dinsdag 30 juli 2013

Vile


Hoewel martelporno allang niet meer de trend is in horrorland, zou je Vile daar aardig onder kunnen categoriseren. Een groepje van negen mensen is ontvoerd en heeft twee slangetjes in de nek geïmplanteerd gekregen met twee flesjes er aan. In het ene flesje zit gif en het andere dient er voor om een bepaalde stof die je lichaam maakt als je pijn hebt op te vangen. De groep zit gevangen in een huis en heeft via een televisie gehoord van een enge vrouw met een slecht gebit dat ze 22 uur hebben om hun flesjes te vullen. En geen geintjes, anders legen de andere flesjes hun gif en ben je er sowieso geweest.

Het draait er dus om hoe de negen mensen elkaar zoveel mogelijk pijn gaan doen om aan de gestelde hoeveelheid van het stofje te komen. Dus ja, we zien nijptangen, strijkbouten, kokend water, hamer en spijker, een handboor, een grill en vele andere handige werktuigen voorbij komen. Maar interessanter is de onderlinge wisselwerking tussen de mensen en de ware aard die boven komt. Er zijn helden en bitches en angsthazen en iedereen moet zijn steentje bijdragen, hoewel men daar heel verschillend mee om gaat dus, wat deze film nu net dat beetje meerwaarde geeft. Voeg daar aan toe dat de regisseur af en toe ook juist niet de marteling laat zien, maar het geluid weg laat, beelden vertraagt, inzoemt op het gezicht van iemand die er niet meer tegen kan, kortom, binnen het afgezaagde (pun intended) genre iets andere dingen probeert die best goed werken. Daarbij zitten er genoeg ontwikkelingen naar het einde toe die je eigenlijk niet meer verwacht en kent de film een bitterzoet einde, waarbij de tragiek van dit alles echt wel voelbaar is.


Onverwacht (zie score IMDb) een genrefilm die zeer te genieten is, voor zover je daar van kunt spreken binnen dit soort.

The Colony


‘Hell has frozen over’ heeft iemand op een muur gespoten. De aarde is dan de hel, want na mislukte weerexperimenten is de aarde een ijsplaneet geworden, waar nog maar enkele mensen hun toevlucht hebben kunnen nemen in ondergrondse kolonies. Aldaar worden strikte regels nageleefd om te overleven. Bij ziekte ga je in quarantaine en als je binnen enkele dagen niet beter wordt, de kogel of de ‘highway’, zijnde uitzichtloos de barre ijsvlaktes op.

Het rommelt binnen kolonie vijf. Briggs (Laurence Fishburne) heeft de leiding, maar Mason (Bill Paxton) ziet het allemaal wat anders en vindt dat er veel striktere regels moeten worden toegepast. Tot een escalatie komt het niet echt want ze ontvangen een noodoproep van een andere kolonie en Briggs besluit er heen te gaan om hulp te bieden met twee anderen.

Een barre tocht van twee dagen is er voor nodig om de andere kolonie te bereiken waarin we de drie mannen nauwelijks beter leren kennen, waarna ze er achter komen wat er met kolonie zeven (geloof ik) is gebeurd. En dat is vreselijk. Dus rennen met die hap. Maar ja, vreselijk komt dan achter ze aan en dan is hun eigen kamp ook net meer veilig. Dat gebeurt vrij snel, waardoor de machtsovername door Mason ook weinig zin heeft en het eigenlijk gewoon rennen voor je leven wordt.

‘Vreselijk’ wordt verder niet verklaard. We moeten het maar accepteren als kijker, ook al hebben we er vragen over, van hoe en waarom. Het doet een beetje denken aan 30 Days Of Night, maar dan een heel stuk slechter, saaier en heel erg CGI. Een script waarin de enige functie van een kind is dat hij even laat zien dat hij kan zakkenrollen, omdat dat later van pas kan komen voor het verloop van het verhaal geeft de krakkemikkigheid er van goed weer. Verder is het verhaal idee wat tweedehands, hebben de personages weinig diepgang, hoewel er tijd genoeg was om ze uit te diepen en is de dreiging erg simplistisch.


Dit is een ware ‘direct to DVD’, een snee brood op de plank in huize Fishburne en een ‘waste of time’ voor de kijker. 

zaterdag 27 juli 2013

The Smashing Pumpkins - Paradiso Amsterdam, 26 juli 2013


Ik word oud. In 1992 zag ik de band voor het eerst in Paradiso. Toen ik de eerste tonen van Gish had gehoord was ik meteen verkocht. Het concert was tijdens de herfsttour van dat album, maar ik weet dat ze Silverfuck al speelden dat pas op Siamese Dream zou verschijnen. Dit was mijn favoriete band van die tijd en ik heb ze sindsdien nog dertien keer gezien, waarvan de laatste keer in 2008 was. Ik was eigenlijk al veel te lang meegegaan met de band, want na Mellon Collie And The Infinite Sadness ging het eigenlijk bergafwaarts met Billy en consorten. Maar een band die zoveel voor je betekent, laat je niet zo maar los. Dus lang ben ik blijven hangen, hopend op mooie dingen. Hoe moeilijk ook, ik moest er een streep onder zetten en met grote moeite kocht ik geen kaartjes voor het concert dat de band in 2011 in de HMH gaf. En dan komt twee jaar later de aankondiging dat ze weer in Paradiso spelen. ‘Ze’, zijnde Billy als enig origineel bandlid en drie anderen. Ik kan het niet laten. Laat de cirkel maar rond worden. Ik koop een kaartje.


Ik word oud. Het voorprogramma bestaat uit drie jongens die (bijna) mijn zonen hadden kunnen zijn. Ze vormen de band Beware Of Darkness en brengen vol overgave vuig klinkende rock ‘n’ roll. Alleen de overdreven L.A.-bravoure en scherpe sneerstem van de zanger staat me niet aan.

Billy wordt oud. Hij vraagt zich af hoe vaak hij al hier op het podium van Paradiso heeft gestaan en krijgt het antwoord van een extern geheugen in de vorm van een fan op leeftijd die zijn hand de lucht in steekt en vier vingers laat zien. Billy gaat verder met vertellen dat dit waarschijnlijk wel de laatste keer zal zijn. Begrijp hem niet verkeerd, hij houdt er van om te rocken, maar hij is ook al 46, zegt ie, en het wordt tijd om lekker in de tuin te gaan rommelen.

Ik word oud. Waarom zit ik hier? Nostalgische redenen? Op zoek naar een vleugje van de gloriedagen van weleer? Tussen voor mij onbeminde nummers door hoor ik Rocket, Tonight Tonight, een mooie versie van Thirty Three en bij Bullet With Butterfly Wings krijgt de zaal het voor het eerst even echt te pakken en komen er daadwerkelijk wat kriebels naar boven, hoe diep die ook zaten. Ooit stond ik te springen in 1993, in Vredenburg. Uit mijn plaat ging ik. Nu bezie ik alles vanaf mijn veilige stoeltje op het balkon.


Paradiso wordt oud. Juist als het dan eindelijk los gaat, is er een grote kerel van de zaalbeveiliging die het wild dansende publiek in gaat om de mensen tot bedaren te manen!!!??? Het is vechten tegen de bierkaai, want zelfs een meisje met een donkere bril en een blindenstok (I kid you not!) laat zich er niet van weerhouden om op en neer te springen.

Billy wordt oud. Er worden tekstvellen voor hem opgehangen. De ROCKGOD van weleer heeft een dikke pens boven zijn gitaar steken en als hij zich omdraait zie ik dat zijn broek wat is afgezakt waardoor een heuse bouwvakkersbilnaad is te bespeuren.

Ik word oud. Naar het einde toe voelde ik dat het er nog was, wat we ooit deelden, Billy en ik. Het gevoel van RAWK dat hij wist te creëren en mij in vuur en vlam zette. Het komt in enkele nummers naar voren, zoals in Zero en Cherub Rock. Maar dan is het gedaan en wil ik naar huis. Zo snel mogelijk. Ik loop het gebouw uit en ter hoogte van de City bioscoop komt de zanger van het voorprogramma me tegemoet lopen. Het mannetje is anderhalve kop kleiner dan ik, heeft een laag gesneden shirt aan waar zijn borsthaar bovenuit woekert, graait met zijn hand in een Wok To Walk doos en praat met de blonde deerne aan zijn zijde. Zijn grote scheur is hem van dienst.



Over tien jaar loop ik door een buitenwijk van Chicago. Ik zie hem opeens staan in zijn tuintje, als een Nosferatu met groene vingers, voorzichtig een zwarte roos bijknippend. Ik observeer hem van een afstand. Zijn kromme rug kan hij niet meer rechten en na een laatste knip van de snoeischaar stiefelt hij gebocheld zijn huisje in. Ik zie dat er een naambordje bij de roos staat en kan me niet bedwingen om dichterbij te komen om het te lezen. In sierlijke letters staat er ‘Jimmy’ te lezen…

The Wolverine


Kleine Japanse meisjes die reetschoppen in Amerikaanse films: heerlijk! Ik noem een paar dwarsstraten. 

Miho uit Sin City

Gogo Yubari uit Kill Bill Vol. 1

En nu is daar Yukio uit The Wolverine

Maar dat is niet het enige Japanse tintje aan deze tweede film over de man met de klauwen, want vrijwel de hele film speelt zich af in Japan, waar Logan naar toe wordt gebracht om een laatste eer te bewijzen aan een man die hij ooit van dood heeft gered. Een levensgevaarlijke mutant, een mooie kleindochter, gerommel in de familie en de Yakuza die zich er in mengt. Genoeg ingrediënten voor Logan om te doen wat hij niet kan laten (opkomen voor mooie vrouwen en gerechtigheid laten zegevieren), wat dan wordt bemoeilijkt als de gevaarlijke mutant er voor zorgt dat hij niet meer zo gemakkelijk heelt als voorheen. De kwestie van onsterfelijkheid speelt een rol en Logan mag blij zijn dat hij Yukio als side-kick(ass) heeft. Het draait allemaal om macht en geld en de situatie zorgt er voor dat het teruggetrokken bestaan dat Logan leefde van de baan wordt geveegd omdat hij uiteindelijk zijn ware aard niet kan ontkennen. Hij is immers The Wolverine!

Het Japanse tintje doet de film zeker geen kwaad, er is genoeg actie gecombineerd met rustigere stukken, waarbij het jammer is dat het vraagstuk van (on)sterfelijkheid het beestmens niet méér aanzet tot nadenken over deze kwestie. Het verlies van krachten overkomt hem, hij vecht er tegen en doet wat een Wham t-shirt in de jaren ’80 hem adviseert: ‘choose life’!


In het superheldenuniversum stijgt deze film echter niet boven de middelmaat uit. Dat komt voornamelijk omdat Logan/The Wolverine toch vrij simpel in elkaar steekt. Op zich geen probleem, maar de (redelijk hersenloze) knokpartijen zijn niet bijzonder memorabel. Dan begin je contemplatie en bezinning te missen, waarbij een dieper soort van dreiging een rol kan gaan spelen. Daarom is de wisselwerking ook zo leuk tussen Wolverine en andere mutanten in de X-men films. Gelukkig krijgen we een kleine sneak peak aan het einde van deze film, waarin Logan oog in oog komt met Professor Xavier en Eric Lensherr (Magneto). De spanning die je daar voelt is meteen van een geheel andere, diepere orde. Op naar X-Men: Days Of Future Past

donderdag 25 juli 2013

Behind The Candelabra


Dat een aantal Amerikaanse tv zenders het afgelopen jaar goed heeft gescoord met hun series moge duidelijk zijn. Er wordt veel geld verdiend in de business en dat zien we terug op het scherm. Daarnaast worden er films door de zenders geproduceerd, waarvoor soms – net als bij de series – bekende regisseurs worden gevraagd. De eer was aan Steven Soderbergh om een film te maken over Liberace. The original ‘bling ring’ man! De flamboyante pianist/entertainer die in de jaren 50, 60 en 70 één van de best betaalde artiesten op deze planeet was.

Het verhaal spitst zich toe op de periode waarin Liberace (Michael Douglas) en Scott Thorson (Matt Damon) een relatie hadden. De late jaren zeventig, begin jaren tachtig.

Scott is een hondentrainer die via een vriend in contact komt met Liberace. Scott is onder de indruk van het fenomeen, maar ook van de man zelf, die zich op zijn beurt veilig en vertrouwd voelt bij Scott en hem aanbiedt voor hem te komen werken. Er ontstaat een relatie (ook seksueel) die dieper gaat dan verwacht (no pun intended), terwijl er naar de buitenwereld toe wordt ontkent dat Liberace homo is. Het is een liefdevolle relatie die echter toch mis gaat door seks, drugs en jaloezie.

Matt Damon (in glitterstring en met verbouwd hoofd) en zeker ook Michael Douglas (in handdoek zonder haarstukje) hebben hun persoonlijke ijdelheid totaal opzij gezet om deze twee personages gestalte te geven, waarbij Douglas een Oscar-waardige vertolking neerzet als geile, oude, eenzame, liefhebbende, homoseksuele entertainer. Hij wil een “father, lover, brother, best friend” zijn voor de behoeftige Scott, die door omstandigheden nooit een eigen familie heeft gehad. Het kijkje in het leven van deze twee mannen is zo fascinerend, dat je voor lief neemt dat je weinig krijgt te horen over waarom ze zijn wie ze zijn.


Het knappe van de film is dat er boven alle glitter & glamour uit een ontroerende vertelling rijst over twee mensen die heel erg veel van elkaar houden. De fantastische vertolkingen liggen hieraan ten grondslag. 

The Final


The bullies & the bullied. Op een Amerikaanse school waar alle clichés over pesten nog even fijntjes voorbij komen hebben de lijdende voorwerpen er genoeg van en zinnen op wraak. De aankondiging van een gekostumeerd feest lokt de kwelgeesten naar een plek waar het groepje underdogs voorgoed af wil rekenen met de jarenlange tirannie van de pestkoppen.

Helaas wordt er door de onderdrukten zó lang over alle trauma’s geouwehoerd dat men vergeet dat dit een griezelfilm is waarin er zo veel mogelijk slachtoffers gemaakt moeten worden. Je moet het toch ergens van hebben, nietwaar? Het komt in ieder geval niet van het (belachelijk) slechte acteerwerk, of de sporadische martelingen waarbij geen druppel bloed valt. They just bore you to death with their lame talk! Voeg daarbij enkele acties die nergens op slaan, zoals het neersteken van iemand uit de eigen groep, het opeens inschakelen van wilde lichten en muziek tijdens een martelopdracht en een idioot die banjo speelt. Ik bedoel: W.T.F.????


Misschien is dit spannend voor twaalf jarigen, maar iedereen vanaf zestien jaar mag dit wanproduct rustig laten liggen.

The Bling Ring (TV film)


Nee, dit is dus niet de nieuwe film van Sofia Coppola, maar een TV film uit 2011 die wel hetzelfde onderwerp heeft. Met de film van Coppola in het vooruitzicht vond ik het wel leuk om deze eens te bekijken en de films later te vergelijken.

Een kennis van me uit Zwitserland komt vaak zijn verjaardag vieren in Nederland, omdat zijn familie hier vandaan komt en omdat zijn verjaardag samen valt met het Amsterdam Dance Event (ADE), waar hij dan met een groepje vrienden naar toe gaat. En dat doet hij in stijl. De laatste keer huurden ze een limousine en werden ze voor de deur van The Sand afgezet, waar het wachtende publiek meteen dacht dat David Guetta zelf was gearriveerd. Ze huren ook vaak een eigen VIP-ruimte, waar ze dan als koningen worden behandeld. Het kost wel wat, maar dan heb je ook iets. Het is iets dat de meeste Nederlanders er niet voor over hebben. Doe maar gewoon… en ‘ons ben zunig’.

“It’s all about being the most important person in the world” zegt één van de hoofdrolspelers in The Bling Ring. Het gevoel dat je in het middelpunt staat, iedereen je bewondert, is natuurlijk een mooi iets, maar tegen welke prijs wil je dit bereiken?

Zack Garvey is een jongen die op zijn nieuwe school de aandacht trekt van Natalie, die sowieso altijd al het bitchy middelpunt is, maar dit op grotere schaal wil zijn. Zack kan haar daarbij helpen, want zijn vader werkt voor een filmstudio en kent de beste roddels over de sterren. Waar ze naar toe gaan, welke geheime feestjes er zijn… De mooie Natalie palmt Zack in en met zijn kennis en haar even slinkse als dubieuze methodes lopen ze al gauw tussen de sterren rond.

Bij toeval komen ze op een avond bij het huis van Paris Hilton, waar een afterparty zou zijn. Er is echter niemand thuis, maar de deur is open en Zack en Natalie gaan naar binnen, plunderen de kledingkasten, leggen alles vast op foto en film en beginnen een lucratieve handel in het doorverkopen van de kleding.
Het duo groeit al snel uit tot een kleine groep als enkele vriendinnen zich er bij aansluiten en ze huizen van ‘the rich and famous’ afstruinen met hun ‘shopping club’, zoals ze het zelf noemen. De politie is ondertussen bezig met een onderzoek naar de criminelen en de pers noemt de groep al snel ‘The Bling Ring’. Natalie heeft haar doel bereikt: “It’s exactly what we wanted: we’re famous!”

De politie zit ondertussen niet stil en de opzettelijke nonchalance waarmee de groep de visuele bewijzen van hun capriolen op facebook en twitter zet maakt het de wet een stuk gemakkelijker om ze op te sporen. Zack krijgt een reality check, maar Natalie laat het er niet bij zitten…

Je zou de film kunnen zien als een waarneming van de jonge moderne mens, die via sociale media zoveel mogelijk ‘geliked’ wil worden (zonder door te hebben wat de consequenties kunnen zijn). Gebaseerd op echte gebeurtenissen komt deze versie van het verhaal echter over als één grote soap. Van het onderwerp tot het acteerwerk. De leeghoofdigheid van de personages vindt zich als het ware terug in de gekozen vorm. De vorm is dan misschien passend, maar het maakt de film er niet interessanter door. Als het hersenloze vermaak van de ‘bling ring’ op gelijke wijze wordt bekeken is er echter niets aan de hand en heb je anderhalf uur prima vermaak.


Maar ik ben dus wel benieuwd naar wat Coppola met ditzelfde onderwerp heeft gedaan.