donderdag 11 december 2014

The Skeleton Twins


“What the hell happened to us”?

Op het moment dat Maggie een overdosis pillen naar binnen wil werken wordt ze gebeld en krijgt ze te horen dat haar broer in het ziekenhuis ligt na een mislukte zelfmoord poging. Ze hebben elkaar tien jaar niet gesproken, maar toch neemt Maggie haar broer Milo voor een tijdje in huis. Het is meteen duidelijk dat ze elkaar (door en door) kennen, maar door omstandigheden en na tien jaar is het toch wat onwennig. Milo ziet een buitenkant die hij omschrijft als een “Martha Stewart wonderland”. Maggie heeft immers de perfecte man, een mooi huis en leuke dingen in het vooruitzicht zoals zwanger worden, leren duiken en een verre reis. Maar net als Milo is ook Maggie  niet gelukkig en door hun intrinsieke verbondenheid, komen via een lach en een traan hun geheimen en onverwerkte trauma’s naar boven met nogal wat gevolgen voor henzelf en sommige anderen.

In de eerste scène, die van het telefoontje, wordt al duidelijk dat dit een zwaar onderwerp is dat op luchtige wijze wordt behandeld. Het is misschien zelfs de boodschap van de film, dat je met humor en relativering een heel eind kan komen. Toch zit er een droevige ondertoon in, die melancholiek maakt. Als Milo aangeeft dat hij soms (zeker onder invloed van drank) depressief is over zijn leven, zegt Maggie dat gelukkige mensen een uitzondering zijn. “The rest of us are walking around trying not to be disappointed with the way our lives turned out”. Of en in hoeverre dit je aanspreekt kan een graadmeter zijn om drank, pillen, spoorwegovergangen en scherpe voorwerpen uit je buurt te houden.


Een aardige film met Bill Hader, Kristen Wiig, Luke Wilson en Ty Burrell (Phil Dunphy!), die de oppervlakkigheid van beleefdheden op ludieke wijze tegenover de ellende van zielenroerselen zet. 

The East


“Op naar The East!”, schreef ik in mijn recensie van Sound Of My Voice, in oktober 2013! Het is nu meer dan een jaar later en er zijn heel wat films tussendoor gekomen, zodat ik The East eigenlijk weer een beetje was vergeten. Uit de stapels films die ik nog wil zien wordt de keuze soms bepaald door een ingeving, een gemoedstoestand. Na het zien van I Origins enkele dagen geleden werd ik met mijn neus op Brit Marling gedrukt en ik moest denken aan wat een intrigerend persoon zij is. “Brit Marling graduated from Georgetown University, with a bachelor's in economics, and was offered a job with Goldman Sachs, which she turned down in favour of a career as an artist. She moved to Los Angeles to act and, after spending a couple of years exploring the movie industry and being offered roles as "the cute blonde in horror movies", she taught herself to write, reasoning that the best way to get decent parts was to write them, herself. She worked on two movies, simultaneously - one in the mornings, one in the afternoons - and eventually both Another Earth (2011) and Sound of My Voice (2011) premiered at the Sundance Film Festival in 2011.” (IMDb). The East heeft zij net als Sound Of My Voice geschreven met regisseur/schrijver Zal Batmanglij. Een rol die dus op haar lijf is geschreven.

Hiller Brood is de beste privé inlichtingendienst ter wereld en houdt zich bezig met anti zakelijk terrorisme. Er is een eco-terroristische groepering genaamd The East bezig met acties en een bedrijf huurt de diensten van Hiller Brood in om na te laten gaan of ze een doelwit is. Geheim agent Sarah (Brit Marling) wordt ingezet als infiltrant om het gevaar vast te stellen en eventueel in te grijpen waar nodig. Ze komt in een kleine groep mensen terecht die drie acties in voorbereiding hebben, waarin ze foute bedrijven (denk aan het dumpen van chemisch afval) een koekje van eigen deeg willen geven. Ze kweekt vertrouwen binnen de groep die een zachte met een harde kant combineert. Zacht naar elkaar toe, bijna als een hippie commune, maar keihard als het gaat om de idealistische acties. Het onderdeel worden van de groep gaat niet zonder consequenties, want Sarah raakt gehecht aan de mensen, begint na te denken over hun motieven alsook de motieven van Hiller Brood. Er zijn zoveel facetten die haar blikveld vertroebelen dat de vraag is of ze moet c.q. wil ingrijpen als het zover is.

Van veel dingen weten we dat het gebeurt, en dat dat niet goed is. Maar meestal kiezen we er voor om onze kop in het zand te steken. The East drukt ons weer eens met de neus op de feiten, op een spannende en verantwoorde manier. Zo kan je boodschap heel goed zijn, maar hoe ga je dit uitdragen? De activisten van The East denken dat het tijd is om dit op extreme wijze te doen, een oog voor een oog, en op die manier de verantwoordelijke topmensen aan te pakken, meteen een heftige boodschap achterlatend. Hiller Brood is een bedrijf dat inspringt op een behoefte, dit op haast militaire wijze tegemoet treedt, maar zich alleen laat leiden door geld en niet stil staat bij de ethische kant van de zaak. De film laat op overtuigende wijze zien wat de invloed van de omgeving op iemand is, wat de consequenties van acties zijn en dat er altijd persoonlijke belangen meespelen. Het morele besef dat ontwaakt in Sarah doet me denken een tekstregel van David Sylvian uit Backwaters: “There are always other possibilities”.


Brit Marling is op haar manier activiste. Ze zet mensen aan het denken via (haar) films. Ik was, ben en blijf fan.

zondag 7 december 2014

I Origins


Moleculair bioloog Ian (Michael Pitt) is van jongs af aan geobsedeerd door ogen. Hij legt ze vast met zijn camera en doet er onderzoek naar. Hij is een man van de feiten en wil aantonen dat ook de ogen een natuurlijke evolutie hebben doorgemaakt. Want juist de ogen zijn het speerpunt in de aanname van gelovigen dat er een intelligente hogere macht, een ontwerper achter alles in het universum zit. Toch is het juist iets onverklaarbaars dat hem op het spoor zet van een meisje waar hij uiteindelijk mee wil trouwen. En daar blijft het niet bij. Haar ogen lijken hem aan te zullen tonen wat wetenschappelijk niet te onderbouwen is.

Dit is een werkelijk prachtige film over wetenschap versus geloof. Van de zeven films die op het Imagine Limited Edition draaien had ik hier de hoogste verwachtingen van en die komen nog uit ook. Regisseur Mike Cahill kende ik al via het ook al zo interessante Another Earth, waar Britt Marling de hoofdrol in speelt. Zij speelde ook in Sound Of My Voice en heeft dus een belangrijke rol in I Origins. Ik noem dit even op omdat al deze films je meenemen op een reis die het ongeloofwaardige zo aannemelijk maken, of je in ieder geval aan het denken zetten over wat mogelijk is. Een zeer doordacht script en aangrijpende vertolkingen hebben de gewenste uitwerking.

Ian maakt een soort reis. Als wetenschapper wordt hij verliefd op een spiritueel ingestelde vrouw, die hem via een mooie, maar niet staafbare redenatie kennis wil laten maken met die andere zijde. Hij sluit zich er echter voor af, ook al kan hij bepaalde zaken niet verklaren, en richt zich geheel op zijn studie, als zijn geliefde door een bizar ongeluk om het leven komt. Maar hoe kun je loslaten als je steeds weer wordt vastgegrepen? Een ‘toevallige’ uitzondering in zijn alledaagse leven brengt hem uiteindelijk dichterbij iets wat hij zo graag wetenschappelijk wil onderbouwen om zekerheid te hebben. Kan geloof dan zekerheid zijn? Het komt allemaal samen in een einde dat - ook al zie je het aankomen – een brok in de keel en een traan in het oog opwekt.

Boeiend, intrigerend, ontroerend.


Voorafgaand aan de film vertelt programmeur Phil van Tongeren dat de inspiratie tot het maken van I Origins het verhaal over de zoektocht naar het Afghaanse meisje van de beroemde National Geographic cover was. Fotograaf Steve McCurry maakte de foto in 1984 toen ze 13 jaar oud was. Pas in 2002 werd ze terug gevonden via biometrisch oogonderzoek. Op wetenschappelijke wijze werd vastgesteld dat het om dezelfde persoon ging.   


Stemoordeel: zeer goed

What We Do In The Shadows


Imagine Limited Edition. Goed initiatief. Het volledige festival vindt pas weer plaats in April volgend jaar, maar er waren zoveel leuke films die tegen die tijd al achterhaald zouden zijn, dat de organisatoren hun vlak na de zomer opgekomen idee van deze één daagse gelimiteerde editie nu al tot uitvoering hebben gebracht. Maar liefst zeven films werden aangekondigd en het vuur in de harten van de fans is zodanig aangewakkerd dat de verkoop boven verwachting gaat en het hele event naar de grootste zaal is verplaatst. Ik ga alleen de eerste twee films zien, want het kost toch een bom duiten (waarom geen goedkopere prijs voor een passe-partout?), ik hoef TCM niet per se te zien en Cold In July heb ik al gezien.


De digitale wekker geeft 06:00 aan en begint te piepen. De camera zoemt uit en je ziet een zwarte doodskist die een stukje open gaat. Er komt een arm uit die de wekker uit zet. De film wordt in één korte scène gevangen.

Een documentaire team volgt een groep vampiers in aanloop naar een samenzijn van vreemdsoortigen tijdens ‘The Unholy Masquerade’. We maken kennis met vier bloeddorstige huisgenoten van verschillende leeftijd, waarvan Petyr (die er uitziet als de vampier uit Nosferatu) met zijn 8000 jaar de oudste en minst benaderbare is. Verder zijn daar jonge hond Deacon, de woeste, uit de Middeleeuwen afkomstige Vladislav en dandy Viago die stipt en netjes is, maar over kan komen als een zeurpiet. Zo roept hij alle vampiers bijeen om de huishoudelijke taken door te nemen en valt hij Deacon aan omdat die al vijf jaar de afwas niet heeft gedaan. “Vampires don’t do dishes”, brengt Deaconin ter verweer. De alledaagse blik in het leven van deze onalledaagse figuren is meesterlijk gedaan. Van tanden poetsen tot stofzuigen tot het uitkiezen van de juiste kleding als ze uitgaan, waarbij Vladislav kiest voor de “dead but delicious look”. De opeenstapeling van prachtige vondsten is niet aflatend. De grappen met een spiegel, de uitleg waarom men maagdenbloed wil, het vaste hulpje dat zich al vijf jaar uitslooft en vergoten bloed opruimt in de hoop ooit zelf het eeuwige leven te krijgen, de hilarische confrontatie met een groep weerwolven, de introductie tot het internet… En vaak is het nog grap op grap ook. “Let me do my dark bidding on the internet”, zegt Vladislav als hij wat bozig zijn duistere bedoelingen gaat botvieren via de hedendaagse digitale toegangspoort. Op zich al leuk genoeg, maar de dubbelzinnigheid van een woord maakt het nog hilarischer als Viago hem vraagt “what are you bidding on?” waarna het nuchtere antwoord volgt: “a table”.

Het gebruik van speciale effecten is spaarzaam maar zeer effectief gedaan. Er zitten wat kleine moralistische boodschappen in de film, voor wat betreft de gevaren van social media en het hebben van vooroordelen over een bevolkingsgroep en de tragische kant van het vampierbestaan komt aan bod. Maar de grap is (gelukkig) nooit ver weg.

Horror en komedie zijn moeilijk succesvol te combineren. De Nieuw-Zeelandse makers van What We Do In The Shadows vonden Interview With The Vampire een prachtige film, maar ze wilden zo graag Brad Pitt eens naar de wc zien gaan. De (niet letterlijke) verwezenlijking van dat idee is volkomen geslaagd.  

Ps. Blijf vooral NIET zitten tot na de aftiteling, want je zou zomaar de hele film kunnen vergeten!

Stemoordeel: zeer goed

John Wick


Zo ingehouden en realistisch als de film die ik net zag is, zo hysterisch en uitvergroot is John Wick. Keanu Reeves speelt de titelrol. Zijn dagen van geweld lagen achter hem als daar niet een reeks van oorzaken een proces in gang zet die hem weer tot de gevaarlijkste ‘hitman’ van New York en omstreken maakt met maar één doel: het vermoorden van de man die zijn hondje doodde. Dat dit hondje het laatste geschenk was van zijn pas overleden echtgenote, kon Iosef - de zoon van de Russische maffiabaas Viggo Tarasov - ook niet weten. Dat neemt niet weg dat John zijn pistolen opgraaft, koers zet naar Iosef en iedereen die in zijn weg staat omver zal maaien.

Dit is natuurlijk pure nonsens, maar verdraaid goed uitgevoerd. Het voelt aan als een video-game. Als de actie eenmaal begint heb je nauwelijks adempauze. John Wick schiet zijn tegenstanders meestal van dichtbij neer, waarna altijd een schot door het hoofd volgt voor de zekerheid. Iets waar zijn tegenstander lering uit had moeten trekken, want als ze John te pakken hebben moet hij toch weer wat omslachtig aan zijn einde komen, wat dan ook niet lukt natuurlijk. Het maakt niets uit. John Wick is volhardend, doeltreffend en onvermoeibaar. Het aantal neergemaaiden is niet bij te houden en de actiescènes zijn zonder veel opsmuk gefilmd en komen lekker agressief over. Het hotel vol gelijkgestemden is een aardige vondst en de Engelse ondertiteling van wat er in het Russisch wordt gezegd is inventief in beeld gebracht (denk aan Timur Bekmambetov’s Daywatch).


Kortom, een heerlijke adrenaline injectie.

Infiltrant


1986. Onze eerste woning was aan de Admiraal de Ruijterweg in Amsterdam. Drie hoog, mooie etage, erg duur. We moesten maandelijks fl. 825,00 cash afdragen aan de pandjesbaas die onder ons woonde. We hebben onze zolder verhuurd aan een student om wat speling te hebben. Daar vingen we fl. 200,00 voor. Geen ideale situatie, dus op zoek naar iets betaalbaarders en dat vonden we een jaar later via een officiële makelaar een paar honderd meter verderop, dezelfde Admiraal de Ruijterweg, ditmaal de eerste verdieping. Het scheelde meer dan de helft, want we waren slechts fl. 405,73 kwijt. Geen luxe badkamer, maar een kleine douche, veel opknapwerk, qua ruimte op zich niet veel minder dan de vorige woning en een hele grote zolder die we niet hoefden te verhuren. We hebben er zeven jaar gewoond. Dagelijkse boodschappen deden we in de buurt. Bij de groenteboer in de Reinaert de Vosstraat, de slager met heerlijke Filet Américain op de Bos en Lommerweg en de bakker op de hoek. En als we geen zin hadden om te koken liepen we naar de snackbar op de Rijpgracht.

In die tijd woonden er ook al Marokkanen in deze buurt, maar in de loop der jaren is dat aantal erg toegenomen. Het heeft het straatbeeld veranderd, want op veel winkels pronken nu niet Westerse namen. De snackbar op de Rijpgracht, die eerst een andere naam droeg en daarna een tijdje ‘Dies Re’ heette, heet nu toch gewoon ‘Desiree’. Het is deze snackbar waarop undercover agent Samir (Nasrdin Dchar) uitzicht heeft vanuit zijn (nep)makelaarskantoor. Nadat hij op non-actief is gezet wegens te hard ingrijpen is hij door hogerhand benaderd om te infiltreren in een groep Marokkaanse criminelen die in de Bos en Lommerbuurt actief is. Het duurt niet lang voordat het eerste contact wordt gelegd, maar het winnen van vertrouwen is iets dat niet vanzelf gaat. Toch lukt het Samir op vindingrijke wijze onderdeel te worden van de bende, die in de softdrugs handel zit en via hem aan een goed pand komt om er wiet te telen. Met aanhoudingen in het verschiet komt Samir in gewetensnood, omdat vriendschap en familie in zijn nieuwe omgeving boven alles gaan. Een ervaring die hij zijn leven lang heeft moeten ontberen.


Infiltrant is een geslaagde film. Dat is deels te danken aan het feit dat het simpel wordt gehouden. Geen poespas, gewoon een interessant verhaal vertellen op chronologische wijze. De basis van dit verhaal wordt daarbij goed onderbouwd. Samir is de zoon van een Nederlandse vrouw en een Marokkaanse man. Met haar is moeizaam contact, met hem geen. Hij is erg intelligent, het beste jongetje van de klas, maar een eenzame wolf en daardoor onaangepast en geen kandidaat voor promotie. Het werk als infiltrant lijkt daarom op zijn lijf geschreven, ware het niet dat hij in conflict komt met zijn loyaliteit. Dat er van de kant van de politie eerder tegenwerking dan steun is daar debet aan. De film komt zeer realistisch over en er zijn geen dingen waar je je aan ergert, zoals vergezochte acties of overdreven personages. Regisseur/schrijver Shariff Korver houdt goed focus, de acteurs strak, maar vergeet niet dat het ook spannend moet zijn. Door de verhaallijn naar België en zelfs Marokko te laten leiden krijgt de film een internationaal cachet en stijgt het boven de buurt, de stad en ons land uit. 

dinsdag 2 december 2014

Cold In July


East Texas 1989. Lijstenmaker Richard Dane komt in een penibele situatie terecht waarbij hij in zijn recht staat, maar iets vreselijks moet doen. De daad knaagt aan zijn geweten en heeft meer gevolgen, want er verschijnt iemand op het toneel die een bedreiging gaat vormen voor hem en zijn gezin. Het zorgt voor veel angst, stress en irritatie tussen Richard en zijn vrouw. Als dan ook nog blijkt dat er iets stinkt aan het hele gebeuren gaat Richard op zoek naar antwoorden.

Ik hou dit verslag expres vaag, want te veel weg geven is zonde. Cold In July neemt de tijd om het verhaal te vertellen. Dat verhaal gaat een andere komt op dan je zou denken. Richard vormt een soort bondgenootschap met nog twee mannen op zoek naar de waarheid. Die waarheid stinkt niet een beetje, het is een beerput die open gaat. Ze zeggen wel eens ‘what has been seen, cannot be unseen’. De gruwelijke realiteit maakt iets los in het trio, waarbij ieder zijn eigen redenen heeft om in actie te komen. De ‘Howdy Doody time’ die volgt is even bloederig als spannend.


Mooie rollen van Michael C. Hall als Richard, met ingehouden accent en een snor die even verkeerd is als zijn kapsel, en ook Don Johnson - die een klein beetje humor aan het geheel toevoegt - zet een interessant karakter neer. Door de aparte insteek, zowel het verhaal als het trio, ben je als kijker in het begin wat zoekende. Wat is de bedoeling? Waar gaat dit heen? Het verrassende pad waar je op terecht komt blijkt een studie naar de duisterheid in de mens, die in iedereen aanwezig is, maar soms iets nodig heeft om aan de oppervlakte te komen. Het levert een mooie tegenstelling op in de film. In je recht staan en iets vreselijks doen wat je geweten bezwaard tegenover niet in je recht staan en iets vreselijks doen wat je geweten verlicht. Die dubbelzinnigheid maakt dat niet de bloederige ontlading, maar juist dat laatste kalme beeld van de film nog lang in je hoofd na spookt.