donderdag 18 april 2013

The Grandmaster



De slotfilm. De prijsuitreiking. Alleen voor genodigden. Tenminste, tot voor kort, want de overgebleven tickets zijn alsnog in de verkoop gegaan voor simpele zielen als ik, die niet in Amsterdam wonen en de laatste voorstelling toch niet mee kunnen maken omdat dit het thuis komen bemoeilijkt. Zou ik de film, die op zich niet te hoog op mijn verlanglijstje staat omdat ik wel een beetje klaar ben met martial arts, eerst niet kunnen zien, nu dus wel. Dus begeef ik me weer naar boven, de lange houten trappen op richting die grote in de lucht hangende zaal, waar ik mijn ‘gatskaken’ naast de ingang op één van de gekleurde zitpoefjes neervlij. 

De slotfilm. De prijsuitreiking. Het is te merken. Daar loopt “hallo, ik ben Chris Oosterom, artistiek directeur van dit festival”, die zijn stoute schoenen (Vans) heeft uitgetrokken en er nette voor in de plaats heeft gedaan met bijpassend pak. Kijk aan, daar is ook productieleider Kelly Willemse in een prachtig jurkje in zwijgende film kleuren, hoewel de bijpassendheid van haar schoenen discutabel zijn. Iedere medewerker die straks om welke reden ook in het voetlicht treedt is vanavond mooi opgedoft.

En dus volgen de bedankjes (Eye, sponsors, medewerkers, vrijwilligers, publiek – alstublieft) en worden er prijzen uitgereikt door ‘vakkundige’ jury’s. Dat ik het daar als onderdeel van het kijkend publiek niet altijd mee eens ben mag de pret niet drukken. En ach, laat ik die gratis bytes benutten en alles even opnoemen.

De Black Tulip-jury, bestaande uit Renate Dorrestein (schrijfster), Berend Jan Bockting (journalist) en Maarten Groen (directeur/regisseur DPPLR) kende de Black Tulip 2013 toe aan: Wolf Children van Mamoru Hosoda.

De Méliès-jury, bestaande uit Ronald Rovers (journalist), Erik de Jong (muzikant Spinvis) en Esther Rots (filmmaakster) kende de Méliès d’Argent 2013 voor de Beste Europese Fantastische Film van Imagine toe aan: Fin van Jorge Torregrossa.

De Méliès d’Argent in de categorie Beste Korte Europese Fantastische Film toegekend aan Perfect Drug van Toon Aerts.

De MovieZone Jury, bestaande uit de jongeren Sam ten Thij, Margot van Helvert, Janneke Angeneind, Maxime Pottuit en Maarten Valstar, kende de Imagine MovieZone Award toe aan: Citadel van Ciarán Foy.

De publieksfavoriet is nu nog niet bekend want er draait nog een film waarvoor gestemd moet worden. Maar de volgende dag komt mijn hoop uit en gaat The Battery van Jeremy Gardner & Adam Cronheim er met de Silver Scream Award vandoor.

Wat mij betreft zijn de Silver Scream Award en de MovieZone Award dus het best gekozen.

We zien trailers van de winnende films, filmpjes van de winnaars of winnaars die hun prijs persoonlijk in ontvangst nemen. Applaus, award, applaus, bloemen, applaus.

Dan is het tijd voor de nieuwe martial arts film van Wong Kar Wai, die vol zit met Kung Fu, Wing Chun, Baguazhang – 64 hands, Noord en Zuid, oude wijze leermeesters, ongeduldige opstandige jongelui, Oosterse wijsheden, sierlijke vechtchoreografieën van Yuen Woo-ping, onmogelijke liefde, eer en dus ook wraak, verlies, close-ups, slow motion, wind, regen, een stalen blik maar leuke oortjes, perfect uitgebalanceerde shots als kleine kunstwerkjes, melodrama, strijkers en violen, witte wintertuinen…  

Het verhaal van IP-man, de man die Bruce Lee trainde, ook al komt die laatste er verder niet echt in voor. Het is mooi gemaakt, maar niet iets dat ik niet eerder en hetzelfde heb gezien. Het meest interessante deel vind ik als IP-man (Tony Leung) als vertegenwoordiger van het  Zuiden een bezoek brengt aan de oude meester van het Noorden, die met ‘pensioen’ gaat, een laatste demonstratiegevecht wil en een huis vol afgevaardigden heeft, ieder met een eigen vechtstijl. Als IP-man het huis door gaat, ontmoet hij drie mensen die hun stijl laten zien in een vriendschappelijk treffen met hem.

Een stemoordeel mogen we niet geven, want er zijn te veel genodigden en medewerkers aanwezig, wat de stemming zou kunnen beïnvloeden. Maar de mijne zou ‘zozo’ zijn geweest, omdat ik er – zoals ik verwachtte -  toch wel een beetje klaar mee ben.

Conclusie over Imagine? Ik heb een stuk minder films bekeken dan normaal. Dat heeft te maken met het feit dat ik er al een aantal had gezien, er dit keer minder is te combineren (vorig jaar draaide een film drie keer, nu twee keer) en er veel bij zat waar ik geen interesse in heb (losse films, maar ook onderdelen als Bollywood en Anime). De nieuwe locatie is erg mooi en goed bereikbaar, maar in mijn ogen niet sfeervol passend bij het festival. Zoals altijd heb ik films in alle oordeelcategorieën gezien, van hopeloos tot zeer goed, waarbij het gemiddelde in ieder geval voldoende was. De verrassingsfilm was bagger en gezien de historie zou je denken dat men daar iets mee zou moeten doen. Er waren weer volop gasten, leuke Q&A’s en weinig zaken die echt mis gingen. Toch zag ik dit jaar minder vaak oude bekenden (Jan Doense, Mark van den Tempel, Erik Kriek, Typex, en een hele hoop bezoekers die ik elk jaar zie, niet ken, maar er nu dus een paar van minder of geheel niet zag). Toch heb ik het gevoel dat de directie van het festival een andere richting op wil gaan. Er meer bij willen horen, niet meer het ondergeschoven kindje willen zijn, indruk willen maken, gelikt over willen komen. Daar lijkt het steeds meer naar toe te gaan. Iets dat niet alle oudgedienden (van medewerkers tot vrijwilligers tot bezoekers) die al jaren en jaren naar dit festival gaan op prijs zullen stellen. Ik zeg niet dat het een verkeerde richting is en ik begrijp het ook best.

De dertigste editie is volgend jaar. Misschien een goede tijd om een nieuw festivalletje te beginnen, terug naar de krochten van Kriterion, of Pathé City voor mijn part, dat met zijn kruipdoor sluipdoor gangetjes en voldoende zalen genoeg duistere sfeer en mogelijkheden biedt om films te draaien die terug gaan naar het horror genre, waarvan het hart toch het hardste gaat kloppen in velen van ons.  

European Fantastc Shorts 2013-1



Op weg naar het eerste Europese korte filmoverzicht dat ik als tweede ga zien tijdens Imagine zit ik in de tram en speelt er in mijn hoofd een korte film af door het gesprek dat ik opvang van de mensen die achter mij zitten.

Een man en een vrouw stappen in, checken in en gaan achter me zitten. Ze zijn rond de vijftig, schat ik. De man heeft een stem die me doet denken aan die van Youp van ’t Hek. Een volle, ietwat overdreven geluid met veel adem. Ze hebben het over het inchecken. Dat het lijkt alsof ze uitcheckten terwijl ze incheckten. “Misschien is de kaart er twee keer over heen gegaan?”, vraagt de vrouw zich af. “Ik heb toch goed uitgecheckt de vorige keer, zegt de man”. “En wat gebeurt er dan, hoe wordt je dan belast?” vraagt de man. “Dan krijg je volgens mij wel een hoger bedrag” denkt de vrouw te weten. “Maar als we naar de bestuurder gaan, die kan toch wel zien of het goed is gegaan?” jammert de man weer. Gedurende de hele rit (die een half uur duurt) komen ze er elke keer weer op terug. Ik denk op te maken uit hun verdere gesprekken dat ze werken voor de gemeente of in de politiek, want hij heeft het over stemlijsten. In de buurt van het Museumplein wordt hij gebeld. “Ik heb een vrije dag” hoor ik hem zeggen, “maar als je een korte vraag hebt dan kan ik je wel een antwoord geven”, merkt hij zakelijk en ietwat autoritair op. Hij gaat iets regelen voor de vrouw de hem belt. Hij moet ergens voor zorgen, maar zegt haar dat ze hem over enkele dagen gerust mag testen of zijn geheugen goed heeft gewerkt. Hij hangt op en het gesprek met de vrouw naast hem vervolgt zich. Dat hij zo’n belangrijke, invloedrijke positie heeft zegt ze. Interessant is, dat ik het gevoel heb dat ze iets met elkaar hebben, waar niemand iets van mag weten. “Ik ben toe aan een lekker terras” zegt ze. “Ja, een lekker kopje koffie”, antwoordt hij suf. Ze zijn duidelijk niet erg bekend in Amsterdam (hij vraagt constant “waar zijn we nu”), maar zijn er wel al eens geweest. “Was dit niet de plek waar we eens een broodje hebben gegeten?”, vraagt zij in de buurt van de van Baerlestraat. Het gesprek komt op iets dat net is voorgevallen. “Ik ben er wel door aangedaan”, zegt zij, “en jouw stemming is ook veranderd, voel ik”. Ze praten over een hotelkamer die ze hebben geboekt via internet, maar kennelijk is dat mis gegaan. “Dat daar geen toezicht op is”, merkt hij op. “Het leek wel alsof hij schulden had of zo”, zegt zij, “het was ook zo leeg”. “Misschien verhuurde hij het wel illegaal”? “Maar ik vind het wel heel fijn om met jou hier te zijn” zegt hij opeens. Er valt een korte stilte. “We nemen wel gewoon een duur hotel”, gaat zij verder, “het Mövenpick of zo”. “Dat kost wel € 300,00 per kamer”, zegt ze, alsof het haar niets meer kan schelen en geld geen rol speelt. “En het Amstel?”, vraagt ze zich hardop af, “zit dat hier in de buurt?” “Nee, ik geloof het niet”, antwoordt ze zelf. “Dit ziet er leuk uit hier”, vervolgt ze. “Waar zijn we nu?”, vraagt hij voor de zoveelste keer. “Dit is het Leidseplein, denk ik”, weet ze voorzichtig te beweren. “Kom, we stappen uit”, gebiedt ze hem welhaast. Ze checken uit, stappen uit. Een paar opgeschoten jongens hoor ik opeens schreeuwen en wijzen, ”kijk dat dan man!” “Kom op, klop op het raam”. Geen idee wat ze zien. “Alleen in Amsterdam, man” zegt er eentje. Als we verder rijden zie ik wat ze bedoelen. Het koppel van daarnet staat uitgebreid te tongen, midden op het Leidseplein.

Genoeg gepraat, de korte films, die erg worden verstoord door licht dat niet uit gaat, geluid dat te zacht staat en bovenal het constante openen van de zaaldeuren om te checken of het ondertussen al goed gaat en door mensen die veel te laat binnen komen (tot wel vijf keer aan toe).


Out There - Randal Plunkett (Ierland 2012)
Je wordt wakker in het bos met een hoofdwond. Watskeburt? Iets ergs, dat heb je al snel door. En dat het met zombies te maken heeft ook, dat voel je gewoon aan. De herinnering komt langzaam terug en een genomen beslissing komt zeer ongeloofwaardig over wat de rest van de film minder interessant maakt. Daarbij is er een tussen scène in een huis vol enge foto’s die wat mij betreft volkomen overbodig is. Schrap die scène en wijzig de omstandigheden waardoor de beslissing wel geloofwaardig wordt en je zou nòg niet meer dan een aardige film hebben.


Defeated - Jose Manuel Meneses (Spanje 2012)
Een man en vrouw, praten over een strijd die gevoerd moet worden. Waarom hij nou toch overal bij moet zijn, klaagt ze. Nog even en dan kan ik meer tijd bij jullie (er is ook een baby) doorbrengen. Ook hier krijg je het gevoel dat het niet helemaal klopt wat je ziet. Gaat dit soms om LARP? De clou is grappig. De aanloop wat lang.


Perpetuum Immobile - Marc Martí (Spanje 2013)
Een zeer irritante loop in zwart/wit.


Rew. Day - Svilen Dimitrov (Bulgarije 2012)
Een prachtige animatie waarin we op sublieme wijze met terugwerkende kracht kunnen zien hoe de wet van Murphy in werking treedt, ook al had je het zo anders verwacht ton je ’s morgens wakker werd.


Lief Konijn - Camiel Schouwenaar (Nederland 2012)
Niemand luistert naar de vrouw met een groot probleem, omdat iedereen teveel met zichzelf bezig is. Maar als niemand er een probleem van maakt, is het wel een probleem dan? Leuk verzonnen. Op Alex van Warmerdam wijze uitgevoerd. Naar het boek van Imme Dros.


The Trap - Alberto Lopez (België 2012)
Een variant op de rode knop waar bij staat dat je er niet op moet drukken. Wat doe je dan? Mooie vondst en akelige uitwerking.


Nostalgic Z - Carl Bouteiller (Frankrijk 2012)
Een doorgewinterde soldaat heeft de oplossing gevonden voor het zombieprobleem. Lokken en afmaken. De lokmethodes hebben met hun verleden te maken. Wel grappig, maar ook vrij onzinnig als oplossing.


And Death Will Be Alright - WeAreTrèsGentil (Frankrijk 2012)
Slaapverwekkende en wat pretentieuze kunstfilm met een vage boodschap. Over iets bereiken en de methode daartoe vinden? WeAreArtyFarty!


Lonely Bones - Rosto (Nederland 2013)
Onbegrijpelijke maar imponerende computeranimatie van de bekende maker Rosto, die al eerder filmpjes op dit festival heeft gehad. Fantasie zonder grenzen kan mooi zijn, maar er iets van begrijpen is toch ook wel fijn.


Perfect Drug - Toon Aerts (België 2012)
Groengekleurde chemische goedjes in buisjes (Re-Animator!) zorgen voor een slechte trip met hysterische gevolgen. Prachtig gefilmd, hier en daar lekker goor en een paar zinderende vondsten. Deze film krijgt uiteindelijk de Méliès d’Argent in de categorie Beste Korte Europese Fantastische Film.

Evil Dead



Alweer een griezelfilm uit de jaren tachtig waarvan je zou denken, blijf er met je poten vanaf. Toch deed ook hier de trailer het hart sneller slaan en ook nu kom ik niet bedrogen uit.

Na een heerlijk intro komen vijf jongeren bijeen in een hutje in een bos dat toebehoort aan de ouders van broer David en zus Mia, die dus twee van die vijf zijn. Mia zit met een drugs probleem en in deze afgelegen hut gaat ze met hulp van haar vrienden en broer afkicken, ‘cold turkey’. Het is al eens mis gegaan en haar vrienden zien dit als haar laatste kans, dus zullen ze alles doen om haar hier te houden en het afkicken door te zetten. Al gauw stuiten ze op een kelder vol dode katten en een in (menselijk?) leer gebonden boek dat vol staat met duivelse tekeningen en spreuken. Het feit dat iemand er aantekeningen in heeft gemaakt die er op wijzen dat je dit boek niet moet lezen, wordt dat natuurlijk wel gedaan (duh!) en met het uitspreken van enkele vreemde woorden wordt een entiteit opgeroepen die bezit neemt van Mia. Dan krijgen we de spreekwoordelijke poppen aan het dansen.

The Evil Dead, een instituut. Zo’n beetje de ‘original cabin in the woods movie’. De remake is in opzet eigenlijk alleen anders door een traditionelere filmische aanpak. Geen (toen zo vernieuwende) ‘shaky cam’ of aparte invalshoeken. Voor de rest volgt de film het origineel redelijk nauwkeurig. Dat je van sommige zaken af moet blijven hebben de makers ook begrepen (vergeet niet dat Bruce Campbell en Sam Raimi een oogje in het zeil hielden als producers), dus geen potlood in de hiel. Andere dingen, zoals de verkrachting door het bos zijn net even anders ingevuld. De boodschap die echter moet worden overgebracht is dezelfde: ‘when the shit hits the fan, the cabin will be drenched in blood’! Op dat vlak gaat de film in volle overdrive. 
Rücksichtslos en extreem. Ik heb gelezen in sommige recensies dat de film wel wat meer humor had kunnen gebruiken. Daar ben ik het niet mee eens. Humor haalt vaak de harde kanten van de horror af en gevatte oneliners zijn zo passé dat ik blij ben dat er maar eentje in deze film zit. Vergeet daarbij niet dat The Evil Dead een heel andere film is dan Evil Dead II, waarin de nadruk veel meer op gekte en humor lag.

Wat mij betreft dus een zeer geslaagde remake met een (letterlijk en figuurlijk) spetterend einde. Oh ja, vergeet niet te blijven zitten tot de laatste titels van het scherm zijn verdwenen. Een heerlijke knipoog voor fans van het origineel volgt nog.

Stemoordeel: zeer goed

Maniac



Frodo (a.k.a. Elijah Wood) heeft zijn hobbitvoeten afgeworpen en de stoute schoenen aangetrokken. Hij speelt de hoofdrol in de remake van William Lustig’s Maniac uit 1980. Dit is een film uit de hoogtijdagen van de (obscure) slasher films, een periode die mij heeft gevormd bij het kijken naar griezelfilms. De trailer zag er veelbelovend uit. De film blijkt niet minder.

Een door zijn losbandige moeder verknipt geworden man brengt zijn verknipte geest in praktijk door mooie vrouwen te stalken, af te maken en te scalperen, waarna hij de scalpen op zijn verzameling paspoppen plakt zodat de vrouwen voor altijd bij hem kunnen zijn. Als hij iemand ontmoet die interesse toont in zijn werk, voelt hij de mogelijkheid voor een echte relatie.

Na het weergaloze Haute Tension heeft het schrijversduo Alexandre Aja en Grégory Levasseur via wat mindere tussenstappen (o.a. P2 en Mirrors) hun blinkende vorm terug gevonden met het script voor Maniac. Samen met regisseur Franck Khalfoun en producent Lustig zelf (!) weten ze de cultklassieker nieuw leven in blazen op een overtuigende wijze.

Waar zal ik beginnen? Met de keuze om (bijna) alles vanuit het gezichtspunt van de moordenaar te filmen. De invulling hiervan is briljant. Je ziet alles dus vanuit zijn ogen, je hoort zijn zware adem, zijn stem die veel dichterbij (als in je eigen hoofd) klinkt dan de andere stemmen. Daarnaast maakt de POV je haast zelf een dader, die de arme vrouwen via gehavende, vieze handen met een mes bewerkt. De enkele keer dat je de moordenaar ziet, is via een spiegeling, in zijn (dag)dromen of één keer, bij een moord, alsof hij boven zichzelf uitstijgt en ziet wat hij doet. Je hoort het conflict dat zich in zijn (jouw) hoofd afspeelt. Als een soort Gollum werken zijn schizofrene gedachten medelijden op, als hij weer het mes in een vrouw heeft gezet: “Why can’t you leave them alone? I hate you”! Het ontstaan van de schizofrenie en misogynie wordt uitgelegd door beelden van vroeger waarin hij als kleine jongen getuige was van de losbandigheid van zijn moeder (seks en drugs) waardoor hij zich impotent voelt (wat in een prachtig beeld wordt verwoord).

Dan de wereld om hem heen. Het speelt zich af in het heden (mobieltjes en tattoos), maar alles wijst naar de groezelige, grimmige sfeer van de jaren tachtig, vol schimmige straten, nachtelijke shots, verlaten metrogangen en donkere flats. Voeg daarbij de passende synth-score en je vergeet bijna dat het de tegenwoordige tijd is.

Als laatste de moorden en het scalperen. Onbehaaglijk, zeer grafisch, verrassend (1e moord!), luguber, origineel, maniakaal, tenenkrommend, ranzig.


Uit alles blijkt de liefde voor het origineel, met een subtiele visuele ode aan de videohoes van dat origineel. Voor het eerst sinds tijden heb ik weer een beetje het gevoel terug dat ervoer toen ik als jongeman het origineel uit de stoffige schappen van de videotheek trok en thuis in korrelig beeld de grenzen van mijn incasseringsvermogen aftastte.

Stemoordeel: zeer goed

dinsdag 16 april 2013

Hellbenders (Verrassingsfilm)



De verrassingsfilm. Elk jaar probeer ik het weer en meestal is het een teleurstelling. Maar je weet het nooit. Ook dit jaar gaan er weer geruchten over welke film het zal zijn. In de gangen gaat het gerucht dat het om een stripverfilming zal gaan. Dan zou Iron Man 3 de meest voor de hand liggende zijn, want die gaat 24 april in première en kent zelfs een voorpremière op 22 april. Maar het festival heeft meestal niet zulke grote titels en de aanvangstijd van de volgende film zou dan niet haalbaar zijn (Iron Man 3 duurt meer dan 2 uur). Andere opties? Kick-Ass 2  en The Wolverine  zijn nog niet uit.

Als we de zaal inlopen krijgen we een 3D bril uitgereikt. Zou het dan toch?

Het is wishful thinking. Het licht gaat uit en we zien weer een opgenomen video van regisseur J.T. Petty dit keer met zijn baby op schoot die aankondigt dat we zijn nieuwe film Hellbenders gaan zien.

Hellbenders gaat over The Augustine Interfaith Order of Hellbound Saints, een groep priesters die er alles aan doet om zoveel mogelijk zonden te begaan, zodat als ze een exorcisme moeten doen, ze de demon in zichzelf kunnen lokken om vervolgens zelfmoord te plegen, zodat de demon is overwonnen. “Who’s damnation ready?”, vraagt de hoofdpriester. “I’m five for seven” antwoordt er een, waarmee hij bedoelt dat hij vijf van de zeven hoofdzonden heeft afgevinkt. We zien de groep heel veel vloeken, waterpijp roken, bezeten mensen afrossen en vooral praten over de zondige zaken die ze hebben gedaan of willen doen. Grappig hoor, kerels (en een vrouw) in priestergewaad die dat soort dingen doen. NOT! Het heeft er niet eens zo veel mee te maken of dit mijn soort humor is denk ik, het is gewoon slecht en onleuk gedaan.

Er lopen twee zaken door elkaar, met een ‘demon on the loose’ en vertegenwoordigers van de Katholieke kerk die de groep uit het ambt wil zetten. Voor het grootste deel kijk je naar oninteressante figuren die eindeloos leuteren over wat er allemaal moet gebeuren. In het middenstuk zit één episode (over een bezeten jongen), die in een wat serieuzere aanpak nog enigszins te verstouwen is en aan het einde moet zogenaamd de hel op aarde komen, wat ik niet zie gebeuren met een paar kampvuurtjes en banale knokpartijen. En waarom heb ik in hemelsnaam een 3D bril op mijn neus? Alleen voor die slechte CGI-vliegen?

Ik hoop al snel maar één ding tijdens het kijken: GET IT FUCKING OVER WITH!

In de tradities van slechte sneaks tijdens Imagine is dit weer een nieuw dieptepunt. Ik begrijp niet dat de programmeurs na al die tijd nog steeds niets hebben geleerd, wat dit betreft.

Stemoordeel: hopeloos

Nog even een overzicht van de sneaks de afgelopen tien jaar, met de IMDb score er achter:

2013 Hellbenders (4,6)
2012 [REC]3 Génesis (5,2)
2011 The Ward (5,5)
2010 Survival Of The Dead (5,0)
2009 Lesbian Vampire Killers (5,2)
2008 P2 (5,8)
2007 The Invisible (6,1)
2006 The Woods (5,7)
2005 Kung Fu Hustle (7,7)
2004 Shaun Of The Dead (8,0)

Overduidelijk een dalende trend met een absoluut dieptepunt dit jaar. Daarnaast is het geen rapport waar je mee over zult gaan…

The ABC's Of Death



Een horror anthologie. Een leuk idee. De 26 letters van het alfabet zijn de enige leidraad voor het maken van een korte film. Regisseurs uit diverse landen kozen een letter en moesten een titel voor hun film kiezen die met deze letter begint. Het resultaat is zoals bijna altijd bij dit soort projecten een wilde mengelmoes van ideeën en stijlen, met leuke, slechte, grappige, extreme, smerige, indrukwekkende en experimentele gevolgen.

Ik licht de hoogtepunten er kort uit.

Cycle (Ernesto Diaz Espinoza) weet op beklemmende wijze te spelen met een loophole.

Dogfight (Marcel Sarmiento) een gevecht zonder dialoog, schitterend gefilmd in slow motion.

Fart (Noboru Iguchi) een idiote vertelling met seksuele lading over scheten, zoals ze dat alleen in Japan weten te verzinnen (zoals wel meer korte filmpjes in deze anthologie aantonen).

Libido (Timo Tjahjanto) zet de meest perverse en schokkende uit de reeks neer, walgelijk en toch ook tot nadenken stemmend.

Nuptuals (Banjong Pisanthanakun) uiterst grappig, over je bek voorbij praten op het verkeerde moment.

Pressure (Simon Rumley) over de zelfkant van de maatschappij, waar iemand nog steeds een mens is, met goede bedoelingen tot het uiterste gedreven, depressief makend realisme.

Toilet (Lee Hardcastle) een werkelijk briljante klei-splatter animatie, ultiem handwerk (je ziet de vingerafdrukken zitten) dat is gekozen uit vele inzendingen om als laatste toe te treden tot deze verzameling films. Met de andere 171 (!!!) inzendingen kun je nog uuuuren vullen.

Unearthed (Ben Wheatley) van de man die met Kill List en Sightseers al voortreffelijke visitekaartjes achter liet en met deze korte film - een van de beste in de reeks - laat zien dat zijn ideeën nog lang niet zijn opgedroogd. Er wordt een vampier gedood en we zien alles vanuit het gezichtspunt van de vampier. Fenomenaal.

XXL (Xavier Gens) laat nog even zien waar die nieuwe golf van extreme horror enkele jaren geleden vandaan kwam. Frankrijk natuurlijk! De druk van de buitenwereld zet een dikke vrouw aan tot een radicale maatregel. Gruwelijk. XXL. Xavier. Xtreme!!!

Maar er zat dus ook genoeg bij dat onder de maat was, weinig zeggend, puur voor de vorm ging, of compleet absurd was.

Stemoordeel: zozo 

Mon Ami



Een korte videoboodschap van regisseur Bob Grant ter introductie van de film laat ons weten dat als je een pretentieuze Franse artfilm verwacht, je beter de zaal kunt verlaten. Voor alle anderen: veel plezier.

Twee vrienden, Teddy en Callum, werken bij dezelfde winkel. Hal’s Hardware, een bouwmarkt waarbij direct de toon wordt gezet als we zien hoe deze winkelbediendes met het begrip ‘customer care’ omgaan en die klanten vervolgens toch het laatste woord hebben in de vorm van een wraakzuchtige daad. Aangezien alle hoop op promotie de grond wordt ingeboord hebben ze een plan bedacht om de knappe dochter van de eigenaar te ontvoeren. Bij het doel er van hebben ze waarschijnlijk niet eens stil gestaan, want vanaf het begin van de film weet je dat dit onnozele duo tot weinig productiefs in staat is, laat staan een ingewikkelde en gevaarlijke klus als deze goed uit weet te voeren. Ik bedoel, een ‘fishpoinker’ als wapen?! De tagline van de poster spreekt wat dat betreft boekdelen. Wat volgt is dan ook een aaneenschakeling van alles wat er maar fout kan gaan dat ook daadwerkelijk fout gaat.

Van de regen in de drup, van kwaad tot erger. Op hilarische wijze weten de twee hoofdpersonen het voor elkaar te krijgen om alles mis te laten gaan, waardoor ze steeds dieper in de problemen komen en de oplossingen steeds gruwelijker worden. Leuke vondsten, grappige vertolkingen, flitsende montage, running gags zoals (pijp roken, eieren bakken, de waterkraan en) het mobieltje van Teddy dat steevast afgaat als ze net iets belangrijks moeten doen en zijn hysterische vriendin aan de lijn hangt die haar vraagtekens zet bij hun ‘fishing trip’. De ongelooflijke domheid van de hoofdpersonen, die gewoon in hun eigen winkel gaan shoppen voor zware gereedschappen om de smerige klus te klaren…

Een geslaagde komedie die de lach aan zijn broek heeft hangen. Geen diepere lagen of betekenissen, maar dat is niet nodig als je zo goed wordt vermaakt.

Stemoordeel: goed