donderdag 12 september 2013

Stories We Tell


“Tell the whole story, in your own words”, vraagt filmmaakster Sarah Polley aan haar vader. “I guess I better pee first” is het gevatte antwoord. Dezelfde vraag wordt gesteld aan meerdere familieleden en enkele kennissen. Allemaal vertellen ze hun verhaal. Een verhaal dat begint bij Sarah’s moeder, wat voor vrouw ze was. De relatie met haar man, Sarah’s vader komt naar voren en het feit dat Sarah bijna niet was geboren. Het is één van de vele verrassingen in het verhaal die ook nog eens erg mooi wordt geformuleerd door de vader: “Amazing isn’t it, how close we were to you never existing”. Het wordt langzaam maar zeker duidelijk dat Sarah deze documentaire over haar familie niet voor niets maakt. Ze is de spil in een uiterst bewogen verhaal en gaat eigenlijk op zoektocht door de ogen van anderen.

Erg mooi en slim gedaan is de manier waarop je op welk moment welke info krijgt toebedeeld als kijker. Je wordt steeds weer verrast waardoor je ook je perspectief diverse keren bij moet stellen. Sarah heeft voor een visuele vorm gekozen waarin vijf elementen zitten. Je hebt de interviews zelf, de sprekende hoofden. Dan is er de vader, die los van het interview ook zijn aan papier toevertrouwde verhaal voorleest. Verder heb je ‘super 8’ opnames van de betrokkenen in het verleden, zowel authentieke beelden als nagespeelde scènes door acteurs. Als laatste zijn daar de video opnames van familieleden, nagespeeld door die familieleden. Ik begrijp dat je niet alleen maar pratende hoofden in beeld wilt hebben. De oude opnames veraangenamen de kijkervaring, waarbij het zelfs even duurde voordat ik doorhad dat het vaak om door acteurs nagespeelde beelden ging. De videobeelden van recente gebeurtenissen die worden nagespeeld door de familieleden zelf gaat mij een stap te ver, leidt te veel af en komt juist ongeloofwaardig over.


Desalniettemin weet deze documentaire enorm te boeien en leef je mee met diverse leden van de familie. Dat het Sarah daarbij niet gaat om de absolute waarheid te achterhalen, maar om de verschillende (subjectieve) verhalen te horen is wat deze documentaire nog een meerwaarde geeft. Dat ze zelf niet veel aan het woord komt geeft aan dat ze een beschouwelijk type is, dat de ideale vorm heeft gevonden om haar verhaal via anderen te vertellen. Met mijn opmerking over haar in de recensie van Take This Waltz zat ik er dus niet ver naast. “Polley fascineerde me. Dat gezicht dat zoveel leek te verbergen en slechts hier en daar iets los liet”. Ze heeft nu in ieder geval een stukje van haar verleden met ons gedeeld. 

The Dyatlov Pass Incident


In 1959 gaan negen ervaren jonge wandelaars/skiërs naar de Kholat Syakhl, de ‘Mountain of the Dead’ in Siberië. Ze worden allemaal dood teruggevonden onder zeer vreemde omstandigheden. Twee Amerikaanse studenten gaan een documentaire maken over dit incident. Ze nemen een geluidsvrouw en twee experts in klimmen en gidswerk mee. Ook deze groep zal het niet overleven (nee, ik verklap niks, want dat doet de film al meteen). Beelden van hun camera zijn gevonden en daardoor kunnen we zien wat er met ze is gebeurd.
De zoveelste ‘found footage’ dus, al is het zeer vaag hoe men aan deze beelden is gekomen (zeker als je weet hoe de film afloopt). Helaas betekent dit dat we ons eerst door een flink uur enorme saaiheid heen moeten worstelen. Beelden van de treinreis, bezoek aan de plaatselijke kroeg, een vrachtwagenrit naar de berg, vriendelijke en behulpzame russen die Engels spreken (?!), ongein in de sneeuw, lopen door de sneeuw, eten in de sneeuw en tent opslaan in de sneeuw. Kortom, BORING! Bovendien een gemiste kans om in deze verloren tijd de personages uit te diepen.

En dan? Blote voetsporen in de sneeuw, rare geluiden in de nacht, instrumenten die op hol slaan. De spanning zou moeten stijgen, maar dat is absoluut niet het geval. Dat de vijf jongeren sympathiek noch vervelend zijn draagt daar wel aan bij. Door krakkemikkig acteerwerk, ondermaatse dialogen en ongeloofwaardige reacties wil het - zelfs als het tempo omhoog gaat en er enige actie ontstaat - maar niet spannend worden, laat staan eng. De enorme gaten in het plot en vergezochte verklaring voor al het onheil zijn wat mij betreft de doorslag om nauwelijks nog een goed woord voor de film over te houden.


Bij nader onderzoek blijkt dat het Dyatlov Pass Incident echt als zodanig bekend is. Die negen Russen zijn inderdaad onder vreemde omstandigheden dood teruggevonden. De zaak is nooit opgelost maar er zijn verschillende theorieën over wat er gebeurd is. Laat deze film nu een soort van slecht nagespeelde versie zijn, waarbij men verschillende verklaringen in een grote kookpot heeft gegooid, met een slecht te vreten dis als uitkomst. Ik zou je aanraden om het verhaal rond het incident gewoon te lezen, dat is een stuk intrigerender dan deze film. 

zaterdag 7 september 2013

The Conjuring


Klap, klap.

Wie de eerste fantastische trailer heeft gezien weet waarover ik het heb. Zo ook de drie Marokkaanse meisjes achter ons, die al giechelend als het zaallicht uit gaat vlak voor de film begint twee keer klappen. Het is een uiterst geraffineerde vondst waarin een kinderspelletje uitgroeit tot iets doodengs. Je krijgt een blinddoek om en je wordt vier tellen lang om je as gedraaid, waarna de rest zich gaat verstoppen (het liefst in een groot oud huis natuurlijk). Ondertussen draai je zelf nog verder rond, luid doortellend tot er tien tellen voorbij zijn en dan verzoek je om de eerste keer klappen van degenen die zich verstopt hebben. Op het gehoor en de tast moet je dan op zoek gaan, waarna je nog twee keer mag vragen of er geklapt wordt.  Je wint het spel als je binnen die drie keer klappen iemand hebt gevonden. Het doodenge  aspect dat regisseur James Wan (Saw, Insidious) er aan toe voegt is dat er wordt geklapt door iemand die er niet kan zijn, zonder dat degene die zoekt dat door heeft.

Het oude grote huis dat de familie Perron (vader, moeder en maar liefst vijf dochters) heeft gekocht van hun laatste centen kraakt en piept in zijn voegen. Maar dat is niet het enige dat geluid maakt. Het spookt er en daar komt de familie op griezelige wijze achter. Ze zoeken hulp bij twee bekende paranormale onderzoekers genaamd Ed en Lorraine Warren. Die hebben al snel door dat het hier om serieuze demonische krachten gaat en dat het huis een boze entiteit huisvest. Op de vlucht slaan heeft geen zin, een exorcisme moet uitkomst bieden.

Gebaseerd op ware gebeurtenissen. De verslagen van de Warrens zijn een bron van inspiratie, want ook hun beroemdste zaak in Amityville (The Amityville Horror) en het huis van de Snedekers (The Haunting In Connecticut) hebben ook al films opgeleverd.

Het spookhuis. Een bekend gegeven met overbekende elementen. Krakende deuren, rammelende kasten, temperatuurdaling, stank, onverklaarbare blauwe plekken, uit zichzelf bewegende objecten, een enge kelder, lampen die uitvallen, verschijningen, lichamelijke agressie en demonische bezetenheid. Het zit allemaal in deze film. Het is daarom des te knapper dat Wan er een enorm spannende en griezelige film van weet te maken. Zorgvuldig bouwt hij de spanning op, test het publiek hier en daar met wat ongemakkelijke voorproefjes om er uiteindelijk vol voor te gaan.

Ik heb gelezen dat de regisseur zich het liefst bezig houdt met zaken die hem zelf de stuipen op het lijf jagen. Nou, dat komt dan goed over! Het uitkijken is naar Insidious 2 die over anderhalve maand al weer in de bioscoop te zien zal zijn.


Ps. Even zoeken naar de waarheid der gebeurtenissen levert, naast veel sceptici, de homepage van de Warren’s (om je lekker onder te dompelen in het occulte), filmpjes, interviews  (met Lorraine Warren en James Wan!) en creepy stories over Annabelle de pop, die ook in de film voorkomt.

woensdag 4 september 2013

Hidden In The Woods (En Las Afueras De La Ciudad)


“Lo siguiente está inspirado en un hecho real”.

Moeder is dood, twee dochters blijven achter bij vader die in de drugshandel zit en de term vaderlijke liefde voorbij alle grenzen trekt waardoor een dochter zwanger wordt. Het kind dat geboren wordt lijkt zo weggelopen uit The Hills Have Eyes en wordt opgesloten en als beest behandeld. Jaren gaan voorbij waarin beide zussen worden misbruikt door de vader. De politie krijgt lucht van de zaak, waarna alle stoppen bij vaders doorslaan en hij achtereenvolgens de kettingzaag en de dubbelloops laat spreken, met de gevangenis tot gevolg. De dochters en het ‘missgeburt’ vluchten naar hun ‘cabin (hidden) in the woods’. De oudste dochter zoekt het lagerop om geld te verdienen en oompje zoekt ondertussen naar de verdwenen drugs die zijn mannen naar de boshut leiden.


Regisseur Patricio Valladares kreeg geld van de Chileense regering voor het maken van deze film. Men was in de veronderstelling dat Valladares een drama ging filmen, waarna de regisseur met zijn filmploeg de bergen in verdween om zonder toezicht een heftige exploitatiefilm ging maken waar de regering niet blij mee was. Incest, verkrachting, prostitutie, moord, drugs en zelfs kannibalisme. Het zijn voldoende elementen om exploitatie met een hoofdletter te kunnen schrijven. Zo jammer dat het een wat vervelende en saaie film is geworden. Op het dramatische vlak slepen de scènes zich voort met amateuristische acteurs die niet veel te zeggen hebben en wat er dan wordt gezegd is zeer plat. Het maakt daarbij niet uit wie er aan gaat, want de makers hebben vergeten de protagonisten iets mee te geven waardoor je met ze mee gaat voelen. De meiden hebben geen acteertalent en krijsen alleen maar veel. Als er dan actie komt, zie je eigenlijk niet genoeg en wordt de kans tot echte uitbuiting achterwege gelaten. Alsof de hete adem van de regering toch nog en beetje in de nek te voelen was. Hierdoor scoort de film op beide vlakken ondermaats. Opwindend wordt het nergens. Dat neemt niet weg dat de regisseur een tweede kans krijgt en bezig is met een remake met Michael Biehn in de hoofdrol. Laat hij in godsnaam in ieder geval die vervelende pianoscore vervangen.

V/H/S 2


Na de niet altijd even daverende anthology van V/H/S hebben de makers hoogstwaarschijnlijk mijn recensie gelezen en de zaken iets anders aangepakt. Verdwenen zijn namelijk de ellenlange en saaie intro’s en de meeste segmenten komen vrij snel tot zaken. Een ander voordeel is dat er nu slechts vier korte films zijn, die met hun langere speeltijd wat meer op een echte film lijken en minder op ‘found footage’. Gebleven is de overkoepelende ‘vijfde’ film, die de andere vier aan elkaar lijmt. Om met die laatste te beginnen…

Tape 49
…draait om een privé detective en zijn vriendin, die onderzoek doen naar een vermiste jongen. Ze komen bij een huis dat vol staat met video-apparatuur, beeldschermen en stapels videobanden. Terwijl de man het huis onderzoekt, kijkt de vrouw naar de tapes, met vreemde gevolgen. Op de tapes staan de vier korte films die we zelf ook zien. Net als in de eerste film is dit onderdeel van het concept. Het vinden van vreemde tapes die we dan meekijken. Het zijn allemaal weer ‘toevallige’ opnames waarvan niet de bedoeling was dat ze naar buiten zouden komen. Zoals gezegd, de lijm tussen de andere films, maar verder weinig interessant.

Phase I Clinical Trials
Het uitgangspunt is leuk maar niet nieuw. Een man krijgt een nieuw oog in de vorm van een camera. Die ziet alles maar kan ook alles vastleggen. Dit laatste is van belang omdat het een prototype betreft en het bedrijf er achter wil weten of het goed werkt. POV dus. Al snel ziet de hoofdpersoon dingen die er wel/niet zijn. Ze jagen hem in ieder geval de stuipen op het lijf. Van onverwachte kant krijgt hij opwindende hulp, maar dit maakt de boel er niet echt beter op. In 2002 verraste het Verre Oosten ons via de gebroeders Pang met Gin Gwai, beter bekend als The Eye, waarin een meisje een hoornvliestransplantatie krijgt en vreemde dingen gaat zien. Adam Wingard (hee, daar heb je hem weer), de enige regisseur die ook een segment deed voor de eerste film, weet dit gegeven niet meer dan te herkauwen, op een mindere manier, waarbij de hele episode ook nog vrij onaf voelt.

A Ride In The Park
Je kunt ze tegenwoordig makkelijk kopen: camera’s voor bovenop je fietshelm. Kun je leuke opnames maken als je gaat crossen door de bossen. Dat is precies wat een vriendelijke vent gaat doen in het Goldstone State Park op een mooie zomerse ochtend. Dit gaat al heel snel mis en voordat je het weet is hij een zombie en is de eerste zombiecam een feit. Vanuit zijn perspectief zien we dus het leven als een zombie, wat goor, grappig, verrassend en verdomd goed uitgevoerd is tot en met de mate van zelfreflectie (letterlijk en figuurlijk) aan toe. Een hoogtepunt van deze anthology gemaakt door Eduardo Sanchez & Greg Hale (Blair Witch Project, Lovely Molly), waarbij ik meteen heb geleerd hoe dat in Amerika wordt genoemd als je per ongeluk iemand belt met je mobiel: “you butt dialed me”!

Safe Haven
Een groep jonge Amerikanen (van Indonesische afkomst) behangt zich met (deels verborgen) camera’s om een interview te doen met de leider van ‘de Poorten van het Paradijs’. Na een eerste afspraak mogen ze in het complex komen van deze sekteleider, waar ze hun interview (alles in het Indonesisch!) met de ‘almachtige vader’ voortzetten en ondertussen op slinkse wijze meer proberen uit te vinden over deze geloofspartij die ook twintig kinderen herbergt. Laat de ploeg nu net op de belangrijkste dag in het bestaan aanwezig zijn. Wat volgt is nauwelijks te beschrijven. De Indo Jim Jones zorgt met zijn zelfmoordsekte voor heel wat ‘extreme gore’ en ‘wtf’ momenten die doen denken aan de ‘new wave of French horror’ van enige jaren geleden. Regisseur Timo Tjahjanto deed al van zich spreken op het Imagine Film Festival van 2010, waar zijn debuutfilm Macabre in ieder geval liet zien dat hij het van de slager bekende ‘mag het ietsje meer zijn’ wel erg ruim nam. Waar die film echter te lang door ging, weet hij met Safe Haven de tijd goed en ten volle te benutten. En klaarblijkelijk heeft de beste man veel videogames gespeeld, want de POV shots zijn geniaal.

Slumber Party Alien Abduction
Jason Eisener (Hobo With A Shotgun) neemt de laatste video voor zijn rekening. Broer verstiert met zijn vrienden de lol die zijn zus wil beleven als de ouders van huis zijn en de zus neemt wraak. Het is kinderspel vergeleken met het buitenaardse gevaar dat het op hen allemaal heeft gemunt. Het oorverdovende geluid moet het gebrek aan spanning opvangen, wat maar niet wil lukken met die mannen in witte alien pakjes. Wel grappig is de ‘doggiecam’ van waaruit we het meeste meebeleven.  


Aldus levert V/H/S 2 twee hoogtepunten op en scoort daarmee toch niet veel beter dan de vorige.

zondag 1 september 2013

Wife Collector (Hitozuma korekutâ)


Welcome to the wonderful world of ‘Pinku Eiga’. Niet te verwarren met die lieve pinguïn overigens. Aangezien ik zelf niet echt thuis ben in die wereld, heb ik er wat over gelezen. Pinku Eiga is een verzamelnaam voor Japanse cinema met volwassen inhoud. Dat gaat van drama tot actie, van exploitatie tot softcore porno. Opgekomen in de jaren ’60 en populair gebleven tot in de jaren ’80. Wife Collector zou je kunnen scharen onder de ‘Roman Porunu’, oftewel softcore porno. De maker heet Hisayasu Satō die bekend staat om zijn guerrilla (‘sledgehammer’) stijl van film maken, waarbij onderwerpen als obsessie, vervreemding, perversie en voyeurisme aan bod komen. Hij staat bekend als één van de ‘Four Heavenly Kings of Pink’. Deze film stamt uit zijn beginperiode en duurt slechts 63 minuten.

Er zijn eigenlijk drie verhaallijnen. Er is een taxichauffeur die vrouwelijke klanten bedwelmd, verkracht en als grof vuil (wel levend) dumpt. Dan zien we een vrouw die door twee mannen is verkracht, sindsdien geen normale seks meer kan bedrijven en een herbeleving zoekt in schimmige achterbuurten. Als laatste is er de jongere zus van de vrouw, een maagd die in het geniep alle seksuele perikelen van haar zus op foto vast legt en zelf maar al graag bruut ontmaagd wil worden. Dus ja, we herkennen de eerdergenoemde onderwerpen van vervreemding (taxichauffeur), obsessie (vrouw en zus), voyeurisme (zus) en perversie (allen), maar diep gaat het alleen in de aaneenschakeling van de al dan niet vrijwillige seksscènes waar de film eigenlijk uit bestaat. Deze scènes zijn lang, gewelddadig, rauw en realistisch. Pure exploitatie dus, waar de filmmaker om bekend staat. Ook zijn guerrilla stijl komt duidelijk naar voren in de scènes waarin de taxichauffeur een vrouw verkracht langs de snelweg en haar naakt achterlaat en die waarin de in zijn rug gestoken chauffeur een vrouw achtervolgt en haar grijpt tussen nietsvermoedende voorbijgangers, die niet weten dat het een filmopname betreft.


De film is een perverse fantasie, waarin de seksscènes (zonder zichtbare penetratie, maar zeer heftig) het leeuwendeel vormen. Toch intrigeert Wife Collector door de indringende, extreem rauwe stijl en zijn er enkele memorabele scènes, zoals wanneer de taxichauffeur een gasmasker opzet, zijn passagier met gas bedwelmt en haar dan met masker op langs de drukke snelweg verkracht. Ook speelt Sato al met de mogelijkheden van het gebruik van gewelddadige homevideo opnames. Zowel als schok-middel, als hij de vrouw in zijn taxi beelden van haar misbruik laat zien als voor zijn eigen gerief. Dit laatste werd een jaar later (1986) toegepast in het beruchte meesterwerk Henry: Portrait Of A Serial Killer.  

Blackmail - Melkweg (oude zaal) Amsterdam, 29 augustus 2013

 

Jaren geleden schreef ik voor het helaas ter ziele gegane blad MUSIC minded. Een gratis muziekblad voor en door liefhebbers. Ergens in 1999 kreeg ik weer wat cd’s mee om te beluisteren en er over te schrijven. Daar zat Science Fiction bij van de Duitse band Blackmail. Als ik de cd opzet hoor ik de eerste tonen van Londerla en ik ben direct verkocht. In de rubriek ‘Focus On’ schrijf ik mijn eerste stukje over deze band en nadien zullen er nog enkele recensies van latere albums volgen, want ja, zo lang zijn deze jongens al bezig. Via een klein label genaamd bluNoise worden ze opgepikt door het grote Warner en al gauw zijn ze één van Duitsland meest geliefde alternative rockbands en graag geziene gasten in Japan. Maar Nederland komt een beetje in het vergeethoekje. Nu Warner al weer een gepasseerd station is, kleinere labels de muziek van de band uitdragen en zanger Aydo Abay is vervangen door Mathias Reetz wil hun huidige manager Christoph Storbeck van Striker Entertainment daar iets aan gaan doen. Vandaar dat de door de wol geverfde muzikanten nu hun kunsten mogen vertonen in de Melkweg, als voorprogramma van Filter.

Die kunsten komen voornamelijk van de laatste twee albums waar Mathias op te horen is. Qua stem ligt hij niet zo ver van de vorige zanger af, waardoor het geluid van de band niet rigoureus is veranderd. Door de jaren heen is hun palet misschien iets breder geworden, zoals de poppy kant in Kiss The Sun van hun laatste album dat simpelweg II heet laat horen, maar ze spelen vanavond net zo goed hun nieuwe single The Rush, dat meer uptempo is, een heerlijk (tegen)ritme kent en het zo bepalende gitaarwerk van het muzikale brein Kurt Ebelhäuser laat horen. Of nog een andere invalshoek bij het zwaardere Impact dat heerlijk beukt. Opvallend is dat er een vijfde man op het podium staat, die de verzorging van de ‘aparte geluidjes’ voor zijn rekening neemt. Die heb ik nog niet eerder gezien. Gelukkig wordt het oudere werk niet helemaal vergeten en komt het heerlijke It Could Be Yours voorbij en ben ik verrast vanwege het niet zo opvallende (Feel It) Day By Day. Als je al zo lang fan bent mis je natuurlijk persoonlijke favorieten, maar ik ben allang blij dat ik de band na zoveel jaar weer eens live zie en geniet van het krachtige optreden dat ook de rest van de aanwezigen niet onberoerd laat als ik de respons zo hoor. In 2001 liet toenmalige zanger Aydo mij weten dat de band live wil rocken en als ze voor een publiek spelen dat nog onbekend is met hun muziek moet er een groove ontstaan. Aan die visie is niets gewijzigd en de groep eindigt vanavond met het groovy stuwende Friend van hun album Friend Or Foe dat ze over laten gaan in het vuig rockende instrumentale stuk van Images Of Devils Burn, dat afkomstig is van die andere band van gitarist Kurt Ebelhäuser, Scumbucket.  


Na afloop ga ik naar de merchandise stand waar ik met Christoph heb afgesproken. Ik bedank hem voor het regelen van mijn toegang (CHRISTOPH: VIELEN DANK!) en we praten wat over de band en de hernieuwde poging om ze in de Benelux te introduceren. Bij de conversatie voegt zich Ton van der Werf, Marketing Consultant van Converse Benelux en de man achter de Converse Mixtapes, die me vertelt over zijn werk, hoe dat in zijn werk gaat met het verzamelen van nummers van nog niet zo bekende indiebandjes voor de tapes en het dikke budget dat hier (gelukkig!) voor beschikbaar is (Converse is na Nike het grootste schoenenmerk in Nederland). Christoph en Ton delen verhalen vanuit hun ervaring in de muziekwereld en als ik na een tijdje met Christoph mee loop naar buiten (hij wil even roken) zegt hij dat ik mee moet lopen naar de tour bus, zodat ik de band kan ontmoeten. Ze staan inderdaad net in te laden en ik schud de hand van Mathias (klein en fijn) en loop door naar Kurt (grote beer) waarmee ik een tijdje praat en herinneringen ophaal aan de handvol optredens die ik van de band heb gezien. Hij is verrast over het feit dat ik al zo lang fan ben en weet zich alle optredens en zalen nog te herinneren. Dan neem ik afscheid en zeg hem toe dat ik er weer bij zal zijn in Haarlem, waar ze op 8 november in het café van Patronaat zullen spelen. Een concert dat trouwens GRATIS toegankelijk is en een reden te meer voor liefhebbers van melodieuze alternatieve rock om deze band alsnog (of nogmaals) te gaan bekijken!!!