Posts tonen met het label comedy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label comedy. Alle posts tonen

donderdag 1 januari 2015

Black Mirror White Christmas


(3e seizoen, 1 special, 74 min, IMDb 9,0)

Na twee formidabele seizoenen van drie afleveringen elk is er nu een kerst special van deze serie die opnieuw een verre van rooskleurige blik op de (nabije) toekomst geeft, waarin mens en machine onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, maar het gemak van de digitale mogelijkheden voor immense problemen kan zorgen.

Matt en Joe zitten op een afgelegen en door eindeloze sneeuw omgeven locatie waar ze op elkaar zijn aangewezen en hun werk verrichten. Voor het eerst raken ze serieus met elkaar aan de praat en vertellen ze elkaar over hun leven en waarom ze op deze plek terecht zijn gekomen. Daar komen drie verhalen uit voort. Matt vertelt over zijn bijbaantje als hulp voor mannen die niet zo gemakkelijk een vrouw kunnen versieren, waarbij Matt via een streaming live verbinding door de ogen van zijn cliënt mee kan kijken en de klant direct kan voorzien van de nodige tips. Het begrip ‘stemmen in je hoofd’ krijgt meerdere betekenissen die niet voor iedereen goed uitpakken. Daarna heeft Matt het over zijn echte baan bij Smartelligence, waarbij een cookie uit het hoofd van een opdrachtgever kan worden gehaald. De code is een gesimuleerde kopie van het brein en kan de klant als zodanig hulp bieden bij het regelen van alledaagse zaken. Grootste probleem is echter dat dit cookie een bewustzijn heeft. Als laatste vertelt Joe zijn verhaal. Over zijn relatie met een prachtvrouw en het probleem binnen die relatie waardoor ze hem blokt (alsof je iemand op Social Media blokt, maar in dit geval betekent het dat de personen in kwestie elkaar alleen nog maar als een wazig omhulsel zien en niet meer kunnen horen), wat communicatie onmogelijk maakt. De blok op zich is al erg genoeg, maar er zijn grotere gevolgen die tot wanhoop stemmen.

Wederom slaagt Black Mirror er in met originele en interessante verhalen te komen, die tot nadenken stemmen over een digitale toekomst die mogelijkheden biedt die we misschien maar niet moeten accepteren. Het knappe daarbij is dat het overkoepelende verhaal (i.t.t. bijvoorbeeld in V/H/S: Viral) geen los zand is, maar de verhalen niet alleen op geniale wijze met elkaar verbindt, maar een overstijgende, extra pijnlijke en wrange boodschap brengt.


Het is te hopen dat deze serie nog vele sterke vervolgen krijgt.

The Interview


Allereerst: gelukkig nieuwjaar!

Nog twee recensies en dan kan ik overgaan tot top zoveel lijstjes betreffende 2014.

De enorme commotie rond de film The Interview zal je niet zijn ontgaan. Het feit dat de hoge baas van Sony al vroeg ingreep om het einde minder heftig te maken, dat Sony Pictures gehackt werd al dan niet door Noord Korea, dat er verscheidene nieuwe films op straat kwamen te liggen plus een hoop persoonlijke (salaris)gegevens en e-mails die het daglicht niet konden verdragen, dat de promotionele activiteiten en de bioscooprelease werden afgeblazen wegens stevige dreigementen, dat de film toch een gelimiteerde bioscooprelease kreeg en via internet (YouTube, Xbox Video en Google Play) te verkrijgen is en dat alle ophef de film geen windeieren heeft gelegd en zelfs Sony’s meest winstgevende online release ooit is met (nu al) 15 miljoen dollar, wat nog niet in de buurt komt van het budget van 44 miljoen. Nu ja, als je er meer over wilt lezen vind je hier een mooi overzicht.

De film zelf dan.

Dave Skylark (James Franco) is de gastheer van een populaire talkshow die zich voornamelijk bezig houdt met onthullende openbaringen van grote sterren. Producer van de show en persoonlijke vriend van Skylark is Aaron Rapaport (Seth Rogen), die zo langzamerhand wel eens wat serieuzer nieuws wil brengen. Hij weet dat de leider van Noord Korea (Kim Jong-un) fan is van de show en weet een interview voor elkaar te krijgen dat plaats moet gaan vinden in de Democratische Volksrepubliek Korea. Voordat Skylark en Raraport aan hun reis kunnen beginnen krijgen ze bezoek van Agent Lacey (Lizzy Caplan) van de CIA die hen duidelijk maakt dat ze ‘de Geweldige Leider’ om moeten brengen. Een avontuurlijke missie volgt.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik deze film waarschijnlijk niet had bekeken zonder alle ophef er omheen. De laatste film die ik met het duo Franco/Rogen zag (This Is The End) viel me zwaar tegen. Maar goed, met enigszins gekleurde blik ben ik aan The Interview begonnen en het was minder erg dan ik had verwacht. Er zit een duidelijk verhaal in met hier en daar een wending en natuurlijk vooral veel humor. Die humor is flauw (Lord Of The Rings verwijzingen), (super)melig (vaak met woordgrappen) en soms grof (‘stink dick’). Het leukste is echter de wisselwerking tussen Franco en Rogen. Skylark wordt door Franco neergezet als een lawaaiige, ietwat domme, ‘bigger than life’ opportunist tegenover de serieuzere Rapaport, die graag de regels wil volgen, maar meestal wordt overtroeft door de flamboyance van zijn drukke vriend. Rogen vertolkt Rapaport op zijn bekende droogkloterige, maar in dit geval niet geheel onverdienstelijke manier. Natuurlijk wordt Kim Jong-un in de maling genomen, maar ook Amerika krijgt er van langs. “Kim must die, it's the American way”, merkt Skylark op. En geheel volgens die goede Amerikaanse traditie komt de oplossing met een hoop kogels, bommen en granaten en blijken Skylark’s op hol geslagen ontsnappingsfantasieën zo gek nog niet.

The USA saves the day in a mildly amusing way.


Wijze les? Vooral veel naar Katy Perry luisteren!

zondag 7 december 2014

What We Do In The Shadows


Imagine Limited Edition. Goed initiatief. Het volledige festival vindt pas weer plaats in April volgend jaar, maar er waren zoveel leuke films die tegen die tijd al achterhaald zouden zijn, dat de organisatoren hun vlak na de zomer opgekomen idee van deze één daagse gelimiteerde editie nu al tot uitvoering hebben gebracht. Maar liefst zeven films werden aangekondigd en het vuur in de harten van de fans is zodanig aangewakkerd dat de verkoop boven verwachting gaat en het hele event naar de grootste zaal is verplaatst. Ik ga alleen de eerste twee films zien, want het kost toch een bom duiten (waarom geen goedkopere prijs voor een passe-partout?), ik hoef TCM niet per se te zien en Cold In July heb ik al gezien.


De digitale wekker geeft 06:00 aan en begint te piepen. De camera zoemt uit en je ziet een zwarte doodskist die een stukje open gaat. Er komt een arm uit die de wekker uit zet. De film wordt in één korte scène gevangen.

Een documentaire team volgt een groep vampiers in aanloop naar een samenzijn van vreemdsoortigen tijdens ‘The Unholy Masquerade’. We maken kennis met vier bloeddorstige huisgenoten van verschillende leeftijd, waarvan Petyr (die er uitziet als de vampier uit Nosferatu) met zijn 8000 jaar de oudste en minst benaderbare is. Verder zijn daar jonge hond Deacon, de woeste, uit de Middeleeuwen afkomstige Vladislav en dandy Viago die stipt en netjes is, maar over kan komen als een zeurpiet. Zo roept hij alle vampiers bijeen om de huishoudelijke taken door te nemen en valt hij Deacon aan omdat die al vijf jaar de afwas niet heeft gedaan. “Vampires don’t do dishes”, brengt Deaconin ter verweer. De alledaagse blik in het leven van deze onalledaagse figuren is meesterlijk gedaan. Van tanden poetsen tot stofzuigen tot het uitkiezen van de juiste kleding als ze uitgaan, waarbij Vladislav kiest voor de “dead but delicious look”. De opeenstapeling van prachtige vondsten is niet aflatend. De grappen met een spiegel, de uitleg waarom men maagdenbloed wil, het vaste hulpje dat zich al vijf jaar uitslooft en vergoten bloed opruimt in de hoop ooit zelf het eeuwige leven te krijgen, de hilarische confrontatie met een groep weerwolven, de introductie tot het internet… En vaak is het nog grap op grap ook. “Let me do my dark bidding on the internet”, zegt Vladislav als hij wat bozig zijn duistere bedoelingen gaat botvieren via de hedendaagse digitale toegangspoort. Op zich al leuk genoeg, maar de dubbelzinnigheid van een woord maakt het nog hilarischer als Viago hem vraagt “what are you bidding on?” waarna het nuchtere antwoord volgt: “a table”.

Het gebruik van speciale effecten is spaarzaam maar zeer effectief gedaan. Er zitten wat kleine moralistische boodschappen in de film, voor wat betreft de gevaren van social media en het hebben van vooroordelen over een bevolkingsgroep en de tragische kant van het vampierbestaan komt aan bod. Maar de grap is (gelukkig) nooit ver weg.

Horror en komedie zijn moeilijk succesvol te combineren. De Nieuw-Zeelandse makers van What We Do In The Shadows vonden Interview With The Vampire een prachtige film, maar ze wilden zo graag Brad Pitt eens naar de wc zien gaan. De (niet letterlijke) verwezenlijking van dat idee is volkomen geslaagd.  

Ps. Blijf vooral NIET zitten tot na de aftiteling, want je zou zomaar de hele film kunnen vergeten!

Stemoordeel: zeer goed

donderdag 20 november 2014

Random Acts Of Violence (a.k.a. Malcolm a.k.a. Charm)


“If someone texts during this movie, you have permission to beat them over the head until they are a bloody pulp”. Het is de eerste tekst die in beeld komt en gevoel van herkenning wordt hierin ondersteund door een actie die je nooit zou doen, maar je in je hoofd al wel eens hebt uitgevoerd. Een zwarte komedie wordt het dus, waarin protagonist Malcolm de kijker toespreekt vanuit de Lower East Side van New York. Hij vat het zelf te mooi samen: “What the hell has happened to the city, man? Thirty years of sky-rocketing crime, drug addiction and graffiti and we produced CBGB, Andy Warhol, Martin Scorcese and the boombox. Now we’ve got gentrification. Fifteen years of peace and prosperity, and what has that produced? The financial meltdown. Something needs to be done”. Nu is Malcolm de beroerdste niet, vandaar dat hij zich met twee camera’s laat filmen om een manifest te maken ‘to kickstart a revolution’. Door het aantal moorden op te voeren, zullen de rijken de buurt verlaten, de huizenprijzen dalen en zal criminaliteit weer de voedingsbodem worden van artistieke bloei. En zo zijn we getuige van zijn ‘random acts of violence’, het lukraak vermoorden van mensen op straat of in hun huis.

Random Acts Of Violence doet direct denken aan C’est Arrivé Près De Chez Vous. Er zijn veel overkomsten, voornamelijk in de opzet en uitvoering. Een erudiete seriemoordenaar die op droog komische en zeer zelfbewuste wijze uitleg geeft bij het werk dat hij doet, terwijl de cameramensen die met hem meelopen alles op documentaire wijze vastleggen. Maar de invulling, achtergronden en uitwerking zijn iets anders. Malcolm’s acties zijn gebaseerd op een visie die hij in zijn missie tot uitvoer brengt. De cameramensen zijn vanaf het begin onderdeel van en medewerkers aan zijn plan. Het kantelpunt in de film is als het persoonlijk gaat worden en het een versie van de pot verwijt de ketel wordt. Ben’s acties in C’est Arrivé Près De Chez Vous zijn banaler en de documentairemakers waren een toevallige bijkomstigheid, waar hij overigens maar al te graag mee aan de slag gaat. Het kantelpunt in de film is als die verslaggevers niet langer objectief vastleggen, maar actief mee gaan helpen. In een vreselijke verkrachtingsscène verstomd de lach en wordt je als kijker bewust van het feit waar je eigenlijk naar aan het kijken bent wat totaal niet om te lachen is. Je wordt eerst verleid om daarna genadeloos afgestraft te worden. Dat maakt deze film een klassieker. Bij Random Acts Of Violence vind je hetzelfde gegeven wel terug maar in mindere mate. Bij het omslagpunt in deze film verstomd de lach ook wel even, maar het is minder confronterend en shockerend.

Ik was lange tijd op zoek naar deze film en ben er uiteindelijk niet in teleurgesteld. De hoofdrolspeler Ashley Cahill (tevens regisseur en schrijver) weet een aantrekkelijk irritant personage neer te zetten. De guerrilla stijl van film maken komt goed over omdat het ook (vaak) echt zo is uitgevoerd. Er zitten meerdere boodschappen in de film die je aan het denken kunnen zetten. “I just wonder if being too comfortable keeps us from getting anything done”. Is deze tijd een kweekpoel voor ‘aanmodderfakkers’? Het script is sowieso spitsvondig en zit vol mooie uitspraken die elkaar in rap tempo opvolgen. Kortom, er valt genoeg te genieten!


“That’s the problem with serial killers. They’re compulsively driven, so they got no panache. You need to be more philosophical about murdering people”.

donderdag 13 november 2014

Wild Tales


… en de derde film van vandaag, afkomstig uit Argentinië, een zwarte komedie die gaat over verschillende vormen van wraak. Zes losstaande verhalen waarin we de mens van zijn slechtste kant zien. Of zijn minst beschaafde kant? Het begint in ieder geval met een uitgangspunt dat altijd herkenbaar is. Pesten, irritaties in het verkeer, je onheus bejegend voelen, frustraties, relatieproblemen, kortom, situaties waarin we allemaal wel eens terecht zijn gekomen, maar waarvan je niet mag hopen dat ze zo uit de hand zijn gelopen.

Er is een helse bruiloft waarin het kersverse echtpaar elkaar van een andere kant leert kennen, een mogelijkheid om een etter uit het verleden alsnog af te straffen, een duivels dilemma waarin het recht van de rijkste telt en een samenzijn van mensen waarbij toeval kan worden uitgesloten. De leukste episode is die waarin twee weggebruikers elkaar het leven zuur maken. Heet geblakerd  vol testosteron samengepakt in metaal op vier wielen. Hilarisch. De meest herkenbare is misschien wel het stuk over een man die zich op onrechtmatige wijze voelt aangepakt, dit niet kan verkroppen, maar tegen ambtelijke muren oploopt terwijl de Wet van Murphy zijn intrede doet.

Goed verzonnen en met een vette knipoog in beeld gebracht.


“Todos a la mierda”!

Aanmodderfakker


Tweede film van vandaag. Achter mij zitten twee oude dametjes heerlijk te beppen. Het verschil in manieren van twee generaties voltrekt zich buiten mijn zicht, maar in mijn gehoor. Twee oudere mensen moeten langs de dametjes. “Goedemiddag dames”, zegt de voorste, “excuseer mij, maar we zitten op stoel acht en negen, maar we gaan er wel eentje verder zitten”. Eén van de dametjes vraagt of ze wel op rij drie thuis horen en het blijkt inderdaad rij één te moeten zijn. “Neem me niet kwalijk” is het antwoord, waarop het dametje daar grappenderwijze nog even op in gaat. Hoe anders dan bij deze vriendelijke ontmoeting gaat het als wat jonge kinderen langs diezelfde dametjes moeten. “Meid, je staat op mijn teen”! hoor ik het dametje zeggen. “Als je even wacht dan sta ik wel op”, voegt ze er aan toe. De jeugd baande zich zonder wat te zeggen en vrij onverlaat een weg naar hun plek.

Reclame, trailers volgen. De dames beppen verder. Een discussie over Micropia, wat dat dan is en als het op jezelf zit hoe kan je er dan naar toe en een mooie opmerking na de trailer van Taken 3: “Nou, dat is niets voor ons”.


Hoe sterk kun je een film in de markt zetten. Nou, met één van de beste (voor zichzelf sprekende) titels voor een Nederlandse film ooit en een trailer met maar één beeld (dat niet eens in de film voorkomt) die geen woorden nodig heeft om je interesse te wekken. De aanmodderfakker in kwestie is Thijs, 32 jaar, eeuwige student die een rommelig huis deelt met een veel jongere baardmans, zijn was nog naar zijn moeder of zus brengt en wat bijverdient bij de M*(edia)Markt waar hij ook geen flikker uitvoert.  Iedereen om hem heen lijkt succesvoller dan hij, of is in ieder geval bezig iets van het leven te maken. Als hij in contact komt met de zestienjarige zus van zijn zwager treedt er een verandering op, die voor Thijs wat duidelijker maakt wat we als toeschouwer allang door hebben.


De idealen van jonge mensen, de fuik van het huwelijk, de inhaalslag van de oudere. Onderdelen die op mooie wijze verwerkt zitten in het met een Gouden Kalf bekroonde scenario van Anne Barnhoorn (dat onzekere, depressieve meisje uit Connected dat haar bescheiden droom uit zag komen), dat op een soepele manier het probleem van zo veel keuzes en te weinig urgentie om er eentje te maken laat zien en de angst voor alles wat naar verantwoordelijkheid ruikt op grappige wijze in beeld brengt. Situationele, relationele en ook ‘rennende’ grappen, zoals met het omvallen van drinken, de fietsketting die er af loopt en het lenen van een tientje. Minder absurdistisch dan de films van Alex van Warmerdam en minder hilarisch dan Bro’s Before Ho’s (hoewel zwager Tim “Wassup G!?” wel wat weg heeft van René “Wassup Niggaaa!?), maar subtiel en realistisch. Zelfbewust ook, als aan het einde van de film Thijs zegt “Jezus wat een cliché”, we dit cliché vervolgens gaan zien en dat het dan net even anders, veel echter en leuker wordt ingevuld.

maandag 3 november 2014

Wish I Was Here


“Go be Jewish”, zegt Aiden Bloom tegen zijn zoontje Tucker, als hij hem afzet bij de Yeshiva. “Why? It’s so boring” antwoordt de kleine man die er duidelijk geen zin in heeft. Aiden (Zach Braff) is getrouwd met Sarah (Kate Hudson), heeft twee kinderen, dochter Grace (Joey King, bekend van The Conjuring en Fargo) en zoontje Tucker (Pierce Gagnon, bekend van Looper en Extant), streeft zijn droom na als acteur maar brengt daardoor weinig geld in het laadje, alwaar zijn vrouw dat geld dan binnen moet brengen met een baan die ze ook niet direct te gek vindt. De ziekte van zijn vader, de relatie met zijn nerdige kluizenaarsbroer, de zorg voor de kinderen, hoe zijn vrouw zich nu echt voelt en de financiële situatie zorgen er voor dat Aiden zich af begint te vragen of hij wel geschikt is als vader, als echtgenoot, voor dit leven. De grote vragen des levens spelen op, of misschien is het een vroege mid-life crisis, of zijn het gewoon de omstandigheden waardoor hij even vast loopt? Het is roeien met de riemen die hij heeft, het rommelt wat aan terwijl hij zijn best probeert te doen, de antwoorden ook niet paraat heeft, de zaken misschien anders moet benaderen.


Wish I Was Here doet erg denken aan de serie Parenthood. Alledaagse problemen van een normale familie en hoe ze daar mee om gaat, in een grappig, dit keer Joods getint jasje. “In the end when things get tragic enough, they circle back to comedy”. Dat gaat van hilarisch (een rabbi op een Segway) tot fijnzinnig (een lege folderhouder in het ziekenhuis met de tekst ‘this pamflet could save your life’). Zach Braff speelt niet alleen de hoofdrol, maar schreef en regisseerde de film ook en wist het benodigde geld ervoor bijeen te krijgen via Kickstarter. Een kleine onafhankelijke film met veel toewijding gemaakt en dat voel je. Los van de humor die het leed dragelijk moet maken, is de film aangrijpend, ontroerend, lief en mooi in balans. Kortom, een hele fijne film. 

vrijdag 31 oktober 2014

Zombeavers


  • Chemische dump: check!
  • Aanplaksnor: check!
  • Cabin in the Woods: check!
  • Slechte grappen: check!
  • Blote tieten: check!
  • Hillbilly Hick: check!
  • Seks: check!
  • Gore: check!
  • Geen bereik: check!
  • Slecht startende auto: check!
  • Meer ‘beaver’ grappen dan je aankan: check!
  • ZOMBEAVERS: check!

Drie meiden en een hond gaan naar een hut bij een meertje alwaar een flink stel bevers uit de kluit gewassen zombievarianten zijn geworden die het op de hond, de meiden en de later bijgekomen vriendjes hebben voorzien. Voordat iemand “get out of the water” heeft geroepen weet je wel hoe laat het is: pulp galore tijd.

Als je het bovenstaande lijstje echter eens goed onder de loep neemt, is er op verschillende punten wel wat aan te merken. Zo blijven de blote tieten beperkt tot één paar, vindt de seks plaats onder de lakens, blijft de gore in de middelmaat steken en hebben de zombeavers iets schattigs, omdat je ziet dat het slechte mechanische beesten zijn, handpoppen, of poppen op wieltjes. Als je zo’n pulp film maakt, doe het dan goed en zoek het in extremen.

Leuk? Nee. Eng? Echt niet! Spannend? Nope. Gory? Bij vlagen. Grappig? Bij mindere vlagen. Slecht? Eigenlijk wel ja. Zo slecht dat het leuk is? Naaahhhhh…. Hoewel je in de juiste omgeving, met de juiste mensen en de juiste sfeer er wel lol aan kan beleven. Komt het even goed uit dat de Halloween Horror Show 2014 aanstaande zaterdagnacht in Tuschinski Amsterdam draait. Naast Zombeavers, kunnen nachtbrakers daar ook Ouija, [REC]⁴: Apocalypse en Welp gaan zien. Ik kan me zo voorstellen dat de term ‘beverhoer’ wordt gescandeerd als het virus overdraagbaar blijkt en de gevolgen van dien in beeld komen en dat er en masse wordt meegezongen met de erg leuke crooner bij de aftiteling (waarna je nog even moet blijven zitten voor een laatste grap).


“Damn beavers…”

dinsdag 28 oktober 2014

The One I Love


Een koppel is in therapie. De vlam is niet langer voelbaar en lijkt alleen nog maar te kunnen worden verkregen door het her-creëren van vroegere belevenissen. De wil is echter daar: “I want us to work”. De therapeut heeft wel een advies voor Ethan en Sophie in de vorm van een bezoek aan een soort luxe vakantiehuis waar hij al meer stellen naar toe heeft gestuurd, met goede resultaten tot gevolg.

Het is een prachtig huis. Met goede wil en een beetje hasj gaat het wel erg snel beter met de twee. Daarin zit hem nu net de clou die ik niet ga verklappen, maar er gebeurt iets onverklaarbaars die de heleboel op scherp zet, maar ook veel duidelijk maakt over hun relatie en wat ze daarin nastreven. Dat ligt voor de één misschien anders dan voor de ander. Het gebeuren zorgt voor een soort van therapie op zich, waarin alle elementen waaruit hun relatie is opgebouwd weer wordt getest.

Ik houd het opzettelijk vaag omdat de clou te leuk is om zelf te ontdekken. En hoewel je die al vroeg in de film krijgt te weten, zorgt een slim script voor genoeg wendingen en emotionele diepgang om  tot het einde toe boeiend te zijn. Mark Duplass (Your Sister’s Sister, Humpday, Safety Not Guaranteed) en Elisabeth Moss (Top Of The Lake) doen niet voor elkaar onder in het subtiel neerzetten van hun karakters. Hoe science-fiction-achtig het gegeven ook mag zijn, de menselijke reacties zijn realistisch en invoelbaar en zetten je aan het denken wat jij in die situatie zou doen.

Creepy, grappig, leerzaam, vreemd, geloofwaardig; vol leuke en ‘fucked up’ ideeën. Een film waarover je nog heel lang na kunt praten…


(zie ook deze film (spoiler voor clou) die met dezelfde materie speelt)

woensdag 22 oktober 2014

Pride


In de zomer van 1984 besluit een klein groepje homo’s en lesbiennes de mijnwerkers te gaan steunen, die aan het staken zijn om het sluiten van mijnen tegen te gaan en hun banen te behouden. Onder de naam LGSM (Lesbians & Gays Support the Miners) halen ze met emmertjes geld op voor dit doel. Het blijkt een substantiële steun te zijn, maar als de activisten het geld komen brengen naar de mijnwerkers in het gehucht Onllwyn in Wales, worden de goede bedoelingen niet door iedereen met open armen ontvangen.

Dit is zo’n film waarin twee partijen die elkaars tegenpolen lijken te zijn, na enige strubbelingen toch beste vrienden worden. Het wordt al snel duidelijk dat dit in deze film op ludieke en weinig schurende wijze wordt ingevuld. Het gaat hier niet zozeer om het grote geheel, de tragiek van de mijnwerkers, de mishandeling van homo’s, de opkomst van Aids… Deze zaken komen vluchtig voorbij, als opmerkingen in de kantlijn. Het gaat hier om het idee van "united we stand, divided we fall", dat als je samenwerkt je veel kunt bereiken. Maar dan dus op ‘grappige’ wijze. Ik zet dit tussen aanhalingstekens omdat ik het slechts af en toe echt grappig vond en ik me toch wat ergerde aan hoe er juist vanuit vooroordelen wordt gewerkt. Natuurlijk is dit de basis van de film, maar het is weinig subtiel gedaan. Daarnaast vind ik dat het onderwerp te veel die eerder genoemde zwaardere kanten schuwt, uit het zicht houdt. En hoewel er aandacht wordt besteed aan individuele personages blijft de uitwerking daarvan ook heel oppervlakkig en weinig zeggend.

Toch kan ik me heel goed voorstellen dat de film hoog gewaardeerd wordt door mensen die niet zo lopen te kniesoren als ik, zeker als ze van ‘foute’ tachtiger jaren muziek houden J. Mijn gevoel zegt echter dat je met deze op zich zeer interessante en op waarheid gebaseerde feiten een film had kunnen maken die het onderwerp waardiger was geweest.


Twee acteurs wil ik er nog even uitlichten. Allereerst Bill Nighy, die uiterst ingehouden en beheerst een wat treurige man speelt. Daarnaast de actrice Faye Marsay die de rol van de punkige Steph speelt. Ze viel me op door haar gezicht en ogen en het had wat tijd nodig voor ik wist wie het was en haar herkende van een andere, totaal tegenovergestelde rol uit de tv-serie The White Queen, waarin ze me ook al was opgevallen. 

donderdag 16 oktober 2014

Welcome To Sweden


(1e seizoen, 10 afleveringen, 22 min, IMDb 6,6)

Bruce (Greg Poehler) was een accountant voor bekende sterren in Amerika, maar heeft dit leven vaarwel gezegd om bij zijn Zweedse vriendin Emma (Josephine Bornebusch) in haar thuisland te gaan wonen. Aangezien het appartement nog niet klaar is moeten ze eerst een tijd verblijven bij Emma’s ouders (en nog altijd inwonende broer) in een idyllisch zomerhuis aan een meer. Kleine cultuur- en familieclashes volgen. Sterke drank drinken, traditionele liedjes zingen, naakt zwemmen en de sauna in zijn niet de alledaagse beslommeringen waar Bruce zich mee bezig hield. De ouders van Emma hadden toch iets anders bij hem voorgesteld, zeker in lengte. “Zet de borden maar wat lager, dan kan Bruce er ook bij” zegt Emma’s moeder.

Bruce spreekt geen Zweeds (er wordt Zweeds en Engels gesproken in de serie) en heeft geen werk. De integratie levert grappige momenten op, dingen gaan ‘lost in translation’, zijn verleden laat hem nog niet met rust, oude bekende klanten (Gene Simmons, Aubrey Plaza, Will Ferrell) trekken aan de bel. Zijn beste vriend wordt een anti-Amerikaanse Irakees die denkt dat hij Canadees is. Natuurlijk kunnen we ook niet om ABBA heen, wat nog een aardig moment inclusief gastrol oplevert.


Welcome To Sweden is zo luchtig als een Wasa cracker, maar als kort (22 minuten) tussendoortje goed te doen. 

dinsdag 7 oktober 2014

Duck! The Carbine High Massacre


De Columbine High School massacre vond plaats op 20 april 1999. Regisseur/acteur William Hellfire zegt in een interview op de DVD van zijn film Duck! The Carbine High Massacre dat hij de manier waarop de nieuwsmedia op dit voorval sprongen en het uitmolken zo irritant vond, dat hij er een film over maakte om dit aan de kaak te stellen. Hij zegt dat maar weinig critici deze boodschap uit zijn film hebben gehaald. De vraag is echter, was de boodschap wel goed vormgegeven, of zijn de critici zo blind?

De film die slechts enkele maanden na de slachtpartij op Columbine is opgenomen riekt in ieder geval naar exploitatie en begint met een statement van de makers dat veel mensen er aanstoot aan zullen nemen, maar dat er toch wel een (tv)film van gemaakt zal worden, dus dan zijn we in ieder geval de eerste. Het spreekwoord dat de eerste de laatsten zullen zijn kenden ze waarschijnlijk niet en het feit dat de onbedoelde eerste The Basketball Diaries uit 1995 was wordt ook niet vermeld.

De film begint met een korte vooruitblik, de gevolgen van de schietpartij, waarbij meteen duidelijk wordt dat het acteerniveau abominabel is. Net als het beeld, geluid, de dialogen en misplaatste humor. Het verhaal draait om Derwin en Derick, twee vrienden met nazi sympathieën, die in hun lange zwarte jassen als outcasts worden behandeld door de ‘jocks’ op school. Hun ouders noch de leraren bieden veel steun. Hun aandacht gaat van het lezen van Mein Kampf tot het doen van aankopen van raketten (!) via internet, waar alles te zien en te koop is. Als Derwin op een gegeven moment flink in elkaar wordt getrapt door de populaire jongens van school is de maat vol.

Zonder een greintje subtiliteit worden de stereotypes (de jock, de zwarte, de goth, het bijbelmeisje (gespeeld door Misty Mundae, haha, leuk hè, NOT!)) gepresenteerd en de clichés over ons uitgestrooid. De over-gesimplificeerde boodschap van de hele wereld is tegen mij dus neem ik wraak - oorzaak en gevolg - wordt ongeïnspireerd, op banale wijze en bijna verhaal-loos in beeld gebracht. Het zijn meer korte scènes opgedeeld in hoofdstukken met opzichtige titels (flock, herd, atonement, armageddon) die er merendeels om gaan hoe de jongens fysiek en mentaal worden geïntimideerd, waarna ze de wapens grijpen en een bloedbad op school aanrichten. Maar zelfs wie er puur zit te wachten op (amateuristische) uitbuiting van het vreselijke gegeven komt bedrogen uit. Als je überhaupt al niet bent afgehaakt, of misschien snel doorgespoeld hebt om op het 75 minuten punt te belanden, merk je dat de speciale effecten prima bij de rest van het slechte niveau van de film passen. Het komt allemaal mooi samen als iemand in zijn been is geschoten en uitroept: “I can’t run anymore!”

Je zou er haast om lachen als het niet zo treurig was.

Oh ja, het zou dan toch een aanklacht tegen de media moeten zijn. In de laatste vijf minuten komt dat even bespottelijk aan bod als de andere onderdelen in de film. Slechts één fragment heeft enigszins waarde, als er eindeloos een bepaald fragment op tv wordt herhaald. Dat de media het laatste zegje had blijkt uit het feit dat de makers op een dag de politie aan de deur kregen en in de boeien werden afgevoerd voor de camera van een nieuwszender. Hen werd ten laste gelegd dat ze vuurwapens naar een schoolterrein hadden meegenomen…


Underground cult, bad taste, or just plain bad? Wat mij betreft het laatste…

donderdag 25 september 2014

Guinea Pig 4 - Devil Woman Doctor


De dame (travestiet) in kwestie stelt zichzelf voor aan de kijker. Ze is een dokter zonder papieren die mensen ‘helpt’ waar andere dokters dit niet meer doen. Ze laat daarna een heleboel ‘patiënten’ de revue passeren die vreemde (in het echt niet bestaande) aandoeningen hebben, waarbij ze laat zien wat de aandoening behelst (met vaak dodelijke gevolgen) en slechts enkele malen grijpt ze daadwerkelijk in om iets te doen (met soms slechte gevolgen).

De film is opgedeeld in een aantal hoofdstukken die het beste als ‘grappige’ horror sketches omschreven kunnen worden. We zien familieleden wier hoofden ontploffen als er te veel stress is. Iemand die een gezicht op zijn buik heeft (de film is uit 1986, dus na Basket Case maar vóór Total Recall). Een wandelende dode die steeds verder aftakelt. Een loslopend orgaan dat een vrouw lastig valt. Er is een nieuws item over een buffet dat bestaat uit menselijke onderdelen. Er is een man die bloed zweet en een man met een bewegende tattoo (met als resultaat een ontvelde man, wat dan weer pre-Hellraiser is). Het wordt steeds ridiculer, deze Japanse Troma, het gaat alle kanten op, de effecten zijn goedkoop maar het is voornamelijk toch zo verschrikkelijk onleuk.


Het dieptepunt van deze serie.

Guinea Pig 3 - He Never Dies


Dit derde deel is echt een (korte) film, die ze dan op vreemde wijze het aroma van echtheid mee willen geven door een Amerikaanse wetenschapper een introductie, een nawoord en tussendoor nog volkomen overbodig een samenvatting te laten geven van wat we net hebben gezien. Volkomen misplaatst dus.

Het verhaal zelf gaat over een sukkel op kantoor genaamd Hideshi, die telkens de wind van voren krijgt van zijn baas en de kut-klussen doorgeschoven krijgt van zijn collega’s. Hideshi ziet het even niet meer zitten, meldt zich ziek en gaat thuis (de clown uit-)hangen. Hij verveelt zich al gauw en begint zich uit verveling (of wanhoop?) in zijn pols te snijden. Hij voelt echter geen pijn, waarna hij zich gaat botvieren op zijn eigen lijf. Het krijgt iets grappigs omdat, wat hij ook probeert, hij niet dood gaat. Dan maar een collega in de maling nemen. Hij laat hem langs komen en jaagt hem de stuipen op het lijf door zichzelf voor diens neus open te snijden (hij werpt hem o.a. – daar heb je ze weer - zijn ingewanden toe). De smerige effecten worden echter grappige idioterie, hoewel de manier waarop hij zijn ingewanden uit zijn lijf trekt nog best aardig is gedaan (voor die tijd). Het is bijna slapstick, hoewel deze flauwe Japanse humor niet aan mij is besteed. Ik moet denken aan Lloyd Kaufman met zijn Tromafilms, waar ik ook niet van hou.


Het is duidelijk dat de serie een andere weg in is geslagen met dit deel. Een weg die mij niet aanstaat waardoor ik het het minste deel tot nu toe vind. Maar het kan nog veel erger, zo blijkt in het volgende deel uit de cyclus.

donderdag 21 augustus 2014

Stalled


Een sukkelige monteur komt tijdens de Kerstreceptie van een bedrijf vast te zitten op een wc, belaagd door zombies. Film in notendop. Want meer is het echt niet. De uitvoering is zeker in het begin heel erg komisch en inventief met de zeer beperkte middelen voor handen. Voeg daarbij wat goedkope splatter- en heerlijke eeewwwww-momenten en de toon is gezet. Maar de actie komt tot stilstand als het wc-hokje ook een soort van biechtstoel wordt, met conversaties over persoonlijke zaken, die niet vervelend zijn, maar wel de vaart uit de film halen. De boel kakt daardoor wat in en was beter gebaat bij een kortere versie zonder geouwehoer. Want de vondsten om die plee uit te komen zijn erg leuk.


Vergeet niet voorbij de aftiteling te spoelen voor een ‘make up your mind’ momentje…

zaterdag 26 juli 2014

Doghouse


Het is boys weekend! Zeven mannen laten hun vrouwelijke wederhelften op niet al te fijnzinnige manier achter om met z’n allen in een ‘cabin in the woods’ te gaan zitten in een dorp dat verlaten lijkt op wat vrouwspersonen na. Laten die vrouwspersonen nu losgeslagen virus-dragende, er als zombies uitziende mannenverslinders te zijn. En dan heb ik het over de letterlijke betekenis van dat verslindende woord. Het lijkt alsof de groep mannen afgestraft gaat worden voor de manier waarop ze met vrouwen omgaan (‘to be in the doghouse’ betekent dat iemand boos op je is), maar dan wel met een knipoog.

Doghouse (2009) is een film van Jake West die eerder van zich liet spreken met Evil Aliens. De mannen (met o.a. Danny Dyer, Stephen Graham en Neil Maskell) zijn heerlijke stereotypes die in het begin van de film op bekende wijze (actie, freeze frame en naam er bij) worden geïntroduceerd. De zombietypetjes zijn erg leuk en zien er goed uit. De zeer rondborstige huisvrouw met krulspelden die wel zin heeft in een vingertje of wat, de bruid, de kapster met twee scharen in de aanslag à la Edward Scissorhands, maar dan niet zo lief, de oma met haar looprek, de tandarts die haar boor op inventieve manier wil inzetten… Maar het blijkt toch weer moeilijk om een echt goede combinatie te vinden van gore & grap, want op beide vlakken is het wat te lichtvoetig ingevuld. Hoewel er op dat komische vlak wel wat valt te lachen is het wat kolderiek af en toe. De vu-meter van de gore-factor blijft op twee streepjes steken en lange tijd lijkt het er op dat alle zeven mannen het einde van de film gaan halen. Gelukkig komt er toch nog een ommezwaai en gaat de ‘bodycount’ niet alleen aan de zijde van de vrouwen omhoog. Dat er nog een idee achter het virus steekt is verder van totaal ondergeschikt belang.


Een aardige film voor een ongein avondje met je vrienden.

vrijdag 4 juli 2014

Orange Is The New Black


(2e seizoen, 13 afleveringen, 60 min, IMDb 8,5)

Het eindigde niet zo best voor Piper Chapman in de laatste aflevering van het vorige seizoen. Maar nog minder voor Tiffany 'Pennsatucky' Doggett. Fucked up in a bad way. De opening van het tweede seizoen van deze succes serie opent met een hoop vraagtekens, die voor Piper evenzeer gelden als voor de kijker. Waar gaat ze heen, waarom, hoe lang gaat dat duren, wat zijn de gevolgen…

Na dit eerste gevoel van ontheemding volgt de serie redelijk hetzelfde stramien als het eerste seizoen. Het leven in de vrouwengevangenis, vaak aangrijpende verhalen via terugblikken van mensen voordat ze in het gevang kwamen, het leven van de bewakers en het wel en wee van de familie van Piper. Verder is er meer aandacht voor de oudjes binnen de vier muren, is er een hoge baas die er verduisterende praktijken op na houdt, leren we wat kakkerlakken en sigaretten met elkaar te maken hebben en wat een ‘litchfield lighter’ is, zorgt een nieuwsbrief voor de nodige opschudding, zitten de Latino’s voorlopig in de keuken en maken we kennis met wat nieuwelingen. Zo is daar een blaagje met een ‘motormouth’ die zich ontpopt als geweldloos activiste, zien we de terugkeer een gevreesde persoonlijkheid die de regels strak na gaat leven en komt er een ervaren onruststoker die op uiterst slimme, maar koude en grimmige wijze de verhoudingen binnen Litchfield Federal Prison op scherp zet.

Het is een heerlijke serie met een zeer uitgebreide cast vol alledaagse mensen die hier en daar een beetje vreemd of gek zijn, maar altijd een achtergrondverhaal hebben waardoor ze allemaal van vlees en bloed zijn, waardoor je er zelf meestal niet zwart-wit tegenover staat.

Ook deze keer vinden er weer mooie gesprekken plaats, zoals (net als de vorige keer) tussen Piper en Nicky. “I spent a lot of time wondering if it would matter if I died”, vraagt Piper zich af. Nicky antwoordt: “In the macro sense, no. You’re one cheerio in the bulk box of life, but… you fuckin’ tickle me, so I think it would matter”.

Deze keer sluit ik af met wat uitspraken die zo op een tegeltje kunnen.

“Bitch, if grateful paid the bills, we’d all be Bill Gates”.

“You’re so full of shit, you’re eyes are brown”.


“I’m not an alcoholic. I’m Australian!”

maandag 23 juni 2014

Silicon Valley


(1e seizoen, 8 afleveringen, 30 min, IMDb 8,5)

Richard Hendriks is een programmeur die werkt voor een internetbedrijf genaamd Hooli, gevestigd in Silicon Valley. Zijn thuisbasis deelt hij met een aantal andere nerds in de zogenaamde ‘Incubator’ van Ehrlich Bachman, die daarvoor recht heeft op 10% van alle uitvindingen gedaan in zijn stulp. Helaas is het beste wat er tot nu toe is uitgevonden de ‘nipalert’, een app die aangeeft waar vrouwen met harde tepels zich in de buurt bevinden. Hendriks is veruit de slimste programmeur en hij heeft een algoritme (‘Pied Piper’) bedacht waarbij je dingen met hoge compressie op kunt slaan zonder kwaliteitsverlies. Hij heeft pas door wat voor goud hij in handen heeft als hij een keuze moet maken tussen Hooli, die hem een miljoenen bod doet, maar waarbij hij zijn eigenaarschap verliest, of het bod van de excentrieke briljante miljardair Peter Gregory, die hem veel minder geld biedt, maar belooft te helpen met de ontwikkeling van zijn product en slechts een klein percentage van de eventuele opbrengst zal krijgen. ‘Take the money or keep the company’. Een duivels dilemma waarbij Hendriks het toch niet over zijn hart kan verkrijgen zijn ‘kindje’ te verkopen en kiest voor Gregory. Het heeft tot gevolg wat het betekent om zelf een bedrijfje te hebben, wie doet wat, wie is overbodig (bijna alle ‘Incubator’ collega’s helpen mee), wat betekent vriendschap in deze. Hendriks is daar niet voor in de wieg gelegd. “If you’re not an asshole, this company dies” weet Bachman hem fijntjes uit te leggen. Maar er komen meer problemen op het pad, zoals ‘gestolen’ software, concurrentie en de race om als eerste met het ultieme programma op de markt te komen.

Het is natuurlijk waar elke computernerd (en die niet alleen) van droomt. Iets uitvinden waar je steenrijk van gaat worden. Het leuke aan deze serie is dat het laat zien dat er nog heel wat bij de keuze van Richard komt kijken en dat lang niet alles volgens droomscenario verloopt. Het zit vol met grappige observaties, een diversiteit aan nerdige personages, heerlijk droge humor en af en toe wat technische opmerkingen die voor de leek echter niet in de weg staan om te kunnen genieten van deze komische serie. Je ligt niet continue dubbel van het lachen, maar dat hoeft ook niet, want de af te leggen weg naar de lancering van het product is interessant genoeg.

Een aardig voorbeeld van de humor zijn de bemoedigende woorden die Bachman tegen Hendriks spreekt en daarbij ‘Steve’ als voorbeeld gebruikt. Hendriks wil weten welke: “…uhm, Jobs or Wozniak”. “Jobs”, laat Bachman weten. “Jobs was a poser. He didn’t even write code”, riposteert Hendriks, waarop Bachman hem met een gezicht vol dédain laat weten: “You just disappeared up your own asshole”.


De tien korte afleveringen smaakten naar meer want een vervolg is in de maak.

maandag 19 mei 2014

Big Bad Wolves


Big Bad Wolves begint met een subliem intro. In slow-motion zien we drie kinderen die verstoppertje spelen. Aftellen, verstoppen, zoeken, verdwijnen. Want waar is dat ene kind gebleven?

De zoektocht naar het kind levert al gauw een gruwelijke realiteit op, waarna een vasthoudende politieman, de wraakzuchtige vader en een verdachte de rest van de film zullen bepalen. ‘Three Men and a Basement’.
Roodkapje is niet meer. De wolf heeft het gedaan, maar de jagers hebben hem te pakken. Zelfs grootvader helpt een handje mee. Maar hebben ze de juiste wolf? Om daar achter te komen worden gruwelijke methodes toegepast, zoals het sprookjes betaamt.

De (spaarzame) momenten van geweld zijn heftig. De absurde komische insteek slaat echter volkomen de plank mis. Het doet enorm afbreuk aan een zeer zwaar onderwerp (zoals dat eerder zeer goed werd behandeld in Prisoners) dat nu niet serieus genomen lijkt te worden. De combinatie in deze klopt gewoon niet, is niet geloofwaardig, veelal flauw en gewoon ook niet leuk. De ernst van de situatie wordt telkens ondermijnt. Een telefoon gaat meermaals op het moment dat er een nagel uit moet worden getrokken, of je hoort een Buddy Holly liedje als er als intermezzo een cake met slaapmiddel wordt gebakken. Tarantino schijnt het de beste film van 2013 te hebben gevonden, hoewel diezelfde film niet wordt genoemd in zijn eindlijst. Het kan niet tippen aan wat die man in films als Reservoir Dogs en Pulp Fiction heeft laten zien.


Erg jammer allemaal, want ik was erg te spreken over Kalevet (Rabies), de vorige film van het regisseursduo Aharon Keshales en Navot Papushado en ik vermoed dat we zeker nog betere dingen van ze zullen zien in de toekomst. 

vrijdag 18 april 2014

Cheap Thrills


Regisseur E.L. Katz spreekt ons toe vanaf het doek. Een videoboodschap waarin hij ons bedankt voor het komen en kort vertelt dat de film is opgenomen in 14 dagen, waarvan er nog eentje afviel vanwege een black-out. Ze hadden niet van tevoren gerepeteerd. Het was verschrikkelijk heet in L.A. en zonder airco vlogen ze elkaar soms bijna echt naar de strot. Misschien kunnen we zien welke scènes dat geweest moeten zijn. Hij eindigt met “have a good time”.

‘Final notice’ hangt er op zijn deur. $ 4.500,- betalen of het huis verlaten. Niet echt fijn, zeker niet als je een lieve vrouw en een schattige baby van een paar maanden hebt. Als je dan ook nog wordt ontslagen heb je even een borrel nodig om bij te komen. In de kroeg kom je een oude gabber tegen en een joviale man met zijn veel te mooie vrouw die een feestje willen bouwen. Nou, nog eentje dan.

De joviale man heeft een hoop poet en daagt de vrienden uit tot weddenschappen waarmee ze geld kunnen verdienen. Van wie het eerst een shot tequila achter over slaat tot wie een stripper een klap op d’r kont durft te geven. Drank vloeit rijkelijk en snuifjes coke volgen rap. Eenmaal in het huis van het echtpaar worden de weddenschappen heftiger, de sfeer grimmiger en proberen de oude vrienden elkaar af te troeven in hun zucht naar geld, dat ze allebei zo goed kunnen gebruiken.

Wat begint als heerlijk puberale lol, met hilarische vondsten, wordt na verloop van tijd vernederend, onsmakelijk, pervers, ziek, extreem en goor. Dat deze film in twee weken is geschoten merk je nergens aan af. Overtuigende rollen van de vier hoofdpersonen die je steeds ongemakkelijker in je stoel laten zitten. Daarnaast houdt de film je een spiegel voor. Waar je (in eerste instantie) om lacht is eigenlijk helemaal niet om te lachen. Het doet ook denken aan bepaalde gameshows als Over De Rooie en Expeditie Robinson met zijn eetproef.

Je begint met lachen vanwege de lol, je eindigt met grimlachen van de ellende.


Stemoordeel: zeer goed