dinsdag 26 maart 2013

Citadel



Drie flats steken als onheilspellende reuzen boven de wijk uit. Een wijk die wordt gerenoveerd en al bijna leeg is, op wat bejaarden en druggebruikers na. Het is een gevaarlijke buurt geworden, waar kinderen verdwijnen en ‘hoodiegans’ de dienst uitmaken. Na een tragisch voorval in één van de flats, waarbij zijn vriendin en de hoodiegans betrokken waren, moet Tommy de zorg voor zijn pasgeboren kind helemaal alleen op zich nemen. Hij is in behandeling voor de angstaanvallen die hij sinds het voorval heeft. Het geschreeuw van de baby, het ge-terroriseer van de hoodiegans, de verlaten gebouwen, het uitvallen van de elektriciteit en de winterse kou maken het niet gemakkelijker voor Tommy, die wanhopig probeert zijn angst te overwinnen en weg te komen uit de wijk.

Tommy’s angstaanvallen in de desolate en spookachtige buurt zijn hoogst benauwend. Je wordt echt in zijn wereld getrokken.  Maar het geeft meteen te denken in hoeverre die wereld wel echt is. Het is duidelijk dat er vreselijke dingen gebeuren, maar de angsten van Tommy lijken de zaken in een ander perspectief te zetten. Lijdt hij aan waanideeën? De hulp van een gestoorde priester doet vermoeden dat het allemaal waar is wat hij ziet. Maar de hulp van een zuster uit het ziekenhuis laat een geheel ander licht op de zaak schijnen.
Er zijn meer films waarin gezichtsloze hoodiegans mensen terroriseren met nare gevolgen. Zoals in Ils of F. Waar in die films het gevaar reëel is, zit in Citadel een extra laag, waar die realiteit een schimmig iets is.

Tommy moet een gevecht aan gaan met zijn belagers, waarbij het onduidelijk is of het zijn eigen demonen zijn of echte personen. Het maakt zijn angst en strijd niet minder invoelbaar, wat grotendeels te danken is aan het indrukwekkende spel van Aneurin Barnard als de hoofdpersoon. Daarbij toont de film lef om bepaalde zaken onbeantwoord te laten.

woensdag 20 maart 2013

Antiviral



Fandom. Het kan erg ver gaan tegenwoordig. Hoe dicht kun je bij je idool komen? Het begint met het feit dat je een ster om wat voor reden ook bewondert. Je hangt een poster aan de muur, volgt het nieuws op tv, koopt de producten waar de beroemdheid zijn of haar naam aan heeft verbonden, doet je best om diegene in het echt te zien, misschien een foto van jullie samen, een aanraking… Dat kan doorslaan in stalking of het kopiëren van gedrag met extreme gevolgen zoals bijvoorbeeld in het geval van fans die zelfmoord pleegden nadat hun idool Kurt Cobain dit had gedaan.

De stap verder die wordt genomen in Antiviral  is daarom niet eens zo gek. The Lucas (Celebrity Services) Clinic koopt ziektes van supersterren op om ze voor een flink bedrag te injecteren in behoeftige fans om ze daarna weer huiswaarts te sturen met een welgemeend “enjoy!”. Syd March werkt voor de kliniek en gebruikt zijn lichaam als vervoersmiddel om virussen op illegale wijze te verhandelen. Dat dit niet lang goed kan gaan blijkt als iemand een genetisch gemodificeerd virus als wapen gebruikt en Syd steeds verder in de problemen komt.

Body horror! Wie anders dan David Cronenberg zou hier een goede film van kunnen maken!? Nou, zijn zoon, Brandon! Die heeft gekozen voor een steriele aanpak, met de basiskleuren wit, zwart en rood en het gebruik van veel statische shots. Klinisch welhaast. Het zorgt voor wat afstandelijkheid. De materie is echter wel degelijk fascinerend en verontrustend, de film kent een sterke beeldtaal en heeft sociale relevantie. In tegenstelling tot zijn vader laat Brandon de ‘body horror’ vrij ingetogen zien. Wat het in je hoofd doet is veel belangrijker.

Net als in American Mary wordt een bestaand fenomeen bij de horens gevat en krijgt het een extreme invulling. Het sterke punt van de film is dat dit minder extreem is dan gedacht, zeker gezien het feit dat veel van de toegepaste technieken niet (zo ver) uit ons bereik liggen. In de film kan men bijvoorbeeld het vlees van een beroemdheid bij de ‘Celebrity Meat Market’ halen. Vlees gekweekt uit stamcellen is inderdaad al mogelijk, maar smaakt nog niet al te best. Je overschrijdt een algemeen geaccepteerde grens om dit van mensen te maken, maar verschuiven deze grenzen niet constant en wat als de mens in kwestie er mee akkoord gaat? Houdt Antiviral ons alvast een toekomstige spiegel voor?

Brandon Cronenberg levert een sterk debuut af, dat een zieke markt laat zien waarin de consument even schuldig is als de producent, je kunt wachten op het moment waarop de gemanipuleerde goederen voor ellende zullen zorgen en er altijd weer bedrijven zijn die er geld uit weten te slaan.

Ghost Graduation (Promoción Fantasma)



Wat als de vijf studenten uit The Breakfast Club aan het einde van de film gezamenlijk door een ongeval in de school om het leven waren gekomen? Ze waren vast verder gegaan met rondspoken op die school, alleen nu als geesten. Dit is eigenlijk het uitgangspunt van de Spaanse film Promoción Fantasma. Het koppelt de spookversie van The Breakfast Club vervolgens  aan The Sixth Sense via leraar Modesto, die al sinds zijn jeugd kan beweren: “I see dead people”. De leraar in kwestie is dan ook heel blij als het hoofd van de - door onverklaarbare verschijnselen geplaagde - school gelooft dat hij overledenen kan zien, waardoor Modesto niet langer denkt dat hij gek is en aan de gang kan gaan om de vijf studenten te verlossen van hun bestaan tussen twee werelden en de school zodoende spookvrij kan maken. Maar dat blijkt niet zo gemakkelijk als gedacht.

Een leuke, komische film met een hart vol eerbetoon. Naast de twee eerder genoemde films kun je daar ook Ghost nog aan toevoegen, wanneer er een liefde opborrelt tussen iemand van deze en gene zijde. Het verschil tussen het wel of niet zien van de geesten is erg goed gedaan. Als er een boek door de lucht vliegt is dat angstaanjagend. Als je ziet dat iemand met dat boek rondrent en het flink laat klapperen om angst aan te jagen is dat hilarisch. Spookverschijnselen zijn misschien dus niet eng bedoelt en soms zelfs lief en mooi. Ook de manieren waarop de overleden studenten af en toe een lichaam overnemen is uitermate grappig gedaan. De nadruk ligt dus op komedie en dat pakt goed uit. Het is vooral een luchtige en vriendelijke film. Alleen Manuela van de administratie valt op zeer grappige wijze een beetje uit de toon, als ze haar eigen visie in praktijk brengt om de school te zuiveren. De scène had geschreven kunnen zijn door Álex de la Iglesia!

maandag 18 maart 2013

Morituris



Heel af en toe krijg je weer dat gevoel van de jaren ’80, waarin je hoorde over een ‘video nasty’ die je gezien moest hebben. Dan speurde je de videotheken af en met een beetje geluk (wat in Engeland was verboden was in Nederland meestal wel te krijgen) kwam je met Maniac, The Last House On The Left of Cannibal Holocaust thuis. Dat gevoel kreeg ik bij de eerste berichten over de Italiaanse film Morituris. De film stamt uit 2011 en is slechts te zien geweest op een festival hier en daar en het heeft even geduurd voordat ik het uiteindelijk met een Franse dvd versie moest doen. Mijn Frans is goed genoeg om in ieder geval de grote lijnen van het verhaal te snappen, voor zover er iets van een verhaal is, dat dan weer gedeeltelijk is gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen uit 1975, genaamd Massacre del Circeo, waarbij vier rijke jongens twee meisjes meelokten, misbruikten en eentje er van vermoordden (de andere hield zich dood en heeft het daardoor overleeft).

De film begint met super 8 opnames van een familie uitje in het bos. Een picknick. Vader, moeder, kinderen en een pedofiele broer van pa, die de dochter even meeneemt dieper het bos in om dingen te doen die je niet met kinderen moet doen. Nog voordat dit gebeurt wordt de broer vanuit het niets door een forse ondode gladiator (!) met een zwaard doorklieft. Een seconde denkt je nog dat de man uit de oudheid het opneemt voor de onschuldigen, maar niets is minder waar, want de super 8 film laat even later zien dat de hele familie over de kling is gejaagd. Wat ik me echter meteen afvraag: wie filmt er in godsnaam?

Een sprong in de tijd en het verhaal gaat verder met drie Italiaanse jongens die twee Oost Europese meisjes hebben opgepikt met de belofte ze mee te nemen naar een geheim, illegaal feest, waar jongens en meisjes van die leeftijd kennelijk dol op zijn. Na een zeer lange en oninteressante autorit komen ze in het donker aan op de plek, waarvan de kijker weet dat er ondode gladiatoren rondspoken. Van een feest is nog geen sprake, maar de vijf maken een kampvuurtje, drinken en snuiven wat en al gauw zoekt een koppel een rustig plekje op en begint wat te zoenen als de jongen opeens als een blad aan de boom omslaat en het meisje op zeer brute wijze verrot slaat en verkracht. Haar schreeuw is een teken voor de andere jongens om zich op dezelfde manier te vergrijpen aan het andere meisje. Alles wordt vanuit het duister gadegeslagen door de gladiatoren, met ademhalingsproblemen en een (letterlijk) rood waas voor de ogen. Tien minuten lang duren de sadistische mishandelingen en verkrachtingen, die zelfs voor eeltige zielen aardig ver gaat. Pas daarna slaan de gladiatoren toe, die zich vervolgens op zowel de jongens als de meisjes uitleven.

In de lange lijn van rape/revenge films waar ik een stuk over heb geschreven naar aanleiding van de remake van I Spit On Your Grave uit 2010, is dit er eentje die het laatste deel (revenge) maar geheel achterwege laat en vervangt door een slasher en het eerste deel (rape) met zoveel sadistisch geweld gepaard laat gaan, dat de opgeplakte moraal aan het einde “In memory of mankind” slechts een loze kreet wordt die niet kan verhullen dat het hier toch vooral om het choqueren gaat. Exploitatie ten top dus, waarbij de vraag rijst hoe ver je hierin kunt gaan. Het doet denken aan de film Chaos, die zich hieraan ook zo schuldig maakte en qua verhaal zelfs overeenkomsten heeft.  Bekende criticus Roger Ebert sprak er zijn walging over uit met de voornaamste reden dat er geen hoop te vinden is. Het is een interessante kwestie. Zou deze film in zijn ogen wel ‘correct’ zijn, als de gladiatoren alleen de mannen ombrengen, of dat de vrouwen op iedereen wraak nemen? Verlossing is er niet altijd en soms is er alleen maar duisternis. Voor mij mag het best nihilistisch zijn, als het maar een goede film is. Is Morituris een goede film? Nee. Dat ligt aan een hele hoop dingen, zoals de eendimensionale types; de slaapverwekkende praatscènes in de auto; het slechte acteerwerk van voornamelijk de mannen; de afwezigheid van een achtergrondverhaal, waardoor alles schijnbaar zonder reden gebeurd, waardoor de impact minder wordt en soms zelfs enorm plat is (in het geval van een vierde man die we in korte scènes thuis ook al in de weer zien op perverse wijze); de slechte belichting zodat we vooral naar veel schimmig gedoe in het donker kijken; het vraagteken inzake de maker van de super 8 film; de onlogica van de voetbal die twee keer verschijnt; de opzichtigheid van de makers die de gladiatoren laten wachten met ingrijpen tot de jongens klaar zijn met de meisjes; de algemene doelloosheid van dit alles. Voor de gorehound herleven oude tijden op niet echt positieve manier, waarin een afgehakt hoofd op dat van een pop lijkt en het resterende lijf sproeiend bloed uit de open nek laat zien. Verre van vernieuwend, nauwelijks huiveringwekkend. Slechts een paar vondsten zijn wat dat betreft (en dus los van de gewelddadige verkrachting) gruwelijk te noemen, zoals de vastgeklonken hand die losscheurt…

Ondertussen verdeelt de film het horror minnend publiek in twee kampen. Degenen die vóór zijn, hebben geen behoefte aan een boodschap, diepere betekenis, goede moraal of sociale relevantie. Die genieten van het opzoeken van de grenzen van exploitatie, de vunzige rauwheid en schokkende, gewelddadige en bloederige taferelen. Het andere kamp staat daar dus tegenover en sabelt de film neer als een exercitie in smakeloosheid.

Het zal de makers een zorg zijn. Natuurlijk hebben ze wel degelijk hun woordje klaar over de diepere betekenis die aan hun keuzes ten grondslag liggen, maar het voornaamste zal zijn dat de film aandacht krijgt, en die heb ik er nu ook aan gegeven.

Palio Superspeed Donkey - Paradiso (bovenzaal) Amsterdam, 16 maart 2013



Daar staat de bastaardzoon van Elvis. Vetkuif, kraag omhoog, één mouw opgestroopt, gitaar in de aanslag en een staalcoole blik die alleen wordt onderbroken als er een wenkbrauw de lucht in gaat om te flirten met een leuk meisje uit het publiek. Maar als de muziek begint schrikken de jonge meisjes zich een hoedje, want er wordt direct stevig van leer getrokken.  

Robot was het eerste nummer van Palio Superspeed Donkey waar ik bewust mee kennis maakte, toen dit voorbij kwam in een uitzending van Noorderslag op tv. Ik was er meteen door gegrepen en kwam er achter dat ik al een ander nummer van ze kende, zonder dat ik wist dat het van hun was. Voor de commercial van KPN (Hi) werd namelijk het nummer That’s What I’m Not gebruikt. Verder onderzoek bracht aan het licht dat ze een EP (Wateramp) hebben uitgebracht en later heruitgebracht. Met de hoekige, snelle en frisse garagepop hadden ze al snel een Arctic Monkeys label aan hun broek hangen. Een kleine toer door Nederland begon op 8 februari in het bovenzaaltje van Paradiso en het eindigt er vanavond ook. Beide keren is het uitverkocht.

In afwachting van de band zie ik iets opvallends. Het publiek bestaat namelijk bijna alleen uit mensen van onder de twintig en boven de veertig. Zouden er veel papa’s en mama’s bij zijn? Dat groepje daar lijkt wel een handvol leraren. Degene onder de twintig zijn vooral meisjes, waarbij het leuk is om te zien dat vriendinnen er vaak hetzelfde uitzien. Zelfde haardracht, schoenen, shirtje…  Ze giechelen heel wat af ondertussen een beetje schichtig en onwennig om zich heen kijkend. Langzaam maar zeker stroomt het vlak voor het podium vol met deze jonge deernes, die er helemaal klaar voor zijn om zich te laten inpakken door de ook al zo jonge jongens van de band, met een zenuwachtige jubelstemming voorafgaand aan een schoolfeestje tot gevolg.

Stevig dus, dat begin. Over het algemeen zijn de meeste nummers vrij snel, stevig en niet al te ingewikkeld. De ideale garagepop dus, hoewel ze af en toe lonken met vrolijke lichtvoetigheid, zoals in het eerder genoemde Robot met die fijne samenzang, of gewoon onbeschaamd een Pixies rip-off doen met het nummer Fishes. Met slechts een EP onder de arm is het repertoire bescheiden en duurt het concert een uurtje. Dat uurtje laat een gemakkelijk spelende band zien, vol energie, die gemixte signalen geeft wat betreft hun uitstraling. Aan de ene kant zanger/gitarist Sam, die met zijn coole houding tegen arrogantie en desinteresse aanschuurt (misschien geveinsde aspecten die er wel onlosmakelijk mee verbonden zijn) en aan de andere kant gitarist Willem die met een rode blos op zijn wangen overloopt van enthousiasme en iedereen van zijn kapper tot de geluidsman een plekje in het spotlicht gunt. Laten we hopen dat deze tegenstelling een positieve uitwerking blijft houden op dit gretige bandje, dat overigens ook aandacht verdiend in de categorie van twintig tot veertig jarigen!   

donderdag 14 maart 2013

The Aggression Scale



“Agression Scale: A psychological test measuring the frequency of overt aggressive behavior that may result in physical or psychological injury to others.”

Kijk, daar komt de hoofdpersoon aan joggen. Of nee, toch niet. De hoofdpersoon staat aan de andere kant van het geweer waarmee hij haar van haar sokken blaast, waarna hij een foto neemt. Een team werkt in opdracht van een man wiens geld is gestolen. Iedereen die er iets mee te maken heeft moet worden afgemaakt binnen 48 uur. Hij wil er een bewijs van en zijn geld terug.

Het zal wel iets te maken hebben met het gezin dat aankomt bij hun nieuwe huis. Na de initiële golf van geweld maken we kennis met dit gezin dat bestaat uit een man en zijn (wat autistisch aandoende) zoon en zijn tweede vrouw met haar zeventienjarige dochter, die er ook niet om had gevraagd om alles achter zich te laten en deel uit te maken van dit nieuwe gezin op deze nieuwe plek.

Aha! Er speelt dus iets. Waarom verhuizen ze eigenlijk? Waarom zijn ze op hun hoede als er aangebeld wordt? Waarom heeft de moeder haar arm in een mitella? Hoe kunnen ze dit gigantische huis betalen? Terechte vragen waarop niet overal antwoord zal komen, maar die genoeg suggestie wekken aangescherpt door mooi en effectief camerawerk.

Alles verloopt voorlopig volgens de verwachting die door de suggestie is opgewekt, tot er een schot klinkt dat de boel danig op scherp zet, omver haalt, de focus verlegt en intelligentie versus brute kracht laat zien. De spanning wordt flink opgevoerd en ‘a history of violence’ krijgt een nieuwe invulling. Hierdoor wordt deze thriller net even anders en best genietbaar.

Grabbers



Er valt iets uit de lucht in de zee dat niet bepaald vriendelijk gestemd is. Een visser vangt het in zijn mand en komt tot de conclusie dat het ‘no fucking lobster’ is. Het specimen wordt door hem al snel ‘grabber’ genoemd.

De Ierse vissers houden van whiskey. De monsters houden van Ierse vissers.  De populatie van het toch al kleine vissersdorp op het eilandje Erin wordt gestaag uitgedund door de ‘grabbers’, die in beginvorm wel wat weg hebben van ‘aliens’ (van ei tot wormvormig aanhangsel), maar al rap uitgroeien tot gigantische hongerige inktvissen die op het droge ook uit de - uhm – tentakels kunnen.

Zoals je kunt vermoeden moeten we het niet te serieus nemen allemaal. Dit is een vrolijke, droogkomische film - met een glibberig monster - die vol zit met grappige teksten. Zoals wanneer een agente aan haar collega vraagt “Can you ride a horse when you’re drunk?” en hij antwoordt “Yes, the horse is sober.” Of als hij tegen haar zegt als het monster achter hen aan komt: “Move your ass”,  zij dit beantwoordt met “Get your hand off my ass”.

De overgebleven eilanders houden een ‘shindig’ (feestje) in de kroeg en weten zichzelf op geheel Ierse wijze te beschermen tegen het kwaad. Zelfs de vette knipoog naar Aliens aan het einde is geheel in stijl.
Een leuk niemendalletje.