dinsdag 18 maart 2014

Garden Of Words


Even wat feitjes: Shinjuku is een van de 23 speciale wijken van Tokio. Shinjuku heeft het statuut van stad en noemt zich in het Engels ook Shinjuku City. Op 1 maart 2008 had de stad 310.796 inwoners. De bevolkingsdichtheid bedroeg 17050 inw./km². De oppervlakte van de stad is 18,23 km². Het is een belangrijk zaken-en bestuurscentrum van Tokio. Het Station Shinjuku is een van de belangrijkste spoorwegstations in Tokio, waar iedere werkdag meer dan 3,60 miljoen mensen in en uitstappen. (bron: WikipediA).

Het is het regenseizoen. Takao besluit aan de drukte van de stad te ontsnappen, spijbelt wat uurtjes van school en loopt door de regen een park in, waar hij onder een afdakje gaat zitten. Er zit ook al een vrouw, die kennelijk eenzelfde rust opzoekt. Takao werkt aan zijn schetsen voor schoenontwerpen, de vrouw drinkt bier en eet chocola. Telkens als het regent zoeken ze het plekje in het park op, maar misschien nog wel meer elkaar. Een vlucht uit de werkelijkheid, het ontduiken van plichten, het nastreven van dromen en gevoelens. Zelden was de regen zo romantisch.

De Tanka (dichtvorm) die de vrouw schrijft vat het gevoel mooi samen:

Narukami no sukoshi toyomite (een doffe donderklap)
Furazo to mo (al komt er geen regen)
Warewa tomaramu (ik blijf hier)
Imoshi todomeba (samen met jou)

Deze korte Japanse animatie is mooi, liefdevol en rijk aan detail. De schittering van het licht, de stoom die van het water komt als de koude regen plots valt na een warme dag, de spiegeling in de plassen op de brug, de takken van een boom die het water net wel of net niet raken, afhangend van een briesje. De natuur ziet er bijna fotorealistisch uit op momenten.


Garden Of Words is een verhaal over de liefde, vol tederheid, wat melancholie en is zelfs wat zoetsappig, maar vooral een visuele traktatie.

Magic Magic


Alicia reist naar Chili om haar nichtje Sara te bezoeken. Samen met vrienden van Sara rijden ze Santiago uit op weg naar het huis van Sara’s vriend Agustín als Sara plotseling bericht krijgt dat ze terug moet om een examen voor haar studie in te halen. Alicia wil met haar mee, maar Sara is gedecideerd dat Alicia met de rest mee moet, daar veel meer lol aan zal beleven en het is maar voor één dagje. Alicia voelt zich niet op haar gemak, ze kwam immers voor haar nichtje en zit nu in een busje met mensen die ze niet kent en veelal Spaans spreken. Ze ziet er uit zoals ze zich lijkt te voelen, als een angstig en verloren vogeltje. Eenmaal in het afgelegen huis op een eilandje worden de zaken er niet beter op. Er is geen bereik en de vrienden van Sara geven Alicia geen goed gevoel. Paranoia creeps in en Alicia ziet dingen die er niet zijn of anders dan ze zijn en krijgt paniekaanvallen.

Het gevoel dat je langzaam gek aan het worden bent is beangstigend, benauwend, verdrietig en ongemakkelijk in beeld gebracht. Alicia komt in een neerwaartse spiraal die zeer overtuigend over komt. Er zijn constant kleine voorvallen die het gevoel van ontheemding en achterdocht versterken. Veel dingen die te maken hebben met geluid, zoals muziek, hondengehuil en het constante gekras van vogels, maar ook de cultuurshock (wreedheid jegens dieren), het niet spreken van de taal en de houding van de mensen (opdringerige humor, links laten liggen) dragen steentjes bij. Maar Alicia zelf zit natuurlijk ook niet goed in haar vel, is overgevoelig en heeft last van slapeloosheid. Juno Temple speelt de rol met volle overtuiging en Michael Cera stapt uit zijn comfortzone als de nare Amerikaanse student Brink die het er niet makkelijker op maakt.


Extra complimenten voor het gekozen einde dat toch vrij onverwacht is, zeer triest en je sprakeloos achter laat, waarna je even nodig hebt om deze nachtmerrie te verwerken.

maandag 17 maart 2014

Imagine 2014


De dertigste editie. Een mijlpaal. Wederom in Eye, waarbij moet worden afgevraagd of de verplaatsing naar deze locatie een goede zet was. Eye is een prachtig gebouw met een wonderschone ligging, maar het ademt niet de sfeer van het festival, zoals Kriterion dat hiervoor wel deed. De bezoekersaantallen spreken voor zich. In 2012 kwamen er 17.000 mensen naar Kriterion voor dit festival van de fantastische film en vorig jaar in Eye waren dat er ‘slechts’ 15.000. Een terugval waar groei werd verwacht, neem ik aan. Vaste bezoekers weten het wel te vinden, maar Eye is toch te veel een eiland om in een opwelling even langs te gaan, vermoed ik. Een hoop aannames en vermoedens van mijn kant, maar de getallen staan zwart op wit en mijn gevoel heb ik verwoord vorig jaar. 

Neemt niet weg dat ik er ook dit jaar weer bij zal zijn en de hele middag en een deel van de avond in de weer ben geweest om een programma samen te stellen. Wat wil ik zien (veel te veel), wanneer draait alles en hoe dirigeer ik dit naar een schema waarin niet te veel gaten vallen en ik nog wat tijd heb om over alles te schrijven. Gelukkig is het maar eens per jaar dat het thuisfront een dikke week niet op me hoeft te rekenen.

In vergelijk met vorig jaar ben ik van plan om naar veel meer films te gaan. Geen idee hoe dit komt. Misschien spreken meer titels me aan dit keer. Er is ook iets meer te kiezen. Zo zijn er maar liefst vijf korte film programma’s (i.p.v. de drie van vorige keer). Het gaat me in ieder geval weer een lieve duit kosten! Vaste prik binnen dit alles is de verrassingsfilm. Zoals je hier kunt lezen is het alleen maar bergafwaarts gegaan met de kwaliteit daarvan. Elke keer denk je dat het niet erger kan dan de vorige keer. Dat denk ik nu ook weer. Ik hoop dat men dit jaar wel iets heeft uitgekozen dat tevreden klanten zal opleveren inclusief een goede score. En wat de film zal worden? Er zijn een hoop opties. Ik strooi eens wat in de rondte, zonder er overigens een kwaliteitslabel aan te (kunnen) hangen.

Het uit Israël afkomstige Big Bad Wolves van Aharon Keshales en Navot Papushado die met Kalevet (ofwel Rabies) al goede indruk op me maakten en Tarantino schijnt het ‘the best film of 2013’ te hebben genoemd, hoewel het dan weer niet in zijn (voortijdige) lijstje van dat jaar voorkwam, de film was trouwens al te zien op IFFR; Wolf Creek 2 met de moordende Aussie; Au Nom Du Fils (met Philippe Nahon!) van Vincent Lannoo die met Ordinary Man al eerder een plek op het festival kreeg; The Sacrament over de Jonestown Masscre met Joe Swanberg; (on)gewilde Japanse S&M in R100; All Cheerleaders Die; de slasher gore van  Almost Human; Hidden In The Woods de Amerikaanse remake van het Chileense En Las Afueras De La Ciudad (ofwel Hidden In The Woods, haha); het Spaanse Cannibal; Antisocial over de zoveelste virus uitbraak; The Green Inferno alwaar Eli Roth een Ruggero Deodato-the lijkt te gaan doen; Proxy met alweer Joe Swanberg; Chimères een Zwitserse film die in 2013 al op NIFFF in première ging; Under The Skin met Scarlett Johansson die pas in September in Nederland gaat draaien, maar in andere landen al uit is gekomen; enge kinderen in Dark Touch; Open Grave met Sharlto Copley (bekend van District 9); Here Comes The Devil van Adrián García Bogliano, die in 2011 speciale gast was bij Imagine; het spookachtige Haunter; Devil’s Knot van Atom Egoyan met grote namen als Colin Firth en Reese Witherspoon over kindermoorden, een zaak die zeer intens aan bod kwam in de documentaire reeks Paradise Lost; Wer over een weerwolf, maar dan even anders; Cross Bearer over de man met de hamer, maar dan even anders; Contracted over een SOA, maar dan eentje waar Cronenberg trots op zou zijn; een film waar ik zeer benieuwd naar ben genaamd Charm (ofwel Malcolm, ofwel Random Acts Of Violence) waar een New Yorker er genoeg van heeft en onder het mom ‘you can change the world with a bullet in the right place’ Dirty Harry gaat spelen op een C’est Arrivé Près De Chez Vous achtige wijze; het Oostenrijkse The Station (ofwel Blutgletscher) waar The Thing in de Alpen zit, van de producenten van In 3 Tagen Bist Du Tot; Afflicted een soort Chronicle maar dan horror; Chinese old school vampieren in Rigor Mortis... The list goes on.

Shit, ik moet mijn eigen festival beginnen J

Nou ja, eerst Imagine maar eens overleven. Dat is van 9 t/m 18 april. De voorverkoop begint morgen, dinsdag de 18e maart om 12:00 uur.


Veel plezier en ik hoop dat je af en toe hier komt lezen wat ik er van vond.

zondag 16 maart 2014

Top Of The Lake


(1e seizoen, 7 afleveringen, 50 min, IMDb 7,6)

In de prachtige regio Southern Lakes in Nieuw Zeeland speelt zich een drama af rond een ijskoud meer. Een 12 jarig meisje blijkt ongewild zwanger en verdwijnt niet veel later. Is Tui verkracht, wie heeft dit op zijn geweten en waar is ze gebleven? Het zijn vragen waar rechercheur Robin Griffin antwoord op probeert te vinden. Het feit dat er overeenkomsten zijn met wat Robin ooit zelf is overkomen maakt het dat de zaak zo persoonlijk voor haar wordt. Alcohol en de confrontatie met haar (levende) demonen maken het er niet gemakkelijker op, hoewel het onderzoek tevens een verwerkingsproces is, waarbij de aandacht naar zowel dat onderzoek maar zeker ook naar alle betrokkenen met hun onderlinge contacten, problemen en gevoelens uit gaat.

Naast Robin en de lokale politie zijn er grofweg drie partijen. De vader van Tui (een intense rol van Peter Mullen) en zijn zoons die zich niet altijd aan de wet houden. Dan zijn er de probleemkinderen, die onder toezicht werken in een koffiehuis en een hechte en loyale groep vormen, waar geen volwassene tot door kan dringen. Als laatste is er een groep vrouwen die onder leiding van GJ (een ongrijpbare Holly Hunter) is neergestreken bij het meer. Het zijn hulpbehoevenden die antwoorden zoeken en die af en toe krijgen van GJ, die als voorzienige guru recht voor zijn raap adviezen geeft die soms best confronterend zijn. Hun plekje heet ‘Paradise’ en is een soort neutrale grond waar personen van welke partij ook soms komen buurten, op zoek naar seks, antwoorden of gewoon wat aandacht.

Top Of The Lake is geschreven en geregisseerd door Jane Campion en laat zien hoe ingrijpende gebeurtenissen het leven kunnen bepalen, beheersen, waarbij de kracht van het individu, de solidariteit van vrienden, de puurheid van kinderen en verdorvenheid van de volwassen mens een belangrijke rol spelen. De rol van Robin wordt gespeeld door Elisabeth Moss, die een mooie combinatie van sterk en breekbaar laat zien.


De titel geeft al aan dat de ijzige kalmte van het oppervlak heel wat te verbergen heeft. Als echter het allerlaatste muntje valt openbaart zich wat er diep verscholen op de bodem lag. Dat is afgrijselijk en om stil van te worden. Een uitermate goede serie, die je even de tijd moet geven, maar die aan het einde al je opmerkzame gedachten samenvoegt en begrijpelijk maakt op gruwelijke wijze.

300: Rise Of An Empire


Het lichaam is als uit brons gegoten, uit marmer gehouwen. Een scherpe tong en een nog scherper zwaard dat klieft door lijven, als een mes door boter, hectoliters bloed verspillend. Maar ook de blik kan doden, of verleiden. Ogen als twee blauwe meren des doods met verkoolde randen waarin je kunt verdrinken. Ze is Artemisia, een Griekse furie die vecht voor de Perzen tegen haar eigen volk met een zwartgallige bitterheid wegens het onrecht dat haar is aangedaan. Bij haar is zelfs een vrijpartij een veldslag, waarbij je niet ongeschonden uit de strijd komt.

300: Rise Of An Empire loopt qua tijdsbestek deels parallel aan en deels na 300. We zien hoe Xerxes zijn vader verliest in de strijd en een soort van Godmens wordt, buiten beeld de strijd aan gaat met de 300 Spartanen aldus de hoofdrol van deze film overlatend aan Artemisia (Eva Green) die een potje zeeslag speelt met de weinig inspirerende Themistocles en zijn Grieken. En wat een heerlijke hoofdrol is dat!

Voor de rest niet zo veel nieuws onder de duistere hemel, met vooral veel bloederige gevechten in slow motion door stoere mannen met six-packs waarbij het (digitale) bloed soms letterlijk op de camera spettert. Onbezwaard kan men zich verlekkeren aan deze geweldsporno omdat de link met de (nog onuitgegeven) comic nooit ver weg is en dit hyperrealisme ook nu soms prachtige bewegende schilderijen laat zien, zoals wanneer een schip is opgeblazen en er onder water een wir war van wrakstukken en mensen in beeld zweven.


Maar zoals gezegd, de onbetwiste ster is Eva Green als een Dame To Kill For. Gelukkig kunnen we haar onder die noemer binnenkort in het tweede deel van alweer een Frank Miller gerelateerd product – Sin City – tegenkomen. Geen wonder dat Miller er maar niet aan toe komt om die comic genaamd Xerxes af te maken.

woensdag 12 maart 2014

True Detective


(1e seizoen, 8 afleveringen, 60 min, IMDb 9,5)

De C(riminal) I(nvestigation) D(ivision) heeft twee rechercheurs in verhoor over een occult aandoende zaak uit 1995. Een moord die de twee toentertijd behandelden. Er heeft namelijk een soortgelijke moord in het heden plaatsgevonden. Detective Rust Cohle (Matthew McConaughey) is de stugge, maar slimme zonderling met een zeer negatief wereldbeeld. Een loner, alcoholist en kettingroker uit Texas. Detective Marty Hart (Woody Harrelson) is de familieman met gebreken en een opvliegend karakter. Ze worden los van elkaar ondervraagt. Via flashbacks zien we hoe ze de zaak indertijd aanpakten. Dat komt overeen met de staat Louisiana waar ze zich doorheen bewegen: kaal, stoffig, droog, vervallen, mistroostig, zompig en vooral heel traag. Een trage manier van spreken, vooral van Cohle tijdens zijn verhoor, met het lang aanhouden van klinkers op slaapverwekkende mono-toon. Eindeloos rondrijden met ellenlange conversaties in de auto. Een uiterst traag verloop van het verhaal. “Days of nothing, that’s what it’s like to work cases”. Dat komt over. Hoeveel werk er in een onderzoek gaat zitten. Vermoeiend, maar ook realistisch. Het volgen van sporen leidt de twee naar uithoeken, “swampfolk off the grid”, vreemde personen met duistere verledens, de rand van de beschaving. Het gaat ze niet in de koude kleren zitten en persoonlijk zijn er zware gevolgen te dragen.

De serie is rijk aan sfeer, kent doorleefd spel van beide hoofdpersonen en kenmerkt zich door mooie gesprekken tussen de twee detectives, die elkaar zowel aantrekken als afstoten. Een mooi voorbeeld is de manier waarop Cohle zijn aversie tegen religie verwoord als ze naar de preek van een dominee staan te luisteren: “Transference of fear and selfloathing to an authoritarian vessel. It’s catharsis. He absorbs their dread with his narrative. Because of this he’s effective in proportion to the amount of certainty he can project. Certain linguistic anthropologists think that religion is a language-virus that rewrites pathways in the brain, dulls critical thinking”. Hart dient hem van repliek: “Can you see Texas up there from your high horse”?

De oplossing van de moordzaak laat het gehele seizoen op zich wachten en beslaat een jarenlange periode. Dat komt vooral door Cohle die door zijn obsessie met de zaak maar blijft proberen de puntjes met elkaar te verbinden. Een slepende kwestie die het geduld van de detectives, maar ook de kijker op de proef stelt. Het gebrek aan actie betekent wel dat je enorm opleeft als die er eenmaal is, waaronder een weergaloze scène van een mislukte overval die één lang shot lijkt te zijn en de heftigheid van de situatie optimaal weet te vangen.


Het zijn vooral de algehele triestige sfeer en  de gemankeerde personages die toch de aandacht vast blijven houden, hoewel McConaughey me met zijn lijzige, eentonige stem af en toe bijna in slaap wist te praten. De idioot hoge IMDb score (bijna net zo hoog als Breaking Bad!) onderschrijf ik dan ook niet.

dinsdag 11 maart 2014

Filth


“The games are always being played, but no one plays the games like me. Detective Sergeant Bruce Robertson soon to be Detective Inspector Bruce Robertson. You just have to be the best and I usually am. Same rules apply”. In een voice-over met vet Schots accent gaat Robertson vervolgens één voor één zijn collega’s af die hij op komische wijze degradeert tot de karikaturen die ze (in zijn ogen) zijn, hun kansen op ‘zijn’ promotie inschattend alsof het om renpaarden gaat.

Hier spreekt een ‘bad lieutenant’ die alles neukt en iedereen verneukt. De zaak van een vermoorde Japanse student is bijzaak en slechts een opstapje naar de worst van promotie die voor de neus hangt. Het gaat hier om zijn verdorven leefwereld van totale bandeloosheid vol seks, geweld, drugs en schuttingtaal. Robertson heeft er grip op, zet iedereen en alles naar zijn hand op de meest smerige wijze en kan door middel van een verdeel en heers techniek onder collega’s zijn promotie bijna aanraken. De sukkels. Met een zelfingenomen of afkeurende blik kijkt hij even recht in de camera met zijn staalblauwe ogen, als hij ze weer iets heeft geflikt en dit met ons wil delen.

Toch knaagt er iets, iets uit het verleden, dat dan weer makkelijker is weg te poetsen met een snuif cocaïne, dan met de voorgeschreven pillen van Dr. Rossi (terwijl er geen Gooische vrouw in de buurt is!). Natuurlijk komt er een omslagpunt, waarbij Robertson niet langer de troeven in handen heeft, het leven zijn tol gaat eisen en de tragiek zich gaat openbaren. De hilarische toon verandert, de grip is zoek, het leven bijt hem in zijn kont.


Gebaseerd op het boek van Irvine Welsh. De link met Trainspotting is dan ook snel gemaakt. De explosieve en niets ontziende aanpak is in beide films aanwezig en inherent aan de stijl van Welsh. Net als de humor en het grove taalgebruik. “Did you do it up the arse?’, vraagt een man aan zijn vriend al ze net een hoerenhuis verlaten. “What else is there”, antwoordt hij, “Pussy is for faggots”. Waar Trainspotting zich echter verdiept in meerdere personages, is het in Filth de onemanshow van Robertson, fenomenaal vertolkt door James McAvoy. Het lijkt alsof een we inzoemen op een verborgen karakter uit het meesterwerk van Danny Boyle, die ons alle hoeken en gaten van ontaarding en perversiteit laat zien. Daar zit hem dan ook meteen de beperking in. Maar ach wat zeur ik eigenlijk, elk bezwaar wordt door de opwindende en overrompelende aanpak eigenlijk te niet gedaan. Daarbij zorgt het omslagpunt voor nieuwe inzichten en wat diepte en is het knap dat je ondanks alles toch sympathie krijgt voor de ontaarde antiheld. Kortom: its a helluva ride!