zaterdag 5 april 2014

Helix


(1e seizoen, 13 afleveringen, 40 min, IMDb 7,3)

Op de onherbergzame Noordpool is er bij Arctic Biosystems een (retro)virusuitbraak geconstateerd en de CDC (Centers for Disease Control and Prevention) komt met een team onder leiding van Dr. Alan Farragut om er alles aan te doen dit virus te controleren en een vaccin te maken om het uit te schakelen. Het enorme onderzoekcomplex huisvest meer dan honderd mensen uit vijfendertig verschillende landen. Er zijn verschillende geïnfecteerden die bloeddoorlopen ogen hebben, opgezette aders, een zwart soort slijm uit hun mond laten lekken en als hondsdolle zombies gezonde mensen aanvallen en het virus oraal overbrengen. De CDC probeert het pathogeen op te sporen en komt er achter dat er mutagenen zijn die de mutatie versnellen.
Hoofd van het centrum Dr. Hiroshi Hatake lijkt meer te weten dan hij prijs geeft, maar hij is niet de enige met een geheime agenda.

Dit is zoiets als The Thing meets Contagion. Eindelijk weer eens een aardige science-fiction tv-serie, met een flinke dosis horror en verrassende wendingen. Per aflevering wordt er één dag behandeld. Er worden zeker in het begin een hoop medische termijn naar je hoofd geslingerd. Wat dacht je van: MRE lockers, The Duchamp Protocol, Gabepentin, RNA Map, Sodra Infusions, Viremic Sepsis en Gene Delivery Vehicles. En dat binnen één aflevering. Sterker nog, wat dacht je van: Tetra Hydrofuran Carbamate, Triazine Ring, Stearic Interaction binnen één zin! Naar verloop van tijd wordt het gooien met dit soort termen minder, komt er een groter plaatje in beeld, is het virus misschien niet het belangrijkste probleem en zijn de belangen en het ‘fiction’ deel groter dan verwacht.


Hoewel dit eerste seizoen (volgend jaar vervolg) zijn beperkingen kent, blijft het toch wel leuk om naar te kijken, omdat je af en toe flink op het verkeerde been wordt gezet. Ben wel benieuwd welke kant dit op gaat, maar het kan ook zijn dat ik volgend jaar na twee afleveringen afhaak…

Het Vonnis


Vroeger gingen we regelmatig richting Houthalen (België), alwaar de mannen van het indie-pop bandje Nemo woonden, die na onze talrijke concertbezoeken in 1994 vrienden waren geworden. We reden dan via Eindhoven en Valkenswaard het land onzer zuiderburen in, alwaar we langs de weg in dorpjes als Helchteren een variant op onze kroketten uit de muur zagen in de vorm van machines waar je een brood uit kon trekken. Slimme uitvinding die we juist in Nederland destijds hadden kunnen gebruiken, aangezien de bakkers hier niet en in België juist wel op zondag open waren.

Het is zo’n automaat waar de vrouw van Luc even een brood gaat halen als ze toch moet wachten tot haar man de auto heeft volgetankt. Het wordt noodlottig in een zeer brute scène waarin Luc meer dan alleen zijn vrouw verliest.

Hij beseft dit pas goed als hij wakker wordt uit zijn coma, thuis komt in een huis ingericht voor een gezin, waar elk voorwerp herinnert aan wie er niet meer is. Gelukkig wordt de dader snel gevonden, maar door een procedurefout (“wat is dat voor theoretisch gezever”!) krijgt het recht zijn beloop niet.

Regisseur Jan Verheyen ken ik eigenlijk alleen als medeorganisator van De Nacht Van De Wansmaak die hij in het verleden ook in Nederland met zijn welbespraakte Vlaamse tongval van hilarisch commentaar voorzag. Met Het Vonnis heeft hij een soort omgekeerde Lucia de B. gemaakt. Iemand hoort thuis in het gevang, maar zit er niet. Onrecht! Wat doe je er aan? Kun je als slachtoffer van de dader over dit onrecht heen stappen, het naast je neer leggen, verder gaan met je leven, of wat daar van over is? Op zich al een interessant gegeven dat hier op zeer boeiende en meeslepende wijze invulling krijgt. De pijn, de woede, de frustratie, de innerlijke strijd. Luc kent het allemaal. Wat te doen? Hij neemt de beslissing om niet alleen achter de dader aan te gaan, maar ook het rechtssysteem, Justitie aan te pakken.

Afgezien van de strijd die Luc levert is het ook een interessante issue om stil te staan bij het rechtssysteem waar we voor hebben gekozen, die procedures kent waar dingen mis kunnen gaan. Iets dat op een gegeven moment bijvoorbeeld ook in de mega-zaak van Robert M. speelde. Hoe groot mag de ’ten koste van’ zijn? Wat is de invloed van de publieke opinie, zeker als het om een rechtbank met een jury gaat, zoals dat in België het geval is.

Het einde, het vonnis is eigenlijk niet eens zo zeer van belang. De strijd van Luc en de discussie rond het systeem zijn veel crucialer.



Ps. Het was af en toe wel moeilijk voor me om niet de hele tijd Phil Dunphy (Modern Family) in het hoofd van Luc te zien!


Computer Chess


The Annual North American Computer Chess Tournament. Een hele mond vol voor een bijeenkomst van een handjevol computernerds die in een doorsnee hotelletje het weekend doorbrengen in een klein zaaltje zonder ramen, om daar hun schaakcomputers tegen elkaar te laten spelen om uit maken wie de beste heeft en dus de beste programmeur is. De winnaar speelt dan nog een spel tegen een schaakgrootmeester. De grote vraag is namelijk: kan een machine de mens verslaan? Het is begin jaren tachtig en die vraag is in zoverre beantwoord dat het op dat moment nog niet mogelijk is, maar het waarschijnlijk niet lang meer zal duren.

Is het mogelijk om een boeiende film te maken over schaakcomputers? Misschien wel, maar dit gaat hem in ieder geval niet worden. De eerste tekenen zijn die uit de film zelf, tijdens een panel voorafgaand aan de competitie. In het publiek valt iemand in slaap en een deelnemer merkt op: “I find the programming of my competitors here to be almost as boring as this discussion”. Hear, hear, zou ik zeggen. Laat ik vooropstellen dat er over de vormgeving en het spel weinig te klagen valt. Als je niet beter zou weten zou je deze in vintage zwart-wit gefilmde rolprent zeker in het begin kunnen verwarren met een documentaire uit die tijd. Het komt allemaal zeer authentiek over. Het spel van de acteurs is heel realistisch en losjes. Probleem zit hem in de inhoud. Er is totaal geen spanningsboog. Er is voornamelijk eindeloze geek-talk die niet te volgen is, of wel te volgen maar hakkelend, herhalend en mega traag. In beide gevallen is het in ieder geval oninteressant en heel erg saai. “It’s revising it’s strategy. Why is it doing that?”, vraagt een programmeur zich af over zijn computer. Who gives a flying fuck!

Geen idee voor welke doelgroep dit is gemaakt, maar groter dan de ‘select few’ zal het met dit vreemde maaksel niet worden. Ik mis in ieder geval aansluiting, zoals iemand uit de film zelf opmerkt: “Guys like you are, like, from Mars to me. How does somebody end up being you?”, waarop je dan ook nog eens geen antwoord krijgt. Iets waarmee de film ook vol zit, aanzetjes zonder opvolging. Je krijgt geen idee wat deze mensen beweegt, hoe het programmeren in elkaar steekt, terwijl dit toch het voorland van computerprogrammering en de huidige kunstmatige intelligentie is.

Tegen het einde raakten de makers zelf kennelijk ook een beetje verveeld door hun eigen saaiheid en is er iemand kortstondig gaan freaken met kleur en effecten.


Weird, in de slechte zin van het woord. Boring, in de enige zin van het woord.

Captain America: The Winter Soldier


Steve Rogers heeft na zijn vorige avontuur als The First Avenger niet stil gezeten. De oude reliek uit de jaren veertig heeft met een ‘to-do list’ op zak misschien nog geen Thai gegeten, of Nirvana beluisterd, maar zijn gevechtstechnieken zijn up to date, zoals we kunnen beleven in een explosieve liftscène. De wereld is nog altijd gecompliceerd voor de Amerikaanse held en de kapitein die voor S.H.I.E.L.D werkt krijgt zo zijn bedenkingen of dit werk nog wel zo rechtschapen is. Als Nick Fury echter wordt aangevallen en de organisatie niet langer betrouwbaar is wordt het persoonlijk en gaan er klappen vallen en blijkt ook het verleden nog van invloed.

De eerste film was eigenlijk een tegenvaller. Of misschien ook niet, want met Captain America heb ik nooit veel gehad. Een superheld zonder speciale super-krachten. Een saaie Amerikaanse spierbundel met nul tinten grijs in een heel suf pak die zijn onverwoestbare schild gooit, of zich er achter verschuilt. Hoewel hij iets is gepimpt, komt het daar grotendeels nog wel steeds op neer. Gelukkig zijn daar Natasha Romanoff a.k.a. Black Widow die met haar eigen agenda en supersexy vechttechnieken het hart laat pompen, een nieuwe aardsvijand in de vorm van de duistere Winter Soldier, een interessante kijk op hoe de wereld veiliger kan worden en wat je daarvoor over hebt en een hele hoop spannende actiescènes. Dit alles geeft de film enige inhoud en meer dan voldoende vaart.


Kortom, een flinke stap in de goede richting voor de wat kleurloze superheld die toch echt dat oude pakje niet meer van stal moet halen. 

Lucia de B.


Lucia is een verpleegster die vol overgave de zorg van bejaarden en zieke baby’s op zich neemt. Ze is op zichzelf, maakt lange uren, maar komt wat arrogant en kil over op haar collega’s, die al snel de vinger wijzen als er een kindje sterft tijdens haar dienst. Lucia wordt op non-actief gezet. Justitie start een onderzoek, komt er achter dat er wel heel veel sterfgevallen met haar in verband kunnen worden gebracht en probeert via een schakelbewijs aan te tonen dat ze een seriemoordenaar is: als deze moord wordt bewezen is de rest namelijk aannemelijk. De media stort zich op de zaak alsof het een heks betreft en de titel engel des doods staat al snel zwart op wit in de kranten.

De tagline voor de film is ‘schuldig tot je onschuld is bewezen’. De omgekeerde wereld dus, maar in dit geval heel erg van toepassing. De film laat voornamelijk twee kanten zien van deze zaak, die van Justitie en die van Lucia zelf. De hele media hausse wordt slechts kort maar wel duidelijk aangestipt. Het is ongelooflijk te zien hoe Justitie het voor elkaar krijgt om Lucia met zoveel aannames, vermoedens en indirecte bewijzen veroordeeld te krijgen. Dat is op twee niveaus benauwend, namelijk dat men het dus kennelijk niet nodig acht om iemand te laten veroordelen met sluitend bewijs en dat de Rechtbank hier blind in mee gaat. Maar het is nog erger dan dat, met achterdeurtjes politiek en het niet inbrengen van bepaalde stukken. Wat Lucia betreft, krijgen we een heel goed inzicht hoe dit alles voor haar moet zijn geweest. Als onschuldige wordt je hele leven weggenomen, smaad en schande vallen je ten deel, het onrecht en de eenzaamheid vreten je op. Hoe sterk ben je dan, hoeveel veerkracht heb je, om elke keer opnieuw (hoger beroep, Hof van Cassatie) een tegenslag te kunnen incasseren en hoop te houden? Ariane Schluter speelt de rol van Lucia zeer indrukwekkend. De in zichzelf gekeerde persoon die haar emoties voor de buitenwereld nauwelijks en voor ons iets meer laat zien. Haar uiting van ongeloof en onmacht bij de uitspraak in de rechtbank zorgen voor kippenvel als ze uitroept: “ik heb het niet gedaan”. Het aanvechten van de uitspraak duurt jaren, waarin ze zich er al bij neer gelegd lijkt te hebben. “Ik zou mezelf ook niet geloven”.


Deze grote gerechtelijke dwaling wordt duidelijk en zonder opsmuk in beeld gebracht. Zoals het hoort. 

woensdag 2 april 2014

Escape From Tomorrow


Jim krijgt een telefoontje als hij in het Disneyhotel zit met zijn vrouw en twee kinderen en hoort dat hij is ontslagen. Maar vergeet niet de Soarin’ in te gaan, die schijnt geweldig te zijn, aldus de boodschapper van het slechte nieuws die ook alleen maar de boodschap brengt en met een luchtige noot het gesprek wil afsluiten. Jim besluit zijn mond te houden en in ieder geval nog één leuke dag in het park te gaan beleven. Dus op naar de lange rijen, talloze attracties, grote parades, een kleine wereld, piratengrotten, een huilende dochter, belachelijke souvenirprijzen, ballonnen, een brakende zoon, vuurwerk, vochtige hitte, het zwembad en een zeurende vrouw die niet in is voor een geintje.

Jim’s fantasie slaat af en toe op hol. Enge visioenen en seksuele verlangens. Dat krijg je in een park waar het geveinsde plezier je door de strot wordt geramd en je mega pullen bier leegt om de nachtmerrie waar je in zit te kunnen doorstaan.

Het is het verschil tussen de vrolijke en minder vrolijke versie van ‘married with children’. Het gevoel in een keurslijf te zitten kan verlangens naar boven brengen naar een tijd waar onbezorgdheid en minimale verantwoording nog als vanzelfsprekend werden aangenomen. Zoals bij die twee minderjarige speelse Franse meisjes die Jim in zijn vizier krijgt.

Clandestien gefilmd in Disney World – waarmee de film zich meteen in de kijker speelde – uitgevoerd in zwart/wit. Hoewel er hier en daar duidelijk gebruik is gemaakt van green screen, heb je niet het gevoel dat het in het geheim is opgenomen, of dat je naar slechte video-opnames zit te kijken. Integendeel, je zou denken dat ze toestemming hebben gehad. Een zeer goed idee dat goed is uitgevoerd. Ook het uitgangspunt is veelbelovend, maar qua inhoud laat de film het toch een beetje afweten. Wie zien iets te veel van Disney en te weinig ontwikkeling van het verhaal. Daarbij slaat de film een beetje op hol bij een science fiction-achtige episode, die mijns inziens niet geheel bij de rest past, maar blijkbaar nodig is om een soort van ommekeer te bewerkstelligen. Een inkeer zo je wilt. Helaas zeg ik dan. Want wat mij betreft hadden de randjes best nog wat scherper mogen zijn. De meeste sprookjes zijn namelijk zeer gruwelijk.


Wel complimenten voor de durf die de makers ten toon spreiden om de ballon van ‘The Happiest Place on Earth’ eens lekker door te prikken. Een soort guerilla techniek die kunstenaar Banksy ook al eens toepaste.

Wu Xia


In enkele subtiele en liefdevolle penseelstreken wordt een plattelandsgezin neergezet, waarbij de dag zijn loop neemt en vader in het naburige vredelievende dorpje dat bekend staat om zijn papierfabricage aan de slag gaat. Dan komen er twee niet al te snuggere dieven de winkel overvallen, waarbij de twee oude eigenaren worden belaagd. Vader Liu Jin-Xi kan dit niet aanzien, grijpt zo goed als hij kan in en dood de misdadigers met veel geluk. De man is de held van het dorp.

Detective Xu Bai-Jiu onderzoekt de zaak, bijt zich er in vast en komt er achter dat Liu niet is wie hij beweert te zijn. Maar wie is hij dan wel? Via een schitterende Sherlock Holmes-achtige analyse zie je hoe de inspecteur vanuit de getuigenverklaringen deduceert hoe het gevecht in de winkel echt moet zijn verlopen, of althans, hoe hij denkt dat het gegaan moet zijn. Als kijker weet je nog altijd niet of het wishful thinking is, of dat hij echt zo slim is. Als oplettende kijker weet je dat Liu wordt gespeeld door Donnie Yen, die bekend is van o.a. Ip Man faam, dus daar moet zeker wat achter zitten.

Gevoed door de woorden van de wet wordt Liu een obsessie voor Xu, zonder dat hij een echt bewijs kan vinden. Door deze obsessie worden echter slapende honden wakker gemaakt uit het verleden.

De basis van dit verhaal heeft wat weg van A History Of Violence. Een man die zijn gewelddadige verleden wil ontlopen, maar daar niet mee weg komt als dat verleden hem in de kont bijt en onschuldigen het slachtoffer dreigen te worden. Nu dan tegen de achtergrond van begin 19e eeuws China en het leven op het platteland, waar we de gebruiken van de dorpsclan meemaken. De bloederige beelden van het onderzoek zijn indrukwekkend, evenals de fotogenieke plattelandstafereeltjes. Voor een film die Wu Xia heet, zijn het aantal martial arts scènes niet talrijk, maar wat er wel in zit is imponerend uitgevoerd en mooi in beeld gebracht. De nadruk van de film ligt echter op de sfeer en het verhaal; het (nood)lot, familiebanden en bloedbanden.


Mijn eerste kennismaking met dit soort films was in de jaren tachtig, met films als A Chinese Ghost Story en Bride With White Hair. De eerste keer dat je zo’n film ziet is overweldigend. Nog nooit had ik zoiets meegemaakt. Toch heb ik er in de loop der jaren niet zo heel veel gezien. Er bleken maar weinig films die nog echt diepe indruk wisten te maken. Deze film kent een mooie kleine intieme opzet binnen dat plattelandsleven, maar voegt verder niet zo heel veel toe aan het genre. Toch is het een onderhoudende poging en zeker niet slecht.