zaterdag 6 oktober 2012

Megan Is Missing



“On January 14, 2007, 14 year old Megan Stewart disappeared. Three weeks later, her best friend Amy Herman also vanished. This film was assembled using cell phone transmissions, computer files, home videos and public news reports”.

Met deze statement begint deze ‘based on actual events’ film. Wat er gaat gebeuren is dus geen verrassing. De weg er naar toe moet indruk zien te maken.

Megan en Amy zijn BFF. Megan is het populaire meisje, dat drink, blowt en seks heeft. Haar ouders zijn gescheiden, conversaties met haar moeder (die ze ‘bitch’ noemt) gaan op schreeuw niveau, ze gebruikt constant woorden die op ‘uck’eindigen en blijkt ook nog misbruikt te zijn. Amy is haar tegenpool. De gevoelige maagd, die niets van bovenstaande doet. Haar vader klopt netjes op haar deur voordat hij binnen komt, noemt haar ‘princess’ en geeft haar een knuffel. Megan is hot, Amy is cute. Toch is hun vriendschap onvoorwaardelijk en steunen ze elkaar door dik en dun. Ze voelen zich ook allebei losers, op hun eigen manier, en vinden steun bij elkaar.

Op een gegeven moment komt Megan in contact met ene Josh, a.k.a. ‘surferdude’, zoals hij zich op het web presenteert. Zijn webcam is stuk, dus in de conversaties met Megan ziet hij haar wel en zij hem niet. Megan had via een vriendin wel een foto van hem gezien. Een coole blonde boy. Na verschillende conversaties via het web spreken ze af elkaar te ontmoeten. Vanaf die afspraak wordt Megan vermist. Drie weken later wacht Amy hetzelfde lot.

De gesprekken via mobieltjes, webcam (veelal split screen) en video geven een inzicht in het dagelijkse leven van de meisjes. Misschien wat ongenuanceerd af en toe, maar toch. De vorm staat en de inhoud is veruit het sterkst in de gesprekken die Megan met Josh heeft. Op zeer vernuftige wijze weet Josh precies de juiste dingen te zeggen waardoor Megan hem gaat vertrouwen. Waar het een beetje mis gaat is bij het einde van de film. Hierin zien we wat er is gebeurd met de twee meisjes. Op de een of andere manier komt de gruwelijkheid van wat je ziet niet optimaal binnen op het moment dat je het ziet. Misschien ligt het aan de aandacht die wordt gevestigd op een detail (bloed op hand), wat overbodig is en goedkoop. Of dat het toch wat makkelijker is om te acteren dat je een alledaags jong meisje bent dan een meisje in doodsangst. Misschien duurt het laatste aaneengesloten shot te lang en doet het afbreuk aan de impact die het zou moeten hebben. Het zou ook kunnen dat de overgang tussen het laatste deel en wat er aan vooraf ging te groot is, waardoor je op afstand blijft.

Waar de film echter wel goed in slaagt is dat het verhaal door blijft spoken in je hoofd. De gebeurtenissen kristalliseren zich uit tot de kern, die regelrecht afschuwelijk is. Je hoopt dat juist hierdoor de boodschap die inherent is aan de film wel over gaat komen en een waarschuwing is voor zowel ouders als kinderen. De gevaren van de sociale media, de sensitiviteit in combinatie met naïviteit van sommige jongeren; aandacht, toezicht en verantwoordelijkheid van ouders.

Het ligt voor de hand, maar er wordt maar al te vaak niet bij stil gestaan…

woensdag 3 oktober 2012

Silent House



Een remake van La Casa Muda die dan weer gebaseerd was op echte gebeurtenissen. Voor diegenen die het origineel niet hebben gezien toch even de opsomming. Vader en dochter zijn bezig in het prachtig gesitueerde maar afgelegen huis waar ze vroeger in hebben gewoond. Opruimen, inpakken, opknappen en verkopen is het plan. In dit donkere (geen elektriciteit) en benauwde (dichtgetimmerde ramen en deuren om ongewenst gajus buiten te houden) huis met veel te veel kamers hoort Sarah tijdens haar bezigheden geklop op de deur, terwijl er niemand staat en geschuifel op de eerste etage, die ze dan samen met haar vader maar eens gaat uitchecken. Ach, je kent het wel, de geruststellende opmerking van vaders dat oude huizen geluid maken als het loos alarm lijkt. Als er even later echter een veel luidere bonk te horen is en vaderlief niet reageert begint Sarah zich niet alleen ongerust te maken, maar de spanning die zich al gauw omzet in angst raast door haar lijf als blijkt dat er iemand anders in het huis is.

De film is (zogenaamd) in één take geschoten en (hoegenaamd) in ‘real time’. Elisabeth Olsen, die ook al indruk maakte in Martha Marcy May Marlene, weet met haar breekbare onschuld een palet van emoties op zeer overtuigende wijze over te brengen. De camera volgt haar op de huid. De minimale plot is iets doordachter dan dat van het origineel. Het camerawerk is intens en speels tegelijk, de muziek goed gedoseerd. De film wil je in een angstgreep houden, maar dit lukt niet goed, omdat er te weinig gebeurt en het gevaar (een kraker? een hobo with a shotgun?) zich eigenlijk nauwelijks bedreigend opstelt. Silent House gaat zich steeds meer voortslepen als de gimmick uitgewerkt is en zich zelfs tegen de film gaat keren: toch niet weer die hele trap af in ‘real time’? De angst die we dan eventueel voelen wordt overgebracht door Olsen. Een klus waar ze aardig in slaagt en waar de film het dan ook van moet hebben. De clou aan het iets te barokke einde, zet uiteindelijk de zaken in een ander, doch een beetje uitgekauwd daglicht.

De film op zich is zozo. Voegt het iets toe aan het origineel? Niet echt. Heb ik genoten van het spel van Olsen? You bet!

Les 7 Jours Du Talion (7 Days)



Onlangs stuitte ik op een YouTube kanaal van een jongen uit Australië die zijn liefde voor (genre)film kenbaar maakt via mondelinge recensies, opgenomen met een webcam. Zijn top tien van ‘most disturbing films’ was een andere lijst dan van de meeste anderen die vergelijkbare lijstjes op het videokanaal zetten. Waar de meesten August Underground, ReGOREgitated Sacrifice, Niku Daruma, Guinea Pig, Philosophy Of A Knife en meer van dat soort zaken oprakelen kwam de man ‘down under’ met films als Martyrs, Snowtown, Angst, Tony en Kidnapped (Secuestrados). Films die op een heel ander en wat mij (en hem) betreft, veel dieper (psychologisch) niveau zeer verontrustend zijn. Het bleek dat hij al een lange lijst van videopresentaties op YouTube had staan en ik ben meteen met een inhaalslag bezig van kijken naar zijn adviezen en geadviseerde films. De Canadese film Les 7 Jours Du Talion is er zo eentje.

Je moet denk ik zelf kinderen hebben om het gevoel te kennen dat je kunt krijgen als je (jonge) kind niet op tijd thuis is. Ik zelf maakte me al snel zorgen, misschien omdat ik een pessimist ben. Je hinkt constant op twee gedachten. De ene zorgt voor plausibele excuses waarom het te laat is, de andere voor afschuwelijke taferelen van wat er gebeurd kan zijn. Gelukkig was het de enkele keer dat het me overkwam altijd het eerste. Zo niet voor de vader en moeder van Jasmine Hamel, het achtjarige meisje dat naar school loopt, maar daar nooit aan komt. Door vele omstandigheden (de basis voor toekomstige schuldgevoelens) komen de ouders er pas laat achter, waarna de zoektocht begint. Bruno (vader) gaat met de politie in de buurt zoeken terwijl Sylvie (moeder) thuis zit te wachten bij de telefoon, zachtjes heen en weer wiegend op een stoel. In een afgrijselijke scène wordt het kind gevonden. Ze is verkracht en vermoord. De aanblik van haar ontzielde lichaam is verwoestend.

We zien de dagen die volgen. De ouders die lijden, in een stilte die meer dan genoeg zegt. Een gedurfde zet van de filmmaker, om dit verdriet niet uitbundig te tonen. Maar het werkt en heeft zelfs zijn reden, voor later in de film. De moordenaar wordt al gauw opgepakt en Bruno begint met een weldoordacht plan om deze man de straf te geven die hij volgens hem verdient.

Wat volgt zijn de zeven dagen van vergelding. Bruno ontvoert de moordenaar en begint hem te martelen. Pijn en vernedering. Het geweld is hard, koel, efficiënt uitgevoerd (Bruno is arts) en meedogenloos, waardoor moeilijk te verteren als kijker. Je voelt compassie voor de vader, maar niet voor zijn daden. De politie probeert hem ondertussen te vinden, met een rechercheur die zelf ook een last uit het verleden bij zich draagt. “Waarom zouden we moeite doen om een kinderverkrachter (Lemaire) te redden”?, vraagt een collega van hem. “Het is niet Lemaire die ik wil redden”, antwoordt hij.

Het gaat in deze film niet om de zeven dagen van martelen. Daar zie je niet eens zo veel van, al is wat je ziet meer dan genoeg. Het gaat om de (schuld)gevoelens, gedachten, de vragen die ontstaan, het zoeken naar antwoorden, goedkeuring, begrip, bevestiging… Het gaat om het proces van verandering waar Bruno door heen gaat en de kijker met hem.

De loodzware teloorgang is even koud makend als hartverscheurend. Dit is zo’n film die nog ver na de geluidloze aftiteling na blijft galmen.

dinsdag 2 oktober 2012

The Awakening



Londen, 1921. “Mrs. Emerson, are you prepared”? Dat is ze, als ze plaats neemt in een séance die een andere wending krijgt dan verwacht. De uitkomst is niet voor iedereen even plezant.  

Florence Cathcart onderzoekt geestverschijningen. Ze kan die altijd afdoen als onzin, omdat geesten niet bestaan en ze door haar intellect en scherpzinnigheid alle trucjes die worden toegepast om te doen geloven dat ze wel bestaan al kent. Ze wordt gevraagd door een leraar om een verschijning te onderzoeken. Jaren geleden is er op zijn school een kind vermoord en die schijnt nu rond te spoken, met alweer een dood kind tot gevolg. Florence accepteert de uitnodiging en begeeft zich naar het  waanzinnig grote landgoed met dito landhuis dat dienst doet als kostschool. Ze brengt haar apparaten in stelling om de (nep)geest op het spoor te komen. De jacht kan beginnen.  

Een ouderwets spookverhaal ontvouwt zich. “It is the living you must watch out for, not the dead”, vertrouwt de klusjesman Florence toe. Het is een advies (dat ik al eerder heb gehoord) dat ze niet nodig heeft, want haar ratio zegeviert al snel als deze vrouwelijke Sherlock Holmes enkele geheimen weet te onthullen die veel verklaren. Haar eigen geheim/obsessie en het feit dat niet àlles is verklaard geeft ruimte aan bovennatuurlijke verschijnselen. Of zijn het waanbeelden?

Als de dienstmeid met een jongetje een potje aan het kaarten is, zegt ze tegen hem: “it takes time, that’s why it’s called patience”. Het is een moment waarop de film zelfreflectie toont en de kijker het gras voor de voeten wegmaait. Geduld moeten we hebben. Maar dat wordt aardig op de proef gesteld, voornamelijk omdat er niet veel gebeurt, en wat er wel gebeurt niet echt zinderend is en vrij clichématig (rode bal die de trap afrolt vanuit het niets!). Daarnaast zijn er weinig schrikmomenten maar is er ook geen sluimerende spanning, simpelweg omdat de ‘geest’ niet echt kwaadwillend lijkt.

Het genieten moet dan komen van het spel van Rebecca Hall als Florence, die me voor het eerst opviel in Vicky Cristina Barcelona en de laatste tijd goed aan de weg timmert, met haar rol in de serie Parade’s End en Lay The Favorite (vanaf 15 november in de bioscoop). Daarnaast is er na lang, lang wachten de grote uitsmijter die alles laat samen komen en verklaart. Het maakt wat goed, maar lang niet alles en niet genoeg om er een echt goede film van te maken.

maandag 1 oktober 2012

Savages



Dat er door de Mexicaanse drugkartels niet op een hoofd meer of minder wordt gekeken werd mij duidelijk door een afschuwelijke video die ik op het internet tegen kwam, waarin twee mensen worden onthoofd, waarvan eentje met een kettingzaag. Oliver Stone gebruikt het gegeven als inleiding van zijn laatste film Savages, maar dan natuurlijk wat filmischer, met de juiste belichting, een groezelig decor en angstaanjagende maskers. Het geeft meteen het dubbele aan dat deze film met zich meedraagt. De keiharde werkelijkheid in een glitterjasje. Dit uit zich in nog meer zaken. Zoals dat het eigenlijk niet gaat om die drugswereld, maar om een liefdesrelatie die tegen alles is bestand. Dat een stoere en een slimme Amerikaan zo’n kartel wel even om de tuin leiden. Dat het geweld soms grappig is. Dat het hoofd van het kartel wordt gespeeld door de heerlijk voluptueuze Salma Hayek (die overigens samen met Benicio del Toro de show steelt).

Kortom, dit is gewoon een ‘coole’ film, waar je je niet druk hoeft te maken over welke boodschap over de drugswereld dan ook, want die zit er niet in. Laten nu juist de films met een boodschap de films zijn die we zullen herinneren van meneer Stone.

Foxes - Paradiso (bovenzaal) Amterdam, 28 september 2012



Waar vind je nog een half uur live vertier voor maar zes euro? Nou hier, in Paradiso, bij Foxes die het laatste optreden van haar tour doet. Louisa Rose Allen is slechts 22 jaar, debuteerde vorig jaar met haar single Youth en bracht dit jaar een EP genaamd Warrior uit. Verser dan dit tref je het bijna niet.

Eerst word je getroffen door haar stem. Die staat als een huis, krachtig, met een vleugje dramatiek. Dan ga je letten op de muziek, die elektronische klanken met stevige beats combineert. Dan volgen de songs, die melodieus en catchy zijn (White Coats), maar ingevuld worden met geluid dat minder hitlijst gevoelig is. Af en toe blijft er een wat scherper randje zitten, zoals in het b-kantje van de single, waar de donkere klanken en beats mijn interesse wat extra aanwakkeren. Genoeg in ieder geval om haar eens live te gaan bekijken.

Kwart over tien betreedt Louisa met twee evenzo jonge jongens (synth en drums) het podium in het misschien halfvolle zaaltje. Ik zie hun setlist liggen. Zeven nummers liggen in het verschiet. Vier er van zijn verkrijgbaar, drie dus niet. Geheel in het zwart gekleed neemt ze plaats achter haar met kleine lichtjes versierde microfoon. De voetjes gehuld in stoere zwarte laarzen staan keurig naast elkaar, zoals bijna het gehele concert het geval zal zijn. Ze kent slechts drie poses, waarbij ze haar armen naar voren of opzij uitstrekt om iets onzichtbaars te grijpen. Haar zang overtuigt. Het drama wordt hier een daar nog iets aangezet. De fijnere elektronische geluiden gaan een beetje verloren in overrompelende bas(drum) geluiden. Een kleine groep meiden voorin kan de opgewonden gilletjes niet voor zich houden, wat het gezicht van de frontvrouw een paar keer doet openbreken uit concentratie met een glimlach. Je voelt de spanning van deze drie jonge mensen om het goed te doen. Het gaat ook best goed, hoewel niet alle nummers even interessant zijn (zoals Night Owls). Pas bij het laatste nummer Youth is de ergste spanning voorbij, gaat de zware leren jas uit, komt de microfoon van de standaard en gaat ze wat meer los. Na een half uur is het voorbij, maar ze komt nog even de zaal in om zich over te geven aan de ‘group hug’ met de giechelende springmeisjes, waarvan ze er zelf eigenlijk ook nog eentje is.

Het zit er dik in dat deze kleine dame met de juiste instelling en misschien wat hulp (voorprogramma bij Imogen Heap of Florence And The Machine of gastvocalen bij een hippe DJ-track) al snel vollere zalen gaat trekken. 

V/H/S



Als je enkele jaren geleden tijdens Koninginnedag op het Gelderlandplein rondstruinde, zag je ze nog volop liggen. Videobanden. Maar aangezien er heel veel Japanners staan, waren dit videobanden met Japanse afbeeldingen en teksten. Geen koopvideo’s, zoals ik er uit op leek te maken, maar zelf opgenomen dingen. Het leek me leuk om eens wat van die tapes te kopen en dan te bekijken. Benieuwd wat er op staat. Maar omdat ik wist dat mijn fantasie al snel met me aan de haal gaat, en er vast geen schokkende zaken op te vinden zouden zijn, maar ik eerder zou stuiten op drie seizoenen Pokémon in het Japans heb ik dat nooit gedaan.

V/H/S is een film, een anthology, over een man die een verzameling vhs-tapes heeft, waarop vreemde gebeurtenissen vast zijn gelegd. Toevalligerwijze, door amateurs, met meestal dodelijke afloop. Found footage dus, met vaak bovennatuurlijke inslag, in verschillende vormen. We krijgen er vijf voor onze kiezen. 
Dat betekent je vijf keer door het meestal vrij saaie begin heen werken, waarbij je het gevoel krijgt onvrijwillig iemands vakantiefilms te moeten bekijken. Er gebeurt te weinig om het boeiend te houden, hoewel de schokkende eindes wel hard aan kunnen komen. Schokkende eindes die vaak erg grafisch zijn. De film kent zeker zijn momenten en originele vondsten, zoals in het eerste filmpje met de camerabril, drie dronken vrienden en een vreemde vrouw met grote ogen waarbij je zelfs in dronken toestand kan zien dat ze genoeg engheid uitstraalt om te weten dat je haar niet mee zou moeten nemen voor een potje wellustig tijdverdrijf op een hotelkamer. De beelden van het stel in het derde verhaal, die op rondreis door Amerika zijn, komen akelig dichtbij, als ik terug denk aan de trip die ik zelf heb gemaakt. Bryce Canyon, Grand Canyon, motelkamers. Mijn eigen video-opnames zouden er zo tussen passen… Alleen de afloop is geheel anders. Verder nog een verhaal over geesten, een meisje met een jeugdtrauma dat terug gaat naar de plek van ellende en een Halloween feest met de leus ‘waar is het feestje, nou hier niet’!

Naast het probleem van de saaie intro’s, kennen de hoofdrolspelers nauwelijks een identiteit en leiden de bloederige sporen naar ontknopingen die verder geen context kennen, waardoor je met een leeg gevoel achter blijft.

Het minst geslaagd is echter de poging om de verhalen (tapes) aan elkaar te lijmen d.m.v. het overkoepelende verhaal van een groepje herrieschoppers dat een kraak zet om een videoband te stelen die geld waard is. Het roept alleen maar vragen op waarna er wel erg gemakkelijk een einde uit de hoge hoed komt.