Posts tonen met het label Tivoli. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tivoli. Alle posts tonen

zaterdag 2 november 2013

Chelsea Wolfe & Russian Circles - Tivoli de Helling Utrecht, 1 november 2013


Chelsea Wolfe ontdekte ik een jaar geleden ongeveer. Ἀποκάλυψις (Apokalypsis) was vers uit en de hoes van dat album deed me besluiten naar haar muziek te luisteren. Zo zie je maar wat een albumhoes voor gevolgen kan hebben, want ik werd na enkele draaibeurten steeds meer door haar stem en muziek betoverd. Drone-doom-goth-folk met experimentele kantjes, een link met Black Metal en die mistige, maar zuivere stem die zo hypnotiserend werkt. Apokalypsis zit nog vol met invloeden van Sonic Youth tot PJ Harvey en kenmerkt zich door memorabele songs als Mer en Moses. Haar derde album dat net uit is heet Pain Is Beauty en laat een wat coherenter geluid horen, waarin haar eigen stem nog duidelijker doorklinkt. Een kaartje kopen voor haar concert hoefde ik dus niet over na te denken, ook al zou ik alleen gaan en was het in Utrecht. Wat het geheel nog aantrekkelijker maakte is dat ik er achter kwam dat het een double bill zou worden met een andere groep die ik zeker niet onaardig vind: Russian Circles. Deze 3-koppige band speelt uitsluitend instrumentale muziek die in songs van gemiddeld een minuut of zeven uit kan waaieren van loeizware metal tot delicate passages en omgekeerd. Ook zij hebben net een nieuw album (het vijfde alweer) uit genaamd Memorial waarop ze de vocale stilte een keertje laten varen door niemand minder dan Chelsea Wolfe in te zetten op het titelnummer.


Op naar Utrecht. Als ik de zaal in kom hoor ik dat de stemming er al flink in zit met muziek van Arvo Pärt die geroezemoes overstemt en de toon zet voor Chelsea Wolfe, die als hogepriesteres in zwart gekleed met een enorm witte sluier daarover heen het podium op zweeft. De eventuele bedenkingen die ik had betreffende haar stem (effecten en galm die er op zitten) worden meteen de kop ingedrukt, want ja, natuurlijk staat er galm op haar stem, maar die stem zelf is loepzuiver en net zo bezwerend als op het album. Met een bescheiden lichtshow die voornamelijk bestaat uit zwart, wit en rood speelt de band veelal in het halfschaduw, van waaruit een dozijn nummers onze kant op komen. De eerste track van haar nieuwe album laat direct horen wat ze behelst. Feral Love, met de onheilspellende klanken, stuwende ritmische klanken en de bezwerende stem komt overeen met haar kleding. Gitzwart met witte sluier. Vanuit de moerassige nevelen hoor je haar stem. Als een sirene lokt ze je naar de duistere zijde, die door haar toedoen helemaal niet duister lijkt. En zonder moment van twijfel laat je je meevoeren op de wonderlijk schone klanken van Mer, overtuigt ze je dat zij en jij de “two straight lines in a crooked world” kunnen zijn in Tracks (Tall Bodies) en dan begin je vast te lopen in het moeras dat Kings heet en waarbij je met elke stap dieper weg zinkt. Als alles verloren lijkt, is dat het ook en hoor je de klanken van je eigen begrafenis in Moses, waarin de band je kist op de schouders neemt en langzaam, stap voor stap richting je graf draagt. De loodzware tonen van Pale On Pale klinken als je kist stukje bij beetje het gitzwarte gat in richting vochtige aarde gaat. De krijsende schreeuw. Van jou, of van geliefden die je achter laat?


Aan de andere zijde wacht ze je op. Ontdaan van witte sluier. De dood. Zoetgevooisd als nooit tevoren. Lone.

De laatste klank blijft doorklinken als iedereen van het podium is. Een drone, die het gevoel bewaart, stemmen weer overstemt en ons meevoert naar het volgende optreden. Ik ben gaan zitten waar ik stond, op de verhoging aan de zijkant. Er komen steeds meer mensen bij. Ze staan om me heen. Een woud van benen waardoor de spotlichten af en toe hun weg vinden. Ik zie iemand staan, alleen. Hij komt me bekend voor. Na een paar seconden weet ik het: het Imagine film festival. Toen nam ik zoals altijd na een laatste voorstelling de pont en toen zag ik hem ook. Hij viel me op, waarom weet ik niet. Nu zie ik hem weer, toevallig, of niet. Kennelijk hebben we meer gemeen dan de interesse voor bepaalde films.



Russian Circles pakt het nog wat rigoureuzer aan qua presentatie. Het gaat hier niet om de personen, maar om de muziek. Dus zijn er drie simpele heldere gloeilampen, waarvan alleen die bij de bassist aanblijft tussen de nummers door. Voor zover ze überhaupt stoppen met het produceren van geluid, want dat blijft veelal aanwezig door de samples en loops die doorklinken en hun geluid tijdens de nummers voller maken. Ik heb al hun albums, maar ken die niet goed genoeg om de titels er bij te verzinnen. Daar gaat het ook niet om. Dit postrock/metal trio is een geoliede machine van steengoede muzikanten die binnen het tijdsbestek van één nummer een scala aan emoties laten horen. Doordat ik ze nu zie spelen hoor ik de gelaagdheid op de een of andere manier beter die veel van hun nummers herbergt.  Meest in het oog springend is daarbij de drummer, die ongelooflijke ritmes uiterst behendig en subtiel weet te produceren, terwijl de bassist en gitarist de hoofden laten bangen op retezware staccato ritmes. 


Maar evenzogoed kunnen de rollen omgedraaid zijn en switched bassist Brian Cook net zo makkelijk binnen dat ene nummer van bas naar gitaar, of andere bas, om de sfeer van het moment te bekrachtigen. Er zijn niet veel bands die op instrumentale wijze mijn aandacht lang vast weten te houden. And So I Watch You From Afar is er eentje, maar Russian Circles hoort daar toch ook bij. De set is overwegend heftig, maar vind een rustmoment tijdens Schiphol.


De combinatie met Chelsea Wolfe krijgt gestalte in de toegift, als ze in het bijna donker de band een stem geeft in Memorial, waarna nog één nummer wordt gespeeld. Met Youngblood laat Russian Circles nog één keer alle hoofden op en neer gaan, waarna diezelfde hoofden huiswaarts gaan, gevuld met een voldaan gevoel, mag ik aannemen. Of zou dat toch in het hart zitten…

woensdag 23 mei 2012

Tim Christensen And The Damn Crystals - Tivoli (de Helling) Utrecht, 20 mei 2012



Tim Christensen speelt al een aantal jaar met zijn ‘Damn Crystals’, maar op het nieuwe album was de invloed van de band groter en werd hun positie benadrukt in de bandnaam. Die bandnaam is dan ook weer de titel van de cd waarop flink wordt gerockt. Songs van hoog niveau, vol met interessante wendingen zonder het liedje uit het oog te verliezen. Na de tour door thuisland Denemarken doet de band weer een kleine clubtour door Nederland.

Eigenlijk zou ik hier helemaal niet naar toe gaan. Ik heb kaartjes voor de Melkweg (Amsterdam), waar Tim morgen speelt. Getwijfeld of we nog een extra dag van de tour mee zouden maken, maar toch niet gedaan. Toen kwam er een veel te gemakkelijke prijsvraag langs, van Kindamusic . Het antwoord zat in mijn hoofd, overgezet naar mail @redactie en warempel, ik win. Dus ga ik +1 toch nog naar Utrecht, waar we de zaal inlopen die wanneer het voorprogramma begint al bijna gevuld is! Petter Carlsen staat er in zijn uppie, met gitaar om zijn nek en een strot van goud. Wat kan die man mooi zingen. Dat heeft Tim – die zelf ook zo’n briljante stem heeft – goed uitgekozen. De stem van Petter doet me bij vlagen denken aan een jonge Sting, of John Waite, met specifieke en loepzuivere uithalen in de hogere regionen. Petter is een schatje. Hij zegt dat het fijn is te spelen voor een publiek dat zo stil luistert. Je kunt inderdaad een speld horen vallen. Natuurlijk maakt hij reclame voor zijn nieuwe cd die hij na afloop zal verkopen, maar hij doet alles op zeer innemende wijze. Dat en het bewijs dat hij zijn ingetogen en breekbare liedjes op prachtige wijze ten gehore brengt zorgen er voor dat mensen na de show inderdaad een kijkje komen nemen, een praatje met hem maken en de beurs trekken voor zijn Clocks Don’t Count. Hij zegt er eerlijk bij dat de cd minder ingetogen is en een volledige band laat horen met een vol geluid. Ik ben blij dat ik de uitgeklede versies nu live mag horen, want die maken misschien nog wel meer indruk. Luister het verschil maar eens tussen You Go Bird (live) en hetzelfde nummer (studio).

We verplaatsen ons van de verhoging aan de zijkant naar vlak voor het podium. Dichterbij is niet mogelijk. Net als op het album begint Tim Christensen And The Damn Crystals met het nummer The Damn Crystals. Dat is meteen een binnenkomer, want het is een lang en imponerend nummer, met een typische Christensen opbouw, waarbij de song via een rustig middenstuk naar een opwindend hoogtepunt wordt geloodst. Het was natuurlijk allang bekend, maar wat een solide band is dit en wat kan die man toch zingen. We rocken lekker door met Jump The Gun en daarna alweer een nummer vol afwisseling, Far Beyond Driven, dat net als de opener van de laatste cd komt. De setlist zit goed in elkaar en zorgt voor zowel rust tijdens nummers als Superior en India als dynamisch drama in Wiser, dat met een geïmproviseerd intro Tim’s liefde voor de Beatles nog eens benadrukt. Het spelplezier spat van het podium en je ziet ze onderling genieten door de uitwisseling van betekenisvolle blikken. Op de helft van de set kijkt Tim grappenderwijs verbaast op als zijn band van het podium afloopt. Met een akoestische gitaar speelt hij solo twee nummers, Never Be One Until We’re Two en How Far You Go, waarbij het publiek net zo stil is en aandachtig luistert als bij het voorprogramma.

Daarna gaat het heerlijk door met de volledige band en de nieuwe single Happy Ever After en krijgen oude en nieuwe songs een plekje in de set. Tegen het einde gaat het stevig rocken nog even in overdrive als Get The Fuck Out Of My Mind via een jam over gaat in Screaming At The Top Of My Lungs. In het tussenstuk trekt toetsenist Christoffer Møller even de aandacht naar zich toe met een weirde spacey geluidensolo, die ook de bandleden even doen staan kijken wat er toch allemaal gebeurt. Zou dit ingestudeerd zijn? (Daar kom ik de volgende dag achter).

Met (het enige nummer uit de Dizzy Mizz Lizzy periode) 11:07 wordt de boel afgesloten en roepen we dat we meer willen. Drie nummers volgen als toegift. Het prachtige Surfing The Surface raakt me zoals altijd weer diep. Om deze mooie avond te voorzien van een spetterend einde sluit de groep af met Whispering At The Top Of My Lungs, waarbij de drummer de maat zodanig hard slaat dat zijn bekken op de grond dondert. Het is een ovatie meer dan waard. Een klein jongetje dat door zijn ouders was meegenomen en het concert toch wat vermoeid, half hangend op het podium heeft doorstaan, krijgt van een roadie een cd en een drumstok. Wat een aardig gebaar!

Volkomen voldaan verlaten we de zaal en rennen we naar de auto, om niet zeiknat te worden in de stortregen die uit de hemel komt.

Tot morgen…