donderdag 2 januari 2014

Top 10 van 2013


Als uitgangspunt neem ik het filmoverzicht van de Volkskrant waar je ook meteen jouw top 10 door kunt geven. Dat vul ik dan meestal aan met films die ik wel heb gezien, maar die (nog) niet in de bioscoop zijn geweest. Het is echter voor het eerst dit jaar dat ik geen aanvullingen heb. Er is wel één overlapping (zoek en gij zult vinden). Van de 375 films die in de bioscoop zijn verschenen heb ik er 99 gezien. Het viel me op dat de top 7 wel aardig vast stond, maar daarna werd het wat schimmiger. Het enige verschil met het Volkskrant lijstje is dat ik Evil Dead daar op nummer 7 had staan, maar die staat nu in de horror top 10 en zo heeft The Place Beyond The Pines het gelukkig ook nog gehaald in het algemene overzicht. Tegenvallers waren er ook. Van het totaal mislukte The Hangover Part III tot het me totaal koud latende La Grande Bellezza dat zelfs verkozen is tot beste film van 2013 door de Nederlandse filmpers. Zo zie je maar…

Aangezien ik altijd een aparte horror top 10 maak, zitten daar dan wel films in die je niet als reguliere bioscoopvoorstelling hebt kunnen zien. De films die in aanmerking kwamen zijn echter beperkt, wat zou betekenen dat er dit jaar niet heel veel interessants is uitgekomen op dat gebied, dat ik dingen over het hoofd heb gezien, of gewoon minder snel tevreden ben.

Meer dan ooit heb ik uren voor de tv doorgebracht om vaak fantastische series te bekijken. Dit overzicht is zo uitgebreid geworden dat ik er een apart item van maak. Daarbij neem ik me voor dat ik voortaan niet wacht tot het einde van het jaar, maar door het jaar heen series zal gaan bespreken zodra ik ze helemaal heb gezien. Dan kun je eerder (alsnog) inhaken mocht je dat willen.

Algemene top 10 van 2013


1. Gravity
Het menselijke middelpunt tussen de ruimtestations die aan stukken gaan in de grootsheid van het heelal. Het wordt samengevat in enkele onvergetelijke scènes, zoals wanneer Stone zich in het luchtledige van haar ruimtepak ontdoet en als een embryo blijft hangen, of als ze moet huilen en haar traan door de lucht zweeft richting camera. Het staat tegenover die verbluffende grootsheid als hele ruimtestations aan flarden gaan en het puin om je oren vliegt. Een overdonderende ervaring waarbij ik de term moderne klassieker best durf te gebruiken.




Adèle Exarchopoulos is een ongelooflijk natuurtalent. Vanaf de eerste tot en met de laatste scène is ze onontkoombaar in beeld. Veelal in close-up, waardoor ik haar reactie op gebeurtenissen in de uitdrukking van haar prachtige gezicht terug zie. Ongelooflijk naturel, fragiel, met zo veel detail en finesse en soms met horten en stoten, met spuug, snot en tranen. De liefde laat haar stralen en brengt haar naar de afgrond. Ze laat me op een roze wolk meedrijven en vervult me met een ‘tristesse profonde’ die nog lange tijd na de film in mijn lijf blijft hangen. Ik ben diep geraakt.



De eerste opdracht wordt vlekkeloos uitgevoerd. De tweede zorgt voor problemen, omdat Jay zijn emoties niet de baas is. Het geweld dat volgt is bijna onverteerbaar. Ook al weet je dat het gaat komen, het is heftiger dan verwacht. Alle opgekropte woede vindt zijn uitweg. Jay is een getrainde moordmachine zonder controle. Goed aflopen kan het dan voor niemand meer, zeker als er onverwachte hogere machten in het spel komen, waardoor de film op een heel ander pad komt, dat het geheel nog onheilspellender maakt. Zeer verontrustend.




Woody Allen levert met deze film weer een hoogtepunt in zijn oeuvre af. Met dank aan zijn fantastische script, maar vooral door het fenomenale acteerwerk van Cate Blanchett als het zielige hoopje mens dat zichzelf Jasmine noemt. Het is daarbij ontzettend knap dat deze onaangename dame toch een gevoel van mededogen oproept en je als kijker ondanks alles hoopt dat het goed met haar zal komen. Tel daarbij het goede tegenspel van Sally Hawkins (Happy Go Lucky) en leuke bijrollen van Bobby Cannavala en Michael Stuhlbarg (beide kopstukken uit Boardwalk Empire) op en je hebt een topfilm.



Wat je te zien krijgt is te bizar voor woorden en gaat mijn begrip in ieder geval totaal te boven. Het is zowel verbazing- als weerzinwekkend hoe deze criminelen zo openhartig, zonder scrupules, zelfs vol geestdrift over hun wandaden vertellen en deze vol overgave uitbeelden alsof het een interessant experiment was dat ze nog eens met plezier herhalen.






Met een script geschreven door Hawke, Delpy en regisseur Linklater wordt het allemaal uiterst geloofwaardig, realistisch en intelligent verwerkt in deze film, de derde episode in het leven van een stel dat ik volledig in mijn hart heb gesloten. Wederom kijken we anderhalf uur lang naar pratende hoofden en verveelt het geen moment. Het weerzien van Jesse en Celine is als het weerzien van twee hele fijne vrienden, waarbij de verstreken tijd geen rol speelt en je je volledig in kunt leven in hun situatie, die meermaals als spiegel dient voor jezelf. Maar altijd met de gedachte in het achterhoofd dat dit speciale stel nooit uit elkaar mag gaan, om te dienen als voorbeeld hoe de liefde, ondanks alle ups en downs, alles kan overwinnen. En nu weer negen jaar wachten…


Het knappe van de film is dat de zaken niet zwart/wit zijn, dat dingen anders in elkaar zitten dan verwacht, dat je niet kunt spreken over gelijk hebben, dat je die hulpeloosheid, het verdriet en de wanhoop zo goed voelt, waarbij je jezelf uitermate gelukkig prijst dat jouw kinderen gewoon bij de kinderen van de buren waren gaan spelen.






Une Vie Meilleure laat het leven niet op poëtische, maar op menselijke wijze zien, waarbij mensen fouten maken, lelijk doen, verantwoordelijkheid nemen of ontduiken, hoop behouden, door zetten,  falen. Met drie prachtige rollen om alles gestalte te geven.







Kleine artistieke films over reizen in de tijd zijn vaak interessant, omdat er geen geld is voor grootschalige producties en effecten en het dus moet komen van een goed script. Dat is ook hier het geval. Het grootste pluspunt is het feit dat je na verloop van tijd zo meeleeft met Darius en Kenneth, dat het helemaal niet meer uitmaakt of het reizen in de tijd überhaupt gaat gebeuren. De liefde neemt het namelijk over. Een zeer aandoenlijke film over het feit dat de sprong in het diepe zoveel leuker is met iemand aan je zijde.




Er worden meerdere cirkels net niet helemaal rond gemaakt. Dat maakt de film interessant. Dat je niet zeker weet welke kant het op gaat. Tel daarbij de fantastische vertolkingen op en de gedurfde verhaallijn, die meerdere kanten van verschillende munten belicht en je hebt een hele mooie film, met verdraaid veel droefenis en een greintje hoop.








Horror top 10 van 2013

Met een groot gevoel voor humor, prachtig camerawerk, sterke dialogen, enkele briljante scènes, een flinke dosis lef en oog voor realisme weten Jeremy en Adam een verdomd mooie film af te leveren, die een dramatisch verhaal vertelt vol morele dilemma’s tegen de achtergrond van een zombieplaag. Als de mannen door misplaatste gevoelens van hoop in een uitzichtloze situatie terecht komen en de humor wegvalt, wordt het ook nog eens verdomd deprimerend.





2. Maniac
Uit alles blijkt de liefde voor het origineel, met een subtiele visuele ode aan de videohoes van dat origineel. Voor het eerst sinds tijden heb ik weer een beetje het gevoel terug dat ervoer toen ik als jongeman het origineel uit de stoffige schappen van de videotheek trok en thuis in korrelig beeld de grenzen van mijn incasseringsvermogen aftastte.






De boodschap die echter moet worden overgebracht is dezelfde: ‘when the shit hits the fan, the cabin will be drenched in blood’! Op dat vlak gaat de film in volle overdrive. Rücksichtslos en extreem. Ik heb gelezen in sommige recensies dat de film wel wat meer humor had kunnen gebruiken. Daar ben ik het niet mee eens. Humor haalt vaak de harde kanten van de horror af en gevatte oneliners zijn zo passé dat ik blij ben dat er maar eentje in deze film zit. Wat mij betreft dus een zeer geslaagde remake met een (letterlijk en figuurlijk) spetterend einde.




Het spookhuis. Een bekend gegeven met overbekende elementen. Krakende deuren, rammelende kasten, temperatuurdaling, stank, onverklaarbare blauwe plekken, uit zichzelf bewegende objecten, een enge kelder, lampen die uitvallen, verschijningen, lichamelijke agressie en demonische bezetenheid. Het zit allemaal in deze film. Het is daarom des te knapper dat Wan er een enorm spannende en griezelige film van weet te maken. Zorgvuldig bouwt hij de spanning op, test het publiek hier en daar met wat ongemakkelijke voorproefjes om er uiteindelijk vol voor te gaan.



De film is meer mystery en thriller dan horror. Het spelen met je verwachtingen, door de aannames en invullingen die je doet tijdens het kijken onder uit te halen is perfect gedaan. Pas aan het einde is het een ‘stom’ kind dat de boodschap van lijden in zich draagt. Die boodschap is verstommend en zorgt voor koude rillingen.







Body horror! Wie anders dan David Cronenberg zou hier een goede film van kunnen maken!? Nou, zijn zoon, Brandon! Die heeft gekozen voor een steriele aanpak, met de basiskleuren wit, zwart en rood en het gebruik van veel statische shots. Klinisch welhaast. Het zorgt voor wat afstandelijkheid. De materie is echter wel degelijk fascinerend en verontrustend, de film kent een sterke beeldtaal en heeft sociale relevantie. In tegenstelling tot zijn vader laat Brandon de ‘body horror’ vrij ingetogen zien. Wat het in je hoofd doet is veel belangrijker.




We zijn getuige van het werk van een psychopaat, die even welbespraakt is, als inventief in het uitvoeren van zijn taak. Daarbij blijft het lange tijd onduidelijk wat zijn verhouding met het ontsnapte meisje nu eigenlijk is, waardoor het aftellen van lichamen niet het enige is dat je bezig houdt. Met onverwachte acties, slimme vondsten, America Olivo die haar borsten weer eens in de strijd gooit en de gore-meter die in het rood gaat is deze bloedhond meer dan tevreden met deze heerlijk onzinnige en tegendraadse B-film.




8. Citadel
Er zijn meer films waarin gezichtsloze hoodiegans mensen terroriseren met nare gevolgen. Zoals in Ils of F. Waar in die films het gevaar reëel is, zit in Citadel een extra laag, waar die realiteit een schimmig iets is. Tommy moet een gevecht aan gaan met zijn belagers, waarbij het onduidelijk is of het zijn eigen demonen zijn of echte personen. Het maakt zijn angst en strijd niet minder invoelbaar, wat grotendeels te danken is aan het indrukwekkende spel van Aneurin Barnard als de hoofdpersoon. Daarbij toont de film lef om bepaalde zaken onbeantwoord te laten.




Hier doe je het dan weer voor. Al die slechte (slasher-)films kijken om dan heel af en toe toch nog een goede te vinden. De film doet namelijk heel veel goed, ook al is niet alles even voor de hand liggend, voor wat betreft de handelingen ten aanzien van het probleem dat zich aandient. De film is vrij bruut, zonder dit uit te buiten in over te top splatter. De toon is serieus, wat zeg ik, beklemmend en angstaanjagend en hoewel de clou wat vergezocht is (en verder niet wordt onderbouwd), neem je dat voor lief, omdat je totaal meegaat met dat ene biggetje dat zoveel mogelijk nuchter en praktisch probeert te handelen, om anderen en zichzelf te kunnen redden. Een aldus geslaagde variant op het zo bekende thema.


10. Vile

Het draait er dus om hoe de negen mensen elkaar zoveel mogelijk pijn gaan doen om aan de gestelde hoeveelheid van het stofje te komen. Dus ja, we zien nijptangen, strijkbouten, kokend water, hamer en spijker, een handboor, een grill en vele andere handige werktuigen voorbij komen. Maar interessanter is de onderlinge wisselwerking tussen de mensen en de ware aard die boven komt. Er zijn helden en bitches en angsthazen en iedereen moet zijn steentje bijdragen, hoewel men daar heel verschillend mee om gaat dus, wat deze film nu net dat beetje meerwaarde geeft. Voeg daar aan toe dat de regisseur af en toe ook juist niet de marteling laat zien, maar het geluid weg laat, beelden vertraagt, inzoemt op het gezicht van iemand die er niet meer tegen kan, kortom, binnen het afgezaagde (pun intended) genre iets andere dingen probeert die best goed werken. Daarbij zitten er genoeg ontwikkelingen naar het einde toe die je eigenlijk niet meer verwacht en kent de film een bitterzoet einde, waarbij de tragiek van dit alles echt wel voelbaar is.

woensdag 1 januari 2014

Nymph( )maniac (part 1)


Het doek is zwart, maar er is wel geluid. Lars Von Trier wil dat we luisteren. Ik hoor verschillende geluiden door elkaar heen. Ze zijn herkenbaar, hoewel de precieze invulling pas komt als er na enige tijd beeld verschijnt. Maar dan neemt Von Trier het over. Hij bepaald waar het geluid bij hoort, in welke volgorde je het ziet en hoewel de geluiden eigenlijk tegelijkertijd hoorbaar zouden moeten zijn, isoleert hij het per onderdeel. Eerst luisteren, dan kijken. En daarna oordelen?

Dit is deel 1 van Nymph( )maniac.

Een lichtgewonde vrouw genaamd Joe (Charlotte Gainsbourg) wordt gevonden door een man genaamd Seligman (Stellan Skarsgård) die haar meeneemt naar zijn huis voor wat thee om bij te komen, waarna ze hem begint te vertellen over haar zondige (haar eigen oordeel) leven als nymfomaan. Hij veroordeelt haar niet, zwakt haar eigen overtuiging af en maakt constant vergelijkingen tussen haar seksuele beslommeringen en vliegvissen, of later een muziekstuk van Bach en past bijvoorbeeld de Fibonacci reeks toe om duiding te geven. Haar vertellingen worden onderverdeeld in hoofdstukken, met elk een eigen karakter.

Hoewel Joe haar verhaal in chronologische volgorde vertelt, komt het geheel - door het continue heen en weer gaan tussen heden en verleden dat ook nog met korte illustratieve momenten waarin dingen worden verduidelijkt wordt opgeleukt – wat fragmentarisch over. Het zijn allemaal korte, tot in de puntjes uitgedachte en verzorgde scènes, die grappig, intrigerend, speels, klinisch, opwindend, aangrijpend, onbegrijpelijk en/of slaapverwekkend over kunnen komen.

Aangezien dit deel 1 is, wil ik wachten tot ik deel 2 heb gezien om echt een oordeel te vellen, maar enkele (on)samenhangende impressies wil ik alvast geven.

Nymph( )maniac. Daarbij zouden de haakjes voor het vrouwelijk geslachtsdeel staan, of liever gezegd, haar ingang. Maar je zou de twee woorden er omheen ook gescheiden van elkaar kunnen lezen, waarbij het niet gaat om een vrouw met extreem sterke geslachtsdrift, maar om een nimf, een bevallig, aantrekkelijk meisje versus de maniak, iemand die iets op bijna ziekelijke wijze doet. Dan zou Joe de nimf kunnen zijn en de mannen de maniakken. Het doet denken aan een proef die ooit op straat is uitgevoerd, waarbij een leuk uitziende man aan willekeurige vrouwen vroeg of ze met hem wilden zoenen, waarbij maar iets van één op de tien vrouwen dat ook daadwerkelijk en direct deed. De andere kant van het verhaal was dat als een leuk uitziende vrouw dat aan willekeurig passerende heren vroeg, iets van negen op de tien mannen hier op in gingen. De seksuele kracht en macht van een vrouw, iets dat Joe al vroeg in haar leven doorkrijgt en er dan volop gebruik van maakt.

Zoals gezegd worden er analogieën getrokken tussen het seksuele leven van Joe en hoe een beoefenaar van vliegvissen te werk gaat. Later wordt dit gedaan met de polyfonie binnen het werk van Bach dat overeenkomsten kent met eenzelfde opbouw die Joe als een soort van basis drie-eenheid (drie mannen die allemaal iets anders te bieden hebben) ziet binnen haar seksleven. Dit zijn mooie vondsten die het eventuele zedelijke besef (van de kijker) een meer klinische invulling geeft, maar ondertussen ook een verstorend karakter heeft en het geheel fragmentarisch maakt.

Aan de andere kant worden er net zo goed platitudes gebruikt, zoals wanneer Joe zegt dat ze er totaal niet mee zat dat ze het leven van diverse mannen (en hun families) totaal overhoop haalde: “You can't make an omelette without breaking eggs.”

Opvallend is ook dat Seligman op een gegeven moment Joe in haar verhaal onderbreekt omdat hij het wat te toevallig vindt. Joe vraagt of hij niet liever wil geloven wat ze vertelt, zodat hij met het verhaal mee kan gaan. Dat geldt ook voor de kijker. Hoewel de uitleg over dat je aan de hand van welke hand je het eerst de nagels knipt kunt bepalen wat voor persoon iemand is vrij absurd overkomt - hoe aannemelijk ook gebracht - is het leuk om er in mee te gaan. Alleen al het feit dat er bij zoiets banaals wordt stilgestaan en er een betekenis aan wordt gegeven is interessant genoeg. Opvallend is wel dat Von Trier juist nu de Joodse afkomst van Seligman er niet bij haalt. Want juist in de Joodse traditie schijnt niet alleen de volgorde van de hand, maar zelfs van de vingers van belang te zijn.  

Lars Von Trier weet in ieder geval de hersenen aan het werk te zetten en laat ons nadenken over onze (voor-)oordelen, zoals onlangs ook al gebeurde in de documentaire Sletvrees van Sunny Bergman. Hij doet dat op geheel eigen, vaak afstandelijke wijze, alsof het onderwerp op de operatietafel ligt om ontleed te worden.

In deel 2 zal moeten blijken waar hij precies heen wil met zijn film. Hoewel dit dus eigenlijk niet eens de versie is die hij voor ogen heeft.


Wordt vervolgd…

dinsdag 31 december 2013

The Act Of Killing


Voormalige beul Anwar Congo loopt naar een plek waar hij vroeger veel mensen (‘communisten’) ombracht. Hij laat op een wit binnenplaatsje de methode zien en gebruikt een vriend als voorbeeld. De man gaat op zijn knieën. Er zit een metalen koord vast aan de muur. Die doet Congo rond de nek van de man. Aan het uiteinde van het koord zit een stok, zodat je beter grip hebt. Congo zet zich schrap en trekt het koord strak. Zo wurgde hij ze. Dat gaf niet zo veel bloed. Om zijn zinnen te verzetten luisterde Congo veel naar muziek en ging hij dansen. Hij doet het voor, begint te dansen. Te dansen op de plek waar hij tientallen ‘communisten’ heeft afgemaakt.

Deze documentaire gaat over de leiders van doodseskaders in Indonesië rond 1965, die miljoenen mensen hebben vermoord, nadat het leger de macht had overgenomen. Deze beulen lopen nog altijd vrij rond, zijn nooit veroordeeld, zijn nog altijd onderdeel van onfrisse praktijken en enkele van hen wordt nu gevraagd door documentairemaker Joshua Oppenheimer om te vertellen over hun toenmalige daden die ze op filmische wijze uit te beelden, waarbij ze glamoureus Hollywood als grote voorbeeld nemen.

Wat je te zien krijgt is te bizar voor woorden en gaat mijn begrip in ieder geval totaal te boven. Het is zowel verbazing- als weerzinwekkend hoe deze criminelen zo openhartig, zonder scrupules, zelfs vol geestdrift over hun wandaden vertellen en deze vol overgave uitbeelden alsof het een interessant experiment was dat ze nog eens met plezier herhalen.

De documentaire is een opeenstapeling van totaal onwerkelijke situaties en gesprekken. Zoals de prachtige beginbeelden (zie poster) die een onderdeel vormen van het uitbeelden van hun visie. Het punt waarop men net bezig is uit te beelden hoe ze iemand zo effectief mogelijk wurgden en dan even stoppen omdat ze horen dat het gebed begint. De wijze waarop Congo zichzelf in zijn filmversie tot verlosser en held maakt door zelfs zijn slachtoffers dit te laten zeggen.

Het is enorm knap hoe Oppenheimer het zo objectief mogelijk vast legt, maar niet bang is om hier en daar een pittige vraag te stellen. Niet iedereen die aan de film heeft meegewerkt is daar overigens zo open in, want het aantal vermeldingen van ‘anonymous’ op de aftiteling is legio. Maar vrees komt niet op bij de hoofdrolspelers van deze film. Ze zullen beroemd worden hierdoor, denken ze! “Jakarta is niets. Londen!”


In het midden van deze ongelooflijke documentaire doet één van de beulen aan iets van introspectie en legt uit waarom hij geen slecht geweten heeft. “Iemand vermoorden is het ergste wat je maar kunt doen. Het komt er dus op aan om een manier te vinden om je niet schuldig te voelen. Je moet gewoon een goed excuus zoeken. Als ze mij bijvoorbeeld vragen of ik iemand wil vermoorden en ik krijg daarvoor een behoorlijke vergoeding dan zal ik dat natuurlijk doen. Als je het vanuit dat perspectief bekijkt, is het niet fout. Dat perspectief moeten we onszelf voorhouden. Dat het niet fout is”. 

donderdag 26 december 2013

Bro's Before Ho's


Nog een Nederlandse film die echter niets te maken heeft met de vorige twee die ik heb gerecenseerd, behalve dat het ook onder de noemer comedy valt. Het is de nieuwe film van het dynamische duo Steffen Haars en Flip van der Kuil die geschiedenis schreven met hun New Kids. Het recalcitrante zit er nog altijd in, maar er is dit keer gekozen voor iets dat lijkt op een verhaal om de grappen aan op te hangen. Het verhaal gaat over Max (Tim Haars) en zijn geadopteerde broer Jules (Daniël Arends) die op advies van hun vader in hun oren knopen dat ze nooit een vaste relatie met een vrouw moeten beginnen. Voor de twee is het een vrijbrief om te doen waar ze zin in hebben (zuipen, neuken, feesten, blowen) en vooral niet op te groeien zodat ze nog heel lang kunnen doen waar ze zin in hebben (zuipen, neuken, feesten, blowen). De gestoken spaak in het wiel is er in de vorm van Anna (Sylvia Hoeks), waar Jules toch iets van een langere relatie mee begint en waar Max verliefd op wordt.

Meer dan dit flinterdunne verhaaltje is ook niet nodig, want het gaat om de grappen die niet alleen in grote getalen op je af komen, maar meestal ook nog eens vrij geslaagd zijn. Let wel, dit is dus geen intellectuele humor, maar platte, plastische en vaak idiote humor die mits je daarvan houdt de spijker op de kop slaat. Extra punten zijn er voor de grappen op grappen. Zoals wanneer een klant in de videotheek van Max komt pinnen en hij zijn pas door de gleuf haalt, waarop Max zegt: “je moet hem onderin steken”, waarop de klant zegt “dat zei je moeder vanochtend ook”. Een flauwe grap met een baard die pas echt leuk wordt als Max daarna met een stalen kop tegen die klant zegt: “mijn moeder is dood”, waardoor er niet alleen een uiterst pijnlijke, maar voor de kijker zeer grappige situatie ontstaat, die ook nog op een necrofiel niveau betekenis kan gaan krijgen. Of het hele verhaal in de discotheek waar Max en Jules zielige verhalen ophangen om meisjes het bed in te krijgen. Ze focussen zich op duo’s, waarvan er altijd eentje wat lelijker is. Daar volgen nog hilarische voorbeelden bij van het hoe en wat. Dan komt op een gegeven moment zo’n dames duo in beeld dat dit keer bestaat uit een mooie blondine en een veel oudere dame die haar moeder wel zal zijn. Geen probleem voor de broers kennelijk, op zich al pikant natuurlijk, maar dan gaat er nog weer een schepje bovenop als die twee dames met elkaar gaan zoenen.

Tim Haars heeft een zeer goed gevoel voor timing en weet met zijn mimiek de scènes vaak extra kracht te geven. Aparte pluim ook voor Henry van Loon als René, die onder de plak zit bij zijn vriendin, maar graag hangt met de broers en alle stoere teksten probeert te zeggen maar door zijn geheel eigen nerdige manier als een totale sukkel overkomt en Huub Smits die zich helemaal uit kan leven als verstandelijk gehandicapte.


Niemand is veilig, alles en iedereen wordt in de zeik genomen. Maar het totaal over the top anarchistische van New Kids is losgelaten. Het maakt Bro’s Before Ho’s naar mijn mening echter een betere film.

Mannenharten


Na Soof dan nu Mannenharten. Regisseur Mark de Cloe greep mijn aandacht met zijn pakkende observaties in de verzameling korte films van Boy Meets Girl Stories waarvan hij er enkele maakte. In Mannenharten volgen we vijf totaal verschillende mannen die uiteindelijk hun hart volgen in de liefde (waar anders). Hoewel ze alleen hun bezoek aan de sportschool gemeen hebben, kruisen hun paden daarbuiten (ten goede of ten kwade) en komt elk van hen er na verloop van tijd achter wat nu echt zijn behoefte is en hoe hij dat in moet gaan vullen, en vooral met wie. Een keur aan bekende acteurs (Barry Atsma, Daan Schuurmans, Jeroen Spitzenberger, Teun Kuilboer) en actrices (Katja Herbers, Georgina Verbaan, Hadewych Minis, Sanne Vogel) vult het scherm.

De film heeft iets meer te bieden dan Soof op het gebied van verschillende verhaallijnen met scènes die hier en daar dan wel beklijven, maar het blijven dan weer te veel afzonderlijke en bijna op zichzelf staande sketches. Wat verder in negatieve zin op gaat vallen is dat ook hier weer de clichés voor het oprapen liggen en daarbij ook nog eens zeer plat blijven. Daarnaast is het algemene gevoel dat ik aan de film over houd er vooral een van flauwheid. Dan prefereer ik nog liever de rommelige charme van Soof.


Nog even een opmerking richting alle regisseurs die een film in Amsterdam opnemen. Hartstikke leuk natuurlijk, vooral voor diegenen die de stad goed kennen (zoals ik), maar zorg er dan voor dat je scènes hout snijden. Het begin van deze film is weer zo’n voorbeeld van hoe het niet moet. We zien Jeroen Spitzenberger met een enorme kerstboom op een fiets door Amsterdam rijden. Alleen de volgorde van beelden is totaal onlogisch.

Soof


De komende dagen ga ik mijn bezoek aan Nederlandse films opschroeven. Sinds Alles Is Liefde lijkt de Nederlandse filmindustrie er steeds meer een traditie van te maken om rond de feestdagen met een film te komen die in min of meer datzelfde vaarwater zit. Dit jaar begon het vroeg met Smoorverliefd. Een film met de diepgang van een Merci reclame (de tekst “bedankt dat jij er bent” zit letterlijk in de film) en het moraal van een site als Second Love (waarin vreemdgaan de gewoonste zaak van de wereld is en iedereen het wel erg gemakkelijk met iedereen doet). Afgezaagd, tenenkrommend, uitermate voorspelbaar, irritant theatraal, onnozel, oversimplistisch, ongeloofwaardig en gewoon onleuk.

Mijn tweede poging is nu Soof van Antoinette Beumer met o.a. Lies Visschedijk (Soof), Fedja van Huêt (Kasper) en Dan Karaty (Jim). Soof is ‘married with kids’ en als haar catering kookkunsten worden opgemerkt door een beroemd persoon (Dan Karaty in een Dan Karaty rol) gaat het balletje rollen en wordt haar business zo succesvol dat haar man (die zijn werk niet zo leuk vindt) een sabbatical neemt om de zaken thuis te gaan regelen. Probleem is dat Soof haar werkzaamheden vanuit huis voorbereidt en dat huis daardoor grotendeels opeist, moeders goed bedoeld maar continue over de vloer komt, manlief nog niet zo handig is als huisman, Jim steeds meer aandacht voor Soof krijgt en Kasper Bob (Chantal Janzen) tegen het bevallige lijf loopt. Een lach en een traan liggen in het verschiet.

De film doet denken aan het huishouden van Jan Steen, een prettige chaos die leuk is om naar te kijken, maar waar ik zelf in ieder geval nooit in terecht zou willen komen. De lach en de traan zetten nooit echt door en alle clichés van de problemen binnen een huwelijk komen weer voorbij, hoewel de rommelige vorm het wel een apart karakter geeft. Die rommeligheid wordt nog vergroot door een flink aantal gastrolletjes van bekende Nederlanders waarvan sommige als zichzelf (Joop Braakhekke, Martin Koolhoven, Femke Halsema) en sommige in een rol (Sanne Wallis de Vries) voorbij komen. Ook Sylvia Witteman (op wiens columns de film is gebaseerd) loopt door het beeld. En natuurlijk moeten ze aan het einde van de film allemaal even een paar danspasjes doen om de samenhang en de leut nog verder te vergroten. Een knipoog naar andere films waar dit op soortgelijke wijze is toegepast. Net als de filmposter trouwens.


Dit is typisch zo’n film die je best een goed gevoel geeft (voornamelijk door de leuke rol van Lies Visschedijk), maar waarvan je het verhaal naderhand nauwelijks kunt navertellen. Op zich nog niet zo’n probleem als er dan wat opvallende scènes in zitten die beklijven. Ook dat is helaas nauwelijks het geval. Wat wel blijft hangen is de gedachte aan het gezellige rommeltje dat het was.

Good Vibrations


Net als Répression van de Franse band Trust had ik Inflammable Material van Stiff Little Fingers - een punkband uit Belfast, Noord Ierland - op mijn boekenlijst gezet toen ik op de middelbare school zat. De muziek zit in de film Good Vibrations die gebaseerd is op het levensverhaal van Terri Hooley, die in het briljante beginstuk vertelt hoe hij als kleine jongen zijn oog verloor en van Terry with a ‘y’, Terri with an ‘i’ werd. We gaan ‘fast forward’ door de tijd, die steeds grimmiger wordt, naar 1970. De mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd dan muziek en dansen. Het is de tijd van de IRA, de onneembare kloof tussen Katholieken en Protestanten en de vele bomaanslagen. Terri hangt geen geloof aan, heeft vrienden aan beide zijden, mengt zich niet in politiek, maar wil ook niet vluchten, hoewel dat de veiligste optie zou zijn. Terri is een romanticus, een positivo en begint met de hulp van zijn vriendin een platenzaak in Victoria Street (dat bekend stond als ‘bomb alley’) en wil vrede en hoop promoten. De zaak wordt ‘Good Vibrations’ gedoopt, maar de klanten laten wat op zich wachten, al staat er al snel zo’n exemplaar dat er niet meer is weg te slaan en bij het meubilair lijkt te horen.

Pas als Terri in aanraking komt met de plaatselijke ondergrondse punk scene (The Outcasts, Rudi) gaan zijn ogen en oren helemaal open: “these kids, they don’t give a shit”! Het wordt zijn missie om de wereld hun muziek te laten horen en al snel begint hij vanuit de platenzaak ook zijn eigen label en neemt hij bands mee op tournee in een aftandse bus, zonder dat iemand stilstaat bij godsdienstvoorkeur. Zijn enthousiasme werkt en het toppunt wordt bereikt als radiogigant John Peel de door Hooley uitgebrachte single Teenage Kicks van The Undertones maar liefst twee keer achter elkaar draait, iets dat hij nog nooit heeft gedaan. Het is echter niet allemaal rozengeur en manenschijn…

De film is een must voor mensen die warme gevoelens krijgen bij de gedachte aan een ouderwetse platenzaak en “the revolutionary power of the 7 inch single”. Er is een mooi evenwicht tussen de komische, positieve zijde en de trieste kant van het verhaal dat zich tegen de achtergrond van een zeer gewelddadige periode afspeelt. Bij Terri draait alles om de liefde voor de muziek en om die zonder enig winstoogpunt te verspreiden onder de mensheid. Dat die liefde op de eerste plaats komt heeft consequenties voor zijn vrouw/familie, zeker gezien het feit dat er geen cent aan verdiend wordt. Integriteit, idealen, harde realiteit, verantwoordelijkheid en de waarde van dingen.


Good Vibrations is een heerlijke film. De titel zegt het al. Het zal voor velen ook nostalgische gevoelens teweeg brengen, voor de tijden van weleer, die nooit meer terug zullen komen. De harde realiteit van de getallen zorgt er voor dat de vroegere steunpilaren van de muziekindustrie, de platenwinkels, gaan sluiten of via eBay worden aangeboden en dan geen kopers kunnen vinden. Gelukkig zijn er dan dit soort films waar we ons aan kunnen laven.