dinsdag 19 november 2013

S&Man (Sandman)


Tijdens een filmfestival werd J.T. Petty’s debuutfilm Soft For Digging getoond. We raakten aan de praat. Hij was alweer bezig met een nieuw project dat gebaseerd was op een jeugdervaring, waarin een buurman jarenlang allerlei buurtbewoners in hun huizen had begluurt en er opnames van had gemaakt. Toen ze de man te pakken kregen, wilde niemand getuigen omdat opnames uit hun privésfeer dan openbaar zouden worden. Dat en de combinatie met de film Peeping Tom die grote indruk had gemaakt deed hem besluiten op onderzoek te gaan naar echt gevaarlijke films. Films die te maken hebben met parafilie. Petty kwam al snel terecht bij filmmakers als Fred Vogel, bekend van zijn August Underground serie en Maskhead. “We just want to spread our sickness into the world”. Een quote waarin ik me wel kan vinden. Ook Bill Zebub komt aan het woord en hij vertelde dat zijn uitermate low budget films vooral bedoeld zijn voor perverselingen die er bij aan hun gerief kunnen komen. Ook scream queen Debbie D. doet haar zegje. Ze heeft in veel films van Bill Zebub gespeeld en praat over zogenaamde ‘custom tapes’, films die naar de wens van de klant in elkaar worden gezet. W.A.V.E. productions is zo’n bedrijfje dat daarin voorziet. Debbie zegt: “I think we’re all a little bit off”. Speak for yourself, zeg ik…

Om zijn documentaire te onderbouwen heeft Petty ook interviews gedaan met een seksuoloog, forensisch psychiater en Carol J. Clover, die professor is in (o.a.) filmstudie en een bekend boek heeft geschreven genaamd  Men, Women, and Chainsaws: Gender in the Modern Horror Film. Ze meldt dat men door parafilie de vrouw objectiveert. Ze beweert ook dat slasherfilms gemaakt zijn voor nerds, die nu vanuit hun veilige luie stoel thuis eindelijk zien hoe die populaire mooie meiden die hen altijd hebben gedist, als eerste over de kling worden gejaagd of worden misbruikt. Ze kruipen in de rol van de aanvaller die nu eens niet de kwetsbare positie heeft. Een standaardwerk als Henry: Portrait Of A Serial Killer is een belangrijk ijkpunt geweest vanwege het voyeuristische element, als Henry en Otis samen de opnames bekijken van hun eigen moordpartij. In dit filmpje zie je mijn ontmoeting met Michael Rooker en hoe ik hem mijn eigen film overhandig. Een ander element in de beleving van extreme (horror)films kan zijn dat je terug verlangt naar het niveau van sensitiviteit dat je had toen je nog maar 15 jaar oud was en voor het eerst een enge film zag.

Het is inderdaad om de kick dat ik mijn films maak. De S&Man serie. Ik heb al heel wat episodes gemaakt. Het zou fijn zijn als meer mensen zouden zien wat ik doe, wat ik heb gemaakt. Vandaar mijn interesse om mee te werken aan de documentaire van Petty. Maar ik heb hem wel eerst uitgecheckt. Hij en zijn crew. Hij leek me oprecht en mijn drang naar waardering zorgde voor de medewerking die ik heb verleend. Ik gaf hem verschillende episodes van mijn filmreeks, waarin ik telkens één meisje achtervolg op straat en haar uiteindelijk vermoord. Dat laatste gaat dan op verschillende manieren. Het is wel altijd even uitvogelen waar de camera moet staan om het beste shot te krijgen. Het ging echter vervelend worden dat Petty bleef doorzeuren over de actrices uit mijn films en of hij er eentje kon interviewen. Het moet allemaal niet te dichtbij komen. Dus toen heb ik de medewerking maar opgezegd. Het moet geen last worden. Het mag mijn films op geen enkele manier in gevaar brengen.


Deel 15 is nu net af en ik heb alweer een nieuw meisje op het oog voor een volgende episode. Ze werkt als kassière bij een supermarkt. Ik ben al een paar keer langs haar kassa geweest met wat boodschappen. De eerste opnames heb ik ook al. Dat ze op haar fiets naar huis gaat. Maar zien waar en hoe het schip strandt. 

zaterdag 9 november 2013

Rush


Als ik naar de film ga probeer ik er vaak meer dan één te zien. Probleem is dan niet alleen dat er meerdere films moeten zijn die ik wil bekijken, het is voornamelijk moeilijk om het zo in te delen dat ik ze zie zonder dat er heel veel tijd tussen zit. Donderdag is premièredag. Dus dan zoek ik vaak nieuwe films op. Dit keer sluiten Het Diner en Carrie met slechts vijftien minuten ertussen mooi op elkaar aan. Laat er nu nog een film zijn die ik graag wil zien, die dan weer twintig minuten later begint. Moet ik wel alleen snel lopen van de Munt naar het Leidseplein, maar dat is geen probleem. Ruim op tijd haal ik mijn kaartje en zoek ik mijn plekje op. De bekende reclames komen voorbij (gelukkig niet meer die van dat biermerk en de ijsklompen, want die kwam mijn neus uit) en daarna volgen de trailers. Een primeur is echter dat de trailer van The Counselor maar liefst twee keer voorbij komt! Foutje in de programmering.

Rush is het verhaal van de vete tussen de twee Formule 1 giganten Niki Lauda (Daniel Brühl) en James Hunt (Chris Hemsworth). Het begint met het onheil dat plaats gaat vinden op het circuit van de Nürburgring, waarna de film terug gaat in de tijd dat Hunt nog Formule 3 reed en hij voor het eerst Niki in zijn vizier krijgt. Regisseur Ron Howard weet op meeslepende wijze het verschil tussen beide personen in beeld te brengen. Lauda racete met zijn hoofd en Hunt met zijn hart. Lauda wist als geen ander zijn auto tot in perfectie af te laten stellen, zorgde goed voor zichzelf, focuste altijd op de race en het doel: de overwinning. Hunt was een losbol die gewoon verdomd goed kon auto rijden en soms onverantwoorde risico’s nam, ingegeven door passie, niet door helder nadenken. Hun karakter dicteert ook hun persoonlijke leven waarin de stabiliteit en berekendheid van Lauda tegenover de emotionele ups en downs van Hunt staan. De races worden met veel flair en energie in beeld gebracht, waarbij je af en toe het gevoel hebt dat je terug gaat in de tijd (met wat korrelige beelden van races die ze perfect hebben nagemaakt).

Emerson Fittipaldi, Clay Regazzoni, Jody Scheckter, Jacques Laffite, Mario Andretti, Jacky Ickx… Het zijn namen uit mijn jeugd. Ik had een poster aan de muur hangen van Formule 1 auto’s. De mooiste vond ik die zwarte (John Player Special) en die wit/rode (Marlboro). Geen idee om welk merk het ging. Geen idee wie de snelste was. Maar bovenstaande namen klonken exotisch, spraken tot mijn verbeelding. En Niki Lauda, met dat verbrande gezicht die toch gewoon verder ging met racen, afschrikwekkend en mateloos intrigerend tegelijkertijd.

Ron Howard weet wel hoe hij een film moet maken. Dat is hier niet anders. Hij brengt de helden die ik voornamelijk in mijn hoofd had zien racen tot leven in deze ‘biopic’. Grappig is dat hij met de twee coureurs ook twee focus punten creëert, die afwisselend de gunst van de kijker krijgen. Dan ga je weer mee met Lauda, dan weer met Hunt. Het zal waarschijnlijk aan je eigen karakter liggen met wie je het meeste meeleeft, maar beide maken iets in je los.

De rivaliteit tussen de mannen vindt zijn hoogtepunt in het verschrikkelijke ongeluk dat Lauda krijgt op die beruchte Nürburgring. Vanaf dat moment pakt de film je nog steviger vast en de hel waar Lauda doorheen moet om weer te herstellen is verschrikkelijk en zijn doorzettingsvermogen ongelooflijk.


Het is perfect Hollywood entertainment. Daar is niets mis mee. Maar als ik heel eerlijk ben en Rush vergelijk met de documentaire Senna, dan raakte die laatste me echt. Je leert daarin de Braziliaanse coureur goed kennen, verpand je hart aan hem en als hij aan het einde van de documentaire op het circuit van Imola die fatale bocht in gaat wil je uitroepen: doe het niet!, alsof je zijn lot eigenhandig nog kan veranderen. 

Carrie


Remakes. Het kan goed gaan. Dan krijg je een versie die veelal voorzien is van een eigen stempel, een intelligente aanpak, die vasthoudt wat goed is, maar niet bang is om andere dingen te proberen en zeker geen één op één kopie wil maken. Zoals John Carpenter’s The Thing, David Cronenberg’s The Fly, Zack Snyder’s Dawn Of The Dead en recenter Evil Dead en Maniac. Het kan ook mis gaan. Dan krijg je een wanproduct dat op geen enkele manier ook maar in de schaduw kan staan van het origineel. Zoals Samual Bayer’s A Nightmare On Elm Street, Gus van Sant’s Psycho, Neil LaBute’s The Wicker Man, Jan de Bont’s The Haunting en Rob Zombie’s Halloween.

Maar dan heb je nog een categorie. De categorie waarbij je eigenlijk je schouders ophaalt, omdat het niet slecht is, maar ook niet echt iets toevoegt aan wat er al in zeer goede vorm aanwezig is: het origineel. Carrie valt in deze laatste categorie, hoewel ik daar meteen iets aan toe moet voegen en recht moet zetten. De categorieën zijn namelijk ingedeeld volgens het uitgangspunt dat je het origineel kent. Als dat niet zo is, verandert er waarschijnlijk niet zo veel aan die eerste en tweede verdeling, want die goed geslaagde remakes zijn op zich gewoon goed geslaagde films, en de mislukte remakes zijn op zich ook niet zulke beste films. Bij Carrie kan ik me goed voorstellen dat als je het origineel niet kent, je deze versie best goed zal vinden omdat het op zich geen slechte film is.

Voor wie het nog niet weet, het gaat over een outcast die er zo graag bij wil horen, maar door haar moeder wordt tegengehouden, tot ze haar telekinetische krachten gebruikt om haar geluk na te streven, toch bedrogen uitkomt en iedereen laat boeten. Het gegeven van een totaal wereldvreemde moeder en dochter komt nu misschien iets verder gezocht over dan het 37 jaar geleden deed, zeker gezien het feit dat de film in het heden speelt. Maar voor de rest blijft het verhaal zielig, spannend en griezelig. Julianne Moore is perfect gecast in de rol van totaal gestoorde moeder, maar ik ben wat minder te spreken over Chloë Grace Moretz, die fantastisch overkomt in cartooneske rollen als in Kick-Ass (2)  en Dark Shadows, maar hier toch wat fine-tuning mist om haar personage echt invoelbaar te maken. Verder is het fijn dat het pandemonium dat Carrie ontketent niet ten onder is gegaan aan opzichtige special effects.


Als je de film echter wél vergelijkt met die van Brian De Palma krijg je dus in eerste instantie dat gevoel van overbodigheid, omdat de film niets anders biedt, geen andere invulling geeft dan dat origineel. Als je wat verder gaat kijken komt mijn vrees die ik uitte aan het einde van mijn recensie van Kick-Ass 2 toch wel een beetje uit. De echt scherpe kantjes zijn er af. Daarnaast is de 2013 versie redelijk saai geschoten als je dat vergelijkt met de split screens, split diopter en slow motionscènes die De Palma zo fantastisch toepaste. Het verschil tussen Chloë en Sissy Spacek is ook duidelijk, hoewel dit een bewuste keuze kan zijn. Chloë’s versie van Carrie staat dichter bij de wereld waartoe ze graag wil behoren dan Sissy’s versie. Als het dan mis gaat is Sissy’s optreden gewoon een heel stuk intenser, krankzinniger en enger. Qua verhaal verschillen de versies dus niet veel. Wat ik dan niet begrijp zijn de twee veranderingen die zijn toegepast. (SPOILER!). Het gaat om de scène tijdens Prom night. Daar zitten twee wezenlijke verschillen in. Ten eerste valt de emmer in de remake later, waardoor er nadruk op wordt gelegd dat Tommy Carrie niet afvalt. In het origineel valt de emmer vrijwel meteen en is Carrie’s steun direct van de kaart geveegd. Ten tweede gaat de gymlerares niet lachen om wat er gebeurt en wordt ze zelfs door Carrie gered (!), terwijl het origineel laat zien dat iedereen, zelfs de lerares haar uit begint te lachen en Carrie dus geen enkele positieve band meer overhoudt. Waarom deze afzwakking? Een andere verandering is de beruchte eindscène bij het graf uit de versie van De Palma. Die hebben ze er wel ingezet, echter minus het hoogtepunt. Laat het er dan helemaal uit, zou ik zeggen. 

Het Diner


De verfilming van de bestseller van Herman Koch over twee stellen die samen komen in een duur restaurant alwaar ze willen bespreken hoe te handelen inzake een schokkende gebeurtenis waar hun zonen bij betrokken waren. Dat is een opgave. Want het wordt een praatfilm die zich voornamelijk afspeelt op één locatie. Zoiets als Carnage van Roman Polanski, maar dan anders.

Het heeft verder weinig zin om over het voorval uit te wijden, behalve dat het om iets veel ernstigers gaat dan het probleem dat de ouders met hun zonen in Carnage hadden. Het geeft ook direct het grote verschil tussen de films aan, omdat de nadruk in die van Polanski gaat om het flinterdunne laagje beschaving dat mensen jegens elkaar hebben, maar dat zo gemakkelijk verdwijnt als het menens wordt. Tussen de stellen alsook tussen alle vier de individuen. In de film van Menno Meyjes zijn de koppels aan elkaar verbonden door familiebanden, hoeft men zich niet anders voor te doen dan men is en kan iedereen redelijk zichzelf zijn. Het laagje beschaving is bij de neurotische hoofdpersoon (Paul) van dit verhaal ver te zoeken (ook buitenstaanders als een leraar en de ober moeten het flink ontgelden), zijn broer Serge heeft het iets meer, maar dat heeft te maken met het feit dat hij een belangrijke politieke functie heeft. Zijn onstabiele vrouw Babette is de kermis rond zijn positie allang zat en Claire - de vrouw van Paul – lijkt juist de balans zelve. Toch moeten ze gevieren tot een oplossing, of tenminste een eensluidend antwoord komen voor wat betreft de kwestie waarvoor ze samen zijn gekomen.

Paul is dus de hoofdpersoon. We horen namelijk ook wat hij denkt en hij doorbreekt soms zelfs de vierde wand door ons in het geheim dingen mede te delen. Door omstandigheden ziet hij het als zijn taak om het probleem op te lossen. Jacob Derwig speelt de rol met verve. Via zijn mond horen we prachtige observaties die snoeihard aan kunnen komen, maar soms wel degelijk opgeblazen ballonnen vol lucht door kunnen prikken. Maar er is meer, natuurlijk. Zoals het feit dat we de vier personen steeds beter leren kennen en gaandeweg onze visie en vooroordeel bij moeten stellen. Ook werpt de film belangrijke vragen op die bij elke ouder (hopelijk) soms door het hoofd gaat: hoe doe ik het als voorbeeld naar mijn kinderen toe? Wat voor signaal geef ik af? Sta ik voldoende stil bij mijn acties? Wat (hieruit) volgt is de kwestie van vertrouwen. Want wie kun je vertrouwen en wie ken je nu echt?

In tegenstelling tot Carnage krijgt niet iedereen even veel tijd om zichzelf te laten zien. Zo is de rol van Babette, gespeeld door Kim van Kooten, wat onderbelicht. De gesprekken en (innerlijke) monologen zijn gevat en onderhoudend en het is pijnlijk om te zien dat er wel woorden worden uitgewisseld, maar niemand staat eigenlijk open voor een serieuze uitwisseling van gedachten. Er zijn wel twee zaken die me tegen staan. Eén daarvan is de locatie. Wie zou in vredesnaam iets zo geheims en compromitterends bespreken in een publieke ruimte als een restaurant? Ik vind dit zeer ongeloofwaardig, maar kan me hier tijdens de film snel overheen zetten omdat deze boeiend genoeg is. Tweede opmerking gaat over het einde, dat erg onaf over komt. Je hebt nu het idee dat je volgende week nog een afsluitend deel van de serie moet gaan bekijken. Geen idee of dat in het boek ook zo is, want dat heb ik niet gelezen.


Nog niet. In een fragment van de rode loper première werd aan Herman Koch gevraagd wat hij van de film vond. Zeer gevat antwoordde hij daarop: “het maakt nieuwsgierig naar het boek”. En zo is het maar net, want de film laat uiteindelijk een wat onevenwichtige indruk achter.

Le Chat Du Rabbin


De kat van de rabbijn is een uit het Frans vertaald stripboek van Joann Sfar dat ik enige jaren geleden met veel plezier heb gelezen. Het gaat over een rabbijn die met zijn dochter Zlabya en zijn kat in Algerije woont. Als de kat een papegaai opeet kan hij opeens praten. De rabbijn wil dat de kat de Thora gaat bestuderen om een goede joodse kat te worden. Maar de kat is eigenzinnig, is verliefd op Zlabya en stelt constant vragen waardoor er fantastische filosofisch gesprekken plaatsvinden. Het vijfde en laatste deel kwam uit in 2006, met de aankondiging dat het volgende deel “Gij zult geen andere God hebben” zou gaan heten. Dat deel is er nog steeds niet gekomen. Sfar kreeg de smaak van het filmen te pakken, oogstte aardige kritieken met Gainsbourg (ja, over Serge) en verfilmde daarna de stripreeks die hem o.a. een prijs had opgeleverd tijdens het beroemde stripfestival van Angoulême.

Ik wist eerlijk gezegd niets van het bestaan van de film. De DVD kwam ik tegen voor een leuk prijsje tijdens één van mijn speurtochten in de bakken van een winkel waar ik regelmatig kom.

De film volgt het verhaal van deel 1, 2 en 5 van de stripboekenserie en concentreert zich op de rabbijn, de kat en hun uiteindelijke reis naar Afrika, hoewel de mooie Zlabya natuurlijk ook een rol van betekenis heeft. Het moet gezegd worden dat de film (voor de bioscoop in 3D uitgebracht) prachtig begint. De tekeningen zijn wonderschoon en doen niet onder voor de stripreeks. Maar al gauw merk je dat de film gaat vervelen. Dat heeft alles te maken met het feit dat een stripboek en een film twee totaal verschillende media zijn. In een stripboek gebeurt er namelijk heel veel tussen de zogenaamde kaders. Dat wat je niet ziet en zelf invult. Daarbij bepaal je zelf het ritme waarin je het verhaal, passages leest, waarbij je stil kan staan over wat er zojuist is gezegd, of het zelfs kan herlezen om er nog even dieper over na te denken. De film komt over als een aan elkaar geplakte reeks van gesprekken, gedachten en gebeurtenissen uit het boek, maar het tempo blijft hetzelfde en je hebt geen tijd om bij zaken stil te staan en je kunt ook niet sneller door ‘lezen’ bij delen waar dat zou kunnen. Sfarr heeft dit mijns inziens niet goed aangevoeld. Ritme en dosering. De film komt hierdoor vlak over. Daarbij voelt het wat onaf aan, wat goed mogelijk is omdat de reeks zoals gezegd nog niet voltooid is.


Een gemiste kans, want ik denk dat als Sfarr zich had toegelegd op de eerste twee delen, waarin de kat, de rabbijn en de dochter centraal staan met de interessante reflecties over het geloof en de mens, hij er met het juiste ritme en een goede dosering de kracht van de boeken had kunnen evenaren.

dinsdag 5 november 2013

Thor: The Dark World


De man met de hamer is terug. Na problemen met de Tesseract in de eerste film krijgen we nu te horen dat er een immense oerkracht genaamd Aether aanleiding is om voor een donkere elf uit zijn vierduizendjarenslaap te geraken, aangezien eenmaal in die tijd de planeten zo in lijn staan, dat je er in combinatie met de Aether voor kan zorgen dat eeuwige duisternis terug zal keren. Er zijn mensen voor minder het gevang in gegaan. Kortom, het wordt weer een strijd tussen goed en kwaad en Loki die zich in dat heerlijke grijze gebied daartussen beweegt.


Het verhaal van ‘lik mijn vestje’ staat echter niet in de weg om gewoon lekker te genieten van dit superhelden verhaal dat zich weer afspeelt in verschillende werelden, waarbij ook weer de nodige humor om de hoek komt kijken, die de juiste toon heeft en een mooie balans vormt met de stoere mannen strijd die wordt gestreden. De cultuurclash als Thor op aarde rondloopt kent ook nu weer enkele leuke vondsten, zoals wanneer hij in een auto, of in de metro stapt, of als hij zijn hamer aan de kapstok hangt. Daarnaast zijn er komische noten van ‘gekke professor’ Erik Selvig, liefje Jane Foster en haar stagiaire Darcy Lewis en ook Loki weet hem af en toe goed te raken. Maar ik had het ook over de stoere mannen strijd. Waar in Man Of Steel Superman en Zod elkaar, maar vooral ook het publiek murw beuken met eindeloze destructie, wordt dit in Thor beter geproportioneerd. Er kleven echter ook nadelen aan de strijd. Er worden namelijk twee trucjes toegepast. Allereerst is daar de mogelijkheid dat mensen (door projectie) er niet echt zijn, of anders uitzien dan in werkelijkheid. Daarnaast is er de vondst van een machine die een soort ‘loopholes’ tussen werelden kan maken. Beide trucs worden veelvuldig ingezet en maken wel erg veel mogelijk en dus ook veel aanneembaar. Een wat gemakkelijke optie in een verder vooral leuke actiefilm.

zaterdag 2 november 2013

Chelsea Wolfe & Russian Circles - Tivoli de Helling Utrecht, 1 november 2013


Chelsea Wolfe ontdekte ik een jaar geleden ongeveer. Ἀποκάλυψις (Apokalypsis) was vers uit en de hoes van dat album deed me besluiten naar haar muziek te luisteren. Zo zie je maar wat een albumhoes voor gevolgen kan hebben, want ik werd na enkele draaibeurten steeds meer door haar stem en muziek betoverd. Drone-doom-goth-folk met experimentele kantjes, een link met Black Metal en die mistige, maar zuivere stem die zo hypnotiserend werkt. Apokalypsis zit nog vol met invloeden van Sonic Youth tot PJ Harvey en kenmerkt zich door memorabele songs als Mer en Moses. Haar derde album dat net uit is heet Pain Is Beauty en laat een wat coherenter geluid horen, waarin haar eigen stem nog duidelijker doorklinkt. Een kaartje kopen voor haar concert hoefde ik dus niet over na te denken, ook al zou ik alleen gaan en was het in Utrecht. Wat het geheel nog aantrekkelijker maakte is dat ik er achter kwam dat het een double bill zou worden met een andere groep die ik zeker niet onaardig vind: Russian Circles. Deze 3-koppige band speelt uitsluitend instrumentale muziek die in songs van gemiddeld een minuut of zeven uit kan waaieren van loeizware metal tot delicate passages en omgekeerd. Ook zij hebben net een nieuw album (het vijfde alweer) uit genaamd Memorial waarop ze de vocale stilte een keertje laten varen door niemand minder dan Chelsea Wolfe in te zetten op het titelnummer.


Op naar Utrecht. Als ik de zaal in kom hoor ik dat de stemming er al flink in zit met muziek van Arvo Pärt die geroezemoes overstemt en de toon zet voor Chelsea Wolfe, die als hogepriesteres in zwart gekleed met een enorm witte sluier daarover heen het podium op zweeft. De eventuele bedenkingen die ik had betreffende haar stem (effecten en galm die er op zitten) worden meteen de kop ingedrukt, want ja, natuurlijk staat er galm op haar stem, maar die stem zelf is loepzuiver en net zo bezwerend als op het album. Met een bescheiden lichtshow die voornamelijk bestaat uit zwart, wit en rood speelt de band veelal in het halfschaduw, van waaruit een dozijn nummers onze kant op komen. De eerste track van haar nieuwe album laat direct horen wat ze behelst. Feral Love, met de onheilspellende klanken, stuwende ritmische klanken en de bezwerende stem komt overeen met haar kleding. Gitzwart met witte sluier. Vanuit de moerassige nevelen hoor je haar stem. Als een sirene lokt ze je naar de duistere zijde, die door haar toedoen helemaal niet duister lijkt. En zonder moment van twijfel laat je je meevoeren op de wonderlijk schone klanken van Mer, overtuigt ze je dat zij en jij de “two straight lines in a crooked world” kunnen zijn in Tracks (Tall Bodies) en dan begin je vast te lopen in het moeras dat Kings heet en waarbij je met elke stap dieper weg zinkt. Als alles verloren lijkt, is dat het ook en hoor je de klanken van je eigen begrafenis in Moses, waarin de band je kist op de schouders neemt en langzaam, stap voor stap richting je graf draagt. De loodzware tonen van Pale On Pale klinken als je kist stukje bij beetje het gitzwarte gat in richting vochtige aarde gaat. De krijsende schreeuw. Van jou, of van geliefden die je achter laat?


Aan de andere zijde wacht ze je op. Ontdaan van witte sluier. De dood. Zoetgevooisd als nooit tevoren. Lone.

De laatste klank blijft doorklinken als iedereen van het podium is. Een drone, die het gevoel bewaart, stemmen weer overstemt en ons meevoert naar het volgende optreden. Ik ben gaan zitten waar ik stond, op de verhoging aan de zijkant. Er komen steeds meer mensen bij. Ze staan om me heen. Een woud van benen waardoor de spotlichten af en toe hun weg vinden. Ik zie iemand staan, alleen. Hij komt me bekend voor. Na een paar seconden weet ik het: het Imagine film festival. Toen nam ik zoals altijd na een laatste voorstelling de pont en toen zag ik hem ook. Hij viel me op, waarom weet ik niet. Nu zie ik hem weer, toevallig, of niet. Kennelijk hebben we meer gemeen dan de interesse voor bepaalde films.



Russian Circles pakt het nog wat rigoureuzer aan qua presentatie. Het gaat hier niet om de personen, maar om de muziek. Dus zijn er drie simpele heldere gloeilampen, waarvan alleen die bij de bassist aanblijft tussen de nummers door. Voor zover ze überhaupt stoppen met het produceren van geluid, want dat blijft veelal aanwezig door de samples en loops die doorklinken en hun geluid tijdens de nummers voller maken. Ik heb al hun albums, maar ken die niet goed genoeg om de titels er bij te verzinnen. Daar gaat het ook niet om. Dit postrock/metal trio is een geoliede machine van steengoede muzikanten die binnen het tijdsbestek van één nummer een scala aan emoties laten horen. Doordat ik ze nu zie spelen hoor ik de gelaagdheid op de een of andere manier beter die veel van hun nummers herbergt.  Meest in het oog springend is daarbij de drummer, die ongelooflijke ritmes uiterst behendig en subtiel weet te produceren, terwijl de bassist en gitarist de hoofden laten bangen op retezware staccato ritmes. 


Maar evenzogoed kunnen de rollen omgedraaid zijn en switched bassist Brian Cook net zo makkelijk binnen dat ene nummer van bas naar gitaar, of andere bas, om de sfeer van het moment te bekrachtigen. Er zijn niet veel bands die op instrumentale wijze mijn aandacht lang vast weten te houden. And So I Watch You From Afar is er eentje, maar Russian Circles hoort daar toch ook bij. De set is overwegend heftig, maar vind een rustmoment tijdens Schiphol.


De combinatie met Chelsea Wolfe krijgt gestalte in de toegift, als ze in het bijna donker de band een stem geeft in Memorial, waarna nog één nummer wordt gespeeld. Met Youngblood laat Russian Circles nog één keer alle hoofden op en neer gaan, waarna diezelfde hoofden huiswaarts gaan, gevuld met een voldaan gevoel, mag ik aannemen. Of zou dat toch in het hart zitten…