maandag 15 april 2013

Sarah Blasko - People’s Place Amsterdam, 14 april 2013



Personal Space, daar wil ik het even over hebben. Een stukje dat ik van internet heb geplukt geeft het goed weer. Wie dichterbij komt dan we gewend zijn maakt dat we ons erg ongemakkelijk kunnen voelen, zodat we achteruit stappen. Mensen hebben behoefte aan persoonlijke ruimte rond het eigen lichaam en behoefte aan een territorium. De persoonlijke ruimte of intieme zone vormt een soort luchtbel om ons heen, die we willen deze afschermen/bewaken. De Amerikaan Hall heeft de interpersoonlijke ruimte in 4 zones verdeeld:

De intieme zone (0-45 cm)
De persoonlijke zone (45-120 cm)
De sociale zone (120-360 cm)
De publieke zone (360-750 cm of meer)


Nu komt het voor dat we om moeten gaan met mensen die dichterbij komen dan we willen, bijvoorbeeld op plekken waar je er niet onder uit komt, zoals in een bomvolle metro, in de bioscoop of bij een concert. Als we People’s Place binnen komen zoeken we een plekje in de zaal. Dat is vrij vooraan, voor die grote vervelende paal die je het uitzicht zo kan ontnemen, waar ik dan nu lekker tegenaan kan leunen. Het podium is drie stappen van me verwijderd en er staan nog niet veel mensen. Dus ik sta wat te praten en dan komen er drie mensen (twee vrouwen en een man) echt op tien centimeter afstand voor me staan, terwijl ze dus nog een flinke lege afstand tot het podium bewaren en ook links en rechts van mij is een zee aan ruimte. Op dat moment voel ik me ongemakkelijk en aangezien ik geen stapje achteruit kan zetten (die paal in mijn rug) vraag ik ze of ze misschien iets verder naar voren willen. Het is aan dovemansoren gericht. Tijdens het voorprogramma blijven ze op mijn lip staan, de man stoot drie keer tegen me aan, terwijl ze dus voor zich nog twee stappen de ruimte hebben. Waarom doen mensen dit? Als het nou stikvol zou staan hoor je mij niet klagen, maar het is verre van uitverkocht, er is ruimte genoeg om een respectabele afstand in acht te nemen, maar deze mensen hebben gewoon een bord voor hun kop.

Nou ja, enigszins ongemakkelijk kijk ik naar het voorprogramma dat gaat beginnen. Totaal in het donker begint Aly Spaltro (a.k.a. Lady Lamb The Beekeeper) met een a capella nummer. Ze krijgt de zaal meteen muisstil. Indrukwekkende stem, indrukwekkend begin. Zou ze de lichten uit laten om extra aandacht te krijgen, of omdat ze het te eng vindt om dit in het volle licht te doen? Ik zie haar wel even zichzelf oppeppen voordat ze de eerste toon inzet. Deze jonge vrouw begeleidt zichzelf op gitaar en heeft net haar eerste album uit (met band) en ze is erg blij dat ze hier in Amsterdam, een van haar favoriete steden, mag spelen. Wat vooral over komt van haar optreden is de intensiteit die ze in haar stem legt. Haar gezicht staat er een beetje boos van, maar de vriendelijke lach komt zodra het nummer klaar is en ze ons bedankt. Een interessante dame die uitnodigt tot het beluisteren van haar album.

Ondertussen zijn er nog twee vriendinnen van de drie voor mij bij komen staan (hee, daar is opeens wel ruimte voor) als Sarah Blasko met haar band het podium op komt. De band bestaat uit een gitarist, toetsenist die de beschikking heeft over een heuse vleugel, een drummer en bassist die veel met staande bas speelt. De setting en de band geven het geheel het gevoel van een jazzy nachtclub, waar de dame in haar zwarte jurkje de hoofdrol in speelt. Ze zingt mooi, geconcentreerd bij gevoelige liefdesliedjes, een heel klein beetje theatraal als ze opeens witte handschoentjes aantrekt of met de belletjes in haar hand, die ze als het nummer al is beëindigd nog lang zachtjes uit laat rinkelen, maar dan toch ook weer met een lachje vol zelfspot neer laat ploffen op een handdoek. Ze maakt gebruik van een aparte microfoon om haar dat zingende zaag geluid te geven, bekend van nummers als All I Want en Hold On My Heart, een trucje dat ze overigens niet te vaak moet toepassen. Er wordt volop geplukt van haar album As Day Follows Night (zoals Lost & Defeated, No Turning Back) maar ook haar laatste uitgave I Awake komt aan bod in het middenstuk, waarbij ze opvallender wijze de volgorde van de songs op haar album live ook aanhoudt. Het is leuk om te horen dat een aantal nummers hier en daar een net even andere (wat meer jazzy) bewerking krijgen en de fantastisch spelende band is een lust om te horen. Daarbij vraag ik me wel af of de drummer niet een paddenstoel te veel achter de kiezen heeft, hoe hij af en toe kijkt en opgaat in zijn spel met zijn tong een stukje buiten zijn mond. Het doet er niet toe, zijn spel is er niet minder om.

De toegift bestaat uit twee nummers, ook weer in volgorde de laatste twee nummers van I Awake, zijnde An Oyster, A Pearl dat ze solo achter de vleugel speelt. Ze vertelt dat ze een nichtje heeft van veertien, nog een kind maar op weg naar volwassenheid dat haar doet denken aan de tekst van dit nummer dat ze schreef met het idee wat ze tegen haar veertienjarige zelf zou zeggen. Daarna, om de avond toepasselijk te eindigen, zegt ze, een nummer of de dood, maar wel een positieve! Het is een ontroerend nummer over iemand die de dood heeft aangeroepen, maar bij nader inzien er toch niet klaar voor is, omdat ze niet langer verloren is, weer hoop heeft. Het nummer vraagt er om en we tuinen er in als we beginnen met klappen, terwijl het nummer nog niet is afgelopen. “Not yet, not yet, not yet, I’m not ready yet” zingt Sarah verder. En met deze boodschap stuurt ze ons de avond in.    

Jugface



Regisseur en scriptschrijver Chad Crawford Kinkle spreekt ons toe via een opgenomen videoboodschap. Hij vertelt over de kruiken uit de film, ‘facejugs’, die in de jaren ’50 in Amerika werden gemaakt en gebruikt voor ‘moonlighting’ (illegaal gestookte drank) en vergif. Hij is benieuwd hoe we zullen reageren op zijn film.

Een kleine hechte gemeenschap van mensen woont in de bossen. Alles draait om ‘the pit’, een groot gat in de grond met modderig water. Ziekte wordt genezen door er een bad in te nemen. Maar eens in de zoveel tijd vraagt het een offer. Een pottenbakker bakt dan een ‘facejug’ en wiens gezicht er op de kruik staat is de volgende die moet worden geofferd. Als Ada merkt dat ze het volgende slachtoffer gaat worden neemt ze haar maatregelen en gaat ze in tegen de jarenlange traditie. De vraag is of ze haar noodlot kan ontlopen en tegen welke prijs.

Kinkle koppelt een twee fenomenen op slimme wijze aan elkaar. De ‘facejug’ die door Afrikaanse slaven mee schijnt te zijn genomen uit de Caribbean, alwaar dit gelinkt was aan Voodoo. Daarnaast het gegeven van het offeren van mensen, om iets (een Godheid) tevreden te stellen, wat al voorkwam bij de Azteken, die niet alleen vijanden, maar ook hun eigen mensen offerden. Hij brengt het naar de hedendaagse tijd, maar wel binnen een soort commune die bestaat uit simpele zielen, waar incest en mishandeling voorkomt. Genoeg materiaal om over dit heidense ritueel  een griezelige film te maken. Dat komt niet helemaal uit de startblokken. Grootste struikelpunt is voor mij het feit dat de niet al te snuggere mensen, of moet ik zeggen halve garen, onbedoeld iets grappigs krijgen in hun manier van doen. Daarbij heb je de identificatiefactor. Als een echtpaar het al niet al te erg vindt dat hun zoon de keel wordt doorgesneden waar ze bij staan, waarom zou ik dat dan moeten vinden. De enige waarmee je mee zou kunnen leven heeft het dan weer tegen zich dat ze eigenlijk heel erg egoïstisch is binnen het gegeven waarmee we het moeten doen. Ook het einde - een op zich gedurfde zet - geeft je het gevoel van, wat moet ik hier nu eigenlijk mee. Erg jammer, want met een andere benadering had dit een zeer ongemakkelijke griezelervaring kunnen worden, zoals in het vergelijkbare Wake Wood waarin buitenstaanders het perfecte toegevoegde ingrediënt was.

Stemoordeel: zozo

zondag 14 april 2013

Trance



5% van de mensen is extreem gevoelig voor hypnose, wordt in de film opgemerkt. Het is dat percentage waar mensen als Rasti Rostelli gebruik van maakt tijdens hun shows. Het is in dit geval de hoofdpersoon van de film waar ongeveer alles mee gedaan kan worden.

Na een spectaculaire overval op een veilinghuis - die niet zo spectaculair blijkt als het gestolen schilderij is verdwenen - schakelt een groep criminelen een hypnotherapeut in om er achter te komen waar het is gebleven. Er zijn drie partijen. De groep van vier bad guys, onder leiding van Franck (Vincent Cassel) die de roof in gang hebben gezet, de ‘insider’ Simon (James McAvoy) en de hypnotherapeut Elizabeth (Rosario Dawson). Zodra de setting bekend is weet je dat je in de maling zal worden genomen. Je weet eigenlijk ook meteen wie de touwtjes in handen heeft. Daarenboven weet je dat er een meester is die de grootste ‘mindfuck’ met ons allen uit zal halen en dat is Danny Boyle. Deze kennis is op zich geen probleem, want het gaat er om hoe je geneukt wordt, om het maar eens plat te zeggen. Daar gaat het voor mij een beetje mis.

In het begin ben je nog gretig, na de aardige overval en de heftige marteling. Zodra Elizabeth in beeld komt, wordt het een goocheltruc. Er wordt gegoocheld en gegoocheld en gegoocheld. De act wordt naar je gevoel steeds ongeloofwaardiger, waardoor je betrokkenheid bij de toch al niet al te aimabele karakters steeds minder wordt en je op een gegeven moment zelfs hebt van dit gaat helemaal nergens meer over. Het wordt een te wondere wereld die elke kant op kan gaan omdat alles echt of nep kan zijn. Daarbij is het zo jammer dat het allemaal weer draait om geld, seks en geweld. Op het moment, helemaal aan het einde, dat het wel degelijk ergens over ging, dat de ongeloofwaardige zaken wel degelijk verklaarbaar zijn, heb ik mijn interesse al te veel verloren en zie ik in een lange uitleg het grote konijn uit de hoed komen, dat van mij geen groot applaus meer kan krijgen. Natuurlijk klopt het allemaal wel (we hebben het hier over Danny Boyle) maar het konijn is uit een te ver gezocht gat getrokken en de goocheltruc heeft te lang geduurd.

Stemoordeel: zozo

Fin



Een groepje vrienden komt met aanhang na 20 jaar bijeen in ‘a cabin on the hills’ voor een soort reünie. Ze halen oude herinneringen op, praten wat bij, voelen de vriendschap, maken wat ruzie over zaken die in het verleden zijn voorgevallen, willen de aankomende meteorietenregen bekijken, drinken veel en er eindigt er eentje in zijn blote kont bij het kampvuur als er iets vreemds gebeurt en alle elektriciteit uitvalt. Een black-out kan het niet zijn, want zelfs de auto’s doen het niet meer. Ze besluiten te gaan wandelen naar het volgende dorp voor hulp, hoewel dat een dag lopen is. Onderweg gebeuren er raadselachtige dingen.

Het gebeurt niet vaak dat ik vrijwel emotieloos naar een film kijk, maar dat was hier het geval. Ik werd er niet koud of warm van. Wat er precies is aan de hand is, daar kom je niet achter. De film geeft twee aanwijzingen waardoor iets vast komt te staan, maar het is geen antwoord op wat er nu eigenlijk gebeurt. Dus lijkt het alsof we naar een vakantiefilm van onbekenden kijken, onderweg naar een dorp, met elke keer hetzelfde raadsel dat ze overkomt. Daar blijft het niet bij. De makers scheppen er kennelijk plezier in om het geheel op te leuken met nog meer zaken (roedel honden bijvoorbeeld) waarvan je je niet alleen afvraagt waarom, maar het snijdt ook geen hout. De enige emotie die er dan nog opgewekt zou kunnen worden is door de karakters zelf. Maar hun conversaties zijn weinig interessant en hun persoonlijkheid komt niet uit de verf. Als ze dan aan het einde met een flauwe moraal en wat halfzachte filosofische mijmeringen aan komen zetten ben ik er wel klaar mee.   

Het einde. Hoe zou dat er uit zien. Vast niet zo onlogisch en vaag als dit.

Stemoordeel: zozo (en dat is nog positief!)

zaterdag 13 april 2013

Warm Bodies



Het festival doet goede zaken, denk ik zo, met alweer een uitverkochte zaal. De grootste zaal ook nog eens. Misschien ook niet zo gek, want hier draait de première van Warm Bodies waarvoor Imagine een heuse ster heeft weten te strikken, namelijk Nicholas Hoult, bekend van films als About A Boy, A Single Man en X-Men: First Class en de hoofdrolspeler van de film vanavond. Het publiek is ook wat jonger dan normaal, veel jonge meiden die er op hun paasbest uitzien met rokjes en gestifte lippen vragen zenuwachtig of ze straks op de foto mogen met de ster. De ster die wel al is aangekomen, horen we van de festival directeur, maar eerst wat gaat eten en na de film vragen komt beantwoorden.

Warm Bodies begint zeer sterk. Nicholas Hoult speelt een zombie, die rond schuifelt op een vliegveld tussen andere zombies. Hij kan zijn naam niet herinneren, behalve dat die begon met een ‘R’. Wat? Een denkende zombie die een interne monoloog heeft die we als voice-over horen? Inderdaad. R kan denken, voelen. Hij heeft een geweten, weet dat het slecht is dat hij mensen moet opeten om te overleven, ergert zich aan zijn toestand. “God, we move slow”, vertrouwt hij ons toe, als hij met wat anderen op weg gaat naar het centrum waar de levenden zich hebben verschanst achter hoge muren. Een klein groepje van de overlevenden is op zoek naar medicijnen als ze de bende zombies tegen het ondode lijf loopt. Net als R zijn tanden in iemand wil zetten ziet hij een prachtig meisje en wordt hij op slag verliefd. Het is het begin van een vreemdsoortige relatie, die van grote invloed gaat zijn.

Natuurlijk is dit het antwoord op Twilight en de actrice die het meisje speelt (Teresa Palmer) doet zelfs sterk denken aan Kristen Stewart in haar manier van acteren, hoe ze over komt*. Door het menselijk maken van het monster, in dit geval een zelfbewuste zombie, kunnen we met hem meevoelen en krijgen we sympathie. Ook al eet hij hersens. Maar waar in de vampierfilm het eindeloze wachten, smachten en zwaarmoedig kijken de dienst uit maakte, is de toon hier duidelijk anders. Grappig. Echt grappig. Ik heb een aantal keer flink gelachen. Door de reeds beschreven situatie waarin de zombie verkeert, door de af en toe hilarische muziekkeuze, die R’s gevoelens onderstrepen, door hem ‘R’ en haar Julie te noemen en ze een balkonscène te geven… Net als Twilight  is dit gewoon een romantische film tegen een achtergrond van – in dit geval – een zombie Apocalyps. En daar is niets mis mee, want erg leuk en positief uitgevoerd. Als ik een tagline voor deze film zou moeten verzinnen: “The most uplifting zombie movie ever”.

Na de film komt Nicholas Hoult inderdaad de zaal binnen en hij beantwoordt de vragen van Chris Oosterom en het publiek uitvoerig en gevat. Dat zijn auditie bij regisseur Jonathan Levine thuis bestond uit een uurtje zombie spelen waarna hij de rol kreeg. In voorbereiding op de rol heeft hij met hem ook veel zombiefilms gekeken, zoals Zombieland, 28 Days Later, Night Of The Living Dead, Shaun Of The Dead, eigenlijk alles met ‘Of The Dead’ in de titel om inspiratie op te doen. Maar ook een film als Edward Scissorhands. Andere manier van voorbereiding was de zogenaamde ‘Zombie Traning School’. Een opleiding gegeven door een medewerker van het Cirque du Soleil, die je comfortabel moest maken met je lijf en de manier waarop ja als zombie moet bewegen. De grootste stap is om je er over heen te etten hoe stom je er uit moet zien als je zo loopt en gromt. Ze hebben verder enorm gelachen tijdens de opnames. John Malkovich is heel goed in het nadoen van YouTube filmpjes. Nicholas heeft veel respect voor hem, de ervaring die de man heeft, de manier waarop hij sommige scènes net even anders wist in te vullen. Een grote bron van humor was Rob Corddry (zombievriend ‘M’), die hier en daar hilarisch wist te improviseren, zoals de beste oneliner uit de film: “Bitches, man”.

Nicholas krijgt aan het eind van de Q&A nog een kreukelstadkaart van Amsterdam uitgereikt, aangezien hij morgen de stad gaat verkennen (verkrijgbaar in de shop bij Eye!) en een typische wollen muts tegen de kou en regen. De toeristenzombie. Dat doet me dan weer denken aan de eerste zombiewalk in Amsterdam uit 2007 met de verdwaalde toerist…



Stemoordeel: goed

*Uiterlijk heeft Teresa Plamer veel weg van Amber Heard, de actrice die zich in de kijker speelde in de film All The Boys Love Many Lane, geregisseerd door, jaja, Jonathan Levine.

Worlwide Shorts 2013



Op zich kan ik blijven zitten in de zaal waar ik net de European Fantastic Shorts 2 heb gezien. De Q&A die zou volgen met de maker van Strangers wordt verplaatst naar het café, want de voorstelling is uitgelopen. Dat komt omdat de shorts worden aangeleverd op verschillende dragers en formats en het altijd weer een hele klus is om alles soepeltjes achter elkaar te vertonen. Dat gaat toch een enkele keer mis, als er geen geluid en wel beeld, of andersom. Vandaar de uitloop. Moet ik toch even de zaal verlaten, want ze willen een kleine proefdraaiing doen. Geen probleem. Voor de zaal staan er al drommen mensen, want ook deze voorstelling is uitverkocht. Sterker, ik hoor een opmerking dat er twee stoelen bij moeten!

Van de European naar de Worldwide shorts.


Séance – Zachary Beckler (USA 2012)
Er schijnt een geest in het huis te zitten en dus vindt er een séance plaats met wat vrienden en een medium. Iedereen is wat lacherig en laconiek in het begin, maar als er tijdens de sessie enge dingen gebeuren… Séance sluit aan bij films als Paranormal Activity, kent wat enge effecten, maar biedt niet veel nieuws. Aan het einde is het eerste gevoel dat opkomt dat de film erg onaf aanvoelt, wat direct wordt bevestigd als in beeld komt: “the story continues in Interior”. Dat is jammer, want dat dit interessant kan zijn blijkt wel uit hun website, waarop ze via crowdfunding al genoeg binnen hebben gekregen om die film daadwerkelijk te maken. Ben benieuwd.


At The Formal – Andrew Kavanaugh (Australië 2012)
Het begin is een lang shot in slow motion van een vrolijke gebeurtenis. Iedereen is mooi aangekleed en er gaat iets officieels gebeuren. Het piepende geluid en het sombere, langzame ritme van een trommel zijn in strijd met de vrolijkheid van de beelden en maken er juist iets onheilspellends van. Alsof we naar een heidens ritueel gaan kijken. Zeer origineel in idee en uitvoering, waarbij je aan het einde het unheimische gevoel even weglacht.




Necrolovers – Victor Uribe (Chili 2012)
Ontsnapt uit het gekkenhuis jaagt hij achter een schaduw aan. Over je graf heen regeren, zou je kunnen zeggen. Een stijlvolle oefening in zwart/wit waarin oude cinema herleeft. Toch is het goed dat de titel er is, anders had een niet verdorven geest dit anders op kunnen vatten.


Envy The Dead – Isa Swain (Verenigde Arabische Emiraten 2011)
Zombiesheiks and scary Burka’s. Een wereld op de afgrond. Daar kan zelfs Allah niet tegen op. Het wanhopige gevoel dat je als overlevende kunt hebben komt goed over. De vraag wordt dan in hoeverre je wilt overleven. De muziek heb ik eerder gehoord als de leader van de serie Vikings!


The Captured Bird – Jovanka Vuckovic (Canada 2012)
Naar deze film was ik wel benieuwd, omdat ik deze stoere chick al kende van het blad Rue Morgue. Ook weer via crowdfunding wist ze veel geld bijeen te krijgen om haar droom gestalte te geven. Geen dialogen, duister poëtische beelden met veel special effects. Innocence vs. Evil, zou je kunnen zeggen. Of misschien dat onschuld het kwade juist opwekt? Het is helaas een kwestie van het beeld boven het verhaal stellen en dat komt in dit geval niet echt indrukwekkend over. Daarbij zijn veel van die beelden vrij clichématig. Hier had ik zeker meer van verwacht.


Awake – Paz Edry (Israël 2012)
Een jonge soldaat en zijn vriendin gaan in hun dromen om met hun angsten over de oorlogssituatie. De soldaat over het feit dat hij bang is en als lafaard gezien kan worden, zijn vriendin omdat die haar zusje is verloren bij een aanslag. De ellende van de oorlog in beeldspraken, waar nare dromen nog beter zijn dan de werkelijkheid. Je wordt er een beetje stil van.


Familiar – Richard Powell (Canada 2012)
Na 45 jaar bestaan wil John echt gaan leven. Een nieuw begin. Zijn dochter gaat toch studeren en aan zijn vrouw heeft hij een bloedhekel. Via vileine interne monologen die doet denken aan Seul Contre Tous horen we wat John’s gedachten zijn. “Please don’t touch me you pig”, denkt hij als ze hem benadert, maar haar dan toch streelt. Maar in het leven gaat het vaak niet zoals je het hebt gepland en ook John komt bedrogen uit. Zijn giftigheid bouwt naar een hoogtepunt als hij in conflict komt met zichzelf en de film ons ook nog trakteert op een portie ‘body horror’ waar Cronenberg trots op zou zijn. En kwam die ook niet uit Canada? Even herkenbaar als tragisch als grappig als extreem. Een van de beste korte films van het festival.


Rauch und Spiegel – Nick Moore (Australië 2012)
Een trapeze-act en een spiegel, met een briljant visueel resultaat. Helaas staat het geluid erg hard en gaat het geheel te lang door. Het is net als met zo’n ouderwetse toverkijker, waarin je de fleurige afbeeldingen zag wijzigen als je de kijker draaide. Dat was leuk, voor een minuutje of wat.

Na afloop wordt ook nu de Q&A met de maker van Awake verplaatst naar het café. Helaas heb ik daar geen tijd voor, want de voorstelling is opnieuw uitgelopen. Het is kwart over vier, het tijdstip waarop ik al op de Nieuwmarkt had moeten zijn. Rennen…

European Fantastic Shorts 2013 -2



Daar sta je dan met je emmertje en je mop op – hoe hoog zou het zijn? – het dak van Eye, te schrobben in de regen. Een bijzonder uitzicht dat ik vanaf de pont heb op weg naar het filmmuseum voor een tweede dag Imagine.

De shorts zijn al jaren een vast onderdeel in mijn filmschema. Voorheen deed Mark van den Tempel  de programmering, maar die is door het festival bedankt, zonder dat Mark nu hier even wordt bedankt voor zijn vele jaren uitstekende dienst en mooie programma’s vol fantastische korte films. Dus bedank ik Mark nog even: Mark bedankt!

Voor de uitverkochte zaal staat nu een klein meisje dat zich in het Engels introduceert als Daphne Velenturf en een verhaal afsteekt dat ze van een papiertje moet halen. “Aandoenlijk”, hoor ik de man naast mij zeggen, als ze klaar is met haar opgedreunde verhaaltje. Tsja, het is weer eens wat anders dan een bevlogen intro uit het hoofd.

Undying Love - Kristin Andrea Thordardottir (IJsland 2012)
Deze film zet je op het verkeerde been voor wat betreft de omstandigheden in de wereld. En blijft dit doen omdat de nobele actie die volgt een daad van liefde is, maar alweer niet zoals verwacht. Aardig gevonden. Leukste vondst vind ik echter het feit dat er langzame en snelle zombies zijn. De langzame zijn al een flinke tijd ondood en daardoor langzaam geworden (je lichaam valt immers langzaam uit elkaar) en de snelle zijn pas zombie geworden en kunnen nog van alle kracht van hun lichaam gebruik maken.


Robin & Robin - Maria Pérez & Hugo Amoedo (Spanje 2011)
Het eerste shot is al meteen goud waard. Robin zit in een wasserette te wachten tot zijn wasje klaar is. De tweede grap is nog beter. Daarna gaat het volgens verwachting en is er eigenlijk geen clou. Heel kort. Jammer dat het sterke begin niet wordt doorgezet.


The Bird Spider - Jaime Dezcallar (Spanje 2012)
Wat doe je als je liefdesverdriet hebt en haar maar niet uit je hoofd kan krijgen? Dan neem je je ergste nachtmerrie en laat je die los in je huis. Zo geschied. Maar wat als er weer hoop aan de horizon gloort? Mooi gegeven en heerlijk griezelig. De nachtmerrie kan namelijk overal zitten en elk shot is dus zwanger van onheil.


Eat - Moritz Krämer (Duitsland 2012)
Als een model aan haar zoveelste yoghurtje zit om haar slanke fysiek te waarborgen slaan de stoppen door. Eten moet ze en doet ze. Alles wat los en vast zit. Tot in extremo! Mooi eindshot. Doet denken aan de nieuwe reclame van Lipton tea (Indulgence) en een korte Nederlandse film van jaren geleden waarin een vrouw zichzelf helemaal opeet.


Alien Repairguy - Øystein Moe & Alexander Somma (Noorwegen 2012)
Als er op aarde iets mis gaat komt er een monteur uit de ruimte om even te sleutelen. Maar niet elke monteur is even onderlegd. Als hij de vijf cijferige code intoetst die de bekende tonen van Close Encounters Of The Third Kind laten horen weet je hoe laat het is: lachen! Origineel, grappig met zelfs een mooie eind grap. Goed verzorgd tot en met de prachtige end-credits aan toe.


Lot 254 - Toby Meakins (UK 2012)
Een hele korte film, over een man die oude camera’s repareert. Dit exemplaar moet je opwinden. Als hij er doorheen kijkt ziet hij iets onverwachts. Het is een beetje voorspelbaar in uitvoering helaas.


Silent Agony - Octavi Espuga (Spanje 2011)
Een weeshuis met jongetjes. Als er een echtpaar komt worden er twee uitverkoren. Maar dat blijkt geen positief iets. Een gruwelijk spel volgt met afgrijselijke gevolgen. Zeer duister en extreem, zonder dialogen. Doet denken aan Martyrs.  


The Halloween Kid - Axelle Carolyn (UK 2012)
Geheel op rijm is dit een sprookje over ‘little Henry’ die elke dag wel iets griezelig ziet wat niemand anders kan zien, waardoor hij een outcast is. Alleen en afgewezen, behalve op Halloween. Je zou zomaar denken dat je naar het jeugdverhaal van iemand als Tim Burton zit te kijken. Lieve vertelling.


Strangers - Philippe Geus (België 2012)
Een vader in rolstoel gaat met zijn dochter naar een huis waar ze worden belaagd. Goed spel, mooi gefilmd, maar de clou is wat vaag.


Zimmer 606 - Peter Volkart (Zwitserland 2012)
Hallo, hallo! Hier is ’t mannetje van de radio! Heb je er wel eens bij stil gestaan hoe alle apparaten om je heen werken? In deze prachtig vorm gegeven film kom je er achter. Grappig en een beetje melancholiek, over een droom om te ontsnappen uit de dagelijkse sleur.