vrijdag 4 juli 2014

The Double


Wat voor persoon ben jij? De gevulde koek blijft hangen in de machine. Als je een flinke trap geeft valt die koek dan alsnog of slaat de hele machine op tilt?

Simon (Jessie Eisenberg) valt overduidelijk in de laatste categorie. Alles wat mis kan gaan gaat mis, alles wat tegen kan zitten zit tegen. Hij is er aan gewend, weet niet beter, accepteert het als een feit des levens. Net als zijn grijsgrauwe kantoorbaan, het leuke meisje (Mia Wasikowska) waar hij niet op af durft te stappen (in het echt zijn de twee een stel!) en het feit dat hij wegens een defecte pas elke dag moet uitleggen wie hij is aan de portier - ondanks dat hij al zeven jaar bij het bedrijf werkt - waarna het inschrijven als bezoeker een vast ritueel wordt. Hij is bijna onzichtbaar.

Simon’s leven krijgt een nieuwe impuls als James wordt aangenomen. James is zijn dubbelganger qua uiterlijk, maar valt juist in die eerste categorie qua karakter en weet zich binnen de kortste keren in de kijker te spelen, ten koste van Simon.

Het vreemde is dat niemand ziet dat de twee dubbelgangers zijn, dat hebben ze alleen zelf door. James trekt Simon een beetje uit zijn schulp, maar trekt daarbij toch altijd aan het langste eind. James ontwaakt een beetje, wil zichtbaar zijn, voelt dat ieder mens, dus ook hij uniek is en gehoord en gezien dient te worden. Maar hoe doe je dat als de meer uitgesproken versie van jezelf je altijd voorbij streeft.

De soort van ouderwets dystopische wereld waarin het verhaal zich afspeelt doet denken aan de wereld van Gilliam (Brazil) maar met een snufje Lynch. De uitvergroting van de wereld is niet zo groot en heeft een vleugje ‘unheimischkeit’. Er is geen daglicht, de actie beperkt zich tot het werk, de metro, het huis en een Edward Hopper-achtig restaurant. Een vleugje humor komt dan voornamelijk van de manier waarop dingen misgaan voor Simon, maar over het algemeen geeft de film een verstikkend gevoel. Simon en James zijn uiteindelijk meer met elkaar verbonden dan gedacht en de film bouwt naar iets toe wat misschien niet is waar je op had gehoopt, maar eigenlijk wel zo realistisch is en in toon met de rest.


Ik moet wel zeggen dat ik de pas uitgekomen film Enemy met een vergelijkbaar thema een stuk boeiender vond.

woensdag 25 juni 2014

Joe


Deze bomen moeten verdwijnen. Er moeten nieuwe, sterkere worden geplant. Maar je mag niet zomaar gezonde bomen kappen, ook al is het je eigen land. Dus worden ze ziek gemaakt. Een paar flinke klappen, drie, vier stuks, en het gif dat langs de bijl stroomt doet de rest. Joe is opzichter van een groep mannen die dit zware werk doet. Hij bevindt zich in de marge van de samenleving. Een marge die hem niet veel goeds heeft opgeleverd. Het is zelfbeheersing die er voor zorgt dat hij zich niet laat verleiden tot de verkeerde acties. Drank als steun, maar aangelengd met cola, om de grenzen niet te veel te laten vervagen. “I’ve done bad, but they won’t let me make it good”. Want er zijn altijd individuen die hem niet met rust laten, er voor zorgen dat het einde van de beheersing in beeld komt. “Waarom wil je zo graag terug naar de gevangenis”, vraagt een sympathieke politieman. Een antwoord komt er niet. Begrijpen doen we hem des te meer. Hij is als zijn oersterke (vecht)hond. Die houdt hij aan de ketting, want eenmaal los en in actie is die niet te stoppen.

Als de vijftienjarige Gary aan komt kloppen voor werk zal Joe’s leven veranderen. Want zelfbeheersing voor wat jou wordt aangedaan is één ding, maar voor wat een ander wordt aangedaan is een geheel andere zaak. Zeker als Joe en Gary vrienden worden, iets dat de dronken nietsnut van een vader van Gary niet kan hebben. Er borrelt langzaam iets op binnen Joe, dat niet langer met aangelengde drank, het inhakken op bomen of door een pijpbeurt bij een hoer kan worden ingetoomd. 

Natuurlijk staat de boel op springen. Soms heftiger en onverwachter dan gedacht. En het zit allemaal een stuk delicater in elkaar dan wat je uit bovenstaande zou kunnen lezen. Dit maakt deze ruige film, met de uitmuntend geregisseerde en daarom zo goed spelende Nicolas Cage (Joe) én het talent van de jonge Tye Sheridan (Gary), tot een ruwe diamant die gezien moet worden.

maandag 23 juni 2014

Fargo


(1e seizoen, 10 afleveringen, 53 min, IMDb 9,2)

This is a true story. The events depicted took place in Minnesota in 2006. At the request of the survivors, the names have been changed. Out of respect for the dead, the rest has been told exactly as it occurred.

Zo begint elke aflevering van Fargo, gebaseerd op de gelijknamige film van de gebroeders Coen uit 1996 die op dezelfde manier de toon zette. De poster in de kelder van de hoofdpersoon doet dat ook, met een afbeelding van een schol grijze vissen die naar rechts zwemt en één kleurige die de andere kant op gaat, met de tekst “what if they’re wrong?”. Het is de kelder van Lester Nygaard, een loser. Zijn vrouw vraagt zich openlijk af of ze niet met de verkeerde Nygaard is getrouwd, want zijn broer is een stuk succesvoller. Als Lester zijn vroegere pestkop van school tegen het lijf loopt blijkt die niet alleen direct het oude patroon op te pikken, maar vertelt hem ook nog dat hij intiem is geweest met Lester’s vrouw toen ze al het daten waren. Per toeval loopt Lester dan een geheimzinnige man tegen het lijf die zegt dat hij voor zichzelf op moet komen, want in zijn plaats had hij allang actie ondernomen. Het is het begin van een reeks ontwikkelingen die fenomenaal zijn uitgeschreven, gefilmd en gespeeld. Schrijver Noah Hawley weet op sublieme wijze de geest van de Coens (die de boel in de gaten hielden als uitvoerende producenten) te vangen. Zeer geraffineerde verhaallijn, uitgediepte personages, spanning, gevoel, verrassing en voorzien van die typische gortdroge, unieke humor die zo goed bij deze setting past. De perfecte mix van komedie en drama vol schokkende gebeurtenissen.

“How’s the leg”?
-         -    “Goes from my ass to the ground, just like the other one”.

De stijl van filmen is apart. Vanuit niet alledaagse standpunten, vaak met lange, rustige bewegingen waarin de acteurs hun spel kunnen tonen. En dat doen ze. Van Martin Freeman (Lester) tot Billy Bob Thornton (de killer), van Allison Tolman (deputy) tot Bob Odenkirk (chief). Elke rol wordt fantastisch ingevuld. Zelfs rollen die voor de loop van het verhaal eigenlijk niet echt van belang zijn, krijgen de aandacht om dit net niet normale universum tot bloei te laten komen.

“I’m confused”.
-        -     “That’s okay, I’m not”.

Het universum van de Coens, zoals ze dat in 1996 neer hebben gezet. En het ijskrabbertje wordt opgepikt waar het in 1996 is achter gelaten, letterlijk, maar ook weer op zo’n manier dat je alleen maar je pet diep af kunt nemen. Figuurlijk, omdat het in de trant is van, maar geheel op zichzelf staat. Vergelijkbare karakters, dezelfde omgeving, dat heerlijke taalgebruik. ‘Darn thing’, ‘right back at ya’, ‘fella’, ‘you don’t say’, ‘oh shoot, I’m sorry’, ‘yah’, ‘anyhoo’.

“Now here I am, stuck in the Yukon, with my two mongoloid sons”.
-        -     “Oh, they’re not so bad”.
“I’ve taken shits I want to live with more than them”.

Elke nieuwe aflevering denk je weer bij jezelf hoe fantastisch dit is verzonnen. Je voelt mee met die doodgewone mensen, je vreest de acties van die ijskoude berekenende killer met dat idiote kapsel die hun wereldje flink op zijn kop gaat zetten. Je ziet prijzenswaardige vasthoudendheid en fatale onontkoombaarheid, het lot en het tarten daarvan. Alles in die koude sneeuw in Bemidji, Minnesota.

Misschien wel de beste serie sinds Breaking Bad.


Ps. En wat een ‘blumkin’ is, heb ik ook even op moeten zoeken…

Boyhood


12 Years A Slave, zou je denken, als je niet beter wist. Gedurende dat tijdsbestek is er namelijk jaarlijks geschoten voor de film Boyhood van Richard Linklater. Een uniek document, want nooit eerder heeft een filmmaker een film (i.t.t. een documentaire) gemaakt op deze manier. Maar dus wel eentje waar je je als acteur voor bizar lange tijd aan moet verbinden. Het tegenovergestelde was waar, zo blijkt later uit een verhaal van Patricia Arquette (één van de hoofdrolspelers), die samen met regisseur Richard Linklater aanwezig is bij de première in Eye Amsterdam op zaterdag 21 juni 2014. Maar daarover straks meer. Eerst vertelt Linklater wat over de film, die geen script had, maar er was wel een duidelijke schets van wat het moest worden. Het laatste shot had hij twaalf jaar geleden trouwens wel al heel duidelijk voor ogen. Het doel van dit project was om (voornamelijk) de aan het begin zes jarige jongen echt ouder zien te worden, met alle uiterlijke, maar ook innerlijke kenmerken die dat meebrengt. “We’d slowly go where they went”. Linklater koos Ellar Coltrane als Mason omdat hij de meest mysterieuze en sensitieve van alle kandidaten was. Daarbij waren zijn ouders kunstenaars, wat ook meetelde. Linklater zegt nog steeds bezig te zijn met het loslaten van de film en kan het nog niet geloven dat deze nu echt in de bioscoop gaat draaien. Helaas moet hij weg, maar na afloop is Arquette er nog voor meer antwoorden.

De film dan. Het leven van Mason. Het jongetje dat opgroeit met een iets ouder bijdehand zusje (Lorelei Linklater) en zijn alleenstaande (gescheiden) hardwerkende en liefhebbende moeder (Arquette). Een avontuurlijke vader (Ethan Hawke) die pas na anderhalf jaar weer ten tonele verschijnt. Veel verhuizingen, nieuwe scholen, vriendjes, vriendinnetjes, vaders… Altijd met Mason als middelpunt; zijn denk en gevoelswereld. Als klein kereltje met de vraag of papa en mama weer samen zullen komen, tot de bijna volwassene die zich afvraagt wat het nut van het leven is. Alsof ik twaalf seizoenen van de serie Parenthood zie, maar dan samengevat in bijna drie uur en toegespitst op die zachtmoedige jongen, die lief en eerlijk is, af en toe een ‘whatever’ houding heeft, maar dan niet op de verkeerde manier. De film doet ook af en toe denken aan What Maisie Knew en zelfs aan The Tree Of Life. Het laat zien hoe kinderen nauwelijks keuze hebben in wat hen overkomt. Het is accepteren en aanpassen aan nieuwe situaties die voornamelijk door (de) ouder(s) worden bepaald. Zeker in het begin. Hoe Mason daar dan echt over denkt komt nauwelijks naar voren, want het is ook moeilijk te verwoorden als kind, het is eerder ondergaan en overkomen. Pas later in de film, als hij wat ouder wordt, worden de conversaties logischerwijze iets betekenisvoller.

Als kijker verwacht je misschien wat Mason van het leven verwacht, “a big transformative experience, where everything suddenly makes sense”. Maar zo is het leven niet en de film al evenmin. Het kabbelt wat voort, met hoogte- en dieptepunten, waarbij dan vooral de gekozen vorm de film een uniek karakter geeft en niet zo zeer de inhoud. Hoewel het van begin tot eind boeiend blijft om naar te kijken en geen moment verveelt, heb je niet het gevoel heel dichtbij Mason te komen.

Na afloop is er nog een Q&A met Patricia Arquette, die vertelt dat het moeilijk was om het einde van het project te accepteren. Ze wilde verder gaan, met de jaarlijkse workshops en de groep die ze had leren kennen. Ze wil eigenlijk de film niet aan de wereld geven, ze wil niet dat de wereld een oordeel klaar heeft over de film, over de acteurs, de kinderen, uit gevoel van bescherming. Ze heeft nu het gevoel van “giving birth to the movie”, het kind komt ter wereld.

Tijdens het filmen bracht iedereen zijn eigen ervaringen mee en er werd veel geïmproviseerd. Het was een heerlijk proces, zonder stress en iedereen wilde er graag aan mee doen. Normaal mag een film(contract) je maar voor zeven jaar vastleggen in Amerika, maar niemand had bezwaar tegen deze twaalf jaar. De film ziet ze vanuit haar zelf en vanuit het karakter dat ze speelt. Vanuit haar zelf is het best shockerend om jezelf zo snel oud te zien worden, zegt ze. Vanuit haar karakter is het apart om te zien hoe de man van wie je gescheiden bent om gaat met je kinderen als je er niet bij bent. Het stelt je menig over hem bij en doet je denken dat je misschien anders met de situatie om had moeten gaan. Op een vraag uit het publiek of de verschillende haarstijlen (waaruit je kunt afleiden dat er weer een jaar voorbij is) opgelegd waren of niet zegt Arquette dat dit alleen het geval was bij Mason voor de scène dat zijn haar wordt geknipt. Linklater had tegen hem gezegd dat hij een jaar lang zijn haar moest laten groeien daarvoor, waarna hij blij was dat het er af mocht. Voor de rest (de vraag op haarzelf betrekkende) zijn het de grillen van een vrouw, lang haar, kort haar, lang haar…

Na het interview is er nog een hele mooie toegift in de vorm van de Amerikaanse band Family Of The Year, die hun nummer Hero speelt, dat in de film is gebruikt. Prachtig nummer met toepasselijke tekst. De band zal een paar dagen later (24 juni) vlakbij in de Tolhuistuin een concert geven.


Als ik Eye achter me laat, het pontje pak, de bus, en napraat en denk over de film krijg ik eigenlijk het mooiste cadeau. Terugdenken aan je eigen leven, het ophalen van herinneringen, het zien van overeenkomsten met de film (mijn dochter deed als kleine peuter net zo eigenwijs Britney Spears na als het zusje van Mason, op precies hetzelfde nummer), nadenken over hoe het was, voelen waar het om gaat. Verder denkend en pratend kom je er achter dat alles in de film eigenlijk heel goed in elkaar zit, zorgvuldig is gedaan, reëel en geloofwaardig overkomt. En je snapt dat het laatste shot al twaalf jaar geleden vast stond in het hoofd van Linklater, het shot dat antwoord geeft op de vraag die Mason op een gegeven moment stelt: “what’s the point of all this”.

Cabin Fever 3: Patient Zero


Aan de vooravond van een pandemie is ‘patient zero’ in handen van een onderzoeksteam op een onbewoond eiland ergens in Zuid Amerika. De man in kwestie is drager van het virus maar is er zelf immuun voor en dus de beste optie om een remedie te vinden. Dat dit tegen zijn zin is roept vraagtekens op die worden afgedaan met de opmerking “sometimes you have to harm one in order to save millions”..

Mark gaat trouwen. Twee verwende vrienden en een vriendin nemen hem mee op een luxe jacht naar een afgelegen tropisch eiland voor wat vrijgezellen tijd.

Één en één is twee.

De alarmbellen zijn ondertussen al afgegaan. Een derde deel in een reeks, een brildragende sexy vrouwelijke arts op hoge hakken, vage figuren met slechte accenten, een B-list acteur die ook de rekeningen moet betalen, brallerige jongeren en een zak weed; dit is vast geen kwaliteitsproduct (en dan heb ik het niet over de hasj).


De film pretendeert ook niet veel meer te zijn dan wat het zou moeten bieden: kanonnenvlees voor het virus met alle bloederige gevolgen van dien. Let the bleeding begin, zou ik zeggen. And vomiting. And vomiting blood. Maar eerst even door de zure appel van heel slecht acteerwerk en een zero intelligent script heen bijten. Als een snorkeltocht huidkwalen veroorzaakt waar geen zonnebrand tegen helpt en ontvellen een nieuwe betekenis krijgt word ik op mijn wenken bediend. Wat jammer dat het daarna mis gaat en de gory scènes maar moeizaam tot leven komen. De boel wordt op een vreemde manier overgecompliceerd, staat bol van onlogische en oerdomme acties die zich voornamelijk in het duister afspelen en bedient zich van zeer slechte zogenaamd grappige ‘oneliners’. Juist de simpelheid en gore-level van het origineel was wat Eli Roth’s film nog wel aardig maakte. Cabin Fever 3: Patient Zero is dan toch weer zo’n ondermaats product dat het moet hebben van sukkels zoals ik die tegen beter weten in hopen op meer. JIJ bent dus nu dubbel gewaarschuwd!

Game Of Thrones


(4e seizoen, 10 afleveringen, 60 min, IMDb 9,5)

Joffrey Baratheon gaat trouwen. Er zijn veel gasten met niet allemaal nobele doelen. De bruiloft gaat niet volgens plan en Tyrion Lannister krijgt de zwarte Piet toebedeeld.

Daenerys Targaryen rukt op met haar leger elite krijgers (de ‘Unsullied’), bevrijdt slaven onderweg, maakt kennis met Daario Naharis (Michiel Huisman!) en is even onverbiddelijk als rechtvaardig in haar optreden, ook al betreft het haar naasten.

‘The Wildlings’ vinden hun weg naar ‘The Wall’, alwaar de ‘Sworn Brothers of the Night's Watch’ hun mannetje zullen staan om dit volk met zelfs wat reuzen (!) aan de juiste kant van de muur te houden.

Dit zijn zo de drie voornaamste verhaallijnen in het vierde seizoen, dat met nog vele andere verhaallijnen en talloze personages zorgt voor grote afwisseling, maar ook traagheid, weinig plotontwikkeling en soms verlies je het overzicht en treedt er verwarring op, van wie wie is, wie welke familie aanhangt en welke familie waar thuis hoort. Dat komt voor een deel omdat de Starks zo verspreid zijn en sommige plots wat minder aandacht of uitdieping krijgen. Ik neem aan dat de plot uiteindelijk toewerkt naar een hereniging van die familie (of wie daarvan over zijn) plus de inname van de troon, hoewel je in deze serie nooit zeker bent of men het überhaupt gaat overleven.


Op zich maakt het allemaal niet zo veel uit, want het zijn heerlijke werelden en verhalen om in te duiken, vol fascinerende, goed uitgeschreven karakters en memorabele scènes, wat dan meestal toch de gevechten zijn. Denk aan het gevecht tegen de skeletten waar Ray Harryhausen trots op zou zijn, het duel tussen Oberyn Martell en een reusachtige krijger en natuurlijk het mega brute gevecht tussen Sandor 'The Hound' Clegane en Brienne of Tarth. Maar misschien het mooiste gevecht is dat van die kleine grote man Tyrion Lannister, die het niet kan laten zijn zegje te doen tijdens zijn rechtszaak. Zijn bloed kookt en zijn woorden zijn als bliksemstralen. 

The Rover


Het verhaal speelt zich af in Australië, tien jaar na de (economische) ineenstorting. Het gaat over Eric (Guy Pearce) wiens auto wordt gestolen door een groepje mannen die op de vlucht zijn. Dat hij er vervolgens de hele film over doet om zijn auto terug te krijgen met groot gevaar voor eigen leven is het simpele gegeven waarmee wordt gewerkt. Waarom die auto zo belangrijk voor hem is, is niet belangrijk, alhoewel dat uiteindelijk wel wordt verklaard. De film is een ruige roadtrip, waarbij al gauw blijkt dat er met Eric niet te sollen valt. Er is maar één doel en als er moeilijk wordt gedaan in deze dichtgespijkerde Mad Max-achtige wereld vol wantrouwen, kun je al gauw een kogel verwachten.

Om het geheel toch net even iets aparter te maken is daar Rey (Robert Pattinson), de voor dood achtergelaten broer van één van de voortvluchtige mannen, die dus niet dood is en aansluiting vindt bij Eric. Rey is een beetje ‘zacht in het hoofd’ en laat de weegschaal in dit verhaal gevaarlijk balanceren. Hij is de enige waarvan je tot het einde niet echt weet wat je er van kunt verwachten.


Een spannende film, met nauwelijks een boodschap, die het vooral moet hebben van de voortreffelijke acteerprestaties van de twee hoofdpersonen. Van Guy Pearce weten we dat hij dat kan. Pattinson laat nu zien dat hij meer in zijn mars heeft dan hij tot nu toe mocht laten zien.