donderdag 14 maart 2013

Life Of Pi



Er zijn wel eens films waarvan ik denk dat het niets voor mij zal zijn. Als ik die twijfel voel, ga ik meestal niet naar de bioscoop om zo’n film te zien, maar zie ik hem later wel eens op dvd of tv, of gewoon nooit. Life Of Pi gaf me ook zo’n voorgevoel. Maar de film werd zo goed besproken in de Volkskrant en het Parool - waarbij ik ook het idee kreeg dat dit eindelijk weer eens zo’n film is die werkelijk substantie geeft aan de term 3D - en bleef vervolgens maanden draaien in de bioscoop en bleef vervolgens maanden hangen in mijn onderbewuste. Toen ik met mijn dochter Amsterdam in ging om te shoppen en een film te pakken, ging de keuze tussen Hansel & Gretel: Witch Hunters of de met vier (!) Oscars bekroonde film van Ang Lee. Terwijl ik Hansel aanriep (waarvan ik niet meer verwacht dan de popcorn film die het moet zijn) besloot mijn dochter dat het Pi moest worden.

Na de film hebben we, na een gezamenlijk dutje van tien minuten toen de hoofdpersoon zijn alternatieve vertelling begon, hartelijk kunnen lachen om de verkeerde keuze. Een oud dametje dat voor ons de bioscoop uitliep zei tegen een ander oud dametje: “wat was dat vermoeiend”.

Dat was het niet alleen. Het was belerend, stichtelijk, moraliserend en slaapverwekkend. Daarbij is de kop van de recensie uit de Volkskrant “De ene overdonderende scène is nog niet voorbij, of een andere dient zich aan” in mijn ogen regelrechte onzin. Zeker het begin van de film komt maar langzaam op gang, waarbij het 3D effect nauwelijks nut heeft. Pas op zee komen er sporadisch wat magische (jawel) momenten voorbij, waarvan de mooiste (met de walvis) ook al in de trailer zit.

Blijft over het feit dat je maar heel even echt meeleeft met de hoofdpersoon, wiens naam een afkorting is van ‘piscine’ (= zwembad in het Frans) en die daardoor flink gepest is op school met opmerkingen als ‘no piscine (pissing) in the schoolyard’, waardoor hij meteen verbannen werd van het voetballen dat daar plaats vond. Voor de rest van de film merkte mijn dochter op dat ze zich afvroeg of ze met hem meeleefde en na enkele seconden tot de conclusie kwam: “uhm, nee”.


Ps. Wist je dat de naam van de tijger Richard Parker is? En dat de acteur die de oudere versie van Pi speelt Irffan Khan heet? En dat diezelfde acteur in The Amazing Spider-Man de rol van Rajit Ratha speelt, een medewerker van Oscorp, die de naam van de vader van Peter Parker, jawel, Richard Parker noemt? Één acteur die Richard Parker benoemt in twee verschillende films die in hetzelfde jaar gemaakt zijn. Toeval? 

dinsdag 12 maart 2013

The Pineapple Thief - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 11 maart 2013



Jaren geleden schreef ik voor een muziekblad. Dan kreeg je cd’s toegestopt van bandjes die min of meer je muzikale smaak benaderden. Zo kreeg ik Abducting The Unicorn (1999) in handen en een paar jaar later 137 (2001). Voor dat laatste album schreef ik een recensie. “De muziek van Pineapple Thief kwam als een aangename verrassing. Met hun voeten stevig in jaren zeventig aarde lieten ze met hun debuut Abducting The Unicorn een staaltje progressieve rock horen, die wist te boeien door de goede composities die zeer intense en meeslepende momenten van ontlading kenden. Het schurkte zelfs af en toe tegen de muziek van bijvoorbeeld Sunny Day Real Estate aan. Nu is er dan 137. De nummers zijn weer aardig van lengte, maar de toch wat zeikerige zang vindt steeds vaker zijn evenbeeld in de nummers die een stuk softer en vlakker zijn geworden. De balans is verschoven naar repeterende elementen en de nadruk ligt op de sprookjesachtige, dromerige kant, waardoor het spanningselement dat in Unicorn zo goed naar voren kwam, hier ver te zoeken is. Jammer.” Het laat ook meteen het punt zien waar ik de band uit het oog heb verloren.

Vele jaren later hoorde ik een track van Someone Here Is Missing, Nothing At Best, dat me opnieuw wist te pakken. Toch maar dat album beluisterd, waarbij ik al snel merkte dat het me interesseerde, maar niet helemaal inpakte. Toen ik zag dat de band in het bovenzaaltje van Paradiso zou spelen heb ik toch maar kaartjes gekocht. Eentje voor mezelf en eentje voor een vriend, waarmee ik weer eens bij moest praten. Mocht het muzikaal tegenvallen, dan hadden we in ieder geval een gezellige bijpraat avond.

We staan enigszins verbaast te kijken naar de mensen die hier op af zijn gekomen. Er staan veel ouderen die mijn kinderen al gauw als bejaard zouden betitelen. Ze staan vooraan, kennen alle teksten en genieten zichtbaar van de muziek van de band. Toch wat vreemd om een zilverharige nette dame zachtjes het hoofd zien te schudden op de maat van deze luide muziek. Want luid is het. Wat het geluid niet ten beste komt. We staan ook vooraan en na een paar nummers gaan de bas en bassdrum zo dreunen, dat de flesjes water ervan gaan dansen en omvallen en zelfs het keyboard twee keer van de standaard trilt. Dat is jammer. Zeker voor ons, omdat we de nummers niet allemaal kennen en nu de zuivere finesses missen die je van een progressieve rockband juist zo verwacht. Met het optreden zelf is verder weinig mis. Ze spelen een aardige set, de zanger/gitarist weet de hardcore fans die zijn gekomen (in niet al te grote getalen, want het is zeker niet uitverkocht) goed te bespelen en bedankt ze dat ze niet naar het concert van Steven Wilson (Porcupine Tree) zijn gegaan die op hetzelfde moment in een uitverkochte Melkweg staat te spelen. Het valt me op dat de bassist met een koptelefoon op speelt en dat de toetsenist alle muziek in noten op zijn laptop voor zich heeft staan. Het wordt me ondertussen ook duidelijk dat het over het geheel genomen toch niet echt mijn soort muziek is. Ik hoor dat het goed in elkaar steekt, maar het pakt me niet echt. Zoals ik bijvoorbeeld ook bij Tool heb.

Na een volwaardige set gaan de mannen van het podium af. Het is wat pijnlijk om te horen dat er maar een paar mensen klappen om een toegift. Toch komen ze terug en spelen ze tot mijn verrassing Nothing At Best dat tot mijn spijt ook al niet helder uit de mix komt. De toetsenist, waar ik toch vlak bij sta, heb ik deze avond nauwelijks boven de anderen uit gehoord.

Nou ja, in ieder geval weer lekker bijgepraat. De ijzige kou buiten snoert ons daarna alsnog de mond.


maandag 11 maart 2013

Scalene



Na The Tall Man en Mama nu de derde film op rij die gaat over moederliefde. Sort of…
Als je in Amerika van plan bent om iemand af te maken, stap je een wapenwinkel in, kies je een 38 special revolver uit en heb je na een korte achtergrond check en het betalen van $ 150,00 een wapen in handen dat even later als moordwapen te boek kan komen te staan.

Een vrouw klopt aan bij een huis. Een andere vrouw doet open. “I want him back”, zegt de eerste, waarna ze met haar 38 special revolver zwaait. Een worsteling volgt, schoten worden gelost, slachtoffers vallen.
Het is de beginscène van Scalene. Al gauw merk je dat het ook de eindscène moet zijn, want het verhaal gaat vervolgens op Memento-wijze achterstevoren, waarbij duidelijk wordt wat zich hiervoor allemaal heeft afgespeeld. Janice is die eerste vrouw van voorbij de middelbare leeftijd met een volwassen zoon die niet helemaal in orde is en ogenschijnlijk een misdaad heeft begaan jegens de tweede vrouw Paige. Janice gelooft in zijn onschuld, maar een rechterlijke uitspraak verwijst de zoon naar het gekkenhuis. En weer een stap terug…

So far so good. Dan wordt het eventjes erg interessant als het punt wordt bereikt waarop we zien hoe het komt dat zoon Jakob zo is geworden. Er wordt een truc toegepast die wonderlijk goed werkt en waardoor we beelden vanuit een geheel ander perspectief krijgen te zien, namelijk dat van Jacob. Helaas is dit maar voor even, een soort tussenstation, waarna we deze insteek verlaten en het verhaal vanuit een derde perspectief zien, namelijk dat van Paige, die we vanuit het verleden weer naar het heden, de eindscène volgen.

Memento meets Rashomon.

Niet alle scènes zijn even interessant of voegen iets toe aan wat de film wil zeggen. Hoewel je naar het einde toe wel door krijgt wat er is gebeurd is het waarom daardoor niet minder aangrijpend. Een tactvolle insteek, artistieke flair en goede vertolkingen.

Toch had ik het iets anders aangepakt. Ik had Jakob’s visie, die we dus maar eventjes te zien krijgen in het midden, de film laten afsluiten. Dat we zien wat zijn visie is, hoe aangetast die ook moge zijn. Het had alles in een derde daglicht kunnen zetten. Bewijs voor bepaalde handelingen zullen we namelijk nooit zien en Jakob had ons het antwoord kunnen geven. Daarbij vraag ik me sowieso af waarom de maker het einde aan het begin van de film anders laat eindigen dan aan het einde aan het eind. Let maar goed op als je de film bekijkt. Wat is de betekenis hiervan?

Mama



Moederliefde. Deze film is voortgekomen uit de korte film met dezelfde naam van dezelfde makers, die ik in 2009 al zag tijdens het Imagine filmfestival. Opgepikt door Guillermo del Toro die er meteen zijn naam aan verbond omdat hij zo onder indruk was. Heel mooi gemaakt en erg eng volgens hem. Als je die korte film bekijkt, snap je waarom zijn interesse was gewekt. Het is inderdaad heel mooi gemaakt en erg eng. Twee kleine meisjes rennen weg voor degene die ze ‘mama’ noemen. Niet zo gek, want mama is een regelrechte nachtmerrie om naar te kijken. De korte film lijkt echter een onaf idee, want het is geen afgerond verhaal. Het lijkt wel een scène uit een speelfilm. Die speelfilm hebben ze er dan nu omheen gemaakt. De korte scène is vrijwel geheel overgenomen in de film. De vorige twee zinnen geven meteen twee problemen aan.

De film gaat over twee snoepige kleine meisjes die door omstandigheden in een bos opgroeien. Geheel verwilderd worden ze gevonden en opgenomen in een gezin. Daar blijkt dat de door een arts omschreven fantasiefiguur wel degelijk een reële entiteit is, die door de meisjes ‘mama’ wordt genoemd en die hen al in de bossen van het kwaad heeft behoed en dit nu met enge hand voort zet. Voor de kinderen is zij dus werkelijkheid, voor de anderen wordt ze dat griezelig stukje bij angstaanjagend beetje.

Grootste troef is hoe mama er uit ziet, waarbij het goed is dat ze niet meteen in volle glorie te aanschouwen is. Ze zorgt voor menig schrik moment, wat een fysieke uitwerking heeft op de dame die naast mij zit. Maar die troef werd al duidelijk in de korte film. Grootste probleem is dus dat het verhaal niet echt wil boeien, op sommige punten wat afgeraffeld over komt en nogal in herhaling valt. De tragiek van het verhaal komt daardoor minder heftig over dan de bedoeling zal zijn. Het andere probleem waar ik op doelde zit hem in ‘kill your darlings’. De darling in kwestie is de overgenomen scène uit de korte film. Die hadden ze er uit moeten laten. Het klopt namelijk niet dat de meisjes zomaar opeens heel bang zijn voor hun mama en wegrennen.

Het is heel jammer dat er geen beter script aan deze film ten grondslag lag. Aan de andere kant hebben we er een visuele creatie bij, die op zichzelf nog lang in het hoofd na blijft spoken.

donderdag 7 maart 2013

The Tall Man



Onlangs kon je aan Schokkend Nieuws je favoriete genre films doorgeven om een top 100 aller tijden te genereren. Bij mij staat Martyrs van Pascal Laugier op nummer 2. De enige vrij recente film in mijn lijst overigens. Maar deze heeft een verpletterende indruk achter gelaten en die verdwijnt niet bij herbekijken. Na zijn debuut Saint Ange duurde het vier jaar voordat hij met Martyrs kwam. Het was weer vier jaar wachten op The Tall Man.

Met de mededeling dat er 1000 kinderen per jaar in Amerika verdwijnen die nooit worden terug gevonden zoemen we met prachtig camerawerk in op het arme plaatsje Cold Rock, waar sinds de sluiting van de mijnen kinderen verdwijnen. Omdat niemand weet door wie ze zijn ontvoerd wordt de onbekende aangeduid als The Tall Man. Het zoontje van de lokale dokter Julia (Jessica Biel)wordt voor haar ogen ontvoerd. Met kracht en doorzettingsvermogen komt ze haar kind op het spoor en blijkt er veel meer aan de hand dan de mythe van de lange man deed vermoeden.

Als kijker stel je jezelf vragen tijdens een film. In deze film zijn het nu eens niet losse plot-flodders die de vraagtekens oproepen en hebben de dingen wel degelijk allemaal hun doel en wordt alles uiteindelijk verklaard. Naast enkele schrikeffecten, die je in de lucht voelt zitten, maar toch uit een andere hoek komen dan verwacht, zijn er een aantal plotwendingen. Bij de eerste heb je zoiets van, oké, interessant (waarbij pas later blijkt dat de conclusie die je er aan hebt verbonden niet juist is) maar bij de tweede reizen er alleen maar vraagtekens in je op. Wat is hier in hemelsnaam aan de hand?

De film is meer mystery en thriller dan horror. Het spelen met je verwachtingen, door de aannames en invullingen die je doet tijdens het kijken onder uit te halen is perfect gedaan. Pas aan het einde is het een ‘stom’ kind dat de boodschap van lijden in zich draagt. Die boodschap is verstommend en zorgt voor koude rillingen.

Bij lange na niet de mokerslag van zijn vorige film, maar Pascal Laugier levert een mooie, zorgvuldige thriller af die tot nadenken stemt.

American Mary


De mooie openingsbeelden laten student Mary Mason (Katharine Isabelle, bekend van Ginger Snaps) zien, die aan het oefenen is met het dichtnaaien van ‘wonden’. Ze wil graag chirurg worden en volgt college aan de universiteit. Aangezien ze geen cent heeft te makken en achter loopt met haar huur reageert ze op een advertentie waarbij je flink wat cash kunt verdienen in een herenclub. Geen seks, staat er nog bij. Ze gaat naar de club en voordat ze de beloofde cash kan verdienen met haar sexy lichaam krijgt ze een aanbod van de louche eigenaar van de schimmige club om het vijfvoudige te krijgen als ze iemand kan oplappen die net is binnen gebracht. Het is de eerste stap in de wereld van vreemde mensen met nog vreemdere wensen: extreme cosmetische chirurgie, body modifications.

Dit is de tweede film van de zusjes Jen en Sylvia Soska en een zeer stevige stap voorwaarts als je bedenkt wat ik te zeggen had over hun eerste film, Dead Hooker In A Trunk. De film ziet er gelikt uit en heeft een zeer interessant onderwerp bij de oren genomen. Zelfs het acteerwerk is acceptabel te noemen. Om ook nog even ‘onze’ vooroordelen onderuit te halen komt het kwaad eerder van de gevestigde orde dan van de mensen met rare wensen.

Mary voelt zich al gauw thuis als chirurg der extremen (we hebben het hier over zaken als tongsplitten, amputatie, 3D implantaten en corset piercings). Als ze wordt misbruikt lijkt de film uit te gaan draaien op een rape/revenge film, waarbij haar medische bekwaamheid en rijke fantasie deel uit gaan maken van de wraak. Maar het is niet het focus punt en dat is tevens het nadeel van de film. Het is jammer dat de body modifications slechts het middel zijn om tot die perverse wraakuitoefening te komen, terwijl er zo veel interessante karakters rondlopen die nopen tot verdieping. Maar als je hier dan toch voor kiest, leef je dan ook uit met de wraak! Dat gebeurt ook niet echt, want er is maar weinig echte gore en we verliezen het slachtoffer op een gegeven moment zelfs helemaal uit het oog, waardoor het einde wat stuurloos en onbevredigend over komt.

The Sweeney



The Sweeney was een Engelse politieserie uit de jaren ’70 die de grimmigheid van de straten van Londen voor het eerst hard in beeld bracht. De serie was zeer succesvol en deze film is er een afgeleide van.

The Sweeney is een ‘special cop squad’ met de ervaren Jack Regan (Ray Winstone) als baas die resultaten krijgt door niet altijd even zo netjes binnen de lijnen van de wet te werken. Hij krijgt tips uit het criminele circuit waardoor hij vaak overvallen kan verijdelen. Een soort van ‘Dirty Harry’ team dat vuur met vuur bestrijd. Interne Zaken is niet blij met de methoden van Regan, zeker niet gezien het hoofd er van Ivan Lewis wel door heeft dat Regan het met zijn vrouw doet. Lewis aast op een misstap van Regan, die er aan zit te komen als een oude bekende uit de misdaadwereld een overval en executie op zijn naam lijkt te schrijven. De simpele optelsom waarmee Regan tot deze conclusie komt houdt geen rekening met enkele variabelen die roet in het eten gooien.

Met het acteren is weinig mis. Het verhaal is simpel maar doeltreffend. Wat jammer is, is dat je de belangrijke plotwendingen van te voren aan ziet komen, terwijl de agenten zelf nog tot die conclusies moeten komen. Voorspelbaar dus. Gelukkig blijft de film meeslepend doordat Winstone doet waar hij goed in is en weet hij ondanks zijn dubieuze karakter de kijker toch mee te krijgen op zijn hand. Er zit een geweldige shoot-out in die doet denken aan die in Heat en uiteindelijk komt de boel tot een plichtmatige conclusie met veel piepende banden en knallende pistolen.

Hier had toch wel iets meer in gezeten…