dinsdag 7 oktober 2014

Extant


(1e seizoen, 13 afleveringen, 42 min, IMDb 6,9)

In de (misschien niet zo heel verre) toekomst komt astronaute Molly Woods na een jaar terug van een solo missie in de ruimte. Het vreemde is echter dat ze zwanger is geworden tijdens die periode, terwijl er niemand bij was. Dit is het op zich interessante uitgangspunt van een serie geproduceerd door Steven Spielberg. Het verhaal kent nog een ander been waar het op leunt, namelijk die van het feit dat Molly en haar man John geen kinderen konden krijgen, maar John heeft een robotkind (‘humanich’) ontworpen, een prototype dat ze als hun eigen kind opvoeden om het zo menselijk mogelijk te laten ontwikkelen.

De twee ideeën doen denken aan Stanley Kubrick’s 2001 A Space Odyssey, Rosemary’s Baby van Roman Polanski en Spielberg’s A.I. (Artificial Intelligence) waar ook weer Kubrick het grote voorwerk voor had gedaan. Op zich niet zo’n probleem, want de combi kan voor leuke uitkomsten zorgen. De grote vraag is natuurlijk wat er nu precies tijdens de ruimtemissie is gebeurd.  
De serie heeft voldoende in zich om goed te zijn, maar op de een of ander manier komt het er niet helemaal uit.  


Met de vormgeving is weinig mis. Het toekomstbeeld laat een mensheid zien die weer wat stapjes verder is in haar technologische ontwikkeling. Dit is veelal in mooie details gevat die het alledaagse leven aan gaan, zoals bijvoorbeeld het spelen van 3D games, eieren die rechtop staan, een afvalzuiger, futuristische mobieltjes en het feit dat alle auto’s elektrisch rijden. Maar ook op grotere, medische schaal, van een tether in je mond die je gezondheid peilt tot protheses die niet van echte ledematen zijn te onderscheiden. Maar rond de tijd dat er opeens dubbele afleveringen uit worden gezonden heb ik het wel een beetje gehad met de serie. Dat komt voornamelijk doordat de karakters me niet genoeg aanspreken, de emoties niet overkomen, er te weinig spanning in zit en het geheel toch wat klinisch over komt. Het begint me op te vallen dat er nauwelijks ‘extra’s’ in mee doen. Gewoon mensen die toevallig langslopen op de achtergrond. Het krijgt daardoor een geïsoleerd karakter, los van de wereld, terwijl het voortbestaan van de mensheid uiteindelijk juist een issue is. Als ik me toch nog door de laatste afleveringen heen worstel wordt mijn volharding niet meer beloond en zet ik een punt achter deze serie.

dinsdag 30 september 2014

In The Flesh


(2e seizoen, 6 afleveringen, 56 min, IMDb 8,0)

Na het veelbelovende eerste seizoen nu dan het vervolg, waarin de ‘second uprising of the undead’ centraal staat. De mensen die terug gekeerd zijn tijdens de eerste herrijzenis, politiek correct P(artially) D(eceased) S(yndrome) sufferers genoemd, in de volksmond beter bekend als ‘rotters’ proberen al weer een tijd hun leven op te pakken door dagelijks hun Neurotrityline in te spuiten waardoor ze normaal kunnen functioneren. Maar ze worden niet overal en door iedereen geaccepteerd. Sommigen van hen passen zich volgens het tekstboek aan met medicijnen en make-up en al, werken mee aan de wederopbouw en proberen volwaardige burgers te worden. Anderen nemen alleen het medicijn maar zien er uit als zombies. Weer anderen willen niets weten van die ‘pulse beating scum’ en gaan soms zelfs zo ver om ‘blue oblivion pills’ te nemen die hen direct terug veranderen in de bloeddorstige zombies die ze eigenlijk zijn. Aangespoord door iemand die zich de ‘Undead Prophet’ noemt sluiten velen zich aan bij het U(ndead) L(iberation) A(rmy) en bereiden ze zich voor op die tweede herrijzenis.

De grote thema’s krijgen een persoonlijk gezicht door de goede vertolkingen van de verschillende personages. We zien een hoop oude bekenden terug, zoals hoofdpersoon Kieran, zijn zus Jem, de heerlijk eigenzinnige en grappige Amy… Maar er zijn ook nieuwe gezichten, zoals die van de politieke leider Maxine Martin, die het liefste alle PDS lijders wil uitroeien en Simon Monroe, die strijdt voor de rechten van de ondoden.

Op subtiele wijze heeft de serie aandacht voor problemen als hoe om te gaan met dood gewaanden die opeens terugkeren naar een thuis situatie die ondertussen flink is veranderd. Wat maakt een mens eigenlijk tot mens? Is een PDS-er nog een mens? Verdiend een zombie het als mens behandeld te worden? Daarnaast zijn er mooie vondsten als een reisgids met PDS-vriendelijke plekken om te verblijven en een PDS bordeel.

In The Flesh geeft op interessante wijze het probleem van vreemdelingen en integratie weer. Hoe dit mis kan gaan en hoe bij beide kanten extremistische tendensen kunnen ontstaan. Welke kant kies je? Moet je kiezen?


Dit tweede seizoen is boeiend genoeg om niet af te haken en net als in het eerste seizoen zit het venijn hem in de staart, waarbij de deur naar het derde seizoen wagenwijd open staat.

Deliver Us From Evil


In een proloog zien we dat het kwaad is meegekomen tijdens een oorlogsmissie in Irak. Het kwaad uit zich via een man die zijn vrouw aftuigt, een moeder die haar baby weggooit. New York politieman Ralph Sarchie heeft zoals zijn collega het noemt een ‘radar’ voor interessante zaken en komt de twee gevallen op het spoor. Een spoor dat leidt naar de link tussen de twee voorvallen, de bron die het kwaad aan het verspreiden is. Een gevecht tussen goed en kwaad zal geschieden, waarbij een priester een belangrijke rol zal spelen.

Deze film is gebaseerd op het ‘non-fiction’ boek Beware The Night van Ralph Sarchie, die zijn belevenissen als agent in New York aan papier toevertrouwde, waaronder bovengenoemde zaak. Dus ja, het gaat (weer) over bezetenheid en uitdrijving, maar de invulling is zeker in het begin toch wat anders dan in de meeste films die hierover gaan. De nadruk ligt namelijk op het spannende politiewerk van Ralph en zijn maat, die nu in aanraking komen met iets dat makkelijk is af te doen door er het labeltje ‘gek’ aan te hangen, maar de realiteit laat zien dat de gekte een oorsprong heeft. Een realiteit die behoorlijk wat invloed op Ralph persoonlijk heeft. Toch is er wat tijd nodig voordat hij zich laat overtuigen door de jonge, onconventionele Jezuïeten priester die hem laat zien dat het om een zaak van bezetenheid gaat, waarna een uitdrijving zal moeten volgen.

Met die uitdrijving gaat het dan in zoverre mis, dat de film zich weer beweegt in het water waarin zovele van dit soort films zich bewegen en wordt er gevloekt, getierd, in vreemde tongen gesproken, zijn er bovenmenselijke krachten in het spel en vliegen de ramen uit hun sponningen. Kortom, het wordt flink groot gemaakt, waar het misschien juist klein, intiem en persoonlijk had moeten blijven. Het gaat tenslotte om een gekwelde geest die ook maar doet wat hem wordt opgedragen.


Ondanks het goede spel van Eric Bana als Ralph Sarchie valt de film dus in een valkuil die deze eerst zo goed en doeltreffend wist te ontwijken. 

donderdag 25 september 2014

Guinea Pig 6 - Mermaid In A Manhole


Een gekwelde schilder verzamelt alles wat hij lief heeft (gehad) in een plek in het riool onder de grond. Wat spullen, maar ook een dood huisdier en een foetus. Op een dag treft hij een aangespoelde zeemeermin aan, dezelfde die hij ooit vroeger eens heeft gezien. Zij wordt zijn muze: “alles wat ik ooit verloor, vind ik in jou terug”. Maar het riool is geen plek voor de zeemeermin, die ziek wordt, een gezwel op haar buik krijgt. De schilder neemt haar mee naar zijn woning, legt haar in bad, geeft haar medicijnen. Maar geneesmiddelen noch verse vis helpen haar. Het gaat steeds slechter met haar lichaam, dat vol gezwellen zit, wegrot en wormen aantrekt. Op haar verzoek probeert hij het gezwel weg te snijden, met zeven kleuren pus, maar weinig anders tot gevolg. Ondertussen schildert hij haar, in haar verschillende staten, op haar aandringen.

Het laatste deel van de Guinea Pig serie is het enige dat iets van een tragische boodschap heeft te bieden. De vergankelijkheid van het leven, iets dat je niet vast kunt houden, behalve op een schilderij. Het is ook zeer aangrijpend. Je liefde zien wegrotten door een soort van uitwendige kanker. Verpakt op uiterst onsmakelijke manier, dat dan weer wel, ondanks het feit dat je ziet dat het om opgeplakte onderdelen gaat. Je moet zeg maar geen pizza eten als je dit bekijkt.


Hoe extreem ook, dit is het meest volwassen deel. Ook het feit dat er nog een treffende clou in zit maakt Mermaid In A Manhole samen met Devil’s Experiment de beste uit de Guinea Pig reeks.

Guinea Pig 5 - Android Of Notre Dame


Een wetenschapper (lilliputter) is druk bezig met onderzoek naar DNA bij dieren. Hij zoekt een oplossing die zijn zieke, aan bed gekluisterde zus weer beter kan maken. Dan krijgt hij een telefoontje van een bedrijf dat alles van hem schijnt te weten. Ze zeggen hem te kunnen leveren wat hij nodig heeft in ruil voor geld. Hij stemt in en krijgt een guinea pig in de vorm van een dode vrouw om proeven op te doen. Na wat dissectie worden de losse menselijke onderdelen onder stroom gezet om een tot leven wekking tot stand te brengen. Het mislukt. Het lijk is misschien te oud, maar al gauw dient een oplossing zich aan.

Een alternatieve versie van het bekende Frankenstein verhaal, dit keer met als doel de geliefde zus te redden. De mini professor gaat steeds extremer te werk en bloed vloeit rijkelijk in wat alweer een grotesque show vol goedkope effecten is dat zich eigenlijk best wel voortsleept - via een door een computer gestuurd hoofd die een deel van het vuile werk opknapt - naar een flauw einde.

Het is in zoverre een stap in de goede richting omdat de komische noot is ingedamd en het verhaal invoelbaar is gemaakt door het menselijke drama dat er aan ten grondslag ligt. Dit zal echter nog beter worden in het afsluitende deel.

Guinea Pig 4 - Devil Woman Doctor


De dame (travestiet) in kwestie stelt zichzelf voor aan de kijker. Ze is een dokter zonder papieren die mensen ‘helpt’ waar andere dokters dit niet meer doen. Ze laat daarna een heleboel ‘patiënten’ de revue passeren die vreemde (in het echt niet bestaande) aandoeningen hebben, waarbij ze laat zien wat de aandoening behelst (met vaak dodelijke gevolgen) en slechts enkele malen grijpt ze daadwerkelijk in om iets te doen (met soms slechte gevolgen).

De film is opgedeeld in een aantal hoofdstukken die het beste als ‘grappige’ horror sketches omschreven kunnen worden. We zien familieleden wier hoofden ontploffen als er te veel stress is. Iemand die een gezicht op zijn buik heeft (de film is uit 1986, dus na Basket Case maar vóór Total Recall). Een wandelende dode die steeds verder aftakelt. Een loslopend orgaan dat een vrouw lastig valt. Er is een nieuws item over een buffet dat bestaat uit menselijke onderdelen. Er is een man die bloed zweet en een man met een bewegende tattoo (met als resultaat een ontvelde man, wat dan weer pre-Hellraiser is). Het wordt steeds ridiculer, deze Japanse Troma, het gaat alle kanten op, de effecten zijn goedkoop maar het is voornamelijk toch zo verschrikkelijk onleuk.


Het dieptepunt van deze serie.

Guinea Pig 3 - He Never Dies


Dit derde deel is echt een (korte) film, die ze dan op vreemde wijze het aroma van echtheid mee willen geven door een Amerikaanse wetenschapper een introductie, een nawoord en tussendoor nog volkomen overbodig een samenvatting te laten geven van wat we net hebben gezien. Volkomen misplaatst dus.

Het verhaal zelf gaat over een sukkel op kantoor genaamd Hideshi, die telkens de wind van voren krijgt van zijn baas en de kut-klussen doorgeschoven krijgt van zijn collega’s. Hideshi ziet het even niet meer zitten, meldt zich ziek en gaat thuis (de clown uit-)hangen. Hij verveelt zich al gauw en begint zich uit verveling (of wanhoop?) in zijn pols te snijden. Hij voelt echter geen pijn, waarna hij zich gaat botvieren op zijn eigen lijf. Het krijgt iets grappigs omdat, wat hij ook probeert, hij niet dood gaat. Dan maar een collega in de maling nemen. Hij laat hem langs komen en jaagt hem de stuipen op het lijf door zichzelf voor diens neus open te snijden (hij werpt hem o.a. – daar heb je ze weer - zijn ingewanden toe). De smerige effecten worden echter grappige idioterie, hoewel de manier waarop hij zijn ingewanden uit zijn lijf trekt nog best aardig is gedaan (voor die tijd). Het is bijna slapstick, hoewel deze flauwe Japanse humor niet aan mij is besteed. Ik moet denken aan Lloyd Kaufman met zijn Tromafilms, waar ik ook niet van hou.


Het is duidelijk dat de serie een andere weg in is geslagen met dit deel. Een weg die mij niet aanstaat waardoor ik het het minste deel tot nu toe vind. Maar het kan nog veel erger, zo blijkt in het volgende deel uit de cyclus.