woensdag 23 november 2011

The Thing




Hij is van mijn leeftijd, een maand jonger dan ik om precies te zijn. Matthijs van Heijningen jr. zag in zijn tienerjaren John Carpenter’s The Thing in het City Theater te Amsterdam. Voor mij was dat de Bellevue Cinerama, de bovenzaal met balkon en vreemde kunstwerken aan de zijkant. Zowel voor hem als voor mij heeft de film een verpletterende indruk achter gelaten. De combinatie van het geïsoleerde sneeuwlandschap, de diversiteit aan karakters, de paranoïde sfeer, de fantastische score en natuurlijk de grensverleggende, uiterst plastische en totaal krankzinnige special effects deed de film in mijn top vijf van beste horror films aller tijden komen.

Verschil moet er wezen. Matthijs heeft nu de prequel verfilmd. Ik type mijn gedachten over zijn film van me af op een onbekende blog.

Ik had natuurlijk wel mijn bedenkingen, vooraf. Wie denkt hij wel dat hij is om een prequel te maken van mijn film. Dat kan natuurlijk nooit iets worden. En toch ook benieuwd zijn en er toch naar toe gaan, ook al zijn de recensies niet echt heel goed.

De film vertelt dus het verhaal dat vooraf gaat aan het begin van Carpenter’s klassieker. De Noren, die iets in het ijs hebben gevonden, een ding, dat ze uitgraven en willen onderzoeken. Maar het nemen van een monster (pun intended) van het wezen is het begin van het einde. Het ding ontsnapt en heeft de vervelende eigenschap zich als bodysnatcher te gedragen. Het wordt een simpele aftelsom waarin niemand veilig is en iedereen het ding kan zijn.

Om alvast antwoord te geven op de retorische vraag die ik stelde twee alinea’s terug, Matthijs van Heijningen jr. denkt dat hij een fan van de film is. Sterker nog, dat weet hij en dat weet ik nu ook door de manier waarop hij deze film heeft gemaakt: met liefde en eerbied voor het origineel (dat ook al een remake was trouwens). En nee, er worden geen nieuwe paden betreden; en ja, die van Carpenter is en blijft beter. Maar je merkt in alles dat er met zorg is nagedacht over de uitvoering van deze versie. Vanaf het ouderwetse Universal logo aan het begin tot en met het einde dat zich tijdens de aftiteling afspeelt en het begin inluidt van The Thing uit 1982. Je zou een volledige checklist af kunnen vinken van overeenkomsten, waardoor de film welhaast een remake lijkt. Laten we het houden op een eerbetoon. Ook nu krijgen we special effects die geheel in lijn liggen, slimme en fantasievolle variaties zijn op hetzelfde thema, met goed toegepaste CGI, waardoor het ouderwetse animatronics gevoel toch in stand blijft. Of variaties op een thema, zoals de goed verzonnen proef om er achter te komen wie menselijk is en wie niet. Er wordt een mooie link gelegd. Zo zien we waar de aan elkaar gesmolten hoofden en lichamen uit het origineel vandaan komen. Zelf s de ouderwetse spanning is goed te voelen. De paranoia dan weer wat minder…

Wat mij betreft is de missie van van Heijningen jr. dan toch geslaagd. Zijn eigenzinnigheid (echte Denen gebruiken die af en toe ook Deens praten) en vooral zijn hart voor de zaak hebben daar zeker aan mee 
geholpen. Kennelijk is dat niet voor iedereen duidelijk.

Immortals (3D)




Tarsem Singh. Deze regisseur heeft me voor het eerst visueel betoverd met zijn debuutfilm The Cell, een dikke tien jaar geleden. Er zijn wel meer regisseurs die hun plot ondergeschikt maken aan het plaatje, maar zelden is dit zo uniek en betoverend gedaan, dat het verhaal je niet eens zo veel meer kan schelen. Hij zette zijn volgende stappen in het magistrale The Fall, waarin hij zijn grenzenloze en oogverblindende fantasie niet alleen in beeld, maar ook beter in het verhaal  tot zijn recht liet komen. Ik keek dan ook uit naar Immortals en zou een (alweer) mager uitgangspunt als kapstok voor zijn visuele flair op de koop toe nemen.

Dat uitgangspunt is snel samen te vatten. Eeuwen geleden vochten de Goden tegen de Titanen. De Goden wonnen en sloten de Titanen op in een kooi in een berg. Het wapen om ze vrij te krijgen, de verloren geachte machtige boog Epirus werd ergens anders verborgen. De Goden hebben gezworen nooit in te grijpen in de wereld van de mensen, tenzij de Titanen vrij komen. Om dit te voorkomen heeft oppergod Zeus zich in mensengedaante ontfermt over Theseus, een nobel en rechtschapen man die de strijd aan gaat met de machtige en wrede Hyperion, die op zoek is naar de boog, om zijn familie te wreken, Griekenland te onderwerpen en de Goden te tarten. Goden, een held, een wreedaard, een bevallig orakel, een lieve moeder, een verrader, een ruwe bolster met blanke pit… Het zijn de uitvergrote stereotypen die prima passen bij een groots spektakel als dit.

Waarom valt het dan wat tegen?

Hier en daar zien we weer prachtige beelden, mooie decors, fantastische kleding en ornamenten. Maar de wereld er omheen is grijs en grauw, doet doods aan. De kapstok lijkt te weinig haken te hebben om er iets moois aan op te hangen, wat eigenlijk heel vreemd is. Kennelijk heeft Tarsem Singh niet een bluescreen, maar de pracht van de echte wereld, de natuur, architectuur nodig als basis om zijn fantastische creaties tot volle wasdom te laten komen.

De film wordt in één adem genoemd met 300 (zelfde producer), maar kent een belangrijk verschil. 300 is gebaseerd op een unieke strip met een heel eigen karakter. Dat karakter werd vrij subliem vertaald naar het scherm, waarbij eenzelfde soort wereld functioneel en ondersteunend aandeed. Immortals had enorm gebaat bij een aanpak waarbij Singh, net als in zijn vorige film, een echt decor had kunnen gebruiken. Dat was echter niet alleen onbetaalbaar geweest, maar ook vrijwel onmogelijk. Het geeft wat mij betreft wel aan dat de regisseur het beter niet in deze hoek kan zoeken.

Hoewel er enkele memorabele scènes zijn (zeker als de Goden in actie komen), blijft de film nu wat steken in de schaduw van indrukwekkender voorgangers. 

Terri




“It feels good to be wanted”, zegt een leuk uitziend, maar onzeker meisje richting het einde van de film. Het was voor haar de drijfveer om iets te doen dat ze eigenlijk helemaal niet wilde. Met alle gevolgen van dien. Het lijkt voor Terri echter totaal geen issue.

Terri is een hele dikke jongen, die voor zijn zieke oom zorgt en in zijn pyjama naar school gaat, alwaar hij eventuele negatieve opmerkingen negeert en geheel zijn eigen weg volgt. De directeur van de school krijgt hem in de smiezen en zorgt voor wekelijkse afspraken, waarin ze praten, over de gang van zaken, alledaagse dingen, persoonlijke gevoelens. Ook de directeur is er niet eentje van dertien in een dozijn. Hij probeert echt contact te krijgen met Terri en andere leerlingen die het moeilijk hebben, door ze het gevoel te geven dat ze er toe doen. Je kunt de leerlingen indelen in twee categorieën, zegt het hoofd van de school tegen Terri. Je hebt de goeden en de kwaden. De uitersten van beiden houdt hij in de gaten. Terri behoort volgens hem tot de eerste categorie.

Zo kabbelt de hele film een beetje door, met vreemde snuiters en hun gesprekken. Buitenbeentjes die toch wel gekrenkt zijn, ook al laten ze dit misschien niet meteen merken. Door de misstap wordt het onzekere meisje ook een buitenbeentje. Terri is de enige die het voor haar opneemt. Misschien omdat hij zichzelf in haar herkent, zich in haar situatie herkent. Hij bewijst op het moeilijkste moment, waaraan hij zo gemakkelijk toe zou kunnen geven, dat hij inderdaad tot de goeden behoort. Niemand is perfect; het gaat om de intentie.

Ik kan niet beweren dat ik dit nu zo’n goede film vind. Daarvoor gebeurt er toch te weinig en zijn de karakters niet goed genoeg uitgewerkt. Maar de speciale sfeer en de mooie intenties van enkele individuen, die alleen maar proberen hun best te doen, komen authentiek over en laten je toch met een fijn gevoel achter.  

Als de aftiteling voorbij komt zie ik aan het einde ‘extra special thanks’ met wat namen daaronder. Eén naam ken ik. Josh Hartnett. Wat zou hij gedaan hebben voor deze film om die vermelding te krijgen. Het zijn van die mysterieuze en intrigerende dingen des levens, waarvan de betekenis zich nooit zal openbaren. Ahum. 

donderdag 17 november 2011

The Woman




Een happy (?) familie in een alledaagse Amerikaanse setting. Vader, moeder, zus, broer en nog een klein zusje. Vader Chris is advocaat en gaat graag in zijn eentje jagen in het bos achter hun huis. Op één van zijn tochten krijgt hij een totaal verwilderde vrouw in zijn vizier. Hij neemt haar gevangen en houdt haar vast in zijn schuur. Beschaving, discipline; dàt moet worden bijgebracht. Wie anders dan deze nobele jager om haar dat bij te brengen. Allemaal onder het mom van het bieden van hulp. Daarvoor zet hij de hele familie in. Ieder krijgt zijn taak, een geheim familie project.

De familie is echter verre van happy. De dominante vader is gewend dat alles op zijn manier gaat. Geen vragen en zeker geen ge-maar. Dat dit een juk is voor voornamelijk de vrouwen binnen het gezin wordt duidelijk. Vraag is, of het juk afgeworpen kan worden door de komst van ‘the woman’. Is zij de katalysator van dit verhaal? “Heb ik ooit iets uit de hand laten lopen”?, oppert Chris op een gegeven moment. Het is een aanwijzing op een presenteerblaadje.  

Mooie rollen van o.a. de vaste actrice van regisseur Lucky McKee, Angela Bettis, in deze aparte en originele film, die boeit door de manier waarop de boel uit de hand dreigt te lopen, waarbij de vader in zijn poging alles onder controle te houden steeds onbeschaafder wordt. Een aparte sfeer, gelaagdheid, subtiele humor (“don’t do anything I wouldn’t do”), een goed toegepaste soundtrack en een zeer schokkende finale maken dit de beste film van McKee tot nu toe. Misschien ook niet zo gek als je bedenkt dat hij het script samen met Jack Ketchum schreef, die al eerder extreem huiselijk geweld liet zien in zijn boek The Girl Next Door dat ook voortreffelijk is verfilmd. Hoewel iets minder realistisch en indringend dan die verfilming is The Woman zeker goed geslaagd te noemen.

“Not every monster lives in the wild” is de tagline van de poster. Laat ik daar aan toevoegen: you can take the woman out of the wild, but you can’t take the wild out of the woman…

Ps. Alvast ter info: Anoftalmie is een zeldzame aandoening die ontstaat tijdens de zwangerschap en leidt tot onontwikkelde ogen. 

F




De laatste tijd heb ik enkele films gezien met slechts een enkele letter als titel. Het intense Deense gevangenis drama ‘R’, de spannende Australische hooker-thriller ‘X’ en nu dan ‘F’. De ‘F’ van ‘fail’. In rood geschreven bovenaan een proefwerk van een scholier. Een scholier die ook nog even door de leraar wordt gekleineerd en daarop de leraar een kopstoot geeft. Het komt tot een rechtszaak, die de leraar verliest omdat de school de vingers er niet aan durft te branden. De leraar trekt aan het kortste eind, reputatie naar de maan, huwelijk op de klippen, een mentaal wrak met als enige houvast de fles.

Op een doordeweekse avond zijn er zoals altijd alleen nog wat ijverige leraren, bewakers, schoonmakers en een leerling met straf in de school aanwezig. Die worden zonder aanleiding aangevallen door onbekende jongeren. Schimmen zijn het, met het hoofd diep verborgen in hun capuchon, geruisloos en snel als de wind werken ze de overgeblevenen stuk voor stuk af. Eerst wat angst zaaien, spelen, dreigen, om vervolgens onverbiddelijk toe te slaan.  

Wat begon als een typisch Engels sociaal bewust drama ontpopt zich al snel tot een spannende horror slasher! Ik zou het een aardige cross-over variant willen noemen. Het doet denken aan een film als Ils (Them), waarin verveelde jongelui terreur zaaien, over grenzen heen gaan die hen nooit zijn gesteld. Het is de boodschap die je in de film kunt lezen. Dat die grenzen dus niet worden vastgesteld, dat de opvoeding heeft gefaald, omdat ouders geen tijd hebben voor hun kinderen, de schuld bij de school leggen als het fout gaat met hun kind, dat ‘opeens’ blijft zitten, of wordt aangepakt wegens ongepast gedrag. In dit geval durft de school de confrontatie niet aan te gaan met de leerling die de kopstoot uitdeelde. Bang voor schadeclaims en een slechte naam, maar daardoor wel een speelbal van deze hooligans. Waar trek je die grens, wat is tolerabel? Wanneer loopt het uit de hand, wie is de uiteindelijke boosdoener?

Laten we niet vergeten dat het toch voornamelijk een spannende film moet zijn, die de dreiging toont die uitgaat van het schorem. Hun totale gebrek aan empathie. Verwacht wat dat betreft dus geen uitgebreid in beeld gebrachte moord taferelen, hoewel enkele resultaten ervan beeldend genoeg zijn. Net als bij Ils steekt echter ook hier een lichte mate van verveling op, omdat het feit dat de schimmen anoniem zijn de spanning wat temperen. 

The Human Centipede II (Full Sequence)




Net als Grotesque is deze film in eerste instantie afgewezen (‘banned’) door de BBFC. Na het toepassen van enkele ‘cuts’ (totaal 2m 37s) werd de film echter wel openbaar gemaakt voor het Engelse publiek. De ophef in deze kwestie heeft voor veel gratis publiciteit gezorgd.  Grappig feit is, dat de film het uitgangspunt van de ban op inventieve wijze op de hak neemt. De reden van de afwijzing is (o.a.): ‘The BBFC are also obliged under the Video Recordings Act 1984 (VRA) to have special regard to the likelihood of any harm that may be caused to the viewer or, through their behaviour, to society’. The Human Centipede II begint met het einde van de eerste film, waar iemand naar zit te kijken (!) die daardoor zelf aan de slag gaat met praktijken die niet erg vriendelijk zijn voor de maatschappij. Het mini-universum van filmclassificatie in een notendop.

De iemand in kwestie is Martin, een klein, dik, vies, zweterig, astmatisch, bebrild mannetje met uitpuilende ogen en een moedercomplex, die werkt als parkeerwachter in een ondergrondse garage. Zijn obsessie voor de film The Human Centipede (First Sequence) zet hem aan om mensen te verzamelen om het ultieme menselijke bouwwerk te volbrengen, die de naam van de film eer aan doet.  

Martin (Laurence R. Harvey) is een vondst. Het zowel zielige als vieze ventje als protagonist die de vunzige ideeën tot uitvoer gaat brengen. Een stereotype uitvergroting die past bij het absurde thema. Wat dat betreft niet zo heel anders dan Dr. Heiter (Dieter Laser) uit de eerste film, alleen is deze sequel veel beter opgebouwd, uitgewerkt, uitgevoerd en gefilmd. De film is toonvaster (weinig uitglijders) en zelfs realistischer, in al zijn gekheid. Ook de keuze om alles in zwart/wit te filmen geeft een meerwaarde, een extra grauwheid, welhaast kunstzinnigheid, nou ja, laten we zeggen dat het op zijn minst een boeiende toevoeging is aan de ongemakkelijke sfeer die er heerst.

In een rustig tempo volgen we Martin’s onstuimge reis naar zijn einddoel. Bedenk daarbij dat hij een parkeerwachter is, en geen getraind chirurg. De gore-factor wordt langzaam opgeschroefd  (het verwijderen van iemands tanden is daarbij niet het enige venijnige hoogtepunt) en al doende blijken de simpele oplossingen vaak de beste.

Regisseur Tom Six overtreft zichzelf. Het is pas nu dat zijn duivelse idee de vorm krijgt die het verdient en het maakt  dat de verwachtingen voor The Human Centipede III (Final Sequence) enorm zijn gegroeid. Iets dat ik op basis van het debuut niet had kunnen bevroeden.

Ps. De filmposter is trouwens ook geheel in stijl ‘inaccurate’, omdat deze versie als zodanig niet in de film voor komt. Misschien in deel 3?

dinsdag 15 november 2011

Grotesque




Een man wacht een verliefd stelletje op, knuppelt ze neer en neemt ze mee naar een onbekende locatie om ze  eindeloos te folteren. “Wind me op door je wil tot overleven en ik laat jullie gaan”. Zie hier het zieke doel.

De film is zeer extreem op de manier waarop deze seks en geweld combineert. De nietsontziende en vaak in volle glorie gebrachte lichamelijke martelingen zijn gruwelijk. De dader versterkt dit alles met  smerige psychologische spelletjes. Zo maakt hij een ketting van afgehakte vingers van het mannelijke slachtoffer voor het vrouwelijke mikpunt, als zieke gift ter aantoning van affectie. De Makita kettingzaag is voor handen (letterlijk en figuurlijk!).

Om zijn doel te bewerkstelligen en zo lang mogelijk te ‘genieten’ van zijn daden verpleegt de psychopaat telkens de wonden die hij heeft toegebracht en stelt hij regels op die verlossing zouden kunnen bieden. Je vraagt je af of je zo’n marteling überhaupt nog wilt overleven. Waarom je mee zou gaan in dit perverse spel, waarvan de sadist de regels opstelt. Is die verlossing zaligmakend? Na drie kwartier is er een omslagpunt, waarbij je zou kunnen denken dat hoop doet leven.

Ik zeg: laat alle hoop varen!

‘Banned in the UK!’ staat er op de hoes van de Nederlandse uitgave van de dvd te lezen. Op de kleine idioterie aan het einde na is deze film een humorloze gruwel die door de BBFC (British Board of Film Classification) is afgewezen op de gronden dat “harm (…) may be caused to the viewer or, through their behaviour, to society. This risk of harm includes encouraging a dehumanised view of others, callousness towards victims and taking pleasure in the pain or humiliation of others”. Een oordeel gebaseerd op de ‘ Video Recordings Act’  van 1984 (!). Een ware ‘ video nasty’  dus…