donderdag 19 april 2012

Lovely Molly



De bus naar Amsterdam, lopen vanaf het Centraal Station naar Kriterion. Films kijken, van de middag tot in de avond, terug lopen naar de Prins Hendrikkade, bus pakken naar huis. Slapen. Opstaan, recensies schrijven over de films die ik gisteren heb gezien en weer de bus naar Amsterdam. En dat anderhalve week lang…

Dat kan maar één ding betekenen. Het Imagine Film Festival is weer begonnen. In mijn geval heb ik maar acht dagen de tijd, want ik ga aan het einde van de festivalweek naar Barcelona. Dertien films heb ik al vóór het festival gezien en zijn ook te vinden op deze blog, maar niet onder de noemer Imagine, want daar staan alleen de films onder, die ik echt tijdens het festival heb bekeken. Doe er je voordeel mee.

Je kunt iemand het mes op de keel zetten. Dat kan je ook bij jezelf doen. Aldus gebeurt in de opening van Lovely Molly, die er helemaal niet zo ‘lovely’ uit ziet. Haar wanhoop spreekt boekdelen en met deze korte introductie van dingen die gaan komen is deze ‘amuse’ een belofte. Het verhaal is simpel. Molly is pas getrouwd met Tim en ze betrekken het huis van Molly’s recentelijk overleden ouders. Het is een groot oud huis, vol piepende deuren en enge kelders. Tim is vanwege zijn beroep (trucker) veel van huis, waardoor Molly alleen in het huis vol herinneringen zit. De geschiedenis lijkt haar in te halen als het huis steeds meer vat krijgt op de jonge vrouw. Paranormale activiteiten brengen haar steeds verder van de wijs. Een onverwerkt trauma ligt op de loer.

Eduardo Sanchez, bekend van The Blair Witch Project, houdt het opnieuw dicht bij huis. Letterlijk en figuurlijk! Het simpele gegeven wordt uiterst goed benut. De angst dat iemand je huis betreedt als je ligt te slapen. De spanning die je voelt als je de trap af gaat om te zien wat er aan de hand is. Van waar komt het gevaar? Jezelf moed inspreken. “C’mon Molly, get your shit together”, maant Molly zichzelf aan. De camera volgt, dicht op de huid. Het werkt. Maar dat is nog lang niet alles. Er ligt iets diepers aan ten grondslag, iets waar je niet zo snel de vinger op kunt leggen, ondanks de aanwijzingen die je krijgt.

Zeer indrukwekkend gespeeld door Gretchen Lodge (haar eerste rol!),nogal onaangenaam bloederig (geduld wordt beloond), intrigerend en uiterst verontrustend. Deze week had niet veel beter kunnen beginnen.

Stemoordeel: Goed

woensdag 18 april 2012

War Of The Arrows (Choi-jong-byeong-gi Hwal)



Spanning en emotie. Het is direct raak in deze Koreaanse film van Han-min Kim en ik besef me direct wat ik heb gemist in Reign Of Assassins. Dit zijn geen superhelden, maar mensen van vlees en bloed. Hier vloeien echte tranen.

Vader wordt voor de ogen van zijn kinderen gedood. De jongen (Nam-Yi) en zijn kleine zusje (Ja-In) weten te ontkomen en zichzelf en de speciale handboog van vader in veiligheid te stellen. Dertien jaar later. Het is het jaar 1636 en met wat omwegen valt er niet te ontlopen aan het pad dat voor Nam-Yi is voorbestemd als de 2e Manchu invasie in Korea plaats vindt, de Chinezen het land binnen vallen, dood en verderf zaaien en vreedzame Koreanen als gevangenen mee terug nemen.  Ja-In is er één van. Vader’s boog en vele pijlen zullen uitkomst moeten brengen.

Met een historische achtergrond is dit een woest verslag van de wreedheden van zelfzuchtige heersers en de moed, opoffering en het doorzettingsvermogen van enkele individuen.

Dit is een ‘action packed’ spektakel om je vingers bij af te likken. Superspannend van begin tot eind. Ik maak er verder geen woorden aan vuil: gaat dat zien!  

Reign Of Assassins (Jianyu)



Ik kwam voor het eerst in aanraking met martial arts op het bewegende scherm toen ik als kleine jongen in de jaren zeventig vol verwondering en bewondering naar de serie Lin Chung en de Rebellen van Liang Shan-Po keek op tv. In deze Japanse serie (ook bekend onder de naam The Water Margin)over het feodale China van duizend jaar geleden strijden rebellen tegen het corrupte en wrede keizerlijke regime, verpersoonlijkt door de gouverneur Kao Chiu. Onder de rebellen bevonden zich natuurlijk Lin Chung zelf, de ‘Robin Hood’ avant la lettre, een zuivere held, maar ook de olijke monnik Lu Ta, de indrukwekkend getatoeëerde Wu Sung en de man die zulke gigantische sprongen kon maken Tai Sung. Maar het meest onder de indruk was ik van Hu San-Niang, de mooie dame die met maar liefst twee zwaarden tegelijk (zowel boven- als onderhands in gebruik) het kwaad te lijf ging en die méér dan haar mannetje stond. Wauw. Dat ze zo konden vechten. Dat een vrouw zo kon vechten. Dat ik met mijn on-Hollandse uiterlijk werd uitgescholden door een oudere jongen uit de buurt voor Lin Chung deerde mij niet zo veel. Het was een geuzennaam die ik maar al te graag droeg.

Via de Amerikaanse serie Kung Fu, stripboeken, korte tijd de tv-piraat,  en later de reeds besproken Horrorclub kreeg ik eens in de zoveel tijd een injectie van een genre dat me altijd blijft fascineren, ook al hoef ik er niet te veel van te zien. Later bracht Ang Lee het genre naar een groter publiek met zijn Crouching Tiger, Hidden Dragon.

Hoewel ik onlangs de Water Margin weer eens heb bekeken, is het lang geleden sinds ik een Kung Fu film heb gezien. Ik ben dus best benieuwd naar Reign Of Assassins die op het Imagine film festival te zien zal zijn.
Een legende. Helden, schelmen, een magiër, moordenaars, een wijze monnik en een fatale vrouw. Martial arts. Speren, tijgerklauwen, een flexibel zwaard, verborgen dolken, sikkels, vlammende zwaarden en naalden. Martial arts. Verpakt in wervelende actie scènes, waarbij personages in onmogelijke posities, al vliegend en in slow motion hun vechtkunsten tonen. Eer, wraak, trouw, verraad. Martial arts. Afgewisseld met zoektochten, Oosterse wijsheden, karakterontwikkeling, een vleugje romantiek en hier en daar een aap uit de wijde Kimono-mouw.

Leuk, gesneden koek voor de liefhebber, maar uiteindelijk weinig nieuws onder de Chinese zon.

El Gato Desaparece



Vier doktoren buigen zich over de zaak van Luis (Luigi). Hij is in een psychose terecht gekomen, vertoonde paranoïde, jaloers gedrag, werd agressief en moest gedwongen worden opgenomen in en kliniek. Daar onderging hij behandeling, kreeg medicijnen en nu lijkt de zaak tot een goed einde gebracht, de medicijnen werken, er zijn geen afwijkingen meer aangetroffen en Luis mag naar huis. Aldus besluiten de vier artsen. De filmtitels volgen…

Luigi wordt opgehaald door zijn vrouw Beatriz (Betty) en ziet dat er thuis wat dingen zijn veranderd in zijn afwezigheid. Er zijn wat muren geverfd, de boeken staan anders. Zelfs de kat lijkt hem niet meer te herkennen en reageert uiterst agressief. Logisch dat er dingen veranderen als je zo lang weg bent geweest. Maar de vraag in deze is, of Luigi zelf is veranderd. Of moet ik zeggen, in hoeverre hij daadwerkelijk de oude is?

Het duurt erg lang voordat er iets gebeurd. Luigi oogt compleet normaal. Zijn vrouw heeft toch moeite met de situatie, met hem. Subtiele speldenprikken zijn stille voorbodes, maar waarvan eigenlijk? Het geduld van de kijker wordt op de proef gesteld. Heel erg op de proef gesteld.

Het gegeven dat je iemands psychische gesteldheid niet (meer) vertrouwd en wat dat met je kan doen is een zeer interessant gegeven dat in deze Argentijnse film helaas niet ten volle wordt benut. Dit is te wijten aan de zeer slome ontwikkeling waarbij de uitkomst even flauw als onbevredigend is.

maandag 16 april 2012

Blood Red Shoes – Melkweg (oude zaal) Amsterdam, 13 april 2012



Vrijdag de dertiende. Op weg naar een concert van de Blood Red Shoes. Vorige keer was het een stomend Paradiso. Dit keer de Melkweg. In het voorprogramma speelt een Belgische band die ik een beetje ken en wel aardig vind. Hun eerste cd Free Blank Shots heb ik enige malen gehoord en er is nu een nieuwe schijf uit die ik nog niet heb gehoord. Precies op tijd spelen ze naar ik vermoed aardig wat van die nieuwe cd, want de nummers die ik dan nog in mijn herinnering heb zitten hoor ik niet voorbij komen, maar dat kan ook aan mij liggen. Ik moet eerlijk zeggen dat de drie jongens uit Gent me niet helemaal overtuigen met hun stevige (stoner) rock. Dat kan komen doordat ik de nummers niet (goed) ken, maar ik mis ook iets in de manier waarop ze het brengen. Ik mis wat overtuigingskracht. Helemaal aan het einde maken ze dat dan toch nog even goed en laten ze zich van hun stevigste kant zien (die dan aanschurkt tegen een band als Drums Are For Parades) in het instrumentale nummer Cowboy Panda’s Revenge, dat heerlijk doordendert in overrompelende modus. Toch maar die nieuwe cd eens uitchecken. (Hier een leuk linkje tussen het voor- en hoofdprogramma).

Ook weer mooi op tijd begint het (nu al) herkenbare en heerlijke drumpatroon van Cold, een nummer van de nieuwe cd In Time To Voices van de band waar we allemaal voor zijn gekomen. Een cd waarop ze – volgens eigen zeggen - een nieuwe weg zijn ingeslagen, waarbij iets meer de pas op de plaats is gemaakt, de diepte van een song is opgezocht en niet meer in elk nummer de dynamiek van hard versus zacht hoeft te zitten. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang het maar memorabele songs oplevert. Dat gebeurt gelukkig en daarbij vind ik het niet zozeer een nieuwe weg als meer een natuurlijke evolutie die gepaard gaat met volwassen worden. Zo veel verschil is er nu ook weer niet met het vorige album, waar het nerveuze, punkerige geluid van hun debuut al een beetje was losgelaten.

Er wordt een gezonde mix van songs van alle albums gespeeld. Toch is even aftasten tussen de band en het publiek. Iedereen voelt dat het in de lucht zit. Er wordt wel al gedanst, maar helemaal los gaat het nog niet. Dat heeft ook te maken dat nummers als In Time To Voices en het imponerende When We Wake zich daar iets minder voor lenen. Iets voorbij de helft van de set daagt Steven zelfs de mensen op het balkon uit om er vanaf te springen voordat ze aan Keeping It Close beginnen, waarna de remmen pas echt los gaan en het stagediven en crowdsurfen als vanouds worden opgepakt. De vaart en het moment worden niet meer losgelaten en Steven’s verzoek om bij het laatste nummer I Wish I Was Someone Better “bat-shit fucking mental” te gaan is niet aan dovemansoren gericht.

Natuurlijk komen ze nog terug. Vanaf het balkon heb ik zicht op de setlist die op de mengtafel onder mij ligt en ik zie nog twee nummers staan. Dat worden er uiteindelijk drie, te beginnen met It’s Happening Again. Na het nare bericht over het stagedive-ongeluk tijdens het Ongetemd festival in Den Haag wordt er hier niet zozeer gedoken in de massa (op één idioot na) als wel met beleid neergezegen op het publiek, zoals een Chinees uitziend meisje in jurk met schoudertas na zachte landing op handen wordt gedragen.  Bij Colours Fade is er dan toch een klein incident als er steeds meer mensen het podium opklimmen en daar blijven staan. In 2008 gebeurde tijdens het concert hetzelfde en stond op een gegeven moment het hele podium vol publiek. Eerst probeert een roadie voorzichtig in te grijpen, maar laat al gauw de feestvreugde voor wat die is. Dat is niet het plan van de veiligheidsdienst van de Melkweg die vervolgens ingrijpt, want die dondert een stuk of zes man van het podium af. Zeer begaan met hun fans vragen zowel Steven als Laura-Mary of het goed gaat, of iedereen nog leeft, want “that was a bit brutal”.

Om te laten zien dat ze het nog niet zijn verleerd kondigt Steven de nu echt laatste song Je Me Perds (van hun laatste cd!) aan met: “this is for the punkrockers”. Na anderhalve minuut heerlijke schreeuwpunk verlaten Steven en Laura-Mary direct het podium in totale duisternis, een overdonderend applaus achter latend.
Zoals altijd bij deze band: een energiek en overtuigend optreden. Hun missie is weer geslaagd.  

donderdag 12 april 2012

Bellflower



“The most evil looking, rumbling, bad ass, flame throwing muscle car”. Dat is het ideaal van de twee vrienden Aiden en Woodrow. Helemaal volgens hun jongensdromen, volgens Mad Max traditie. En dan noemen ze die ‘infernal machine’ Medusa. Ondertussen houden ze zich totaal onverantwoord bezig met stoere zaken, zoals het opblazen van een propaanfles, of het maken van een heuse vlammenwerper. “What if it blows up”, vraagt Woodrow zich hardop af. “Then we’re on fire”, is het praktische antwoord van zijn beste vriend. “Do we have safety stuff?” Bijna vergeten, waarop ze zonnebrillen opzetten. “I feel much better now”. Puberaal gedrag van mannen die geen pubers meer zijn. Maar wat een lol hebben ze en wat een vriendschap.

Op een dag leren ze Milly en haar vriendin Courtney kennen. In een bar natuurlijk. Veel drank, stupide weddenschappen en lol. Maar ook een vonk die over slaat tussen Woodrow en Milly. Voorzichtig leren ze elkaar kennen. Aiden heeft ook wel een oogje op Courtney. De onderlinge relaties ontwikkelen zich en na verloop van tijd worden een aantal zaken op scherp gezet, met alle nare gevolgen van dien.

De film leunt op de sprankelende, innemende en gevaarlijke interactie tussen de hoofdpersonen (die volkomen naturel spelen) in het zonnige Californië, doordrongen van warme en kleurrijke beelden ondersteund door fijne soundtrack. Een tijdloos verhaal over vriendschap, liefde, jaloezie, vertrouwen en een droom die op zich haalbaar is, als er maar geen zijwegen worden ingeslagen. En zijn niet die zijwegen af en toe zo interessant?

Hoewel Bellflower een (wat flauw) trucje toepast tegen het eind, kan ik het de makers  al niet meer kwalijk  nemen, want de film voelt ondertussen als een goede vriend, die je zo’n kleine misstap graag vergeeft.

Filmquiz EYE



Onlangs is het nieuwe filmmuseum in gebruik genomen. Laat de filmquiz gepresenteerd door Anna Drijver nu een mooie gelegenheid zijn om er eens een kijkje te gaan nemen.

Het begint al meteen met een primeur, want ik ben nog nooit met de pont naar Amsterdam Noord geweest. Het is een komen en gaan van die vaartuigen, je hoeft nooit lang te wachten en binnen enkele minuten sta je aan de overkant van het IJ, alwaar het nieuwe wonder der architectuur op ons staat te wachten. Het is een Eye-catcher eerste klas. Via de houten trappen komen we bij de ingang waar we worden overdonderd door witheid. Muren, vloeren, plafonds.. Alles is wit.

Voor ons de kassa’s, die we rechts kunnen laten liggen (want we hebben al e-tickets), waarna we dus het linkerpad nemen richting de centrale ruimte. Die is enorm groot, met een bar in het midden, prachtige houten trappen richting de grote zaal (die in de uitstekende nok zit, die – zoals ik heb gelezen – als die vol met publiek zit enige centimeters doorzakt), tafeltjes en stoeltjes die ook trapsgewijs zijn geplaatst en fantastisch grote ramen zodat je op welke plek dan ook een prachtig uitzicht hebt op de voorbijvarende schepen met de skyline van het centrum van Amsterdam daarachter. Het geeft een uniek, maar ook vreemd effect, dat uitzicht door het glas. Alsof de ramen een filmdoek vormen die een documentaire over het IJ laat zien. Magnifiek!


We gaan de boel een beetje verkennen, lopen de grote trappen op en kunnen onze nieuwsgierigheid niet bedwingen om de ‘Room with a View’ te bekijken, die hoog bovenin zit. Via het trappenhuis (een aanrader als je van stille plekjes in drukke gebouwen houdt) komen we in dit glazen oog met uitzicht over de gehele centrale ruimte.  Een prachtige plek voor zakenlieden die er een vergadering op niveau kunnen houden. Laat ik op dat niveau dan meteen de toiletten uitproberen. Dat gaat goed tot ik mijn handen wil wassen. Zeep lukt nog, maar waar is toch de kraan? Een klein detail.


De zalen liggen verspreid over de verschillende verdiepingen. Naar de zalen 2 en 3 hebben ze de witte muren gelukkig versierd met enkele filmposters. Hoewel er zaal 3 op onze ticket staat moeten we toch bij 2 zijn. Bij de ingang krijgen we een ‘Kunst en Cultuur Magazine’, een setje filmquiz vragen, een pen en een ‘eye-light’. Dat laatste hebbedingetje is een kleine zaklamp die het logo van Eye als een Bat-signal op een donkere muur kan laten verschijnen. De multifunctionele zaal heeft een inschuifbare tribune met 130 zitplaatsen. Hoewel de stellage flink kan trillen als er mensen de trap op- of afkomen, zitten de luxe klapstoelen goed en is de beenruimte uitstekend. We zoeken een plekje en nemen vast de vragen door die je van tevoren kan beantwoorden. Het zijn film quotes en cartoons, waarbij je de titel van de film moet zetten. De quotes ben ik geen kei in, de cartoons van Scottc kom ik verder mee en variëren van makkelijk Roman Holiday tot moeilijk Das Cabinet Des Dr. Caligari. Je kunt hier zelf een leuk testje doen. Ondertussen speelt de band Blind Parade om de sfeer te verhogen.


Anna Drijver gaat deze avond dus presenteren en doet dat naarmate de avond vordert steeds beter, met een natuurlijke flair die plezierig overkomt. Er staan vijf statafels klaar met vier duo’s die de verschillende kanten van de filmwereld vertegenwoordigen. De makers, de recensenten, de programmeurs en de distributeurs (geloof ik). Dus geen acteurs, zoals de website beloofde. De vijfde tafel zal na de pauze worden ingenomen door het team uit het publiek dat de meeste vragen goed heeft beantwoord. Aan de hand van filmfragmenten slaan we ons door een berg vragen heen die gaan over soundtracks, verliefde blikken, openingsscènes, debuutfilms etc. Ik merk meteen wat mijn zwakte is, namelijk films van voordat ik films ben gaan kijken. Dat geeft niets, want de sfeer is uitstekend, het is toch spannend om mee te kunnen doen, lekker om te scoren en toe te geven aan de ‘oh ja’s’ (als het dus toch ergens in het hoofd was blijven steken) of de complete ‘blanks’ (bij het nooit geregistreerde) als de antwoorden voorbij komen. Mijn korte moment van glorie is als Anna vraagt of echt niemand die vraag over Romero goed had en ik mijn hand in de lucht kan steken.

In de pauze worden de scores geteld en gaat men naar de bar om een drankje te halen, waar die bar totaal niet op is voorbereid, met te weinig en niet al te ad rem personeel. Het is nu al 22:15 uur, het tijdstip dat de quiz zou eindigen, maar het is nog niet gedaan met de pret. De recensenten blijken idioot hoog te scoren. Het beste team uit het publiek dat ook niet onaardig bezig is heeft Hedwig van Driel in de gelederen, misschien bekend als recensent voor Schokkend Nieuws. Er volgen nog wat rondes met vragen die punten op kunnen leveren bij een goed antwoord, maar ook strafpunten bij een foutieve uitspraak. De feesttoeters die worden gebruikt om te melden dat je het antwoord weet zorgen voor de nodige hilariteit. Opvallend is, dat het publieksteam opvallend goed scoort bij het auditieve deel, waarbij je alleen een filmster hoort praten, waarna je de naam van degene in kwestie moet noemen en de titel van de film.

Uiteindelijk zijn het toch de recensenten die er met de wisselbokaal en een tas vol leuke prijzen vandoor gaan, met het publiekskoppel als opvallende tweede.  De wisselbeker houdt in dat er nog vele Eye-quizzen zullen volgen. Count me in!

Omdat het ondertussen al 23:15 uur is geworden lopen we terug naar de pont. Achter ons worden er beelden geprojecteerd in de vorm van een oog op het indrukwekkende voormalige gebouw van de Shell dat naast het filmmuseum staat. Alsof een eenogige reus over de stad waakt.