maandag 23 juni 2014

Maleficent


Let op, deze recensie bevat wat spoilers…

Doornroosje maar dan effe anders, want ditmaal verteld vanuit het oogpunt van de heks, maar dan effe anders, want de heks is ook maar een slachtoffer van omstandigheden, blijkt uiteindelijk niet alleen maar slecht, zwicht voor de wel erg maagdelijke onschuld van prinses Aurora en draait er een geheel eigen einde aan. Moet kunnen toch?

De film is een vehikel voor Angelina Jolie (als Maleficent) en voor de afdeling special effecten, die zich totaal hebben kunnen uit leven op de sprookjeswereld en diens bevolking. Dat ziet er allemaal wel mooi uit, maar het kan niet verhullen dat de meeste wezentjes er alleen maar zijn om heel even met hun veren te pronken om vervolgens uit het zicht te verdwijnen. En Jolie dan? In de volwassen versie is ze prima gecast en door het aanzetten van haar toch al strakke kaaklijnen krijgt haar schoonheid iets toepasselijk macabers. Maar ze speelt ook een jongere versie die totaal niet overtuigt, omdat je ziet dat het geen jongere versie is. Hetzelfde probleem is daar met Sharlto Copley, die als oudere bebaarde koning nog wel zijn klus klaart, maar als jonge man echt geen jonge man is en me zelfs deed denken aan Lord Farquaad uit Shrek. Laatste hoofrolspeler is Elle Fanning, die de maagdelijke onschuld van Aurora speelt, maar niet echt uitstraalt. Er zit dan ook niet echt een uitdaging in haar rol en ik hoop dat ze snel weer iets beters krijgt te verstouwen, waar haar talent (dat ik voor het eerst zag in Phoebe In Wonderland) beter tot uiting zal komen.


Voor de rest is de film zelf weinig memorabel. Het is dus Disney zelf die haar eigen klassieker (ook weer gebaseerd op…) herinterpreteert, maar daar eigenlijk bar weinig van terecht brengt. Het is meer een herinterpretatie van één karakter, die even woest op de wereld wordt voor wat haar is aangedaan, maar uiteindelijk geen inktzwart hart heeft, tot inkeer komt en heerlijk mee kan feesten in het niet te vermijden ‘alles sal rech komm’ einde dat Disney eigen is. Als je dat zo bekijkt heb je toch het gevoel van daar klopt iets niet. De zwart/wit-heid binnen sprookjes is er niet voor niets. 

Silicon Valley


(1e seizoen, 8 afleveringen, 30 min, IMDb 8,5)

Richard Hendriks is een programmeur die werkt voor een internetbedrijf genaamd Hooli, gevestigd in Silicon Valley. Zijn thuisbasis deelt hij met een aantal andere nerds in de zogenaamde ‘Incubator’ van Ehrlich Bachman, die daarvoor recht heeft op 10% van alle uitvindingen gedaan in zijn stulp. Helaas is het beste wat er tot nu toe is uitgevonden de ‘nipalert’, een app die aangeeft waar vrouwen met harde tepels zich in de buurt bevinden. Hendriks is veruit de slimste programmeur en hij heeft een algoritme (‘Pied Piper’) bedacht waarbij je dingen met hoge compressie op kunt slaan zonder kwaliteitsverlies. Hij heeft pas door wat voor goud hij in handen heeft als hij een keuze moet maken tussen Hooli, die hem een miljoenen bod doet, maar waarbij hij zijn eigenaarschap verliest, of het bod van de excentrieke briljante miljardair Peter Gregory, die hem veel minder geld biedt, maar belooft te helpen met de ontwikkeling van zijn product en slechts een klein percentage van de eventuele opbrengst zal krijgen. ‘Take the money or keep the company’. Een duivels dilemma waarbij Hendriks het toch niet over zijn hart kan verkrijgen zijn ‘kindje’ te verkopen en kiest voor Gregory. Het heeft tot gevolg wat het betekent om zelf een bedrijfje te hebben, wie doet wat, wie is overbodig (bijna alle ‘Incubator’ collega’s helpen mee), wat betekent vriendschap in deze. Hendriks is daar niet voor in de wieg gelegd. “If you’re not an asshole, this company dies” weet Bachman hem fijntjes uit te leggen. Maar er komen meer problemen op het pad, zoals ‘gestolen’ software, concurrentie en de race om als eerste met het ultieme programma op de markt te komen.

Het is natuurlijk waar elke computernerd (en die niet alleen) van droomt. Iets uitvinden waar je steenrijk van gaat worden. Het leuke aan deze serie is dat het laat zien dat er nog heel wat bij de keuze van Richard komt kijken en dat lang niet alles volgens droomscenario verloopt. Het zit vol met grappige observaties, een diversiteit aan nerdige personages, heerlijk droge humor en af en toe wat technische opmerkingen die voor de leek echter niet in de weg staan om te kunnen genieten van deze komische serie. Je ligt niet continue dubbel van het lachen, maar dat hoeft ook niet, want de af te leggen weg naar de lancering van het product is interessant genoeg.

Een aardig voorbeeld van de humor zijn de bemoedigende woorden die Bachman tegen Hendriks spreekt en daarbij ‘Steve’ als voorbeeld gebruikt. Hendriks wil weten welke: “…uhm, Jobs or Wozniak”. “Jobs”, laat Bachman weten. “Jobs was a poser. He didn’t even write code”, riposteert Hendriks, waarop Bachman hem met een gezicht vol dédain laat weten: “You just disappeared up your own asshole”.


De tien korte afleveringen smaakten naar meer want een vervolg is in de maak.

vrijdag 6 juni 2014

Color Reporters - Patronaat Haarlem, 5 juni 2014


De Wereld Draait Door en het beroemde minuutje om je als bandje live in de kijker te spelen. Doordeweekdagelijks komen artiesten voorbij in alle soorten en maten. Slechts af en toe veer ik op, als ik iets hoor dat mijn muzikale hart weet te beroeren. Zo kwamen daar ineens de dames van Bells Of Youth voorbij met een stukje uit She Said / He Said. Pittig, pakkend, fris en met een mooie samenzang. Een minuutje dat bleef hangen.

Bertolf, die ik al sinds jaren volg, heeft een nieuwe plaat uitgebracht onder de naam Color Reporters, waarover straks meer. Als ik zie dat de band in Haarlem speelt is de knoop extra snel doorgehakt als blijkt dat Bells Of Youth het voorprogramma doet. Twee vliegen…


Het is stil. Goed, we zijn één van de eersten, maar een volle bak zal het niet worden. Verre van. De meeste mensen die ik zie kennen elkaar en zijn duidelijk voor Bells Of Youth gekomen. Familie, vrienden en wat al niet meer, vermoed ik. De dertig, hooguit veertig man vullen nog geen kwart van de vloer als de gretige meiden van het voorprogramma het podium opkomen. Ze hebben net hun debuut album uit en spelen een klein half uur geanimeerd, vol jeugdige passie en overtuiging. Ik ben blij verrast dat het DWDD minuutje geen loos alarm was en ben onder de indruk van de muziek, een soort vrolijke indiefolk, die in ieder geval aanstekelijk werkt. Maar boven alles is wat dit bandje apart maakt het feit dat alle vijf de dames over zeer goede zangstemmen beschikken en deze los van elkaar in afwisselende hoofdrollen en in harmonie met elkaar inzetten om alles naar een hoger plan te tillen. De manier waarop ze in de samenzang een zeer krachtige muur van geluid voortbrengen die nog rijkgeschakeerd is ook, vervult me met een gevoel van bewondering. Afgezien van het liedje dat ik nu in zijn geheel mag horen, She Said / He Said, ken ik niets. Ze spelen o.a. (naar mij later blijkt) het ingetogen Ode, het poppy klinkende Snow en een hoop andere liedjes, waarbij ik blij ben dat er inderdaad een indie randje aan de folk zit, wat het voor mij wat interessanter maakt. Leuk is dat je kunt horen dat er echt verschil zit tussen de verschillende stemmen (Marcia Savelkoul heeft bijvoorbeeld een wat ruigere rock stem) en dat ze allemaal samen toch perfect bij elkaar passen. Het publiek zingt tussen twee nummers door zelf nog even voor Hellen Vissers die gisteren jarig was en ik laat mij aan het einde van het optreden verleiden tot het kopen van hun cd. Ben wel benieuwd of die me lang zal blijven boeien.



Na een zeer snelle wissel begint Color Reporters hun optreden direct vol gas met hun eerste single Crack The Code. Het klinkt niet helemaal lekker moet ik zeggen. Het geluid staat niet goed afgesteld en binnen de band moet ook wat worden ge-fine-tuned. Bertolf heet ons welkom met de mooie opmerking “fijn dat jullie er wél zijn”, waarmee hij op humoristische wijze zowel vriendelijk naar ons toe is, alsook zijn teleurstelling laat doorschemeren over de tegenvallende opkomst. “Kom vooral wat meer naar voren, want dat is voor ons ook wat leuker”, voegt hij er aan toe. Hij vertelt vervolgens dat hij voor zijn derde album steeds meer liedjes schreef met bandlid Bas Wilberink, die ook meer inbreng kreeg qua stem, maar dat die liedjes niet echt op een ‘Bertolf’ album pasten. Vandaar een nieuwe bandnaam, die trouwens zijn oorsprong kent in een liedje van Elliott Smith, waarvan Bas een groot fan is. Dat nummer genaamd Bled White spelen ze ook even later. Naast hier (Mary) en daar (Cut Me Loose) een oud nummer van Bertolf zelf vooral nummers van het debuutalbum dat voor het gemak ook gewoon Color Reporters heet. Gelukkig is ondertussen het geluid een stuk beter en klinkt de samenzang tussen Bertolf en Bas als een geoliede nachtegaal. Twee totaal verschillende klankkleuren die elkaar ondersteunen, aanvullen en het geluid van de band grotendeels bepalen. Een mooi voorbeeld hiervan is het nummer End Of Seas dat ze ten gehore brengen. De stem van Bertolf heb ik in het verleden al genoeg bejubeld, maar het is mooi om te zien hoe zijn geluid wordt verrijkt door Bas, die iets Amerikaanser klinkt, soms zelfs een beetje dat jengelende Bee Gee-achtige laat horen. Dat Amerikaanse geluid klinkt door in het album dat hier en daar wat ‘middle of the road’ is, maar genoeg mooie liedjes bevat om van te genieten. Toch betrap ik me er op dat als Cut Me Loose wordt gespeeld ik toch net even iets enthousiaster word, maar het kan zijn dat ik het nieuwe album nog wat vaker moet beluisteren. De catchy nieuwe single Sing For Massachusetts wordt gespeeld, evenals Dutch Summer met een zomerse kerstgeluid (!) en Better Luck Next Life over de leugen dat als je maar hard genoeg werkt succes het resultaat zal zijn. Voordat het laatste nummer van de set wordt gespeeld, stelt Bertolf voor dat ze het toneelstukje van weg gaan en terugkomen voor een toegift overslaan, dat dit dus niet het laatste nummer is, waarna ze als niet toegift er nog twee nummers aan vast plakken. Als eerste is dat Spend The Balance, waarbij het einde (zeker live) smeekt om een crescendo dat helaas wat achterwege blijft en als laatste Even The Bad Ends Badly (vrij naar Harry Mulisch), waarin visioenen van The Soggy Bottom Boys voorbij komen, wat overigens min of meer de bedoeling is.

En zo komt er een einde aan een intiem avondje vol vocale verleiding, dat toch zeker meer betalende bezoekers had verdiend. 

woensdag 4 juni 2014

Edge Of Tomorrow


Tom Cruise houdt er van om de held te spelen. Dat is nu niet anders, hoewel het tegen wil en dank is deze keer. Onze planeet wordt overspoeld met buitenaardse wezens genaamd ‘mimics’ die zich vanuit Europa als een plaag over de aardkloot verspreiden. Pennenlikker Majoor William Cage (Cruise) komt per abuis terecht in een aanval op de wezens en vindt al snel de dood, waarna hij wakker wordt op een moment eerder die dag, waarna de dag opnieuw zijn beloop neemt. Al doende leert hij te anticiperen op wat komen gaat, maakt dit tot zijn voordeel, komt er achter waarom de aanval bij voorbaat gedoemd was te mislukken en groeit uit tot de held die hij nooit dacht te gaan worden.


Laat ik de voor de hand liggende films even opnoemen. Aliens (stoere soldaten en de workloader, maar dan ineen), Groundhog Day (het steeds weer opnieuw beleven van dezelfde dag), Source Code (het idee van voornoemde film, maar dan met militair doel), The Matrix (de Sentinels, waarvan de ‘mimics’ hun uiterlijk, beweging en snelheid van hebben afgekeken) en zelfs Starship Troopers (‘Humans in a fascistic, militaristic future do battle with giant alien bugs in a fight for survival’, maar dan zonder het fascistische randje dat Paul Verhoeven er zo heerlijk aan toevoegde). Dan is het toch knap dat regisseur Doug Liman er ondanks dat een plezierige en onderhoudende actiefilm van weet te maken, waarbij je die referenties snel los kan laten. Actie is hier dan het steekwoord, want dat is er in overvloed. De herhaling van zetten en het leerproces daarin gaat langzaam en lijkt uitzichtloos, maar wordt zo nu en dan doorspekt met een vleugje humor dat goed uitpakt en ook de bittere ironie van dit alles niet vergeet te benadrukken. Toch is dit ook een Hollywood product met een te verwachten uitkomst, waarbij zelfopoffering geen finale kwestie is, Cruise de held wordt die hij nooit dacht te gaan worden (maar wij wel!) en eind inderdaad al goed is.

Starred Up


Malik El Djebena loopt de gevangenis binnen. Hij is duidelijk niet op zijn gemak. De opmerkingen en het lawaai van diegenen die al achter de tralies zitten zijn intimiderend en laten je voelen dat hij hier niet echt thuis hoort en dat hij een zware tijd tegemoet zal gaan treden. De angst valt van zijn gezicht te lezen. Het is de claustrofobische opening van Un Prophète, de Franse gevangenisfilm uit 2009 die met prijzen werd overladen. Hoe anders is de opening van Starred Up. Eric loopt de gevangenis in. Hij ondergaat het ritueel van uitkleden, bodycheck, aankleden en cel toewijzing uiterst nonchalant. Op de bewakers en een paar schoonmakers na lijkt de gevangenis wel uitgestorven. Zodra hij in zijn cel zit, alleen, laat hij kortstondig even wat ruimte voor emotie, maar herpakt zich en zorgt er voor dat hij klaar is voor wat eventueel komen gaat. Waar het Malik overkomt, is Eric juist de aanstichter.

Eric is met zijn 19 jaar net vroegtijdig overgeplaatst vanuit de jeugdgevangenis, is ‘starred up’ (zijn dossier heeft een aantekening dat hij extreem gewelddadig is) en krijgt het label ‘high risk’. Dat dit niet voor niets is blijkt uit de acties die al snel volgen, waaruit duidelijk wordt dat we hier te maken hebben met een gigantische tijdbom die eens in de zoveel tijd afgaat. Er zijn vele factoren die deze bom laten af gaan, of juist langzamer laten tikken. Bewakers, lotgenoten, zijn vader die in dezelfde gevangenis zit en een vrijwilliger die via groepsgesprekken aan ‘anger management’ doet. Alles is van invloed op de jonge Eric, voor wie je langzaam maar zeker toch begrip krijgt.

Starred Up is één bal spanning die je als kijker constant voelt en je op het puntje van je stoel houdt. Maar er is veel meer. Het geeft een kijkje in hoe het er in de gevangenis aan toe kan gaan, maar dan drie tandjes heftiger dan wat je gewend bent. Het laat je kennis maken met personages voor wie je een oordeel klaar hebt, maar waarvan je dat oordeel aan het einde van de film toch wat bij moet stellen, in positieve of negatieve zin, want alles blijkt grijzer dan verwacht. Het geeft je inzicht in hoe iemands leven verkloot kan worden, door de verkeerde omstandigheden. Het biedt je uiterst intense acteerprestaties van alle betrokkenen, met speciale vermelding voor Ben Mendelsohn (Animal Kingdom, The Dark Knight Rises) als de vader, Jack O'Connell (This Is England, Eden Lake, Tower Block) als de zoon en Rupert Friend (Pride & Prejudice, The Young Victoria) als de therapeut.


Een uiterst rauwe en intense ervaring. Het is een tijd geleden dat ik zo onder de indruk de bioscoop weer verliet.

maandag 2 juni 2014

Tracks


Robyn Davidson wil in 1975 een tocht van 1700 mijl dwars door de Australische woestijn maken, van Alice Springs naar de Indische Oceaan. In haar eentje! Ze is klaar met de stad, met de negativiteit van haar leeftijdgenoten, ze voelt zich aangetrokken door de woestijn en is geïnspireerd door haar vader die ooit de Kalahari doorkruiste. Maar ze wil vooral op haar zelf zijn. Wegens een gebrek aan geld, ziet ze zich genoodzaakt een deal te sluiten met het blad National Geographic, die een fotograaf zal sturen om de tocht bij tijd en wijlen vast te leggen. Zie hier de basis voor de film Tracks, gebaseerd op het gelijknamige boek van Robyn Davidson die deze tocht echt maakte.

Daar gaat ze… Met vier kamelen en een andere trouwe viervoeter. In het begin stuit de ‘camel lady’ op parkbeheerders en hun regeltjes, toeristen en steeds weer die praatzieke fotograaf, die volgens contract alles vast moet leggen. “Parasite, go away”, mompelt ze binnensmonds, als hij weer voor haar neus staat. Het lijkt wel een contract met de duivel die een droom mogelijk maakt, maar deze constant loopt te verstoren. Maar na verloop van tijd wordt die duivel echter een vriend, die haar privacy respecteert en werkelijk om haar geeft.

Het is een slimme truc van de makers om het publiek langzaam te laten wennen aan het idee van eenzaamheid. In het begin is daar namelijk weinig van te merken. En hoewel de indruk van het afnemen van menselijk contact toeneemt naarmate de film vordert, gaat het voornamelijk toch om de interacties met andere mensen. De meest interessante daarvan is die met een onverstaanbare aboriginal, die een deel van de reis meeloopt en haar dingen leert over de natuur.


Hoewel je niet urenlang naar een vrouw die met haar kamelen door de woestijn loopt kunt kijken, had ik toch liever minder mensen en meer van die eenzaamheid gezien. De tijd die ze (in beeld) alleen doorbrengt is nu zeer beperkt en dat gaat ook tegen haar eigen opzet in. Een opzet om alleen te zijn, op jezelf. Wat dit voor iemand betekent, wat dat met je doet, of je jezelf tegen komt, hoe je dit beleefd, wat de diepere betekenis nu voor haar is, daar komen we helaas niet achter. Maar misschien moeten we er niet meer in zoeken, of van verwachten. Ze gaf het tenslotte zelf in haar standaard antwoord op de vraag waarom ze tocht wil maken al aan: “why not”.

Dark Circles


Deze film pakt je direct bij de lurven met een intro dat uiterst verontrustend is en heel creepy. Als die toon is gezet, leren we een jong stel kennen dat de drukke stad verlaat om in een riante woning op het platteland hun pasgeboren eerste kindje op te laten groeien. Het worden onrustige tijden. De baby is in de war (day/night confusion) en slaapt overdag en is ’s nachts veel wakker. Maar overdag slapen zit er voor Alex en Penny ook niet echt in, want vlakbij zijn bouwvakkers op luidruchtige wijze in de weer met de bouw van een huis. Dit resulteert in een chronisch en gigantisch gebrek aan slaap. Combineer dit met vreemde geluiden in een nieuwe omgeving en de ouders beginnen hallucinerende beelden te krijgen van een vreemde vrouw, die niet veel goeds in de zin heeft.

Iedereen met kinderen kan zich het slaaptekort in de beginperiode nog wel herinneren. De uitputtingsslag van Alex en Penny is daardoor herkenbaar. En hoewel dit een extra schrijnend geval is, is het niet vreemd om voor te stellen dat er ‘twilight zone’-achtige periodes zijn, waarin je niet helemaal door hebt of je slaapt of wakker bent, en dat je twijfelt of wat je hebt gezien in de slapende of wakende toestand was. Dark Circles (de donkere plekken rond je ogen) speelt daarbij op slinkse wijze met het verwachtingspatroon. Waar je een schrikeffect verwacht komt het niet altijd, of toch net even anders. De spanning zit er goed in, met de unheimische verschijningen en de bijna ongelukken met de baby. Ook aan de opbouw is gedacht. Slaapgebrek, uitputting, draaien op de automatische piloot, irritatie, verwijten, ruzie, woede uitbarstingen, doordraaien…


Is het echt wat ze zien? Draaien ze door? Dit is heel lang onduidelijk, waardoor het interessant blijft ondanks dat het zich op een gegeven moment een beetje voortsleept. En hoewel het top niveau van het begin nergens meer wordt gehaald kent de film een uitkomst die het geheel misschien toch in een ander genre plaatst dan verwacht.