ kopen gemaakt door een moordenaar. Ik vervolg mijn toer door de winkel en besluit uiteindelijk een zeer gelimiteerde, genummerde (#6 van 25 stuks)en gesigneerde tentoonstellingsposter te kopen van mevrouw Darcy die me een luttele 8 dollar kost. Originele tekeningen, een handlezing (!) en zelfs een door haar met de hand gemaakte pop heb ik toch al…

Eigenaar van de galerij Bill Shafer speelt een rol in The Cohasset Snuff Film als eigenaar van een galerij genaamd Hyaena die onder andere in ‘true crime art’ handelt. Je begrijpt al dat deze film een zweem van realiteit mee moet krijgen. Bill heeft al het materiaal rond de 17-jarige Collin Mason verzameld, die in 2010 een aantal video’s upload waarin hij laat zien dat hij een aantal moorden pleegt. Van alle beelden heeft Shafer een documentaire gemaakt, waarin nieuwsreporters, een psycholoog, familie, een schrijfster, jeugdvrienden en medeleerlingen aan het woord komen. De hoofdmoot bestaat echter uit de ‘found footage’ van Mason, die in korte zelf opgenomen filmpjes met veel gevloek, getier en haat, monologen afsteekt dat sommige mensen een lesje geleerd moet worden, hoe hij dat gaat doen en uiteindelijk ook laat zien dat hij het doet.


De film faalt op meerdere fronten. Als documentaire met zoveel sprekende hoofden mist het toch een vorm van inzage in hoe het zover heeft kunnen komen. Er worden heel kort wat zaken uit het verleden van Collin Mason opgerakeld die al snel als oorzaak moeten worden aangenomen voor zijn idiote gedrag, waarna men zich voornamelijk concentreert op loze uitspraken en saaie verhalen, opvullende interviews zeg maar van een priester tot een lokale held. Erg oninteressant vooral. Dan heb je de filmpjes van Mason zelf, die erg vervelend zijn en niet zo geloofwaardig over komen. Hij hangt de psycholoog uit, is bijdehand, zelfingenomen en neemt stoere poses aan waarvan hij denkt dat ze bij zijn stoere verhalen horen. Eigenlijk maken zijn filmpjes totaal geen indruk en wekken alleen irritatie op. Daarbij wordt de illusie van echtheid doorbroken door suffe fouten in de manier van filmen, waardoor je weet dat je naar een film zit te kijken. De moorden zelf dan. De poster van de film dekt de lading totaal niet. De moorden gebeuren óf buiten beeld, óf zijn weinig spectaculair. En om het geheel nog verder naar beneden te brengen is Mason na het moorden nog even ‘grappig’, zoals een bijdehante eikel betaamd. Het enige lichtpuntje is het feit dat er wel degelijk iets van kritiek in de film zit, als getoond wordt hoe de media en ondernemers een slaatje slaan uit de seriemoordenaar en dat het publiek er maar al te graag voor betaald. Ook het feit dat de zieke fascinatie met gruwelijkheden via slechts een muisklik kan worden gevoed doet misschien tot nadenken stemmen. Het lichtpuntje voelt echter totaal niet op zijn plaats in de rest van de film die juist het omgekeerde lijkt te onderschrijven. 

maandag 13 oktober 2014

Horns


Iggy’s liefde van zijn leven is vermoord en het hele dorp denkt dat hij het heeft gedaan. Hij heeft alle schijn tegen zich, voelt zich door iedereen in de steek gelaten, verliest zijn geloof in God en wordt gezien als de duivel zelve. Verdomd als daar niet twee hoorns uit zijn voorhoofd groeien die het beeld dat iedereen van hem heeft compleet moet maken. De getormenteerde ziel met wraakzucht  brengt vanaf dan ook letterlijk het slechtste in mensen naar boven. Als ze hem ontmoeten kunnen ze niet anders dan hun ergste gedachten kenbaar maken, waarna hij ze tot actie aan kan zetten. Deze nieuwe gave gebruikt hij om er achter te komen wie de moordenaar van zijn vriendin is, ondertussen (via anderen) een spoor van vernieling en losbandigheid achter latend.

Het aardige gegeven dat de ware aard van de mens ongefilterd naar boven komt en dat niemand gevrijwaard is van ‘zondige’ gedachten zorgt voor een aparte insteek in een banale moordzaak. Die insteek levert grappige taferelen op, maar het geeft ook te veel overtollig vet, te weinig richting en een te vlakke invulling. Misschien is het ‘grappige’ effect niet op zijn plaats. Zijn de flashbacks een obstakel in het ritme van de film. Is het geen verrassing wie de moord op zijn geweten heeft. Is de reden er van te simplistisch, terwijl de moord bruut is. Wordt het religieuze aspect wel erg letterlijk en bombastisch naar het einde. Voelt het allemaal wat geforceerd aan zonder nu echt diep te gaan.

Aan het einde van de film heb je het idee dat je eigenlijk niet veel bijzonders hebt gezien, terwijl je dat op grond van het uitgangspunt en de beelden wel had verwacht.

Annabelle


Annabelle is de pop die al voor kwam in de geslaagde horrorfilm The Conjuring van James Wan. Geld ruikende filmstudiobonzen hebben die pop nu een hoofdrol gegeven in de film die naar haar is vernoemd. Dus komt er een soort van oorsprong verhaal waarin duidelijk wordt dat de pop onder de invloed van een demoon is gekomen. Het echtpaar met kind dat de pop in huis heeft ondervindt daarvan de ellende*. Die uit zich voornamelijk is suggestieve camera- en geluidsvoering als er weer ingezoomd wordt op de pop, die merendeels gewoon op een plank in de kinderkamer zit, en daarnaast zijn daar natuurlijk de dichtslaande deuren, vallende boeken, vanuit zichzelf spelende grammofoons en enge verschijningen.

Waar James Wan zijn best doet om het genre fris te houden en met nieuwe ideeën komt, is dit een herhalingsoefening van wat we al tot in den treure hebben gezien, wat dan ook nog heel langzaam is en vol zit met tegenstrijdigheden en onlogische zaken. Daarbij geeft de trailer bijna alle hoogtepunten van de film prijs, waardoor de film nog saaier lijkt dan deze misschien is. Regisseur John R. Leonetti is dus geen James Wan en is eigenlijk meer een DP (Director of Photography), de functie die hij bekleedde voor Insidious, Insidious Chapter 2 en (daar istie dan) The Conjuring. Het is jammer dat hij niet beter heeft opgelet tijdens het maken van die films. Jordan en Lauren Bass van de casting hadden in ieder geval genoeg humor om Annabelle (!) Wallis de hoofdrol in deze film te laten spelen, wat ze niet onverdienstelijk doet overigens.

*De pop in de film ziet er heel creepy uit en je vraagt je af waarom iemand überhaupt zo’n pop in huis zou nemen. De ‘echte’ pop die in het bezit is van Lorraine Warren ziet er veel vrolijker en liever uit! 


dinsdag 7 oktober 2014

Duck! The Carbine High Massacre


De Columbine High School massacre vond plaats op 20 april 1999. Regisseur/acteur William Hellfire zegt in een interview op de DVD van zijn film Duck! The Carbine High Massacre dat hij de manier waarop de nieuwsmedia op dit voorval sprongen en het uitmolken zo irritant vond, dat hij er een film over maakte om dit aan de kaak te stellen. Hij zegt dat maar weinig critici deze boodschap uit zijn film hebben gehaald. De vraag is echter, was de boodschap wel goed vormgegeven, of zijn de critici zo blind?

De film die slechts enkele maanden na de slachtpartij op Columbine is opgenomen riekt in ieder geval naar exploitatie en begint met een statement van de makers dat veel mensen er aanstoot aan zullen nemen, maar dat er toch wel een (tv)film van gemaakt zal worden, dus dan zijn we in ieder geval de eerste. Het spreekwoord dat de eerste de laatsten zullen zijn kenden ze waarschijnlijk niet en het feit dat de onbedoelde eerste The Basketball Diaries uit 1995 was wordt ook niet vermeld.

De film begint met een korte vooruitblik, de gevolgen van de schietpartij, waarbij meteen duidelijk wordt dat het acteerniveau abominabel is. Net als het beeld, geluid, de dialogen en misplaatste humor. Het verhaal draait om Derwin en Derick, twee vrienden met nazi sympathieën, die in hun lange zwarte jassen als outcasts worden behandeld door de ‘jocks’ op school. Hun ouders noch de leraren bieden veel steun. Hun aandacht gaat van het lezen van Mein Kampf tot het doen van aankopen van raketten (!) via internet, waar alles te zien en te koop is. Als Derwin op een gegeven moment flink in elkaar wordt getrapt door de populaire jongens van school is de maat vol.

Zonder een greintje subtiliteit worden de stereotypes (de jock, de zwarte, de goth, het bijbelmeisje (gespeeld door Misty Mundae, haha, leuk hè, NOT!)) gepresenteerd en de clichés over ons uitgestrooid. De over-gesimplificeerde boodschap van de hele wereld is tegen mij dus neem ik wraak - oorzaak en gevolg - wordt ongeïnspireerd, op banale wijze en bijna verhaal-loos in beeld gebracht. Het zijn meer korte scènes opgedeeld in hoofdstukken met opzichtige titels (flock, herd, atonement, armageddon) die er merendeels om gaan hoe de jongens fysiek en mentaal worden geïntimideerd, waarna ze de wapens grijpen en een bloedbad op school aanrichten. Maar zelfs wie er puur zit te wachten op (amateuristische) uitbuiting van het vreselijke gegeven komt bedrogen uit. Als je überhaupt al niet bent afgehaakt, of misschien snel doorgespoeld hebt om op het 75 minuten punt te belanden, merk je dat de speciale effecten prima bij de rest van het slechte niveau van de film passen. Het komt allemaal mooi samen als iemand in zijn been is geschoten en uitroept: “I can’t run anymore!”

Je zou er haast om lachen als het niet zo treurig was.

Oh ja, het zou dan toch een aanklacht tegen de media moeten zijn. In de laatste vijf minuten komt dat even bespottelijk aan bod als de andere onderdelen in de film. Slechts één fragment heeft enigszins waarde, als er eindeloos een bepaald fragment op tv wordt herhaald. Dat de media het laatste zegje had blijkt uit het feit dat de makers op een dag de politie aan de deur kregen en in de boeien werden afgevoerd voor de camera van een nieuwszender. Hen werd ten laste gelegd dat ze vuurwapens naar een schoolterrein hadden meegenomen…


Underground cult, bad taste, or just plain bad? Wat mij betreft het laatste…

The Strain


(1e seizoen, 13 afleveringen, 43 min, IMDb 8,0)

Een vliegtuig komt aan vanuit Duitsland in New York. Aan boord zijn op vier mensen na alle inzittenden overleden. De CDC (Centers for Disease Control and Prevention) wordt ingeschakeld omdat men denkt dat er een virus in het spel is. Als er een prachtig bewerkte houten kist uit het vliegtuig wordt gesmokkeld en een immens bloeddrinkend monster zijn intrede doet wordt langzaam duidelijk waar het hier om gaat: Strigoi!


Ontsproten uit het brein van Guillermo del Toro die hiermee voortborduurt op zijn creaturen uit Blade II. De insteek dat het gaat om een virus dat bestreden moet en kan worden is een goede benadering. Er zijn verschillende personen met hun eigen verhalenlijnen. Ephraim Goodweather van de CDC, de vier overlevenden, de geheimzinnige vampierstrijder Abraham Setrakian, ongedierte bestrijder Vasiliy Fet, hacker Dutch Velders, de onheilspellende Thomas Eichorst, de criminele Latino Augustin 'Gus' Elizalde… Een beknopte opsomming van een flink aantal mensen wier paden zullen kruisen, die verbonden zullen sluiten, die voor een doel zullen strijden. Dat dit soms pas laat in de serie gebeurt is er juist interessant aan. De ontwikkeling daarin. Laat ook niet te snel je interesse varen bij deze serie, want het wordt steeds beter. Vanaf aflevering vier gaan er koppen rollen en wordt er niet zuinig gedaan met de af en toe smerige effecten (zoals bij een fijne autopsie).


Del Toro is dus goed bezig met opbouw en legt niet meteen al zijn troefkaarten op tafel. Zo krijgt de serie een interessante impuls door de intrede van een nieuw personage. De ontregeling van New York blijft in eerste instantie achterwege. Door invloedrijke mensen met een eigen agenda wordt de boel zo lang mogelijk in de doofpot gestopt, zodat de vampiers zich kunnen vermenigvuldigen.


Kinderen noch hoofdrolspelers worden gespaard. Alhoewel je het zelf kan gebeuren, wordt er geen verhaallijn vergeten. Het is alleen wel een beetje jammer dat de oppervampier er uit ziet als een mislukte clown…


Al met al een aardige serie die als spin-off van Blade II kan worden gezien.

dinsdag 30 september 2014

In The Flesh


(2e seizoen, 6 afleveringen, 56 min, IMDb 8,0)

Na het veelbelovende eerste seizoen nu dan het vervolg, waarin de ‘second uprising of the undead’ centraal staat. De mensen die terug gekeerd zijn tijdens de eerste herrijzenis, politiek correct P(artially) D(eceased) S(yndrome) sufferers genoemd, in de volksmond beter bekend als ‘rotters’ proberen al weer een tijd hun leven op te pakken door dagelijks hun Neurotrityline in te spuiten waardoor ze normaal kunnen functioneren. Maar ze worden niet overal en door iedereen geaccepteerd. Sommigen van hen passen zich volgens het tekstboek aan met medicijnen en make-up en al, werken mee aan de wederopbouw en proberen volwaardige burgers te worden. Anderen nemen alleen het medicijn maar zien er uit als zombies. Weer anderen willen niets weten van die ‘pulse beating scum’ en gaan soms zelfs zo ver om ‘blue oblivion pills’ te nemen die hen direct terug veranderen in de bloeddorstige zombies die ze eigenlijk zijn. Aangespoord door iemand die zich de ‘Undead Prophet’ noemt sluiten velen zich aan bij het U(ndead) L(iberation) A(rmy) en bereiden ze zich voor op die tweede herrijzenis.

De grote thema’s krijgen een persoonlijk gezicht door de goede vertolkingen van de verschillende personages. We zien een hoop oude bekenden terug, zoals hoofdpersoon Kieran, zijn zus Jem, de heerlijk eigenzinnige en grappige Amy… Maar er zijn ook nieuwe gezichten, zoals die van de politieke leider Maxine Martin, die het liefste alle PDS lijders wil uitroeien en Simon Monroe, die strijdt voor de rechten van de ondoden.

Op subtiele wijze heeft de serie aandacht voor problemen als hoe om te gaan met dood gewaanden die opeens terugkeren naar een thuis situatie die ondertussen flink is veranderd. Wat maakt een mens eigenlijk tot mens? Is een PDS-er nog een mens? Verdiend een zombie het als mens behandeld te worden? Daarnaast zijn er mooie vondsten als een reisgids met PDS-vriendelijke plekken om te verblijven en een PDS bordeel.

In The Flesh geeft op interessante wijze het probleem van vreemdelingen en integratie weer. Hoe dit mis kan gaan en hoe bij beide kanten extremistische tendensen kunnen ontstaan. Welke kant kies je? Moet je kiezen?


Dit tweede seizoen is boeiend genoeg om niet af te haken en net als in het eerste seizoen zit het venijn hem in de staart, waarbij de deur naar het derde seizoen wagenwijd open staat.

Deliver Us From Evil


In een proloog zien we dat het kwaad is meegekomen tijdens een oorlogsmissie in Irak. Het kwaad uit zich via een man die zijn vrouw aftuigt, een moeder die haar baby weggooit. New York politieman Ralph Sarchie heeft zoals zijn collega het noemt een ‘radar’ voor interessante zaken en komt de twee gevallen op het spoor. Een spoor dat leidt naar de link tussen de twee voorvallen, de bron die het kwaad aan het verspreiden is. Een gevecht tussen goed en kwaad zal geschieden, waarbij een priester een belangrijke rol zal spelen.

Deze film is gebaseerd op het ‘non-fiction’ boek Beware The Night van Ralph Sarchie, die zijn belevenissen als agent in New York aan papier toevertrouwde, waaronder bovengenoemde zaak. Dus ja, het gaat (weer) over bezetenheid en uitdrijving, maar de invulling is zeker in het begin toch wat anders dan in de meeste films die hierover gaan. De nadruk ligt namelijk op het spannende politiewerk van Ralph en zijn maat, die nu in aanraking komen met iets dat makkelijk is af te doen door er het labeltje ‘gek’ aan te hangen, maar de realiteit laat zien dat de gekte een oorsprong heeft. Een realiteit die behoorlijk wat invloed op Ralph persoonlijk heeft. Toch is er wat tijd nodig voordat hij zich laat overtuigen door de jonge, onconventionele Jezuïeten priester die hem laat zien dat het om een zaak van bezetenheid gaat, waarna een uitdrijving zal moeten volgen.

Met die uitdrijving gaat het dan in zoverre mis, dat de film zich weer beweegt in het water waarin zovele van dit soort films zich bewegen en wordt er gevloekt, getierd, in vreemde tongen gesproken, zijn er bovenmenselijke krachten in het spel en vliegen de ramen uit hun sponningen. Kortom, het wordt flink groot gemaakt, waar het misschien juist klein, intiem en persoonlijk had moeten blijven. Het gaat tenslotte om een gekwelde geest die ook maar doet wat hem wordt opgedragen.


Ondanks het goede spel van Eric Bana als Ralph Sarchie valt de film dus in een valkuil die deze eerst zo goed en doeltreffend wist te ontwijken. 

donderdag 25 september 2014

Guinea Pig 6 - Mermaid In A Manhole


Een gekwelde schilder verzamelt alles wat hij lief heeft (gehad) in een plek in het riool onder de grond. Wat spullen, maar ook een dood huisdier en een foetus. Op een dag treft hij een aangespoelde zeemeermin aan, dezelfde die hij ooit vroeger eens heeft gezien. Zij wordt zijn muze: “alles wat ik ooit verloor, vind ik in jou terug”. Maar het riool is geen plek voor de zeemeermin, die ziek wordt, een gezwel op haar buik krijgt. De schilder neemt haar mee naar zijn woning, legt haar in bad, geeft haar medicijnen. Maar geneesmiddelen noch verse vis helpen haar. Het gaat steeds slechter met haar lichaam, dat vol gezwellen zit, wegrot en wormen aantrekt. Op haar verzoek probeert hij het gezwel weg te snijden, met zeven kleuren pus, maar weinig anders tot gevolg. Ondertussen schildert hij haar, in haar verschillende staten, op haar aandringen.

Het laatste deel van de Guinea Pig serie is het enige dat iets van een tragische boodschap heeft te bieden. De vergankelijkheid van het leven, iets dat je niet vast kunt houden, behalve op een schilderij. Het is ook zeer aangrijpend. Je liefde zien wegrotten door een soort van uitwendige kanker. Verpakt op uiterst onsmakelijke manier, dat dan weer wel, ondanks het feit dat je ziet dat het om opgeplakte onderdelen gaat. Je moet zeg maar geen pizza eten als je dit bekijkt.


Hoe extreem ook, dit is het meest volwassen deel. Ook het feit dat er nog een treffende clou in zit maakt Mermaid In A Manhole samen met Devil’s Experiment de beste uit de Guinea Pig reeks.

Guinea Pig 5 - Android Of Notre Dame


Een wetenschapper (lilliputter) is druk bezig met onderzoek naar DNA bij dieren. Hij zoekt een oplossing die zijn zieke, aan bed gekluisterde zus weer beter kan maken. Dan krijgt hij een telefoontje van een bedrijf dat alles van hem schijnt te weten. Ze zeggen hem te kunnen leveren wat hij nodig heeft in ruil voor geld. Hij stemt in en krijgt een guinea pig in de vorm van een dode vrouw om proeven op te doen. Na wat dissectie worden de losse menselijke onderdelen onder stroom gezet om een tot leven wekking tot stand te brengen. Het mislukt. Het lijk is misschien te oud, maar al gauw dient een oplossing zich aan.

Een alternatieve versie van het bekende Frankenstein verhaal, dit keer met als doel de geliefde zus te redden. De mini professor gaat steeds extremer te werk en bloed vloeit rijkelijk in wat alweer een grotesque show vol goedkope effecten is dat zich eigenlijk best wel voortsleept - via een door een computer gestuurd hoofd die een deel van het vuile werk opknapt - naar een flauw einde.

Het is in zoverre een stap in de goede richting omdat de komische noot is ingedamd en het verhaal invoelbaar is gemaakt door het menselijke drama dat er aan ten grondslag ligt. Dit zal echter nog beter worden in het afsluitende deel.

Guinea Pig 4 - Devil Woman Doctor


De dame (travestiet) in kwestie stelt zichzelf voor aan de kijker. Ze is een dokter zonder papieren die mensen ‘helpt’ waar andere dokters dit niet meer doen. Ze laat daarna een heleboel ‘patiënten’ de revue passeren die vreemde (in het echt niet bestaande) aandoeningen hebben, waarbij ze laat zien wat de aandoening behelst (met vaak dodelijke gevolgen) en slechts enkele malen grijpt ze daadwerkelijk in om iets te doen (met soms slechte gevolgen).

De film is opgedeeld in een aantal hoofdstukken die het beste als ‘grappige’ horror sketches omschreven kunnen worden. We zien familieleden wier hoofden ontploffen als er te veel stress is. Iemand die een gezicht op zijn buik heeft (de film is uit 1986, dus na Basket Case maar vóór Total Recall). Een wandelende dode die steeds verder aftakelt. Een loslopend orgaan dat een vrouw lastig valt. Er is een nieuws item over een buffet dat bestaat uit menselijke onderdelen. Er is een man die bloed zweet en een man met een bewegende tattoo (met als resultaat een ontvelde man, wat dan weer pre-Hellraiser is). Het wordt steeds ridiculer, deze Japanse Troma, het gaat alle kanten op, de effecten zijn goedkoop maar het is voornamelijk toch zo verschrikkelijk onleuk.


Het dieptepunt van deze serie.

Guinea Pig 3 - He Never Dies


Dit derde deel is echt een (korte) film, die ze dan op vreemde wijze het aroma van echtheid mee willen geven door een Amerikaanse wetenschapper een introductie, een nawoord en tussendoor nog volkomen overbodig een samenvatting te laten geven van wat we net hebben gezien. Volkomen misplaatst dus.

Het verhaal zelf gaat over een sukkel op kantoor genaamd Hideshi, die telkens de wind van voren krijgt van zijn baas en de kut-klussen doorgeschoven krijgt van zijn collega’s. Hideshi ziet het even niet meer zitten, meldt zich ziek en gaat thuis (de clown uit-)hangen. Hij verveelt zich al gauw en begint zich uit verveling (of wanhoop?) in zijn pols te snijden. Hij voelt echter geen pijn, waarna hij zich gaat botvieren op zijn eigen lijf. Het krijgt iets grappigs omdat, wat hij ook probeert, hij niet dood gaat. Dan maar een collega in de maling nemen. Hij laat hem langs komen en jaagt hem de stuipen op het lijf door zichzelf voor diens neus open te snijden (hij werpt hem o.a. – daar heb je ze weer - zijn ingewanden toe). De smerige effecten worden echter grappige idioterie, hoewel de manier waarop hij zijn ingewanden uit zijn lijf trekt nog best aardig is gedaan (voor die tijd). Het is bijna slapstick, hoewel deze flauwe Japanse humor niet aan mij is besteed. Ik moet denken aan Lloyd Kaufman met zijn Tromafilms, waar ik ook niet van hou.


Het is duidelijk dat de serie een andere weg in is geslagen met dit deel. Een weg die mij niet aanstaat waardoor ik het het minste deel tot nu toe vind. Maar het kan nog veel erger, zo blijkt in het volgende deel uit de cyclus.