Eigenlijk kon het niet mooier. Eerst The Butler en nu Fruitvale
Station. Die eerste eindigt op macroniveau met een teken van hoop, de
bekende poster van Obama. Die tweede begint op microniveau met diezelfde
afbeelding, heel klein op de tank van een benzinestation. Je zou er zo over
heen kijken. Het geeft direct een aantal verschillen tussen deze twee films
aan, die hetzelfde onderwerp hebben, maar dit heel anders benaderen. De laatste
film van het PAC festival is een kijkje in het nu, hoe staan we er nu voor met
het racisme. Gebaseerd op ware gebeurtenissen is dit het (bekende) verhaal van
een zwarte jongen die na een periode van ellende op het juiste pad wil blijven,
maar het wordt hem niet makkelijk gemaakt. Hij heeft een vriendin, een kindje,
een liefhebbende familie, maar geen baan en wel connecties met randfiguren uit
een verleden die hem op gemakkelijke maar illegale wijze kunnen helpen aan
geld. Het is een jongen met een goede inborst, maar een wat opvliegend
karakter. Dat het mis zal gaan weten we al, omdat we de tekenen daarvan aan het
begin van de film hebben gezien. Misschien wordt het plaatje van deze jongen
iets te overdreven mooi ingekleurd, met die dikke knuffels voor zijn dochter,
het hulp bieden in de supermarkt, het geven van fooi aan een straatmuzikant,
etc. Een beetje Hollywoodachtige manier om de ellende die komen gaat zwaarder
te laten wegen. Misschien ook niet. Feit is dat als het dan mis gaat, dit hard
aankomt en je doet beseffen dat de vooroordelen nog altijd bestaan, diepe wortels
kennen.
maandag 30 september 2013
The Way Way Back
Wat voor cijfer zou je jezelf geven op een schaal van 1 tot
10, vraagt de nieuwe vriend van zijn moeder. Duncan weet het niet. Een zes zegt
hij, nadat Trent er op aan dringt. Ik zou je een drie geven, zegt Trent.
Dat Trent een lul is moge duidelijk zijn. Dat Duncan een
nerd is ook. Het wordt tijd dat deze veertienjarige voor zichzelf opkomt en
zelfvertrouwen krijgt. Dat het ‘lul-zijn’ van Trent wordt ontmaskerd zal
blijken. Dat het ‘nerd-zijn’ van Duncan is te veranderen ook. De manier waarop
dit alles zich voltrekt is een feest om naar te kijken.
Grootste gangmakers van dit feest zijn Sam Rockwell en
Allison Janney. Sam speelt Owen, een laidback lolbroek die werkt bij het
waterpark ‘Water Wizz’. Hij neemt Duncan onder zijn hoede en leert hem het
leven niet zo serieus te nemen en er van te genieten. Allison speelt Betty, een
gescheiden vrouw die altijd een drankje in haar handen heeft, zichzelf overal
voor uitnodigt en dan ook overduidelijk aanwezig is. “Press my laundry” bralt
ze vrolijk uit, als ze iemand een knuffel wil geven. Ze zijn de hilarische
blikvangers in een heerlijke film, waarbij ook de moeilijke, pijnlijke en
melancholieke momenten niet worden vergeten.
Een prima komedie met het hart en de lach op de juiste plek.
The Butler
1929. Het leven op een katoenplantage. Moeder wordt
verkracht en pa vermoord. Zoon Cecil Gaines (Forest Whitaker) krijgt het
voorrecht om binnen te werken en wordt opgeleid tot ‘housenigger’. Zodra hij
kan verlaat hij de plantage en komt toevallig goed terecht bij een hotel, waar
zijn gedienstige instelling hem geen windeieren legt en hij het met adviezen
als “see what it is they need, anticipate” en “the room should feel empty with
me in it” via een luxe hotel tot in het Witte Huis schopt en daar presidenten
tot dienst is als butler.
Hij voelt zich een bevoorrecht man.
Zo anders ziet zijn zoon het jaren later. Het zijn de begin
jaren zestig ondertussen en zoonlief sluit zich aan bij een groep actievoerders
die naar het voorbeeld van Gandhi geweldloze protesten houden voor de rechten
van kleurlingen.
The Butler volgt
deze twee conflicterende sporen van vader en zoon, door vele jaren vol
historische gebeurtenissen en sociale en politieke ontwikkeling. Is de butler
subversief zonder het zelf te weten, door zijn arbeidsethos en betrouwbaarheid?
Is het pad van de zoon de enige manier om de tijdgeest om te buigen en basale
rechten van gelijkheid af te dwingen?
Het sterke uitgangspunt van de film is meteen zijn valkuil:
de tijdspanne. Want ja, het is me wat om te bedenken dat er mensen zijn geweest
die hebben meegemaakt dat ze als vuil werden behandeld in die katoenvelden en
dat diezelfde mensen Obama tot president verkozen hebben zien worden. Het
nadeel voor de film is dat, ook al duurt deze dik twee uur, er met zevenmijlslaarzen
door de geschiedenis wordt gestapt, waarbij het soms belangrijker lijkt om alle
historische hoogtepunten aan te stippen, dan om dieper in te gaan op het feit
waarom er binnen de familie Gaines bepaalde keuzes worden gemaakt. Want wat is
het dat iemand kiest voor het belang van zijn gezin, of juist voor het belang
van alle gezinnen?
De impact van deze geschiedenisles blijft daardoor beperkt.
Daarnaast verlies je je al gauw in het herkennen en genieten van bepaald niet
de minste acteurs die gestalte geven aan de verschillende presidenten die in
bijrollen voorbij komen. Alweer een afleiding die de boodschap van deze film
geen goed doet.
Als de film is afgelopen is er een lange pauze tijdens dit
PAC festival, waarin ik wat ga eten en ook iets koop bij de Albert Heijn op de
Nieuwmarkt, waar ik een (toevallig?) voorbeeld van (onopzettelijke?) segregatie
tegen kom. Als je de winkel binnen stapt is deze in tweeën verdeeld. Je hebt
eerst de infobalie en alle kassa’s, dan een toegangspoortje en daarachter de
winkel met producten. In het voorste gedeelte zijn alleen maar donker getinte
medewerkers te vinden, van alle kassameisjes tot de bewaker aan toe. Achter het
toegangspoortje wordt het opeens een heel blank verhaal, met alle vakkenvullers
e.d.. Was dit me normaliter ook opgevallen?
All Is Lost
Een man op een zeilboot krijgt panne en is aangewezen op
zichzelf en overgeleverd aan de natuur als hij stuurloos ronddobbert op de
Indische Oceaan.
Halverwege deze film schiet het me te binnen: dit lijkt wel
een voorlichtingsfilm, wat te doen tijdens averij op zee, met vleugjes Bear Grylls
in survivalmodus. Maar deze Bear is weinig spraakzaam. Logisch, want hij is
alleen, zal de gehele film niemand tegen komen en is niet van het soort dat
gaat ouwehoeren tegen een volleybal genaamd Wilson. Er zijn ook geen flashbacks
of dromen, het gaat puur om het hier en nu. Dit uitgangspunt is een uitdaging
die Robert Redford en regisseur J.C. Chandor zijn aangegaan, maar die mijns
inziens niet werkt. Althans, niet op deze manier. Redford speelt een
doorgewinterde zeiler die nauwelijks van zijn stuk te brengen is. Geen woorden,
maar daden. Niet zeiken, maar doen. Vandaar dat gevoel van een
voorlichtingsfilm, die vast leuk zal zijn voor stormzeilenthousiastelingen,
maar deze stuurman aan wal vindt bij de wel erg onderkoelde houding van Redford
geen aansluiting. En dat terwijl Redford in 1972 al liet zien dat hij wel
degelijk kan boeien, ook al is hij lange tijd in zijn eentje. Jeremiah Johnson is daar het mooie voorbeeld
van. En hoewel hij ook in die film dat berekende in zich heeft, komen er
emoties aan te pas waardoor je als kijker het verhaal wordt ingetrokken,
gefascineerd raakt.
Het is geen slechte film. De beelden op zee voelen
levensecht, net als het acteerwerk. Maar daarmee heb je nog geen boeiende film.
Het meest interessante was de korte discussie na de film die op de rij achter
mij plaats vond, of hij nu wel of niet gered wordt en de overtuiging van de
persoon die het eerste geloofde.
What Maisie Knew
Het negende
PAC-festival in Tuschinski Amsterdam. De laatste keer heb ik overgeslagen
omdat de titels me niet zo aanspraken. Dit keer ben ik er bij, al heb ik niet
de hoogste verwachtingen. Als ik de zaal inloop begint de dag in ieder geval
zoals die nog nooit is begonnen, want er zit iemand achter het
orgel op het podium in zaal 1 die ons vergast op een muzikaal ‘premezzo’
waarna ik hem met orgel en al het podium in zie zakken. Geen idee dat er
überhaupt een orgel was en nooit geweten dat dit hele geval zo de grond in kon
verdwijnen.
De introductie van dit festival is dit keer in handen van Nafiesa
Rasoelbaks, die je kunt kennen van haar bijdragen op de pathésite. Zenuwachtig
als ze is, heeft ze drie mannen meegenomen die een woordje komen doen over het
orgel en het feit dat er binnenkort weer een orgelconcert plaats gaat vinden.
Nou ja, dat was er dan ééntje die sprak en de rest stond er instemmend bij te
knikken. Nafiesa neemt het woord weer. Ze is een grappige flapuit en levert
meteen de leukste introductie af die ik tot nu toe bij dit festival heb
gehoord. Zelfs het oplezen van de huisregels gaat met een gelach gepaard als ze
bijvoorbeeld opnoemt dat er geen stinkend eten van buitenaf mag worden
meegenomen de zaal in. Verder vertelt ze dat ze zeer actief is op social media
en dat er op dit festival direct gereageerd kan worden via twitter.
Dat reageren doe ik maar gewoon weer op mijn eigen
vertrouwde manier. Het resultaat zie je hier.
“You know I love you more than anything, right?” Het zit hem
voornamelijk in dat laatste woord, waarmee de moeder een bevestiging wil horen
van haar dochtertje; dat die dit wel blijft denken! Feit is dat deze moeder
meer van zichzelf houdt dan van haar dochter.
Susanna (Julianne Moore) is die moeder, een chaotische
rockster die in een vechtscheiding ligt met haar man Beale (Steve Coogan), een
kunsthandelaar die het met het kindermeisje aanlegt en meer onderweg is dan
thuis. Beide ouders zijn egocentrisch en totaal onverantwoord bezig t.a.v. hun
dochtertje Maisie, aan wie niets wordt gevraagd, die nog te jong is om grote
gevoelens onder woorden te brengen, maar wel degelijk dingen meekrijgt van wat
er om haar heen gebeurt. Ze wordt van hot naar her gesleept, overal geparkeerd
alsof ze een auto is, terwijl haar ouders vechten om de voogdij, terwijl ze er
- als het er op aan komt - niet voor haar zijn. Typisch een geval van het kind
niet willen om het kind, maar omdat je het de ander niet gunt. Gelukkig zijn
daar het kindermeisje en de nieuwe vlam van Susanna, die wel met het lot van
Maisie zijn begaan en wel met haar kunnen communiceren.
De camera volgt Maisie in dit verhaal dat gebaseerd is op
het boek van Henry James. We blijven bij haar, horen de ruzies op de achtergrond
die zij toevallig hoort, zien hoe beide ouders het kind op verkeerde wijze voor
zich proberen te winnen, merken hoe fijn ze het kan hebben als iemand echt met
haar begaan is. Er zitten vele pijnlijke momenten in de film, zoals ‘the spaces
in between’, waarin Maisie niet op tijd wordt opgehaald en op school, of in een
portiek staat te wachten wie haar uiteindelijk zal meenemen. Maar hoe voelt
Maisie het zelf? Ze doet wat haar gezegd wordt, past zich eindeloos aan en
houdt van papa en mama omdat het papa en mama zijn. Toch krijgt de kijker een
antwoord op de vraag die de titel van de film beloofd en die alles zegt en
samenvat van wat er in het meisje om moet gaan.
Kramer vs. Kramer
is één van de bekendste echtscheidingsfilms. Daarbij is een zoontje de inzet.
Die film laat echter voornamelijk de volwassen kant zien. Het inzoemen op een
kind, zoals in What Maisie Knew doet
denken aan een film als My Queen
Karo waar ook een jong meisje de dupe is van de omstandigheden waar
haar ouders haar in brengen. Toch zijn beide voorbeelden interessantere films,
omdat de zaken in Maisie redelijk
simplistisch worden weergegeven en de voorspelbare oplossing wel overduidelijk
de film in is geschreven. Wat echter de boel bij elkaar houdt is de
ongelooflijk innemende Onata Aprile als Maisie, die als een kleine vlinder overal
tussendoor dwarrelt. Het feit dat ze niet opstandig of nukkig wordt, is
misschien niet realistisch, maar wel een verademing om naar te kijken.
donderdag 26 september 2013
Jeune & Jolie
“On n'est pas sérieux, quand on a dix-sept ans.” Het gedicht van Rimbaud wordt
behandeld in de klas van zeventienjarigen die daarmee een spiegel voorgehouden
worden. Maar Isabelle herkent zich niet in het spiegelbeeld. Ze is anders. Ze is
van de zomer ontmaagd door een knappe Duitser tijdens haar vakantie aan zee,
maar het deed haar niets. Ze verkoopt nu haar lichaam aan mannen op leeftijd,
voor een goed bedrag in mooie hotelkamers en dat doet haar wel wat. Wat dat is,
is niet onder woorden te brengen, ook niet als haar moeder er achter komt, die
er niets van begrijpt.
Deze film van François Ozon verdeelt het verhaal in vier
delen, de vier jaargetijden, elk afgerond met een toepasselijk liedje van Françoise
Hardy. Elk deel is een fase in het leven van Isabelle, die in het niemandsland
verkeert tussen kind zijn en volwassene. Het is duidelijk dat je op die
leeftijd op zoek bent naar een eigen identiteit, niet langer het gezag van je
ouders als vanzelfsprekend ziet en risico’s neemt om het leven te ontdekken.
Waarom Isabelle dit op deze manier doet wordt niet met zoveel woorden duidelijk
gemaakt. Zij blijft gesloten en ongrijpbaar. Er wordt ook verder geen oordeel
geveld. Er zijn echter genoeg aanwijzingen om je eigen invulling te geven, een
verklaring zo je wilt omdat dat misschien beter voelt. Zo zit er een duidelijke
metafoor in de film, als Isabelle uit de donkere metro komt (haar normale leven
waarin ze gevangen zit) en de trap naar boven neemt, het licht in (haar geheime
leven, de vrijheid) naar het hotel voor een afspraak. Ze wil direct als
volwassene gezien en behandeld worden, zonder de tussenstops bij onhandige
jongens van haar eigen leeftijd, zonder inmenging van huis uit, zonder oordelen
van vriendinnen. Het zou kunnen, maar het is maar een verklaring die je
eigenlijk niet nodig hebt om de film te kunnen waarderen. Want maakt niet juist
het mysterie van de psyche van deze jonge vrouw waar het om draait? Door dat
ongrijpbare niet te pakken laat je het in zijn waarde.
Als mijn zeventienjarige dochter het echter maar uit haar
hoofd laat!
Prisoners
Vele ouders zullen het angstgevoel wel kennen. Mij overkwam
het ook. We zitten bij vrienden in de tuin en mijn kinderen spelen met
kindertjes uit de buurt in de buurt. Als ik ze wil halen zijn ze niet meer op
de plek waar ik dacht dat ze zouden zijn. Dan neemt zich een gevoel van je
meester waarin bezorgdheid en rationele verklaringen met elkaar op de vuist
gaan, terwijl je zoekt in de buurt en rondvraagt of iemand ze gezien heeft. Hoe
langer het duurt voordat je ze vindt, des te groter wordt het aandeel
bezorgdheid, dat al gauw om kan slaan in paniek en angst. Natuurlijk zal het
goed komen, prent je jezelf in, natuurlijk zie ik ze straks ergens waar ze
naartoe zijn gegaan zonder dat te vertellen, word ik even boos omdat ze dat
niet gedaan hebben en neemt het geluksgevoel het weer over als ik ze in mijn
armen sluit. En zo ging het ook. Ze waren met één van de buurtvriendjes mee
naar zijn huis gegaan.
In Prisoners
worden deze gevoelens en omstandigheden zeer plausibel neergezet. Het gaat om
twee gezinnen en hun kleine dochtertjes. Ook hier de ratio, bezorgdheid, paniek
en angst. Maar in dit geval is er geen geluksgevoel en in de armen sluiten,
want de kindertjes zijn echt verdwenen. De film concentreert zich op rechercheur
Loki (Jake Gyllenhaal) die belast is met het onderzoek en vader Keller Dover
(Hugh Jackman). Het gevoel van onmacht is iets waar Dover niet mee om kan gaan
en hij neemt het recht in eigen handen, met grote gevolgen voor hemzelf en het
verloop van de zaak. Een zaak waarbij informatie, toevalligheden, aannames en sporen
net zo veel goed als kwaad kunnen doen.
Prisoners neemt
zorgvuldig de tijd. Tijd die zo enorm lang duurt voor de families in kwestie
die er bijna aan kapot gaan. Tijd die je zou moeten uitzitten, omdat je moet
vertrouwen op de politie, maar het is zo begrijpelijk dat je niet wilt wachten
op de dingen die komen gaan, dat je zelf actie wilt ondernemen. Maar welke
actie? De film legt ons een dilemma voor. Wat zou jij doen? Het recht in eigen
handen nemen omdat je overtuigd bent van het feit dat je op die manier je
dochter terug zult vinden? En hoe ver ga je daarin? Een duivels dilemma dat je
totaal zal veranderen.
Het knappe van de film is dat de zaken niet zwart/wit zijn,
dat dingen anders in elkaar zitten dan verwacht, dat je niet kunt spreken over
gelijk hebben, dat je die hulpeloosheid, het verdriet en de wanhoop zo goed
voelt, waarbij je jezelf uitermate gelukkig prijst dat jouw kinderen gewoon bij
de kinderen van de buren waren gaan spelen.
Abonneren op:
Posts (Atom)







